Piet Piryns: Zoude het ironieteken wel nodig zijn? :-)

Lof der Zotheid: scherts, satire en ironie was het thema van de voorbije boekenweek in Nederland, en bij die gelegenheid liet de CPNB (Stichting voor de Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek) een ironieteken ontwerpen, dat de lezer moet waarschuwen: opgepast, ironie! Het resultaat lijkt een beetje op een ingedeukt uitroepteken, je kunt er desnoods een bliksemschicht in zien of een verkeersbord dat de automobilist op slipgevaar moet wijzen. Zet je er twee na elkaar, dan krijg je iets dat nog het meest lijkt op het logo van de Waffen-SS.

Maar ironietekens bestaan natuurlijk al. Schrijvers die hun lezers niet vertrouwen, beschikken over een uitgebreid arsenaal stijlmiddelen om hun ironische bedoelingen duidelijk te maken. Hoofdletters bijvoorbeeld, zoals bij Gerard Reve: 'Of God een Lam is met bloedig doorboorde poten dan wel een éénjarige, muisgrijze Ezel, die zich door mij driemaal achtereen langdurig in zijn Geheime Opening laat bezitten, welk verschil mag het uit te maken?'

Ordinaire uitroeptekens, zoals in de zin: 'Die Alain Grootaers is een echte grapjas!' Archaïserend taalgebruik: 'Een mens maakt wat mede in de echtelijke sponde.' Tautologieën: 'Komische humor om te lachen.'

Het gebruik van ironietekens duidt veelal op een gebrek aan talent of een onderschatting van de lezer. Aanhalingstekens - tegenwoordig ook in gebarentaal verkrijgbaar - zijn erg. Proef de subtiele ironie in de zin: 'Onze "democratische" politici zijn allemaal zakkenvullers.' Maar het kan nog erger: 'Onze "democratische" (!) politici zijn allemaal zakkenvullers.'

Ironietekens zijn, kortom, het equivalent van de vette knipoog, de lachband in televisieprogramma's of de olijke twinkeling in de ogen van Rik Torfs. Weg ermee! Ironie moet het risico lopen misverstanden op te roepen. Daar is het ironie voor.

En niet alle ironie is ironie natuurlijk. In De taal der liefde (1972) schreef Gerard Reve, de onbetwiste grootmeester van het genre: 'We moeten van die Surinaamse en Curaçaose & Antilliaanse troep af. Ik ben er erg voor dat die prachtvolken zo gauw mogelijk geheel onafhankelijk worden, en ons niks meer kosten, zodat we ze allemaal met een zak vol spiegeltjes en kralen op de tjoeki tjoeki stoomboot kunnen zetten, enkele reis Takki Takki Oerwoud, meneer.'

Ironie, beweerden de revianen. Maar Harry Mulisch beschuldigde Reve ervan dat hij ironie gebruikte als een laffe dekmantel voor racisme. 'Hij Reve is als het ware door de dubbele bodem van de ironie gezakt. Wie ironisch spreekt, zegt het tegendeel van wat hij meent, maar zodanig dat de ander dat doorziet. Reve zegt wat hij meent, maar zodanig dat de ander dat niet doorziet en denkt nog steeds met ironie te doen hebben.'

Zou het verschil hebben uitgemaakt als Reve een algemeen aanvaard ironieteken tot zijn beschikking had gehad? Een smiley bijvoorbeeld? Natuurlijk niet. En zou er in deze tijden, nu iedereen erop losblogt en de ironie van de krantenpagina's druipt, niet een leesteken moeten worden ontworpen dat aangeeft dat iemand meent wat hij zegt? Zo'n leesteken bestaat al: het is een eenvoudig, minuscuul stipje. Een punt, zoals er een achter dit stukje staat.

Piet Piryns

door Trui Engels | | reacties | reageer hier

ongepaste reactie?


 
Ongezouten meningen van Knack -redacteurs en -medewerkers over politiek, economie en cultuur. U leest ze hier.