Bart Van Loo

De allermooiste van Brel?

La ville s'endormait (1977)


Een stad dommelt in. Een ruiter komt aanrijden op zijn dorstige schimmel. Het beest drinkt gulzig aan een klaterende fontein. "Et la fatigue plante son couteau dans mes reins", zingt de edelman die bij de ondergaande zon zijn leven overschouwt. Hij weet dat niemand op hem wacht, tenzij de dood. Zijn gemijmer is vrouwonvriendelijk. "Je ne suis pas bien sûr (...) qu'elles soient l'avenir de l'homme." Een vlijmscherp antwoord op het gelijknamige lied ("La femme est l'avenir de l'homme") van Jean Ferrat, die Brel welgeteld 32 jaar zou overleven, en die eigenlijk zijn hoogstpersoonlijke huisdichter Louis Aragon citeerde (uit "Le fou d'Elsa" om juist te zijn).

Mocht je nog twijfelen, het is dan wel zeker: de geradbraakte ruiter is Brel, de vermoeidheid die zijn lichaam ter aarde doet buigen, is de kanker die hem naar het definitieve einde drijft. Brel kiest echter universele woorden en zowat iedereen zal zich dan ook in deze poëtische enscenering van de dood kunnen herkennen.

Wanneer de ruiter zingt dat hij zich de naam van de stad niet meer herinnert, ("J'en oublie le nom") klinkt een zorgvuldig getimede, zachte gong op de achtergrond. Alles vervalt tot vergetelheid lijkt Brel te willen zeggen. Je kunt niet anders dan verhopen dat het wondermooie "La ville s'endormait" Jacques Brel een eeuwig leven oplevert. Generatie na generatie. Leven na leven. Dood na dood.

(Meer informatie over de pas overleden Jean Ferrat vindt u hier.)

door Bart Van Loo | | reacties | reageer hier

 

TVlivre: De wijn van Baudelaire

TVlivre steekt na een periode van stilzwijgen opnieuw van wal met een schier onbekende, maar bloedmooie tekst van Baudelaire. Ik ontdekte "De wijn" als bij toeval -zo gaat dat vaak met schoonheid- vertaalde de zintuiglijke woorden van de grote Franse dichter en tracht ze u bij deze heropstart van TVlivre met succulunte bevlogenheid voor te dragen.

U kunt alle afleveringen van TVlivre, en ook deze dus, vinden op dit nieuwe online-boekenkanaal.

door Bart Van Loo | | reacties | reageer hier

 

Wat een Fransman tot Fransman maakt

Frankrijk lijkt collectief aan het duizelen te gaan. Iedereen kijkt likkebaardend toe. Opiniestukken verschijnen, praatprogramma's op tv richten de blik op onze zuiderburen en de wat naar de achtergrond verdrongen Guy Verhofstadt staat dankzij zijn commentaar in "Le Monde" weer in de schijnwerpers.

President Sarkozy vatte het idee op om via grootscheepse discussiefora een zoektocht te ondernemen naar wat een Fransman juist tot Fransman maakt. Op de virtuele fora liepen de discussies uit de hand. Verhofstadt heeft het over een "verzamelplaats van reacties met een muf Vichy-parfum". Mooi gevonden, maar je kunt even makkelijk hallucinante slogans verzinnen bij het aanschouwen van de fora van onze kwaliteitskranten. Verkondigde Peter Vandermeersch onlangs niet dat onbetamelijke reacties voortaan verbannen zouden worden? Het internet lijkt toch niet de zaligmakende weg naar universele broederlijkheid.

Dat neemt niet weg dat Sarkozy nu de rekening gepresenteerd krijgt. Hoe graag hij ook het gras voor de voeten van extreem-rechts had weggemaaid, hij moet toezien hoe Le Pen en co niet uit de pers weg te slaan zijn. Missie mislukt, zoveel is duidelijk. Wat rest zijn zogenaamde maatregeltjes als een Franse vlag in de klas, en de nationale hymne verplicht uit alle jonge kelen. Dat levert ongetwijfeld surrealistische beelden op. Elzassische en maghrebijnse Fransoosjes die hand in hand de laatste verzen van de Marseillaise scanderen: "Qu'un sang impur abreuve nos sillons". Opdat een onzuiver bloed onze akkers drenke.

Frankrijk is het land van de laïcité (scheiding van kerk en staat, Jules Ferry, 19e eeuw), van de scheiding der machten ("Esprits des lois" van Montesquieu) en van geëngageerde intellectuelen (Voltaire, Hugo, Zola, Camus) die ervan overtuigd zijn dat ze met hun pen de werkelijkheid kunnen smeden. Maar la douce France is ook het land van de affaire Dreyfus (antisemitisme à volonté), van het collaborerende Vichy-regime en van het Front National. Het was ook de thuishaven van Jean-Jacques Rousseau (die eigenlijk een Zwitser was), van de Cubaans-Amerikaanse Anaïs Nin die in Sarkozy's Neuilly-sur-Seine geboren werd en vele jaren in Parijs leefde. De gerenommeerde Prix Goncourt ging de laatste jaren naar een ingeweken Senegalese (Marie Ndiaye) en Afghaanse (Atiq Rahimi) auteur. Of denk aan het exploot van Danny Boon, die als zoon van een Algerijn tekende voor de meest bekeken Franse film aller tijden ("Bienvenue chez les Ch'tis"). Sarkozy, zelf de zoon van een Hongaarse immigrant, had moeten weten dat de Franse identiteit niet in een vast omlijnde vorm te gieten viel.

De man die peilde naar de roerselen van de Franse identiteit is ironisch genoeg de eerste president van de Vijfde Republiek die de nationale cultuur minder hoog in het vaandel draagt. Een tijdje terug joeg hij de literatuurliefhebbende Fransen (en God weet dat het er veel zijn) de gordijnen in door te beweren dat iemand die achter een loket werkt geen baat heeft bij het lezen van "La Princesse de Clèves" (psychologisch pareltje uit 1678). Sarkozy's beleid is een uitvergroting van wat in ons onderwijs al lang aan de hand is: het opdringen van allerlei communicatieve vaardigheden ten koste van zogenaamde nutteloze kennis.

Wat ik niet begrijp is waar al die vaardigheden toe dienen als er geen inhoud meer is waarover gecommuniceerd kan worden. Boeken en films kunnen, net zoals sport en amusement, zinvol zijn als ik met een loketheer meer medemenselijkheid wil uitwisselen dan de juiste plaats voor een handtekening. Wat niet betekent dat je in het middelbaar onderwijs materie van universitair niveau moet voorschotelen zoals in Frankrijk helaas vaak gebeurt. Maar het kind met het badwater weggooien zou onvergeeflijk zijn.

Verhofstadt heeft gelijk dat je niet verkrampt over nationale identiteit moet zeuren, maar zijn uitroep in "Le monde" dat "het belangrijkste niet is te weten waar je vandaan komt, maar naar waar je gaat" is een bedenkelijke stelling. Het geeft beleidsmakers de sleutel in handen om alleen maar vooruit te kijken. Frankrijk heeft een traditie van leiders die hun liefde voor de schone kunsten, literatuur en geschiedenis spontaan tentoon spreiden. Mitterrand was een wandelend leesbevorderingsinstituut, Pompidou bloemleesde de Franse poëzie in een gezaghebbende anthologie en De Villepin schreef essays over literatuur. De belezenheid van dergelijke politici is groter dan die van alle Belgische naoorloogse kabinetten samen. Wellicht vallen er hier en daar wel kunstminnende en veellezende politici in onze contreien te bespeuren, maar ze durven er zich niet op voorstaan. Wat dat betreft, kunnen we zeker iets leren van Frankrijk dat er als geen ander land in slaagt om zijn (onvermijdelijk multiculturele) erfgoed te koesteren. Alleen moeten de volgende Franse presidenten dan wel geen Sarkozy-klonen zijn.








door Bart Van Loo | | reacties | reageer hier

 

Brel van de maand: Zangra

Brel zou dit jaar tachtig geworden zijn. De bekende Belg schreef makkelijk een twintigtal alom gekende klassiekers bij elkaar, maar in het totaal vloeiden er om en bij de tweehonderd liederen uit zijn pen. Je kunt dan ook moeiteloos twintig onbekende parels uit zijn oeuvre distilleren. Dat zal ik maandelijks doen. Hieronder alvast tekst en uitleg bij 'Zangra' uit 1962 (voor €0,99 te grabbel op iTunes).

Zangra is als militair gelegerd in het fort van Belonzio dat de vlakte overheerst. Het is daar dat de vijand zal verschijnen, en van hem een held zal maken. Hij wordt luitenant, kapitein en kolonel, en wacht jarenlang op de vijand die hem tot heroïsche daden zal verleiden. "En attendant ce jour, je m'ennuie quelquefois", klaagt hij. Inderdaad, wie wacht, verveelt zich. Terwijl Zangra ouder wordt, loopt hij zowel de liefde als het heldendom mis. Wanneer hij als generaal op pensioen gaat en Belonzio verlaat, verschijnt de vijand. "Je ne serai pas héros", zingt hij triest.

"Ik ken ontelbare mensen die een boek gaan schrijven", zegt Brel in een interview uit 1971, maar die voorlopig vasthouden aan hun "handel in augurken of bretellen" en beloven om "over twee jaar alles te verkopen en er werk van te maken." Brels commentaar is niet mis te verstaan: "Als je echt iets wil doen, moet je onverwijld de mouwen opstropen en krachtdadig je droom proberen te realiseren, op het gevaar af te mislukken." Die mening vertolkt hij op ingehouden wijze in 'Zangra', een stijlvolle allegorie van zijn levensfilosofie.

U vindt hier de versie van Brel en een interpretatie van Florent Pagny.

door Bart Van Loo | | reacties | reageer hier

 

De macht van het woord

In geen enkel land is de band tussen literatuur en politiek zo innig als in Frankrijk. Een traditie die teruggaat tot Voltaire en Hugo, maar het is vooral in het zog van Zola's spectaculaire tussenkomst in de Dreyfus-zaak dat schrijvers beseffen dat ze als intellectueel iets kunnen betekenen. Op voorwaarde weliswaar dat ze hun ivoren toren verlaten om kritische artikelen te schrijven en zonodig zelfs op straat verschijnen.

Luc Rasson, hoofddocent Franse literatuur aan de UFSIA, interesseert zich al jaren voor de 20e-eeuwse Franse literatuur die de taal uitspeelt als een maatschappelijk breekijzer, en publiceerde onlangs zijn bevindingen. Een selectief parcours, waardoor interessante figuren als André Malraux en François Mauriac jammer genoeg uit de boot zijn gevallen, dat aan de hand van een vijftiental auteurs niettemin een duidelijk beeld schept van een typisch Franse problematiek.

Aanvankelijk geloofden de Franse schrijvers van deze eeuw nog in de maatschappelijke relevantie van het woord. "Nous sommes la grande force, avec notre encre et nos plumes", aldus Zola. Literatuur kan de wereld veranderen. Pacifisten als Barbusse, Rolland en Giono zetten n.a.v. W.O.I hun woorden in tegen kanonnen, in een poging alle mooipraterij die de ware oorlog verhult te ontmaskeren en de lezer bikkelhard te confronteren met de lichamelijke vernietiging.

Nizan, Vailland en Sartre gaan - de een al wat langer dan de andere- een communistisch engagement aan, net zoals Céline (mooi geregistreerd als "reactionair modernist"), Brasillach en Drieu la Rochelle aanklopten bij het fascisme. "Dankzij de megafoon die de partij aanrijkt, kunnen je woorden aan slagkracht winnen".

De teksten van de vernoemde auteurs tonen echter tegelijk aan dat woorden geen gevolg hebben. Rassons analyse van de vergeten roman "Vérité" (1902) van Zola, een romaneske kijk op de Dreyfusaffaire, bewijst dat reeds daar twijfels omtrent de macht van het woord opduiken. De auteur van "J'accuse" speelt, aldus Rasson, een dubbele voortrekkersrol.

De loskoppeling van taal en werkelijkheid werd trouwens al door Rimbaud en Mallarmé opgemerkt, maar zou pas diep in de 20e eeuw als dusdanig onder ogen gezien worden. Het is deze breuk, het "verbroken contract" volgens George Steiner, die de Antwerpse literatuurdocent aan de hand van een aantal belangrijke en minder belangrijke auteurs illustreert.

In de tweede helft van onze eeuw "leert men leven met de melancholie van het kreupele woord". Yourcenar, Castillo en Makine beseffen de beperkte politieke draagkracht van literatuur, maar blijven wel schrijven, o.a. om in het reine te komen met het verleden toen men de literatuur nog krachten toedichtte die ze uiteindelijk niet bleek te bezitten. Een bijstelling van de mogelijkheden als het ware, waarbij de relevantie van het woord vooral geput wordt uit haar interpretatiepotentie of om het met Max Frisch' woorden te zeggen: "Als de literatuur er niet was, zou de wereld niet anders verlopen, maar wel anders gezien worden."

Interessant is dat Rasson ook even de Hexagoon verlaat en een blik werpt op de hedendaagse Algerijnse literatuur waar woorden hun greep op de werkelijkheid nog niet lijken verloren te hebben. Een functioneel notenapparaat en beknopte bibliografie sluiten het werk af.

Qua toon, stijl en inhoud ligt dit boek in het verlengde van Rassons colleges op de UFSIA. Hij voert zijn betoog op een heldere manier, waarbij een onbetwistbare kennis van zaken, tekstuele inzichten en functionele anekdotiek hand in hand gaan. Hij publiceerde al een drietal werken in het Frans (o.a. over Brasillach), telkens voor een overwegend universitair doelpubliek. Lovenswaardig is dat de docent letterkunde nu en dan zijn academische toren verlaat om de lezer uitgebreid in het Nederlands verslag te doen van zijn leeservaringen.

Dit vandaag nog altijd lezenswaardige boek vormt een warme uitnodiging aan het adres van andere academici om op gezette tijden Rassons voorbeeld te volgen. Momenteel werkt hij aan een nieuw Nederlandstalig boek waarin hij verslag zal doen van zijn lectuurervaringen van de voorbije tien jaar.

(Luc Rasson, "De macht van het woord. Literatuur en politiek in het twintigste-eeuwse Frankrijk", Pelckmans, 1999).

door Bart Van Loo | | reacties | reageer hier

 

TVlivre feest met Fernandel, Nostradamus en Flaubert

Op 14 juli 2008 schoot bleu.blanc.rouge uit de startblokken. Ondertussen is de kalender 365 eenheden opgeschoten. Daar moet op geklonken worden. Samen met Fernandel duiken we in de pastis, Nostradamus voorspelt het dessert, chefkok Guillot probeert ons een chocoladesoep op te lepelen, maar het is uiteindelijk Flaubert die met de meeste eer gaat lopen. Een extra lange, maar feestelijke aflevering van TVlivre.

U vindt het filmpje hier.

P.S. Op de Knackblog verschijnen niet alle items van bleu.blanc.rouge. Die vindt u wel hier.

door Bart Van Loo | | reacties | reageer hier

 

De vakantie begint met...

... Willem van Zadelhoff in Parijs.





LINKERBEEN


ik zag een vrouw in de Jardin des Tuileries
het was een vrouw uit een ander ver land
zoiets zie je direct zoiets zie je al van ver
toen ze langzaam in mijn richting liep
vroeg ik me af wat ik van haar linkerbeen vond
het sleepte een beetje en gaf aan haar lopen
een mooi ontregelend ritme toen ze vlakbij
was leek het even of dat linkerbeen het
rechterbeen voortduwde ze had een mooi gezicht
die vrouw uit dat verre onbekende land

Onuitgegeven gedicht van auteur Willem van Zadelhoff (Herman de Coninck debuutprijs poëzie 2009) dat hij in een beminnelijke vakantiestemming stuurde naar bleu.blanc.rouge. Dank daarvoor!


Ik wens u een mooie vakantie toe. Tot ergens onderweg!

(Foto, Jardin des Tuileries, Parijs, ca. 1890, anoniem)

door Bart Van Loo | | reacties | reageer hier

 

Boris Vian...

Drie argumenten uit een zee van talloze andere gevist: een citaat en twee filmpjes. Klik u naar hier.

door Bart Van Loo | | reacties | reageer hier

 

TVlivre pleegt overspel met...

.... Felix Timmermans. Want er is ook nog vergeten leven buiten Frankrijk. Goede wijn behoeft geen krans, maar soms weet een mens niet meer wat voor heerlijks er allemaal in zijn kelder ligt. Vandaag een klein eerbetoon aan de bestofte schrijver uit de Stille Kempen.

U kunt het filmpje hier bekijken.

door Bart Van Loo | | reacties | reageer hier

 

René Maltête

Hier meer van en over René Maltête.

door Bart Van Loo | | reacties | reageer hier

 
Na het geprezen Parijs retour. Literaire reisgids voor Frankijk (2006, Groene Waterman Publieksprijs) en het gesmaakte Als kok in Frankrijk. Literaire recepten en culinaire verhalen (2008) voltooide Bart Van Loo in 2010 zijn Frankrijktrilogie met O vermiljoenen spleet! Seks, erotiek en literatuur . Francofilie is stilaan een zeldzaam goed geworden, en daarom overschildert Van Loo naast zijn boeken en causerieën voortaan ook de virtuele wegen in bleu.blanc.rouge. Hij wil graag een ambassadeur zijn voor een cultuur die steeds meer in de verdrukking komt. http://www.bartvanloo.info