Vrije Tribune
Compassie of sensatie als Dagelijks Brood?
Er is een debat aan de gang over de vraag of het goed is dat kranten en televisie zoveel aandacht besteden aan rampen en aan de ellende van slachtoffers. De moordende aanval van Kim De Gelder krijgt tien bladzijden of meer. De aardbeving in Haïti en het leed van de mooie, onschuldige mensen krijgt veel foto's in de krant en veel minuten op televisie. Is dat zinvol?
Sommigen klagen dat we aan voyeurisme doen. Of dat het Nieuws op televisie beter wordt omgedoopt tot "Slecht Nieuws". Wel, als historicus met een langlopend engagement als vrijwillig hulpverlener die jarenlang geluisterd heeft naar de nood van mensen stel ik vast dat een programma als "Man bijt Hond" schitterend voldoet aan een nood van de Zeitgeist.
In mijn analyse is niet alleen brood, zijn niet alleen wijze woorden, maar is ook het ervaren van emoties 'voedsel' voor de mens. De ideale manier om die honger naar emoties te voeden, en kansen op ontroering op te doen, loopt via de inzet voor de buren door aanwezigheid bij hun lijden. De navolging van Jezus, net wat u zegt.
Er is veel verborgen angst en zorg onder de mensen, waar verantwoordelijken geen weet van hebben. Bij Tele-Onthaal lopen jaarlijks meer dan 150.000 oproepen binnen. En intussen bestaan er nog wel een dozijn andere telefonische hulplijnen voor afgebakende doelgroepen. Ook de hulp via chatten met de persoonlijke computer slaat aan, vooral bij jongeren.
Wij komen uit een eeuw waarin zakelijke mannen met behulp van saaie volzinnen het leven bestierden, vaak ook juist over de hoofden van vrouwen, kinderen en gevoelige personen als Franz Kafka heen. De twee gruwelijk wrede wereldoorlogen zijn te beschouwen als de laatste reuzengrote ontsporingen van die levenshouding die gebrek aan empathie vertoonde voor het lijden van de gewone man. Wat de situatie vandaag betreft, lijkt ook een overdreven arbeidsethos rijp voor de beklaagdenbank. De werkdruk gaat stilaan ten koste van het humane in de mens. De stress is vijand nummer één, mensen beginnen weer te roken.
Therapeuten en psychiaters plegen in hoge percentages zelfdoding wegens "secundaire traumatisering": ze kunnen het leed dat bij hen wordt uitgestort vaak niet meer voldoende verwerken. Maar ook in het bestaan van ons allemaal, op dat van de monniken in de kloostercellen na misschien, is er gebrek aan tijd en aan stilte om "stil te staan" bij de emoties die toch altijd weer op ons afkomen, om gewoon de vele indrukken te plaatsen.
Anderzijds smachten mensen van alle tijden naar het ervaren van intense emoties. Sensatiezucht is dat niet, het is een uiting van gezond geestelijk leven. Een uiting van verzet tegen het verzanden van het eigen bestaan in saaiheid, orde, discipline, monotonie. Nieuw is echter dat mensen vandaag massaal ingaan op de mogelijkheden die de elektronische media bieden voor dit 'tanken' van ervaringen, dit opdoen van nieuwe gedachten en sentimenten.
Dat is relatief veiliger, afstandelijker. Want het gelaat van de medemens waarin altijd zijn of haar geschiedenis staat gebeiteld, dat doet een appèl op ons medeleven en ons luisterend oor dat we vaak niet (meer) kunnen hebben. De baas en de bus wachten. De klok tikt. Time is money.
Je voortdurend afschermen voor elkaar is echter ook een doodlopend straatje. Leven zonder gevoel is gedoemd om te mislukken. Mensen weten vaak niet meer wat ze moeten voelen in een bepaalde situatie. Filosoof Roger Scruton wijst erop dat grote Kunst ons dat wel aanleert (Waarom cultuur belangrijk is. Nieuw Amsterdam, 2005). De grote Kunst, die op termijn tot de klassieke canon gaat behoren, zo stelt Scruton, is deze die het tragische element niet uit de weg gaat. Dat geldt voor Mozart en Bach, voor Sofocles en de verhalen over Jezus, voor Het verdriet van België en Kuifje, voor Jef Geeraerts, voor Michael Jackson en Maurice Béjard.
Onze tijd heeft dus iets met emoties. Een recent essay van de expert in dierengedrag Frans De Waal draagt terecht als titel "Een tijd voor empathie".
In Barack Obama heeft de Jezusiaanse levenshouding van het medeleven betonen een straffe voorvechter gevonden. Hij definieert empathie als "het vermogen in de schoenen van de andere te gaan staan, en door haar ogen te kijken" (The audacity of Hope. Thoughts on reclaiming the American Dream, 2006). De Libanese filosoof en dichter Kahlil Gibran stelt in "De profeet" op visionaire wijze "Hoe meer verdriet in uw ziel kerft, hoe meer vreugde ze kan bevatten".
Maar wie heeft er in Gods naam nog weet van zijn ziel? In deze maatschappij die gedragen wordt door het principe van de handel is het bijna onmogelijk niet al op jonge leeftijd je ziel te verkopen. Dat wordt duidelijk bij zeldzame contacten met puur en onschuldig gebleven mensen. Zoals de singer-songwriter uit Ohio, Tracy Chapman, die een en ander op beklijvende manier uitzingt in liederen als "All that you have is your soul" en "Behind the wall". Misschien is het dus nog zo gek niet dat het Vaticaan sinds kort warme aandacht besteed aan de cultuur van de populaire muziek. Het werd stilaan de hoogste tijd dat de kerkleiders ons nog eens verbazen in goede zin.
Stefaan Hublou Solfrian, Leuven
|
| |
Bezield realisme
De laatste tijd is er heel wat te doen over studies die de toekomst van ons sociaal stelsel proberen in te schatten. De grote vragen in dit verband zijn gekend. Zijn we binnen twintig jaar nog in staat de pensioenen te betalen? Blijft gezondheidszorg voor iedereen toegankelijk en betaalbaar? En hoe zit het met de overheidsbegroting, nu we met de financieel-economische crisis terug op een overheidsschuld zitten die even groot is als ons bruto binnenlands product?
Deskundigen hanteren in dit kader de term 'onaangename waarheid'. Net zoals Al Gore dat probeerde op ecologisch vlak, pogen ze ook die dingen in beeld te brengen die we misschien liever niet willen weten. Ze wijzen erop dat een aantal 'vanzelfsprekendheden' niet zomaar zullen blijven.
In het debat worden oplossingen geformuleerd die tot meer of minder rechtvaardigheid zullen leiden, en zo ofwel een meerderheid of enkel een minderheid ten goede zullen komen. Een belangrijk maatschappelijk debat dus.
Wat echter opvalt in die belangrijke debatten, is de zowat volledige afwezigheid van de ecologische dimensie.
In het kader van de nieuwe Europese strategie voor de volgende jaren pleit de nieuwe Europese president onomwonden voor een beleid dat zo snel mogelijk een sterke klassieke economische groei op gang kan trekken. Dat zou de enige manier zijn om ons sociaal model overeind te houden. En wanneer men prognoses maakt over de evolutie van de Belgische budgettaire toestand, en hoe dat zich verhoudt tegenover bv. de te verwachte ontwikkelingen op het vlak van pensioenen, dan lijkt het alsof de ecologische toestand een soort 'constante' is die je eigenlijk niet in je plaatje moet inrekenen.
Alsof je aan het klimaat en aan de slinkende grondstoffen even kunt vragen om twintig jaar te doen alsof ze er niet zijn. Dat dit gebeurt, is op zich begrijpelijk. De sociale consensus in onze welvaartsmaatschappijen is gebouwd op het idee van de mogelijkheid van voortdurende economische groei. In een economie die steeds productiever wordt - door harder werken en inzet van machines - kun je enkel door groei het arbeidsvolume op hetzelfde peil houden.
Het sociale conflict tussen arme en rijke groepen wordt succesvol geneutraliseerd door het idee dat we de koek almaar groter kunnen maken, waardoor we de armen rijker zouden kunnen maken zonder de rijken armer te moeten maken. Het klinkt allemaal aantrekkelijk en logisch, maar het is een redenering die enkel opgaat in het luchtledige, in een virtuele wereld als het ware.
Maar mochten er mensen zijn die het nog niet weten, we leven in een echte wereld. En die echte wereld is eindig. Een waarheid waarvan de 'normale' overtuiging steeds wegloopt. We hollen vooruit, steeds maar vooruit, omdat we niets anders geleerd hebben. We jagen onszelf op, om steeds maar te blijven lopen. En al voelen we dat ons lichaam begint tegen te stribbelen, toch lopen we steeds verder door. Onze ratrace kent geen finish. We zijn bang dat we, als we even zouden stilhouden, van uitputting in elkaar zullen zakken. En die angst zet ons aan om dus met nog meer blinde wilskracht verder te lopen. Meer zelfs, we proberen nog harder te lopen.
De ecologische werkelijkheid bestaat en, die bevat eveneens een onaangename waarheid. Er is de klimaatverandering die oncontroleerbaar dreigt te worden als we niet snel drastisch onze economische structuur veranderen. Er is het probleem van kostbare grondstoffen die tegen een angstaanjagend tempo opgebruikt worden, lang voor ze vervangen kunnen worden door duurzame alternatieven. Er is de schrikbarende achteruitgang van de biodiversiteit wereldwijd. Net in die diversiteit zit de veerkracht van ons mondiaal ecosysteem, en dus ook de veiligheid voor de menselijke soort. Als we die verder ondergraven, ondergraven we ook onszelf.
Die ecologische werkelijkheid is bovenal altijd al een sociale werkelijkheid geweest. Als norm voor de invulling van het goede leven een levensstijl nastreven die veel te zwaar weegt op de planeet betekent dat je vanaf het begin al de structurele onrechtvaardigheid inbouwt. Het betekent dat je impliciet aanvaardt dat een bepaalde vorm van welvaart enkel voor een kleine minderheid is weggelegd, en dat ook nog eens in een zeer beperkte periode van de menselijke geschiedenis. Doen alsof je die werkelijkheid uit beeld kunt laten door blind vooruit te blijven lopen is gevaarlijk en onverantwoord. Het is misschien verleidelijk om jezelf wijs te maken dat het domein van 'de' economie', hier is, en dat 'het milieu' ergens daarbuiten is, als een hoogstens wat vervelende toeschouwer.
De economie bestaat echter niet, tenzij in een concrete biofysische wereld, waarin de opnamecapaciteit van de atmosfeer beperkt is, waar vissen gewoon verdwijnen als ze overbevist worden, waar drinkbaar water niet eindeloos voorhanden is maar integendeel erg schaars als je doet alsof het onuitputtelijk is.
Het ecologisch realisme dat we nodig hebben, is op korte termijn even vervelend als het sociaal realisme dat nu opduikt in tal van studies. Een onaangename waarheid is onaangenaam misschien, maar het is ook een waarheid. En leven in waarheid is te verkiezen boven blind je ongeluk tegemoet lopen.
Het is bovendien een kwestie van ethiek. Er is immers geen zinnige reden te bedenken waarom niet iedereen op deze planeet, nu en in de toekomst, evenveel recht zou hebben op een waardig leven. Het betekent wel dat we op een meer fundamentele manier zullen moeten nadenken over de ecologische basis waarop we een maatschappelijke sociale consensus willen bouwen. De oproepen om te komen tot een nieuw sociaal contract dat alle groepen betrekt in een project voor de toekomst mag niet steunen op een virtuele wereld van onze wensdromen, maar moet tot en met 'geaard' zijn in de werkelijke, ecologisch begrensde wereld. Doen alsof je die werkelijkheid kunt wegredeneren is in wezen niets anders dan tot en met asociaal. Onmiddellijk de moeilijke ecologische uitdagingen voluit in je project inrekenen is de meest rechtvaardige optie die je kunt kiezen.
We zullen dus moeten nadenken over onze dominante leefstijlen. We zullen moeten nadenken over wat essentieel is (vrijheid, rechtvaardigheid, verbondenheid, zinvolheid, geborgenheid, ...) en wat niet-essentieel of zelfs contraproductief is (verspilling, consumentisme, egoïsme, gulzigheid, ...). Het realisme dat we nodig hebben, moet dus ook bezield zijn. Het moet in staat zijn mensen ervan te overtuigen dat we nog een wereld te winnen hebben, in plaats van cynisch of angstig te moeten ondergaan dat we alles zullen verliezen wat ons dierbaar is.
Dirk Holemans is hoofdredacteur van Oikos. Denktank voor sociaalecologische verandering
|
| |
Brusselse chaos bij inschrijven in de school : maatregelen hoogdringend!
Geen zinnig mens kan iets hebben tegen de nobele doelstellingen van het Gelijke Kansendecreet. Ook aanmeldingen via een website zijn voor ouders véél geschikter dan kampeertoestanden voor de schoolpoort. Bovendien heeft in Brussel een geëngageerde ploeg zijn uiterste best gedaan om de inschrijvingen vlot te laten verlopen via de aanmeldingsprocedure. En toch worden wij als ouderkoepel geconfronteerd met wanhopige en gefrustreerde ouders wiens kinderen niet terecht kunnen in hun school naar keuze, een school in de buurt of in een school tout court.
Wat is er aan de hand in Brussel?
Bij de inschrijving in een school zijn er 2 belangrijke actoren: de ouders en de schooldirectie. Door het huidige gecentraliseerde inschrijvingsbeleid worden die 2 actoren volledig buiten spel gezet en is de vrije schoolkeuze een lachertje geworden in Brussel. Zelfs lovenswaardige initiatieven zoals Nederlandstalige ouders die afspreken om gezamenlijk hun kinderen in een concentratieschooltje in te schrijven om er een betere sociale mix te creëren, worden hierdoor gedwarsboomd.
Fundamenteel klopt er iets niet in héél dit Brusselse inschrijvingsverhaal. In de media hoor je de Brusselse minister zeggen dat het alles te maken heeft met "te weinig capaciteit" of "nood aan bijkomende scholen". Dit speelt ook mee, maar vooral op lange termijn, binnen enkele jaren zal er effectief een plaatstekort zijn, maar vandaag is er ook nood aan andere oplossingen. Laten we trouwens niet vergeten dat er voor deze bijkomende scholen ook leerkrachten nodig zijn...
De oplossingen op korte termijn liggen elders:
Eerst en vooral moet er een absolute voorrang geboden worden aan kinderen uit gezinnen met thuistaal Nederlands. De Vlaamse Gemeenschap moet de zekerheid bieden dat kinderen met thuistaal Nederlands ten allen tijde in Nederlandstalige scholen in Brussel terecht kunnen. Dit is niet meer dan de logica zelve in een stad waar 2 gemeenschappen elk het onderwijs organiseren voor hun eigen gemeenschap.
Zelfs bij zo'n absolute voorrang zijn er nog heel wat plaatsen in het Nederlandstalig onderwijs voor anderstaligen. Dit heeft trouwens nog een positief gevolg: er zal een betere sociale mix worden gecreëerd in de scholen, en op die manier zal de einddoelstelling van het GOK-decreet beter worden bereikt dan momenteel het geval is.
De Vlaamse Gemeenschap weet trouwens dat het GOK-decreet moet aangepast worden voor Brussel, want in het regeerakkoord staat het zinnetje "het Brussels luik van het GOK-decreet wordt geëvalueerd en zo nodig herzien, zodat kwalitatief onderwijs verzekerd kan worden aan de Brusselse Vlamingen. Waar wacht men eigenlijk op?
De tweede oplossing heeft te maken met bijkomende maatregelen om de kwaliteit in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel te blijven waarborgen. Een positief engagement ten opzichte van het Nederlands moet afgedwongen worden, daar mag geen enkele onduidelijkheid over bestaan. Niet alleen in het klaslokaal, ook op de speelplaats, ook aan de schoolpoort, ook in de naschoolse activiteiten. En de ouders moeten het goede voorbeeld geven, dat is de consequentie van hun keuze voor het Nederlandstalig onderwijs. Als ouderkoepel willen wij daar actief aan meewerken.
De VCOV zal de komende dagen en weken initiatieven nemen om deze oplossingen aan te kaarten bij zowel de Brusselse als de Vlaamse beleidsverantwoordelijken.
Linde Brewaeys
Communicatieverantwoordelijke VCOV
|
| |
Starbucks: straffe koffie op de VRT
Ik heb een tijdje geleden al gesolliciteerd om vriendje te worden van de VRT. De waarnemende CEO meende namelijk te weten dat er in het Vlaams parlement geen supporters meer zijn van de openbare omroep. Hola, dat is dus pertinent niet het geval. Het Vlaams parlement controleert de regering, maar is ook de vertegenwoordiger van de aandeelhouders, de Vlamingen. Een aandeelhouder is supporter, maar een kritische toch?
Deze week probeerden de collega's Bart Tommelein (Open VLD) en Jurgen verstrepen (LDD) een paar fusées af te schieten op ons aller openbare omroep. Beide hebben problemen met het feit dat steden in het kader van hun citymarketing fictieseries zoals Flikken cofinancieren. Dat gebeurt zowel voor de commerciële zenders als door de VRT. Een liberaal die dat wil verbieden. Hmm. De motieven zijn natuurlijk bekend: de VRT verzwakken ten bate van de commerciële tv.
Collega's, wees duidelijk als je zoiets zegt. Eigenlijk zou een goede liberaal moeten zeggen dat de lokale besturen terecht op hun autonomie staan, ook inzake communicatie en citymarketing. en dat televisiestations op zoek gaan naar alternatieve inkomstenbronnen toch logisch is. Mogen de openbare zenders dat dan niet?
En toch is de VRT verre van heilig. Onze omroep is specialist in het afrijden van de kantjes. Net niet, of net wel de regels overtreden. Goede vriend en moeten eerlijk durven zijn jegens elkaar en dus kritisch.
Het moet mij van het hart, maar die speciale uitzending van de grote Peter Van de Veire ochtendshow live in Starbucks in het Centraal Station van Antwerpen, dat is er ver over, heel ver zelfs. Dit MNM-programma werd voor de gelegenheid zelfs omgedoopt tot De grote Koffie Van de Veire ochtendshow. Een dikke (en goed betaalde?) cadeau aan deze very American koffieboer. Die opende een eerste vestiging na die op Zaventem. Het mocht duidelijk niemand ontgaan. De uitgebreide reclame dankzij de VRT viel zelfs de Standaard op. Die krant dan nog, tot voor kort via Corelio aandeelhouder van de VAR.
Maar de liefde is blijkbaar over. En alsof dat niet genoeg was, er was nog een reportage in Vandaag over de opening van diezelfde Starbuckskoffiewinkel. Ook die ging bijzonder ver.
Dat VTM of Q-Music dat zouden doen of VT4, tegen een propere vergoeding, logisch zou ik zeggen. Maar de openbare omroep? Wie heeft hier wat betaald? Of is dat gratis reclame voor Starbucks met belastingsgeld? Of zijn er andere afspraken over returns gemaakt? En de bleke uitleg die de woordvoerder van de VRT gaf, is een staaltje tsjevenpraat waar een mediaminister van dezelfde politieke familie niet kan aan tippen: "De live-uitzending van MNM is een coproductie zoals we er vele doen bij de verschillende radionetten", aldus Brigitte Vermeersch. 'Zo zijn er ook al radio-uitzendingen gemaakt op het Vakantiesalon of in de Standaard Boekhandel."
Die vergelijking gaat maar half op. En zelfs de andere voorbeelden vind ik niet aanvaardbaar. Starbucks heeft een deel van de productiekosten betaald, maar het bedrag wil de VRT niet kwijt, aldus de woordvoerder. Het is reclame, punt. En dat mag tot nader order niet. Het is helemaal niet de taak van de VRT om dat soort werk te doen. Een rode kaart dus.
En dan Radio 1
Ik krijg geregeld mails over de muziekkeuze op mijn voormalige favoriete zender. Wat velen sedert enkele maanden vreselijk stoort, is de bijzonder eenzijdige muziekkeuze op deze zender. Men draait de hele dag zeer recente nummers van een beperkt aantal artiesten als Jason Mraz, Jamie Cullum, Lily Allen, Norah Jones, ... . De muziekselectie is veel smaller dan enkele jaren geleden - verjonging heet zoiets - en wordt en petit comité gemaakt door zogenaamde specialisten. Ook ik heb de indruk dat hier soms andere dan publieke belangen spelen. Meer zelfs, dat men bepaalde artiesten wil hypen. Ik hoop dat hier geen rechtstreekse commerciële belangen spelen van platenfirma's.
Iemand schreef me vandaag: "Vandaag luister ik sinds 8u en intussen hoorde ik al twee nummers van Joss Stone, de "souldiva" én hou u vast: één reclamespot voor haar en één uitreiking van gratis tickets voor een concert, terwijl ze niet eens de artieste van de week of zo is. Dat is deze week Admiral Freebee.
De voorbije week hoorde ik al elke dag minstens één nummer van Stone, meestal hetzelfde trouwens. Ze is zeker niet de enige artieste van wie men dagelijks een nummer draait, maar men tast blijkbaar de grenzen af." Spelen hier toch duidelijke commerciële belangen? Ik mag er niet aan denken. Dat probleem ga ik toch eens aankaarten in het Vlaams Parlement.
Bart Caron
Vlaams Volksvertegenwoordiger
|
| |
Een nieuwe merknaam als remedie tegen de negatieve perceptie?
Perceptie maakt geregeld slachtoffers binnen het politieke bedrijf. Peilingen spelen daarbij een overheersende rol.
Eind januari kwam het onheil van een tussentijdse peiling van Le Soir. Die plaatste LDD bijzonder onfortuinlijk 0.1% boven de kiesdrempel. En hoewel dat resultaat statistisch weinig meer om het lijf had dan een weerbericht dat een gemiddelde temperatuur aankondigt tussen min en plus 10 graden, bleek dat naakte percentage een psychologische en journalistieke brandversneller voor de gestage aftakeling van lijst Dedecker.
Striemende commentaren schreven de partij kort na de publicatie van de resultaten genadeloos naar de politieke schroothoop. 'Het is dus definitief gedaan met Lijst Dedecker', voorspelde Walter Pauli in De Morgen. In zijn kielzog verklaarde Bart Sturtewagen in De Standaard, Lijst Dedecker vroegtijdig dood.
De grootste sloopwerkers blijven echter binnen de eigen partij aan het werk en stapelen daarbij de ene tactische blunder na de andere op. In zelf uitgelokte communicatiecrisissituaties toont LDD zich vaak van zijn meest stuntelige zijde en bewijst zij nog maar eens hoezeer de partij wordt beheerst door individuele agenda's in plaats van gedragen door een inhoudelijk partij-politiek project.
Reddingssloep
De manier waarop een bruingetaande Jean-Marie Dedecker afgelopen zondag in De Zevende Dag bij VRT-journalist Lieven Verstraete tekst en uitleg kwam geven bij de onhandige (of waren het opportunistische) uitspraken van Vlaams parlementslid Boudewijn Boeckaert vormde daarvan nog maar eens een pijnlijke illustratie.
Het blijft verbazen hoe onhandig de grote roerganger van Lijst Dedecker dergelijke communicatiecrissisen en profileringsopstoten in de publieke arena blijft pareren met een repetitieve mengelmoes van zelfbeklag, ophemeling van de partij en probleemontkenning, kwestie van de gedemoraliseerde troepen vanop het schip van het zinkende LDD-schip moed in te spreken.
Bouckaert hoopt in 2011 maar wat graag de overstap van het Vlaamse naar het Federale parlement te maken. En net als de andere LDD-mandatarissen ondermijnen de knullige peilingen in eerste instantie de toekomst van de indivuele verkozen.
Dat er daarbij temidden van de paniekopstoten naar reddingssloepen wordt uitgekeken is onvermijdelijk en vormt het levendige bewijs dat de stuurlui binnen LDD zelf nog maar over bitter weinig vertrouwen in de gunstige afloop van het LDD-verhaal.
Zuivering
In principe had Jean-Marie Dedecker de uitspraken van Boudewijn Boeckaert echter makkelijk kunnen pareren, kwestie van de verbale conflicthaard in het voordeel van de geloofwaardigheid van de partij om te buigen: zoveel ophefmakende conflictstof viel er uiteindelijk niet te rapen. Dat de drive uit de partij is, is behalve een understatement, een louter nuchtere vaststelling die elke waarnemer sedert de Vlaamse verkiezingen ervaart.
Door de mediatieke uitvergroting van de uitspraken van Bouckaert in Knack, werd de wonde van de aangeslagen partij echter nog maar eens pijnlijk opengereten. Andere optie was geweest om Stef Goris, de bewaker van de politieke hygiëne en krampachtige partijdiscipline binnen lijst Dedecker, in te schakelen: LDD heeft immers al voor minder ophefmakende uitspraken personeelszuiveringen uitgevoerd.
Doodstrijd
Het is binnen die context van tanend zelfvertrouwen en zieltogende geloofwaarheid dan ook onbegrijpelijk dat de partij zich ondertussen blijft verliezen in een volstrekt onzinnige en dus overbodige zoektocht naar een nieuwe partijnaam. In De Zevende Dag vermeldde Dedecker dat momenteel maar liefst drie studiebureaus zich over het probleem van de toekomstige merknaam van LDD bogen: één voor elke letter.
De queeste naar een nieuwe naam voor LDD klinkt binnen de huidige context als een rampenfilm waarin de eigenaar van een gebouw zich vermoeit in offerteaanvragen voor een nieuwe brievenbus, terwijl het pand in lichterlaaie staat. Deze zoveelste opgeklopte mediarel in een lange reeks toont aan hoezeer Jean-Marie Dedecker en alleen Jean-Marie Dedecker de potentiële aantrekkingskracht en bestaansreden van de partij bepaalt.
De verbreding van de partij bezegelen met een nieuwe merknaam kan daarbij alleen maar de consecratie zijn van de interne centrifugale krachten die de electorale toekomst van LDD ondermijnen.
LDD dreigt ondertussen in de politieke marketinghandboeken terecht te komen als een partij die haar doodstrijd tegen de negatieve perceptie roemrijk omzet in het bewerkstelligen van haar eigen ondergang.
Frank Thevissen
Voormalig hoofddocent strategische communicatie en politieke markting (VUB), communicatiespecialist en auteur.
|
| |
Waarom een hergroepering van de liberale krachten nog niet voor morgen is
Zoals elk lid van LDD was ik een beetje geschokt door de uitspraken van Boudewijn Bouckaert. Een terugkeer naar de VLD, ik heb nooit gedacht dat dat er nog ging inzitten. Ook al ben ikzelf zonder slaande deuren vertrokken richting het (klassiek-)liberale project van Jean-Marie Dedecker, waarvan Boudewijn Bouckaert de intellectuele motor is.
Voor we denken aan een terugkeer naar de VLD, zijn er enkele vragen die we ons moeten stellen. De eerste, waarom zijn we vertrokken bij de OpenVLD?
We zijn vertrokken omdat we niet langer welkom waren, zogenaamd omdat we ruziemakers waren. Terwijl Jean-Marie tezamen met anderen de VLD gewoon wees op de massale tekortkomingen in het regeringswerk. Het toenmalige leiderschap maakte het bij monde van Dirk Verhofstadt duidelijk: een libertariër is geen liberaal en heeft ook geen plaats in de VLD. Er was enkel nog plaats voor progressief-liberalen.
Vele mensen volgden het spoor van Jean-Marie Dedecker, ook veel mensen die nog nooit in een politieke partij gezeten hadden. En het werkte, Jean-Marie is er op zijn eentje in geslaagd om een partij te stichten die nu 14 parlementsleden heeft, een unicum in de Belgische geschiedenis.
De tweede, is er veel veranderd binnen de OpenVLD?
Hier moeten we helaas negatief op antwoorden. De (Open)VLD heeft als beleidspartij volledig gefaald, er is weinig of niks binnengehaald van de punten die de VLD wou verwezenlijken in 1999. De financiën van de overheid zijn in een slechtere toestand dan ooit te voren, de overheid is niet afgeslankt, de sociale zekerheid is niet hervormd, de pensioenen worden in de (nabije) toekomst onbetaalbaar, er zijn nog altijd te veel uitkeringstrekkers, twee regularisatierondes en de belastingen zijn zowel voor werkgevers als voor werknemers nog steeds torenhoog. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij het leiderschap van OpenVLD.
De ethische agenda waar altijd zo mee uitgepakt wordt verbleekt hierbij als een Pyrrusoverwinning.
De partij zelf is progressief geworden, nu als er één ding is dat liberalen niet zijn is het wel progressief. Wat 100 jaar geleden gebeurt is in de Verenigde Staten van Amerika gebeurt nu in Vlaanderen. De progressieven drijven de liberalen uit hun partij en zorgen ervoor dat het liberalisme opschuift naar een soort van sociaal-democratie en dat klassiek-liberalen zich libertariër moeten noemen.
Progressieven denken nu eenmaal dat een overheid vrijheid kan geven aan mensen en geloven dat hierdoor een sterke overheid nodig is om dat allemaal te sturen. Ze gaan echter voorbij aan het feit dat een overheid niks kan geven wat het ergens anders niet wegneemt. Ze gaan mee in de denkwijze van de socialisten die ervan overtuigd zijn dat de vrijheid van de burger iets is wat hem door de overheid gegeven wordt. Terwijl het net omgekeerd is, in een liberale samenleving is het de bevolking die aan de overheid zegt wat het mag en kan doen. De progressieven zouden beter het volgende in hun oren knopen, een empathische overheid levert enkel meer apathie op bij de bevolking, terwijl een apathische overheid er net voor zorgt dat de burgers empathisch zijn ten opzichte van anderen.
De progressieven hebben er ook voor gezorgd dat de OpenVLD een partij geworden is die gelooft in een federale Europese Unie en in de transfer van bevoegdheden naar andere supranationale instellingen. Dit is zonder meer onaanvaardbaar voor een liberaal, die net meer ziet in een ver doorgedreven subsidiariteit, waar het net de bevolking zelf moet zijn die de verantwoordelijkheid neemt over zichzelf en de gemeenschap. Hoe verder je bestuurt van de bevolking, hoe minder controle de bevolking heeft over wat er boven zijn hoofd beslist wordt.
De keuze voor meer Vlaanderen sluit hier ook bij aan, meer Vlaanderen zorgt ervoor dat de bevolking meer greep krijgt op het bestuur. België is zelf een supranationale instelling waar tegengestelde krachten constant op elkaar inwerken en die daardoor afstevent op het faillissement. De OpenVLD is vandaag een Belgicistische partij.
Het huidige leiderschap van Alexander De Croo is een verbetering tegenover het vorige, maar beschikt niet over de echte macht binnen de partij, de echte macht ligt nog steeds bij de machtige informele partijnetwerken rond de vorige machthebbers.
Daarnaast is de erfelijke democratie binnen de OpenVLD, die de macht van het vorige leiderschap versterkt, een doorn in het oog. We zullen trouwens nog moeten zien of Alexander De Croo de Kamerlijst mag trekken in zijn eigen provincie, de discussie over het leiderschap zou wel eens sneller kunnen opborrelen dan gedacht.
De derde vraag alsook de meest fundamentele, is er een mogelijkheid om de liberalen in Vlaanderen te herenigen?
Misschien, als ik met mensen/vrienden van de OpenVLD praat, verbazen wij ons meestal over het feit dat we het nog bijna over alles eens zijn. De inhoudelijke en ideologische verschillen zijn klein en de analyse over de Belgische ziekte grotendeels dezelfde. Maar de vraag moet dan niet zijn moeten wij terug naar de OpenVLD, maar moet er ter rechterzijde geen nieuwe beweging ontstaan die er alles aan doet om de liberale krachten te herenigen. Maar laat ons wel duidelijk zijn, in die nieuwe beweging is geen plaats voor de zogenaamde progressief- of bevrijdings-liberalen, die kunnen maar beter opgaan in de SPA.
Het liberale huis is een huis met vele kamers en vandaag staat er in het huis een dikke muur, het zou goed zijn mocht die muur weer afgebroken worden.
David Neyskens
Internationaal Politiek Secretaris JGV nationaal
Woonachtig te Mariakerke
david.neyskens@jgv.be
|
| |
"Mijnheer Lauwaert, u heeft me daar toch wel weer een recensie bij elkaar gekrast."
Mijnheer Lauwaert,
U heeft me daar toch wel weer een recensie bij elkaar gekrast. Even alles op een hoop gooien en dan de blender erdoorheen. Van regie, tot kostuum over decor en terug... slopen die handel.Lang kan u daar niet aan gewerkt hebben, zo denk ik bij mezelf. Maar soit, als u het écht zo'n onding vond, dan begrijp ik best dat u er niet veel meer tijd instopt. Ik had eerlijk gezegd niet anders verwacht. Zeker toen ik vernam dat u bij het afhalen van uw tickets u al luidop afvroeg 'of de makers er deze keer wel iets van begrepen zouden hebben.' En dan die vergelijking met dat Congolese dorp. Waar blijft u het vandaan halen? Maar vooral... wat wil het zeggen?
Allemaal geen probleem. Ik kan er best mee leven dat u de voorstelling niet goed vond. Al heb ik uiteraard liever dat mensen wél een boeiende theateravond meemaken. Wat mij vooral verbaast - vaker en vaker - is hoe u naar een voorstelling kijkt. Ook nu weer. En eigenlijk -geloof me- is dat de reden waarom ik u schrijf.
Ik verneem uit uw recensie dat u de ontstaansgeschiedenis van het stuk goed ken, en dat u dat graag met ons wilt delen. Het zou mij zelfs niet verwonderen dat u het tweede deel van uw recensie op voorhand hebt geschreven maar dat doet er au fond niet toe. Claus zou Thuis geschreven hebben met S. Kristel in het achterhoofd. Mag ik u toegeven dat mij dat maar matig interesseert... Voor mijn part zat u zélf op schoot bij de auteur en heeft hij u persoonlijk ingefluisterd hoe hij het stuk gespeeld wil zien. Dan nog zou mijn interesse beperkt zijn. Weet u waarom? Omdat Claus dat stuk zo goed geschreven heeft dat S.Kristel er geen flikker meer toe doet, dat zelfs het milieu waarin hij het schrijft of waarover het stuk zou handelen er niet meer toe doet. Thuis is namelijk een steengoed kunstwerk dat alle accidentele aanzetten -echte of vermeende- ver overstijgt. U hoort het al: ik hang de close reading aan. Ook ik ben een product van mijn vorming en laat ik nu zo gevormd zijn.
U heeft natuurlijk een hoop bagage, tal van kilometers op de teller, een lange achtergrond. Alleen lijken ze mij u vaak in de weg te zitten. U doet mij een beetje denken aan die acteur die de tweede keer aan dezelfde tekst werkend, oppert:"zo deden we dat de vorige keer niet." Het verraadt twee dingen: ten eerste, dat u uzelf graag beroept op uw kennis -daar waagt een criticus zich nooit mee op glad ijs, maar brengt hij ook weinig zoden mee aan de dijk. Ten tweede dat u een nostalgicus bent, maar dan één van het negatieve soort, één die krampachtig vasthoudt aan wat was... en die vindt dat het dus altijd terug zo moet zijn! Zo nostalgisch bent u dat ik zelfs onlangs las in één van uw teksten dat het schitterende Oud België een pleidooi zou zijn voor de terugkeer van het boulevardtheater... come again? Hier verwart u de arena van een serie met een vermeende bedoeling. Maar u ziet natuurlijk wat u wil zien, of niet wil zien.
Nu heb ik zelf nogal wat van de nostalgicus in mij -ik herken uw frustratie- , maar ik weet dat de dingen bewegen en baat hebben bij die beweging. Dus blijf ik me afvragen waarom wij zo anders tegen theater aankijken. Het loont misschien wel de moeite het er eens uitgebreid over te hebben. Het lijkt wel of u zich bij een enscenering van een stuk afvraagt of die enscenering de tekst wel degelijk dient, en juist interpreteert. Als die éénduidige interpretatie al zou bestaan: wat zou die dan zijn, en is het dan nog interessant het stuk opnieuw op te voeren?
Overigens, is het niet de dingen op hun kop zetten? U verwart de ontstaansgeschiedennis van een stuk met de interpretatie ervan. Dat is zeer eerstegraads. U weet toch best dat een tekst, een stuk, een gedicht veel meer is dan de bedoeling van een auteur. Meer nog: nu en dan moet je een auteur zelfs tegen zijn eigen bedoelingen beschermen. U hanteert op die manier wel een heel gevaarlijk en oubollig interpretatiemodel... De ontstaangeschiedennis van Thuis is geschiedenis. Weg. Eens en voor altijd. Maar de tekst is er, en moet door nieuwe jonge handen gaan. Wat er met die tekst gebeurt op een scène: daar moet een recensent het over hebben. Keihard en recht op zijn doel af
Zou het niet veel interessanter zijn u af te vragen of de voorstelling an sich u iets te vertellen heeft? Zou het niet spannender zijn even Claus en Mevrouw Kristel te vergeten voor wat er op de scène gecreeërd wordt? Mag men dingen niet uit de context rukken, van milieu veranderen... als dat interessante, nieuwe inzichten oplevert? Moet theater niet telkens weer ingrijpen om de tekst even veel keer tot leven te wekken? Of, om het simpel te zeggen, mijnheer Lauwaert: mag theater geen kunst meer zijn? Als u vindt dat die nieuwe realisatie geen hout snijdt en zegt waarom, dan kunnen we over zinnige dingen discuteren.... maar daar rept u niet over. U zegt enkel dat de makers Claus niet begrepen hebben, en vond zo meteen het antwoord op de vraag waarmee u de zaal bent binnengestapt. Dat is wel héél handig.
Breek een voorstelling af. Laat geen spaander heel van wat u op de scène ziet. Noem - al mist het stijl - een acteur een klungelaar, de regisseur een dommerik en zeg dat het decor van brico komt. Scheld en tier zoveel u wilt.
Maar kan u het volgende keer, in plaats van over de whereabouts van Hugo Claus, alsjeblieft over theater hebben?
Michael De Cock
Artistiek leider 't ARSENAAL
Ps En bij gelegenheid moet u me maar eens vertellen hoe het er aan toe ging in dat Congolese dorp op de wereldtentoonstelling. Voor mijn tijd, ziet u.
|
| |
De Oosterweelverbinding: de Raad van State blijft aan zet
Even recapituleren. Enkele maanden geleden liet de Vlaams Minister President verstaan dat het onaanvaardbaar was dat de Raad van State grote bouwprojecten kon lamleggen.
De Eerste voorzitter van de Raad van State weerlegde dit verwijt prompt en terecht. In België zijn de machten immers gescheiden. Dit betekent ten eerste dat de rechterlijke, wetgevende en uitvoerende macht niet bij één persoon of instelling geconcentreerd kunnen zijn (zoals dit wel het geval was in het Ancien Régime).
Dit betekent ten tweede dat de machten elkaar kunnen en moeten controleren (zoals dit in de Fortiszaak correct gebeurde door het Openbaar Ministerie onder het gezag van de Minister van Justitie).
De Raad van State bekleedt in dit systeem van cheques and balances een essentiële positie: de Raad controleert immers of de rechtshandelingen van de uitvoerende macht wel wettig zijn en vernietigt ze als het tegendeel blijkt.
De vaststelling van een Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan is zo'n rechtshandeling van de uitvoerende macht. Op 16 juni 2006 keurde de Vlaamse regering het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan "Oosterweelverbinding" goed.
Dit plan is een noodzakelijke voorwaarde, een conditio sine qua non voor de realisatie van de Oosterweelverbinding in de vorm die de Vlaamse Regering en de BAM vandaag voorstaan.
Een restaurant stelde tegen het uitvoeringsplan een vernietigingsberoep in bij de Raad van State. In haar verslag van 25 juni 2009 adviseerde de auditeur van de Raad van State om het uitvoeringsplan te vernietigen. Na een omstandige analyse van 9 bladzijden oordeelde de auditeur dat "er van een onafhankelijk en in het raam van het algemeen belang bewaken van het MER-onderzoek, geen sprake kan zijn", gegeven de relatie van de MER-coördinator met het studiebureau dat betrokken was bij de voorbereiding van het project.
Nu geeft de auditeur aan de Raad slechts een niet-bindend advies. De Raad van State hoeft het advies van de auditeur niet te volgen, (precies zoals de Vlaamse regering het advies van de Stad Antwerpen inzake de bouwvergunning voor de Oosterweelverbinding niet hoeft te volgen.)
Dat de Raad van State het advies van de auditeur volgt, is echter de regel. Dat dit niet gebeurt de uitzondering. (Op basis van de zaken die de media halen is men echter geneigd het tegendeel te geloven nu ook in het hoofddoekendebat de auditeur, die adviseerde om het verbod te schorsen, door de Raad niet werd gevolgd.)
Ook in het Oosterweeldossier oordeelde de Raad van State het tegenovergestelde van de auditeur. In één paragraaf overwoog de Raad dat het argument inzake belangenvermenging in hoofde van de MilieuEffectenRapport-coördinator niet kon worden gevolgd en dat bijgevolg het ruimtelijk uitvoeringsplan niet moest worden vernietigd.
Deze beslissing lijkt in het voordeel te zijn van de voorstanders van de Lange Wapper. Dit is mogelijk niet helemaal het geval. Alvorens de Lange Wapper kan worden gebouwd, moet immers nog een stedenbouwkundige vergunning worden afgeleverd.
Ook deze stedenbouwkundige vergunning kan voor de Raad van State worden bestreden. De Raad van State heeft immers met het huidige arrest een Deurganckdok-scenario afgewend.
In het Deurganckdokdossier had de Raad van State de wijziging van het gewestplan twee maal gedwarsboomd. Deze gewestplanwijziging was een conditio sine qua non voor de bouw van het Deurganckdok.
Dat de Vlaamse overheid met deze arresten van de Raad van State niet kon lachen is zacht uitgedrukt. Als straf werd de Raad van State toen buiten spel gezet.
De vergunning voor het Deurganckdok werd in naam van het "groot algemeen belang" en in afwijking van het geldend gewestplan immers afgeleverd door middel van een decreet.
En de Raad van State is niet bevoegd om te oordelen over decreten, dat kan alleen het Grondwettelijk Hof. Met deze ingreep zette de Vlaamse overheid zich boven haar eigen regelgeving inzake de ruimtelijke ordening én boven de Raad van State.
Het was niet onwaarschijnlijk dat indien de Raad van State het Oosterweelplan zou vernietigd hebben, de Vlaamse overheid naar een Deurganckdokscenario zou grijpen. Een dergelijk scenario is voorlopig van de baan.
Dit betekent dat de Raad van State aan zet blijft in mogelijke procedures tegen de bouwvergunning van de Lange Wapper. En het huidige arrest van de Raad van State laat voor creatieve geesten voldoende ruimte om in een eventuele procedure tegen de bouwvergunning bepaalde argumenten te herformuleren en nader te onderbouwen.
Stijn Verbist
Drs. instituut voor Administratief Recht en advocaat van bedrijven, belangengroepen en natuurlijke personen die een alternatief voor de Lange Wapper voorstaan
|
| |
De Grieken moeten hun crisis zelf betalen
De Griekse budgettaire toestand is er slecht aan toe: 2009 werd afgesloten met een begrotingstekort van 12,7% van het BBP, wat de totale Griekse overheidsschuld op 112% bracht. Voor 2010 probeert de Griekse regering het tekort te verlagen tot 8,7%. Het vertrouwen van de markt dat de Griekse overheid haar schuld nog zal terugbetalen is dramatisch gezakt. Geld lenen aan de Griekse staat is risicovoller geworden, en dus vraagt de markt een grotere risicopremie. Inderdaad, waarom geld lenen aan Griekenland, wanneer je ook aan Duitsland geld kan lenen? Daar moet dus iets tegenover staan. De Duitse staat betaalt ongeveer 3% op zijn schuld, de Grieken moeten 7% betalen, 4% meer dan de Duitsers, met als gevolg een groot gevaar dat er een Griekse rentesneeuwbal gevormd wordt. Hierdoor zou Griekenland in een negatieve spiraal terecht kunnen komen, met de instorting van de economie tot gevolg. Geen toeval dat de markt de Griekse kredietwaardigheid wantrouwt.
De Griekse Eerste Minister George Papandreou is zich bewust van de ernstige situatie van zijn land. Toch wees hij ook speculanten met de vinger: zij zouden profiteren van de onzekerheid en de angst bij beleggers om een hetze te creëren tegen Griekenland en dat het juist daardoor is dat het Griekse overheidspapier minder waard wordt. Het kan zijn dat speculanten de Griekse crisis verergeren, maar de oorzaak van de Griekse crisis moet niet bij de speculanten gezocht worden, maar bij de Griekse overheid zelf. Het is immers onmogelijk dat diezelfde speculanten een hetze zouden kunnen creëren tegen Duitsland of Nederland, landen die hun overheidsbudget steeds goed beheerd hebben.
Dat is met Griekenland niet het geval. Dit land wordt al jaren gekenmerkt door wanbeleid, waarbij de onwil of onmacht om te hervormen misschien nog het minste kwaad is. Vriendjespolitiek en corruptie zijn alomtegenwoordig en het land heeft een groot en inefficiënt overheidsapparaat. Om deze Griekse levenswijze te onderhouden moest Griekenland zijn tekorten ook buiten Griekenland financieren (in tegenstelling bijvoorbeeld tot Japan, dat kampt met een overheidsschuld van 200% van het BBP, maar wel bijna volledig intern gefinancierd). Door vrijwillig(!) beroep te doen op de buitenlandse kapitaalmarkten is Griekenland afhankelijk geworden van die buitenlandse markten, en dus ook van de wetten die gelden op die markten. Geloofwaardigheid en kredietwaardigheid zijn er van groot belang. Maar de Griekse overheid is totaal onbetrouwbaar gebleken als het om begrotingscijfers gaat: sinds hun toetrede tot de euro tien jaar geleden, heeft de Griekse overheid geen enkel jaar correcte begrotingscijfers aan de Europese Commissie overgemaakt. Dit heeft een aantal jaren kunnen doorgaan, maar in tijden van crisis wreekt zich dat. Een zwakke geloofwaardigheid in een nerveuze markt is dodelijk.
Er zijn nu twee mogelijkheden: ofwel gaat de Griekse overheid drastisch saneren en tracht ze de komende woelige maanden te doorstaan, eventueel met de hulp van de Europese Commissie die de Griekse overheidscijfers zal controleren en er haar kwaliteitslabel op plakt, zodat de markten weten waar ze aan toe zijn. Als de saneringen geloofwaardig en voldoende zijn, kan een Europese lening overwogen worden zodat een rentesneeuwbal vermeden wordt. Deze saneringsoperatie zal voor de gewone Griek zeer pijnlijk zijn: er staan hem of haar moeilijke jaren te wachten, met een collectieve verarming in het verschiet. Maar in een democratie kan de schuld niet louter bij de politici gelegd worden: in een democratie is elke kiezer mee verantwoordelijk. Trouwens, op lange termijn zal dit positief uitdraaien voor de Grieken, omdat de saneringen institutionele hervormingen impliceren met het oog op het verminderen van de corruptie en de vriendjespolitiek. Zo bijvoorbeeld heeft de Griekse minister van Financiën aangekondigd om het Griekse staatsbureau voor de statistiek tegen maart te moderniseren en los te maken van politieke controle.
Een tweede mogelijkheid is dat de saneringen onvoldoende of zelfs niet worden doorgevoerd, in de verwachting dat de andere landen van de eurozone Griekenland financieel wel ter hulp zullen schieten, een bail-out van Griekenland dus. Dit zou op korte termijn voor de gewone Griek zeer welkom zijn. Op lange termijn zou het voor de gewone man in de andere eurolanden echter faliekant kunnen aflopen. Immers, door een bail-out van Griekenland wordt het signaal gegeven dat onverantwoordelijk beleid niet afgestraft wordt. Een slechter signaal naar de slecht presterende overheden is niet denkbaar. En dat weet de Europese Commissie natuurlijk ook.
Nochtans is een bail-out niet onwaarschijnlijk, omdat de Grieken weten dat als de Griekse staat werkelijk bankroet zou gaan, dit een negatief effect zal hebben op de andere landen in de eurogroep. Immers, indien Griekenland haar schuldverplichtingen niet meer zou nakomen (omdat er geen saneringen zijn en er ook geen bail-out komt), verhoogt dit de kans dat ook andere landen zoals Portugal, Spanje, Italië en zelfs België hun verplichtingen niet langer nakomen. Daardoor zal de rente op hun overheidspapier ook de hoogte inschieten, met het gevaar op een rentesneeuwbal en een negatieve spiraal in de hele eurozone. Met deze wetenschap zou het kunnen dat de Grieken het spel hoog spelen en speculeren op een bail-out, waardoor de wil om te saneren verkleint. Met andere woorden, de Grieken kunnen het spel pervers spelen: juist omdat ze weten dat een Grieks bankroet op korte termijn ook andere landen aansteekt, zouden ze kunnen weigeren om te saneren, waardoor een bankroet onvermijdelijk wordt en dus de kans op een bail-out verhoogt.
De Europese Commissie mag dit perverse spel niet meespelen en moet zeer duidelijk en geloofwaardig stellen dat er in geen geval een bail-out komt. De Grieken moeten deze crisis zelf betalen, ook al zal dat tot een (tijdelijke) collectieve verarming van de Grieken leiden. Er moet geloofwaardig gedreigd worden met het rampscenario dat Griekenland uit de eurozone wordt gezet. Op die manier wordt voor iedereen duidelijk gemaakt dat wanbeleid en vriendjespolitiek afgestraft worden. Ironisch genoeg is het dan de markt die grenzen stelt aan de overheid: de bomen groeien niet tot in de hemel. Door de druk van de markt wordt het duidelijk dat men de overheidsinefficiëntie niet kan blijven financieren met schuldpapier zonder te hervormen, want dan loopt het vroeg of laat fout.
Als men echter de markt buitenspel zet en kiest voor een bail-out van Griekenland, wordt niet alleen aan Griekenland, maar aan alle andere eurolanden (met in het bijzonder Portugal, Spanje, Italië en ook aan België) het signaal gegeven dat er altijd wel een vangnet is, ook al is men onverantwoordelijk geweest en weigert men te saneren. Dat zal op lange termijn nog veel slechter uitdraaien, met het uiteenvallen van de eurozone, of op zijn minst een sterke inkrimping met enkel sterke landen zoals Duitsland en Frankrijk, maar waarschijnlijk zonder België. Dat de Grieken hun rotzooi zelf moeten opkuisen is geen gebrek aan solidariteit, maar rechtvaardig en efficiënt op lange termijn.
Andreas Tirez
Econoom en woordvoerder van de onafhankelijke, liberale denktank Liberales
|
| |
Taboe rond kernenergie doorbroken
Het jarenlange taboe op kernenergie heeft weinig goed gedaan.
Er heerst grote afhankelijkheid van Rusland en het Midden-Oosten, het milieu wordt zwaar belast, nucleaire innovatie heeft op een laag pitje gestaan.
Maar gelukkig is er een ommekeer gaande, het ene na het andere land overweegt serieus de bouw van nieuwe kerncentrales.
In Finland is de bouw van een nieuwe centrale volop bezig, bij onze noorderburen gaan er stemmen op om binnen vijf tot tien jaar minstens één nieuwe centrale te bouwen, en Obama heeft vorige dinsdag de bouw van twee nieuwe kerncentrales aangekondigd, de eerste nieuwe kerncentrales in de VS sinds 1979.
Ik vraag mij af welke toekomstig lot kernenergie in ons land en in Europa beschoren is? En wat met de innovatie in schone energie-efficiënte technologieën die klimaatverandering moeten bestrijden?
De negatieve reputatie en het protest van milieuactivisten leken in het begin van de 21ste eeuw het einde in te luiden van de kerncentrales, terwijl het uitblijven van innovaties voor alternatieve energiebronnen, de opdracht om CO2- emissies te reduceren en economische overwegingen de levensgarantie voor kernenergie lijken te betekenen.
Imagoprobleem
De spagaatpositie waarin onder andere België zich bevindt rond kernenergie, waarbij deze technologie wordt verguisd maar wel (tijdelijk) behouden, geeft weer dat zelfs meer dan 60 jaar na Nagasaki en Hiroshima, kernenergie nog steeds met een imagoprobleem kampt.
De globalisering en de daarmee nauw verbonden welvaartsstijging zorgen voor een ongeziene groei in de vraag naar een ooit zo vanzelfsprekend goed als elektriciteit.
Samen met Kyoto doelstellingen en global warming heeft dit gezorgd voor een koortsachtige zoektocht naar duurzame energie en het promoten van zogenaamde "public awareness".
Kernenergie wordt hierbij als een relikwie van de 20ste eeuw voorgesteld , die plaats moet ruimen voor zonne-, wind-, en andere vormen van energie opgewekt door "propere krachten van de natuur".
Duurzame energie blijkt echter niet gemakkelijk te winnen, wat zich vertaalt in bezorgdheid rond energiezekerheid. Spaarzaamheid wordt het motto en als we al niet onze ecologische voetdruk moeten meten, wordt ons toch gevraagd geen enkel elektronisch toestel op stand-by te plaatsen, aangezien zij de stille opslorpers van al onze kostbare energie zouden vormen.
Onzekerheid
Niet zozeer de betutteling dan wel de inconsistentie en inefficiëntie van dit beleid moet erkend worden. Elektriciteit is in de loop der decennia een basisproduct geworden en de vraagzijde aanpakken terwijl we de welvaart en economische groei pogen te stimuleren, lijkt een onmogelijke missie.
Grote energieverbruikers kunnen vaak met gemak de facturen betalen en worden onvoldoende gestimuleerd om investeringen te doen in energiebesparende technologieën, terwijl het vooral de gezinnen zijn die worden aangespoord zuiniger en energiebesparend te leven. Het blijft de markt die de prijs bepaalt. Maar een overheidsbeleid dat investeringen in rendabelere machines en technologie aantrekkelijk maakt voor bedrijven, zorgt niet alleen voor een competitiever nationaal bedrijfsleven, maar drukt deels de energieprijs voor de eindgebruiker.
De grote onzekerheid is echter aan de aanbodzijde te vinden. De alternatieven voor kernenergie zijn welgekend, maar hun imago overstijgt jammer genoeg hun huidige capaciteiten. De bijdrage van zonne-energie in de huidige energievoorziening is vrijwel nihil, terwijl revolutionaire technologische innovaties op zich laten wachten; hetzelfde geldt trouwens voor windenergie. De veel besproken biobrandstoffen lijken niet alleen hinder te ondervinden van hun vermeende rol in de huidige voedselcrisis, ook grootschalige toepassingen ervan zijn niet voor vandaag.
Blijft de vraag: wat met kernenergie? Vele studies tonen aan de een toekomstige uitstap uit kernenergie niet alleen voor een grote afhankelijkheid van aardgas en fossiele brandstoffen zorgt, met daarbij horende toename van CO2 uitstoot, maar dat de prijs van energie ook gevoelig zal zijn voor grote variaties. Het toenemend belang van aardgas zal bovendien een impact hebben op internationale relaties: de invloed van de EU op de 2de grote gasleverancier in de wereld, Rusland (Gazprom), zal (verder) afnemen. De gecontesteerde strategie om kerncentrales langer te laten draaien zal niet alleen de broeikaseffecten afremmen, maar zal ook voor een stabiel energiebeleid zorgen en de energieafhankelijkheid ten aanzien van internationale actoren verminderen.
Constructieve dialoog
Dit moet niet zozeer als een pleidooi voor kernenergie beschouwd worden, dan wel voor de rationele keuze voor kerncentrales als transitieoplossing, en voor de verdere innovatie in nucleaire technologie.
Kerncentrales van de 4de generatie die weinig of geen nucleair afval produceren en rendabeler omgaan met grondstoffen, kunnen dan wel de oplossing van de toekomst zijn ( naast effectievere windturbines en zonnepanelen), commerciële uitbating ervan is nog toekomstmuziek. We mogen dan ook zeker niet het huidige energieaanbod hypothekeren door alle hoop te stellen op deze alternatieve energiebronnen, die na technologische innovaties in de toekomst wél een fundamentele rol zullen spelen.
Door de levensduur van de kerncentrales tot 60 jaar te verlengen, houdt men energie niet alleen betaalbaar, er zou ook een reductie van 15% zijn van de CO2-uitstoot ten opzichte van een scenario waarin deze centrales moeten sluiten. Bijkomende investeringen en ook uitbreidingen kunnen zelfs een reductie van 25% teweegbrengen.
En de bouw van nieuwe centrales zorgt niet alleen voor duizenden jobs in de bouwsector, maar ook voor honderden banen tijdens de uitbatingsfaze.
Terwijl Obama op een majestueuze manier het taboe rond kernenergie heeft doorgebroken, blijft het debat rond kernenergie in onze contreien echter gekenmerkt door vooroordelen en radicale afwijzing, daar waar een constructieve dialoog nodig is om kernenergie en opslag van nucleaire afval te stoomlijnen en veiliger te maken. Het doembeeld van een nieuw Tsjernobyl, wagons met nucleair afval en de vrees voor nucleaire proliferatie zorgt hierdoor voor het uitblijven van structurele oplossingen voor de huidige én toekomstige energieproblematiek.
De focus blijft op kleinschalige maatregelen die vooral de elektriciteit voor gezinnen betaalbaar dienen te houden, zonder een lange termijn oplossing te bieden. Wachtend op een technologische doorbraak wordt er van iedereen verwacht dat we bij kaarslicht de belastingsbrief invullen en de innovatie in kernenergie een stille dood laten sterven.
|
| |