Waarom zelfs Dewinter soms een softie lijkt
Het debat over de multiculturele samenleving is het afgelopen decennium volkomen ontspoord. Met alle gevolgen van dien voor Dewinter en de zijnen.
Het gebeurde in de aanloop naar de regionale verkiezingen van juni 2009. In een tent in Kontich sprak de ooit zo controversiële volksmenner Filip Dewinter zijn troepen toe. Eén van de hoogtepunten uit zijn speech luidde als volgt - de decibels denkt u er maar even bij: 'Bij de VRT zijn ze volop op zoek naar nieuwe allochtone presentatoren en soapacteurs. Ik zeg: maak het uzelf toch niet zo moeilijk. Het is heel simpel om meer allochtonen op televisie bij de VRT te krijgen. Zend in plaats van één keer, twee of drie of vier keer de uitzending Opsporing Verzocht uit. En dan hébt u meer allochtonen op televisie.'
Toen wij dat bewuste fragment de volgende ochtend op Radio 1 hoorden, vonden wij niet dat Filip Dewinter hiervoor moest worden berispt of aangeklaagd. Nee, toen wij dit fragment hoorden, maakte een spontane lachbui zich van ons meester en vonden wij dat Filip Dewinter dringend moest worden uitgenodigd voor Comedy Casino.
De dreiging heeft plaats gemaakt voor het amusement.
Zelf speelt hij nog tot geeuwens toe dezelfde versleten plaat af: 'Ik word liever gevreesd dan bemind.' Het is geen van beide meer, zo valt te vrezen voor hem. Filip Dewinter is irrelevant geworden. Hij heeft een cruciale rol gespeeld, maar wat vandaag van hem overblijft, is: circus, folklore, humor - wellicht wordt hij ooit nog een cultfiguur.
De Slimste Mens wenkt.
Het Vlaams Belang had zich dat gevecht tussen de zogenaamde gematigden in de omgeving van Marie-Rose Morel en de zogenaamde hardliners onder leiding van Filip Dewinter kunnen besparen. Zelfs Filip Dewinter lijkt vandaag soms een softie.
Dat is, in tegenstelling tot wat men op het eerste gezicht zou kunnen vermoeden, geen goed nieuws. Het wijst namelijk op een hoge mate van gewenning, en op 's mans diepgaande invloed op het maatschappelijk debat. Een paar jaar geleden werd filosoof Etienne Vermeersch in dit blad uitgeroepen tot de invloedrijkste intellectueel van Vlaanderen. Men zou met onthutsend gemak kunnen betogen dat die eer eigenlijk Filip Dewinter toekomt. Het publieke debat qua multiculturele samenleving is de afgelopen tien jaar dermate ontspoord en verhard, dat Dewinter geen uitzondering meer vormt, geen extreme stem meer is, geen afwijkende mening meer heeft.
Dat tragische lot heeft hij zichzelf in hoge mate op de hals gehaald. Geheel conform de beginselen van de legendarische Italiaanse communist Antonio Gramsci (1891-1937) heeft de VB-kopman de afgelopen twintig jaar vooral een culturele strijd gestreden. De geesten gemasseerd. 'Je moet eerst de geesten veroveren voor je politiek kunt scoren', zei hij daarover begin 2009 nog in Knack. 'In dat opzicht hebben wij het cordon sanitaire al honderdduizend keer doorbroken. Wij hebben de geesten zodanig beïnvloed dat onze ideeën ongemerkt zijn doorgesijpeld in de samenleving. Grote groepen mensen hangen ons ideeëngoed aan en kopiëren onze taal, vaak zelfs zonder het te beseffen. Dat zijn onze beste propagandisten.'
Dewinter heeft gelijk. Wat is, als het over de multiculturele samenleving gaat, het centrale punt van het Vlaams Belang anno 2009? In twee zinnen: 'Wie Vlaming wil worden onder de Vlamingen, is welkom. Voor wie dat niet wil, is hier geen plaats.' Het lijdt geen glimp van twijfel dat een verpletterende meerderheid van de Vlamingen er vandaag inderdaad precies zo over denkt. Onbewust of bewust, expliciet of impliciet. Zelfs onder linkse kiezers zou die stelling weleens op grote instemming kunnen rekenen. De belangrijkste deuntjes uit de jukebox van Dewinter zijn er, bij de gratie van eindeloze herhaling, ook bij veel van zijn tegenstanders onuitwisbaar ingesijpeld.
Sta ons toe daarvan een paar voorbeelden te geven.
Excuses voor de volkstribuun
Voorbeeld één: volgens Dewinter is dit ons land, het land van het eigen volk.
Zelfs mensen die hier geboren en getogen zijn, moeten zich volgens hem aan ons, aan dat eigen volk, aanpassen - moslima's met een hoofddoek, bijvoorbeeld. Dat ook volstrekt integere mensen, die van geen greintje kwade wil kunnen worden verdacht, er onbewust zo over denken, werd duidelijk toen VRT-journalist Lieven Verstraete in Terzake een moslima met hoofddoek interviewde. Op een bepaald moment zei hij tegen haar dat het - en wij citeren - 'in onze samenleving' de gewoonte is om religieuze uitingen tot de privésfeer te beperken. Die moslima had moeten antwoorden: 'Mijnheer Verstraete, dit is niet uw samenleving, dit is ook mijn samenleving, in die zin is het dus inderdaad onze samenleving.'
Voorbeeld twee: Dewinter denkt dat de islam het grootste gevaar is dat ons de komende jaren bedreigt.
Ook op dat punt krijgt hij steeds meer supporters. Zo schreef publicist Benno Barnard over Inch'Allah?, het laatste boek van Dewinter: 'Het is een vreselijke gedachte, bidt allen voor mij - maar ik vrees dat de volkstribuun in globo gelijk heeft met zijn islamkritiek. (...) De strekking van Inch'Allah? wijkt niet noemenswaardig af van de strekking van stukken en manifesten die Salman Rushdie, Bernard-Henri Lévy en Ian McEwan hebben gepubliceerd en ondertekend, om nog maar te zwijgen van de waarschuwende woorden van intellectuelen die de moslimwereld zijn ontvlucht - en die we maar liever in de steek laten omdat hun boodschap ons veel te zenuwachtig maakt. Die strekking luidt dat de islam als politieke ideologie een grote zwarte steen van mannelijke agressie, inktzwart obscurantisme en diepe achterlijkheid is, gericht tegen alles wat ons dierbaar is of zou moeten zijn.'
Voorbeeld drie: 'Waar is de poen van uw pensioen? In de pocket van Mohammed.'
Als Dewinter zoiets zegt, weerklinken alom traditionele kreten van verontwaardiging. Als Jean-Marie Dedecker dezelfde oneliner in Hoofddoek of blinddoek over een heel boek uitsmeert, dan zouden journalisten een moord begaan om hem toch maar als eerste te kunnen interviewen.
Voorbeeld vier: volgens Dewinter heeft het cordon sanitaire niets te maken met zijn racisme, maar is het de methode die het linkse, Belgische establishment gebruikt om aan de macht te blijven. Volslágen nonsens, natuurlijk - maar wat lazen wij onlangs in een Knack-interview met politoloog Bart Maddens, naar wie een heuse communautaire doctrine is vernoemd? Welnu, het volgende: 'Sommige mensen grijpen het xenofobe karakter van die partij dankbaar aan om het separatisme te bestrijden. (...) Het is naïef om te geloven dat het Vlaams Belang louter uit antiracistische overwegingen wordt bekampt.'
Het is vandaag zover gekomen dat men hetzelfde kan zeggen of bedoelen als Dewinter, terwijl men zich tegelijk van hem distantieert. Laten wij - bidt allen voor ons - het ook maar eens opnemen voor de verguisde volkstribuun: die dubbelzinnige houding is intellectueel niet erg moedig of eerlijk. Wie Dewinter jarenlang bestreden heeft, maar het ondertussen met hem eens is, zou daar weleens voor mogen uitkomen. Allicht zijn zelfs excuses op hun plaats.
Het probleem wordt ontkend
Zelfs wie het niet met hem eens is, geeft Dewinter gelijk. Schier ontelbaar zijn de politici, journalisten en academici die er onvermoeibaar op wijzen dat het Vlaams Blok van meet af aan 'de juiste problemen' signaleerde en 'de vinger op de wonde' legde, zulks bovendien in schril contrast met de linkerzijde, die dezelfde problemen lange tijd zou hebben 'ontkend', 'geminimaliseerd' of 'onder de mat geveegd'. Over die laatste bewering zou iemand eens een doctoraalscriptie moeten maken, want wij vragen ons af door wie precies en tot wanneer precies die zogenaamde ontkenning heeft plaatsgevonden.
Het beste voorbeeld: Louis Tobback was halfweg de jaren negentig van de vorige eeuw als toenmalig SP-voorzitter al 'flinks', zoals dat toen heette. Hij was dat overigens mede onder impuls van VUB-socioloog Mark Elchardus, de troeteldenker van progressief Vlaanderen.
En sinds 2000 geniet de Nederlandse publicist Paul Scheffer, naar verluidt een overtuigd sociaaldemocraat, bij heel wat mensen ter linkerzijde een soort heldenstatus, en wel omdat hij in een ondertussen legendarisch opiniestuk in de Nederlandse krant NRC Handelsblad gewag maakte van 'het multiculturele drama'.
Een merkwaardig essay was dat trouwens. Scheffer legde de vinger op de wonde, hij signaleerde het juiste probleem, te weten: de onduldbare sociaaleconomische achterstand van een groot deel van de allochtone bevolking. Zijn verklaring schoot evenwel te kort, aangezien hij haast geen aandacht had voor het structurele racisme en de bijbehorende discriminatie. Dat probleem wordt namelijk, ook bij ons, steeds harder ontkend, geminimaliseerd en onder de mat geveegd.
Om maar te zeggen: de ontsporing van het debat over de multiculturele samenleving is niet begonnen op 11 september 2001, maar is jaren daarvoor al ingezet. Wat de aanslagen op het WTC in New York aan het debat hebben toegevoegd, is een gedroomd alibi om lelijke dingen te zeggen over medeburgers zonder nog langer van racisme te worden beschuldigd. Sinds 11 september 2001 (tussen haakjes: 11 september is de verjaardag van Filip Dewinter) gaat het debat immers over 'de islam'. En als je via 'de islam' de moslims schoffeert, ben je geen racist meer, maar doe je aan 'ideologiekritiek' en is zowat alles geoorloofd.
Over de woordenschat die wordt gebezigd in dat debat zei de Britse hersenwetenschapster Kathleen Taylor onlangs in Knack: 'De terminologie die wij gebruiken als we het over moslims hebben, verontrust mij zeer. Vaak gebeurt dat dan nog door mensen die beter zouden moeten weten: politici, journalisten, academici... Zeker in Europa hebben wij geen enkel excuus om op die manier over mensen te praten, net omdat wij het voorbeeld van de nazi's hebben, omdat we weten hoe krachtig taal kan zijn. Termen zoals 'overspoelen' en 'dumpen' werden aanvankelijk alleen gebruikt door extreemrechts, maar ze zijn gaandeweg in het mainstreamdebat geslopen. Dat is bijzonder nefast, omdat ons brein op een heel concrete manier werkt: als het 'overspoelen' hoort, maakt het de associatie met verdrinken, als het 'dumpen' hoort, maakt het de associatie met afval. Het is compleet ongerechtvaardigd om op die manier over mensen te praten. Maar de meeste politici en opiniemakers denken kennelijk dat taal helemaal niet zo belangrijk is.'
Met huiveringwekkend gemak is men ook ter progressieve zijde de afgelopen jaren overgegaan tot het gebruik van onaanvaardbare woorden, die - laten we het niet ontkennen, minimaliseren of onder de mat vegen - perfect zouden hebben gepast in de jaren dertig van de vorige eeuw. Zo mag Yves Desmet, commentaarschrijver van De Morgen, er prat op gaan dat hij het woord 'kutmarokkaantjes' bij ons introduceerde, een woord dat Filip Dewinter nooit als eerste in het openbaar zou hebben durven te gebruiken.
Een verlangen naar symmetrie
De Morgen valt overigens nog een fundamentele fout te verwijten. De krant heeft de Arabisch Europese Liga en haar eerste leider, Dyab Abou Jahjah, altijd aangevallen. Dat gebeurde vanuit het verlangen naar een soort symmetrie: als je jarenlang het Vlaams Blok/Belang hebt bestreden, moet je - zo luidde wellicht de redenering - ook de extremisten aan de andere kant bestrijden. De denkfout van De Morgen bestond hierin: de AEL en Dyab Abou Jahjah betraden het publieke forum niet als ideologische tegenhangers van het Vlaams Belang, maar als volstrekt legitieme vertolkers van een sociaaleconomisch emancipatiestreven. Zeer assertief, jazeker, maar assertiviteit is tot nader order niet strafbaar.
Uiteraard reed niet alleen De Morgen in de gracht. Haast niemand slaagde erin om ten aanzien van de AEL het hoofd koel te houden. De beschavingen botsten erop los.
En zo beleven wij vandaag, in de woorden van Wim Van Rooy, 'een apocalyptische scheiding der geesten' - tussen mensen die geloven dat het mogelijk is om samen te leven met moslims, en mensen die geloven dat dat niet mogelijk is. De vraag is alleen wat er moet gebeuren met onze islamitische medeburgers, als samenleven niet mogelijk is.
In zijn hoedanigheid van vrijmetselaar kan Van Rooy, auteur van De malaise van de multiculturaliteit, symbool staan voor dat andere verlangen naar symmetrie, dat men vooral onder atheïsten aantreft. Heel wat, veelal linkse, godslasteraars realiseerden zich na 11 september 2001 plotseling dat veel allochtone medeburgers moslim zijn. En dat wij, om een bekende oneliner te citeren, niet aan de imam mogen geven wat wij van de bisschop hebben afgepakt. Zoals deze godslasteraars vroeger de Kerk hebben bekampt - ziehier de symmetrie - zo bekampen zij vandaag de islam. Als God niet bestaat, dan Allah ook niet.
Weldra zal evenwel blijken dat het debat dat wij vandaag voeren, grotendeels bezijden de kwestie is. Dat we veeleer terug moeten naar een sociaaleconomische analyse, dat we vooral moeten proberen om de discriminerende grendels in onze scholen en op onze arbeidsmarkt weg te werken. Er wordt de afgelopen maanden steeds vaker gepraat over quota voor vrouwen - bij de overheid, in raden van bestuur. Quota voor allochtonen blijft een van de grootste taboes van deze tijd. Vraag: is er iemand die durft beweren dat vrouwen vandaag harder gediscrimineerd worden dan mensen die behoren tot etnisch-culturele minderheden?
Het slotwoord is voor Sami Zemni, de Gentse politoloog die met Het islamdebat onlangs een belangrijk boek publiceerde, maar nog niet op een fractie van de aandacht kan rekenen die Jean-Marie Dedecker te beurt valt: 'Een harmonieuze samenleving zal er nooit komen, hooguit een samenleving waarin we conflicten kunnen oplossen op een vreedzame manier. Ik denk wel dat het islamdebat over afzienbare tijd minder belangrijk zal worden. Vandaag zijn het islamdebat en het migratiedebat nog volledig met elkaar verstrengeld. En daardoor probeert men allerlei migratieproblemen op de rekening van de islam te schrijven. Dat zal niet blijven duren. Ik vermoed dat men er de komende jaren alles aan zal doen om de deur zo dicht mogelijk te houden voor moslims, en vooral andere groepen toe te laten - mensen van wie we vandaag vinden dat ze beter op ons lijken. En met die groepen zullen vroeg of laat precies dezelfde problemen opduiken.'
Joël De Ceulaer