Dagboekgedachten (15)

Benno Barnard in familie: zoonlief van elf noemt hem een 'ouderwetse bourgeois' terwijl papa herinneringen ophaalt aan de 'buitenbaarmoederlijke zwangerschap' die hem een dochter opleverde.

Maandag (de laatste sneeuwhopen zijn ingezakt tot grillige sculpturen)
Een onverwachte mail van mijn oude vriend W., die verzonken is in zijn biografie van de dichter Pierre Kemp: 'Het is al zo'n lange tijd dat we elkaar niet meer hebben geseind, met de zaklamp, als het donker wordt, van overkant naar overkant, van raam tot raam.' Dit is een beeld van de communicatie tussen kinderen in een verdwenen beschaving, die van meccano, lezen onder de deken en het gezin op zaterdagavond rond de radio geschaard... Maar laat ik niet als een kwijlende grijsaard met die verloren tijd dwepen - het was het decennium van de waterstofbom, de Suez-crisis, de Russische tanks over de poesta denderend... In elk geval seinde ik deze woorden terug naar de jaren vijftig: 'Ik weet toch hoe die dingen gaan, beste W. - de zaklamp flikkert uit je poten, de batterij is op, je moeder zegt dat je moet gaan slapen... van dat alles zijn het huwelijksleven en Pierre Kemp de volwassen vormen.'

Dinsdag (nog minstens drie maanden tot de lente)
Een wonderbaarlijke belevenis vanochtend. De hond was Christophers kamer binnengedrongen, waar de Griekse landschildpad Papadopoulos onder de lamp in zijn terrarium zat te zonnen (wanneer hij opstaat, zet Christopher de zon aan). Hij, Rolf, zelf een schapenhond van zes maanden, kwam met Papadopoulos in zijn bek de trap afdalen, heel behoedzaam en zonder de minste agressie. Vermoedelijk interpreteert hij dat harde beest niet als leven maar als een stuk speelgoed; beneden in de hal zou hij hem uit zijn bek over de stenen vloer hebben geslingerd, als een van zijn ballen. Deze zoölogische observatie leidt tot de gedachte dat honden haast nooit doden, ook de rechtstreekse afstammelingen van de Europese wolf niet. Rolf krijgt eten, zegt u? Maar de kat krijgt ook eten en doodt niettemin broeder Veldmuis en zuster Mus vol koude geestdrift.

Woensdag (aan de overkant van de rivier heeft de winterregen Wallonië uitgewist)
Een nieuwe Kiekeboe in huis. Banale tekeningetjes en dwangmatige woordspelingen die schreeuwen om zout, maar de scenario's zijn even vernuftig als de komedies van Shakespeare. Op de eerste pagina noemt Fanny de nieuwe laarsjes van haar vriendin 'fuck-me-botjes'. De vriendin is prostituee (sic) en zegt: 'Wat ik doe is mijn eigen bewuste keuze! Ik heb geen behoefte aan een tante nonnetje dat me wil betuttelen.' We zijn nog steeds in de openingsscène. En onloochenbaar in Vlaanderen, waar landbouw en veeteelt plaats hebben gemaakt voor de verkavelingsbeschaving. Het Frans wordt Engels; het Nederlands blijft Frans; en de religieuze traditie is een nooit opdrogende bron van gefrustreerde humor. O traag herkauwen! O maagsappen waarin alle intellectuele activiteit oplost... En waarom verkoopt een striptekenaar zijn seksuele obsessies aan kinderen van elf?

Donderdag (verse sneeuw hangt al dagen boven ons hoofd, als een oordeel dat maar niet geveld wordt)
Christopher noemde me tijdens het avondeten 'een ouderwetse bourgeois'. Bravo, zoon! En dat voor een elfjarige!

Vrijdag (enkele vlokken,'rari nantes in gurgite vasto')
Joy en Anna kwamen eergisteren terug uit India, waar onze dochter is geboren als het kind van naamloze paria's, die haar in 2001 hebben afgestaan aan het weeshuis van moeder Theresa. Nu heeft ze dus voor het eerst een sentimentele reis naar dat subcontinent gemaakt. Daar had ze een miljard bruine mensen gezien, alsook het tehuis van de zalige Theresa, dat haar indertijd voor ons gebaard heeft (Joy noemde het een buitenbaarmoederlijke zwangerschap). Anna vertelde me over een droom die ze in India had gedroomd. Ze was in een park en wandelde over een pad. Aan de linkerkant stonden wij, aan de rechterkant haar biologische ouders, van wie ze zich niets herinnert. Ze moest kiezen. Toen werd ze wakker. 'En wie zou je hebben gekozen?' vroeg ik. 'Jullie natuurlijk,' zei ze zonder enig theater. 'Ik ken die mensen niet eens.' Grote tante Nonneke, u hoeft niet speciaal voor mij te bidden, maar dankbaar ben ik u wel.

Nog steeds vrijdag (nieuwjaar... ach, natuurlijk - daarom is er dus geen post)
In Dietsche Warande & Belfort een essay van een neerlandicus, Gaston Onbelangh geheten, die Huub Beurskens verwijt 'risicoloze poëzie' te schrijven. Dit in oppositie met poëzie waarvan je dood kunt gaan, veronderstel ik. Ook verklaart de geleerde niet te begrijpen waarom Beurskens nog steeds gedichten schrijft - hij is namelijk een 'hedonist', volgens de definitie die Michel Onfray van dat woord geeft: een ouderwetse bourgeois, zeg maar. Onfray? Deze Gallische haan kraait dat het westen zijn mesthoop is. Onbelangh lijkt meer op een kikker, een koude, onwelluidende opschepper, die kwaakt dat hij wel ooievaarbillen lust.

Zaterdag (nog in kamerjas voor mijn scherm gezeten)
Het internet legt genadeloos bloot dat sommige lezers niet kunnen schrijven, wat geen verbazing hoeft te wekken - vreemd wordt het pas als ze er blijk van geven niet te kunnen lezen. Al is het op een grimmige manier ook wel vermakelijk om domme lezers te hebben... die glanzende botheid van geest! Zo meende iemand dat ik een reactionair was, ja, dat ik weldra voor de herinvoering van de Tridentijnse mis zou pleiten. Speciaal om hem te plezieren getuigde ik dus langs mijn neus weg van mijn liefde voor de Tridentijnse mis, een zeldzaam geworden vorm van eredienst, die ik tot mijn spijt nog nooit heb mogen bijwonen. En hij beet prompt! Triomfantelijk noteerde mijn ijverige lezer dat hij dat al voorspeld had...

door Redactie Knack | | reacties | reageer hier

ongepaste reactie?


 
Tweewekelijks schrijft Benno Barnard over de wereld die hem dierbaar is, in de wetenschap dat het lijk van de moderniteit ons dreigt te verpletteren. Daarnaast presenteert Barnard in 'Mijn Gedichtenschrift' een Nederlandstalig of buitenlands gedicht, waar hij een subjectieve beschouwing aan toevoegt.