Dirk Draulans
Deceit and selfdeception
How credible is a man who claims that for months and without financial support he illegally entered every day one of the most secured academic research institutes into nuclear physics in the world, and used the most sophisticated equipment, with the tacit support of four Nobelprize-winners, to demonstrate that cold nuclear fusion can be done?
For the record: so far there is NO scientific evidence that cold nuclear fusion - a theoretical source of cheap and unlimited energy - can be done.
How credible is a man who claims that his friend the rockstar Neil Young supported his first research into iron fertilization, a procedure with which he wants to cure the world from the greenhouse effect and from depleting fish stocks, as the iron would increase the production of the base of the oceanic food chain: phytoplankton, that consumes large amounts of the greenhouse gas CO2?
For the record: Neil Young never confirmed his involvement in this research.
How credible is a man who claims that he can make Sri Lanka a prosperous country, just by convincing its government that it should invest in factories to turn the large algal blooms in front of its coastline into biofuel?
For the record: the mission to rescue Sri Lanka is not even mentioned on the website of the man responsible for all the above claims: the American selfproclaimed scientist/entrepreneur Russ George who, through his company Planktos, is set to save the world from (almost) everything that goes wrong. While on board the Stad Amsterdam he even claimed that he personally convinced the Vatican to calculate its ecological footprint, and to take measures to reduce it as much as possible.
But George is an elusive figure, both in economics and in science. It is likely that his company is no more than a website - that was definitely so in 2003, when he admitted as much to a reporter investigating his huge claims to scientific fame. Even today it does not give more than descriptions of plans, and scientific publications of other people. It does not give a business plan, nor a capital structure. It does not list collegues or collaborators, apart from a village in North-America and an obscure doctor in the Hungarian capital Budapest, a bit weak for a man who claims that he has hundreds of millions of dollars of venture capital to invest.
The man now says that he has to be secretive about his business, as he is being watched and being parasitized. No less than the president of the climate panel of the United Nations is setting up a company in London to steal his ideas and become rich with his research.
For the record: Russ George is not the 'inventor' of the idea of iron fertilization of the oceans, and there are already a few established companies that explore the possibility of iron fertilization as a means of increasing the production of the oceans.
Up to this day nobody has seen one single scientific publication from George. He admits to that, but blames it on the conservative scientific establishment that prevents him from publishing his provocative ideas, because it does not like shake-ups. George does claim, however, that he wrote a paper in 1999 with the photographic proof that cold fusion is a fact, co-authored by four Nobelprize-winners, but that the editor of the scientific magazine Science refused to even send it out for peer-reviewing, as the results ran against established scientific knowledge.
For the record: from the four Nobelprize-winners he quoted, one (Edward Teller) never got a Nobelprize, and another (Linus Pauling) died four years before he was supposed to have supported Georges work.
In fact, most likely there is no research. George is nothing more than a fantasist, who makes up stories to impress his surroundings (and perhaps make a living). His website does not even mention the trip that the research vessel Weatherbird 2 is supposed to have made for his company in 2007.
George relies on the evolutionary psychology principle of deceit and selfdeception to launch his claims: he first convinces himself that his stories are real, so it is easier to convince others of their truthfulness. Cheating is an interesting evolutionary mechanism in a society like ours, that is largely built on social interactions and cooperation, which makes cheating a lucrative enterprise. It has to be curtailed, otherwise the social structure collapses. A society cannot accept more than a small number of cheaters.
For George it was clear what happened when he was confronted with the above facts: we were part of the same establishment that prevents him from saving the world. In the end he compared himself to Charles Darwin. Both he and Darwin had to face largescale obstruction from society because their ideas would change the future of humanity.
Unfortunately for George nobody on board the Stad Amsterdam could see one milligram of Darwin in him. He's just a man with a big mouth and a website.
Dienstmededeling: dit bericht is in het Engels gesteld, opdat ook Russ George het zou kunnen lezen. Deceit and selfdeception wordt vertaald als 'bedrog en zelfmisleiding'.
|
| |
Valse pracht en blanke dommeriken
In het Australische mijnstadje Coober Pedy, recht in het hart van de Australische outback, zagen we de eerste echte aboriginalgemeenschap van de Beagle-reis: traag wandelende geblokte mensjes met de blik op oneindig die schijnbaar doelloos door de straten zwierven, op een trapje of onder een boom gingen zitten, of de wacht hielden aan de ingang van de supermarkt. Regelmatig trokken ze de bank binnen, waar hen duidelijk werd gemaakt dat het nog geen tijd was voor hun maandelijkse onderhoudsgeld. Verwaarloosde mensen die als doekje voor het bloeden, als schaamlapje voor een onverkwikkelijke geschiedenis, onderhouden werden door goedmenende vertegenwoordigers van het ras dat hun oorspronkelijke leven verwoestte.
Het contrast tussen de kleine bescheiden mensen en de blanke bonken die de bulk van het mijnwerkersgild vormden kon onmogelijk groter. De aboriginals waren zo gevormd dat ze zo goed mogelijk aan hun moeilijke leefomgeving aangepast waren, gitzwart om de impact van de brandende zon op hun huid te beperken, en klein, zodat ze niet te veel voedsel nodig hadden om in leven te blijven. De blanken waren groot en wit, en konden alleen bij gratie van technologische hulpmiddelen overleven in de woestijn. Ze moesten onder de grond kruipen om aan de helse levensomstandigheden te ontsnappen.
Een hard leven onder de grond
Toch begonnen de blanken in Coober Pedy langzaam in aboriginals te veranderen - hoe vreselijk ze het ook vonden als je hen dat vertelde. Ze waren er wat trager dan elders. Zelfs onze nochtans vriendelijke en meegaande gids gaf toe dat hij racistische trekjes had als hij zijn leven, en zijn inspanningen, spiegelde aan wat hij het profitariaat van zijn zwarte medemensen noemde, hoewel hij het er na enig aandringen mee eens was dat de geschiedenis niet gul was geweest voor de aboriginals.
Hij vertelde een grappige anecdote over een kleine zwarte man die met autopech langs de weg stond. Hij besloot de man te helpen en sleepte hem met zijn wagen tot vlakbij het stadje. Waar iemand hem lachend vertelde dat de aboriginal zich elke dag liet slepen door een argeloze passerende chauffeur, want dat er al lang geen motor meer in zijn wagen zat. De man vertelde het als een grap, maar je kon voelen dat het hem nog altijd hoog zat dat hij zich had laten vangen door zo'n zwart opdondertje.
De blanken waren in Coober Pedy neergestreken voor het opaal, een mineraal dat het goed doet in de juwelensector, dat een ivoorblanke basis combineert met fluorescerende lichteffecten, zeker nadat het gepolijst is, en dat ontstaat doordat het calcium in bijvoorbeeld gefossiliseerde schelpen door een langdurig geologisch proces van insijpeling in de rotsachtige ondergrond vervangen wordt door silicium. Eenvoudige chemie die tot pracht en praal kan leiden. En tot dromen van rijkdom. Coober Pedy barst van de verhalen van mannen die na enig graafwerk een rijke ader vonden waardoor ze in één klap schatrijk werden. Verhalen die mijnwerkers nodig hebben om het harde werk te blijven verantwoorden, want de meesten vinden uiteraard nooit meer dan zo goed als waardeloze stenen die zelfs de toeristenwinkeltjes niet willen verkopen.
Troosteloosheid troef
Coober Pedy straalt zelfs mét blanken troosteloosheid uit. Eenmaal per week komt er een vrachtwagen langs met verse groenten en fruit, eens om de twee weken wordt er in de drive-incinema een recente film vertoond. Vliegen zijn alomtegenwoordig en een permanente pest. Overal liggen wrakken van wagens, er staat zelfs een trabantje weg te roesten.
Her en der staan niet opgeruimde requisieten van filmsets, want de ruige omgeving lokte makers van apocalyptische filmen zoals de Mad Max-trilogie. Midden in het centrum duikt een kolonne spookachtige figuurtjes op die extraterrestrials moeten voorstellen, en een heus ruimteschip dat er in de film véél groter uitzag dan het model op de grond. Overal slingert rommel rond. Vele omheiningen zijn gemaakt van afbraakproducten van verlaten mijnen, van afval, van uit elkaar gehaalde wrakken, van stukgelopen machines, aaneengesmeed tot iets dat een eigendom moet afbakenen. De ultieme recyclage, noemen inwoners van Coober Pedy het zelf, als om te verdoezelen dat ze geen geld hebben voor een fatsoenlijke omheining. Recyclage uit noodzaak, schamperen cynici die niets willen verdoezelen.
En de aboriginals, die bekijken het allemaal zonder het te begrijpen: wie wil er nu uitzichtloos hard labeur in een ongezonde mijn doen als je gewoon geld kunt krijgen om gezellig onder een boom te zitten? Wie zijn hier de dommeriken?
|
| |
De Maserati-padden van Darwin
De hitte sloeg als een natte hete handdoek in ons gelaat van zodra we het vliegtuig in de Noord-Australische stad Darwin verlieten. Darwin was alomtegenwoordig in Darwin, in de vorm van bordjes en wegwijzers, maar Charles was zo goed als volledig afwezig, alsof de inwoners niet herinnerd wilden worden aan de man wiens naam hun woonplaats werd. Er was een kleine Charles Darwin Universiteit, en een Charles Darwin Nationaal Park, maar dat bleek een militair erfgoedgebied te zijn, met herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog - Darwin was de enige Australische stad die bombardementen van de Japanners te verduren kreeg.
In Darwin woedt momenteel een andere oorlog: die tegen de uiterst giftige reuzenpad. De pad is dodelijk voor zelfs meterslange krokodillen (en uiteraard ook voor de mens). Wat niet belet dat er een attractie van wordt gemaakt. In de toeristenwinkeltjes, waar echte kangoeroepoten omgebouwd tot rugkrabbers en echte kangoeroeballen verwerkt tot sleutelhanger of flessenopener te koop worden aangeboden, zijn ook reuzenpadden te verkrijgen, gelooid tot een portemonnee of opgezet met een gitaar in de poten - de AC/DC-variant van de pad. Er zat geen logica achter het idee om een reuzenpad een gitaar in de poten te stoppen, vertelde een verkoopster, het was een ingeving die een verkoopssucces geworden was. Ze zijn zo lelijk, mijnheer, verklaarde ze dat succes.
Veel Darwin maar geen Charles
Speerpunt in de strijd tegen de pad in Darwin is David Wenman, een jonge gast die zichzelf natuurbeschermer noemde, die graag bioloog geworden was maar geen studerend gat had, en die blij was dat hij deze job gekregen had, zodat hij zich nuttig kon maken voor de natuur, want de padden zijn schadelijk voor inheemse beestjes.
De autoriteiten van Darwin pompen veel geld in de strijd tegen de reuzenpad. Davids Frogwatch kreeg als belangrijkste antipadmilitie de aas toegeschoven. Hij ontwikkelde nieuwe methodes om padden te vangen, lokt ze met licht naar kooien waarin hij op een nacht tot tweehonderd beesten te pakken kan krijgen, en organiseerde een vorm van burgermilities om 's nachts padden te gaan vangen.
De beesten komen in plastic zakken terecht, vervolgens in een frigo, om nadien vermalen te worden tot meststof voor plantenkwekerijen - het gif verliest tijdens het malen zijn kwalijke werking. Wenman pochte ermee dat hij tijdens zijn jonge leven al honderdduizenden padden had geliquideerd, maar gaf toe dat hij niet wist of zijn strijd ooit succesvol zou zijn.
Reuzenpadden als attractie
Het verhaal van de reuzenpad is een triest verhaal van uit de hand gelopen menselijke interventie. In 1936 werden op een suikerrietplantage in Noord-Oost Australië 110 reuzenpadden uitgezet in een poging een schadelijk insect, de suikerrietkever, onder controle te brengen. In Hawai was de pad, die uit de Braziliaanse jungle stamt, met succes in de strijd tegen de kever geworpen, zodat een ondernemende teler meende dat het ook in Australië zou lukken.
Het werd een ramp - zeker omdat er geen enkel effect op de schade veroorzaakt door de kevers was. De huidige populatie van de pad wordt op 200 miljoen exemplaren geschat, en het dier rukt ongehinderd verder op. Omdat Australische dieren geen ervaring met padden hebben, vallen ze hen regelmatig aan, wat een zekere dood betekent.
De pad is vooral een ramp voor slangen en andere grote reptielen, die massaal sterven in de streken waar ze floreert. Ze is een klassiek voorbeeld van een soort die er perfect in geslaagd is zich aan te passen aan een veranderde situatie, terwijl andere dieren veel moeite hebben om zich aan te passen aan de pad.
Het blijft moeilijk te voorspellen of de padden tot het uitsterven van Australische soorten zullen leiden. De Australische hoogleraar Rick Shine, die noodgedwongen de padden ging bestuderen omdat ze een ramp waren voor de slangen die zijn voornaamste onderzoeksobject zijn, merkt pas nu - bijna driekwart eeuw na de introductie - de eerste tekenen van aanpassing. De slangen leren eindelijk dat ze de pad met rust moeten laten.
Shine en zijn medewerkers ontdekten wel een andere prachtige aanpassing: de pad raakte ingesteld op een snelle invasie. Waar het aanvankelijk een traag dier was dat op jaarbasis zelden meer dan tien kilometer terrein veroverde, zijn er nu sprinters aan het werk. Rick noemt de invasielijn het Olympisch dorp van de reuzenpaddenwereld, met allemaal atletische padden met langere en stevigere poten dan de achterblijvers.
Doordat de atleten almaar meer voorsprong nemen, ontmoeten ze uitsluitend andere atleten om kindjes mee te maken, die bijgevolg nóg atletischer worden, waardoor ze nóg sneller kunnen trekken.
Een perfecte Darwiniaanse aanpassing: het selectief kweken van een ras Maserati-padden.
|
| |
Een gespleten gemeenschap
De meeste van de naar schatting vijfhonderd moslims op Home Island - een van de eilanden in de Cocos Keelingatol - stralen nog altijd ontzag uit als ze praten over Oceania: de grote, honderd jaar oude villa van de clan Clunies-Ross vanwaar je een prachtig uitzicht op de lagune in de atol hebt. De villa ligt in een tuin vol fruitbomen die er alleen groeien bij gratie van scheepsladingen Maleisische grond die ooit werden aangevoerd. De bomen belemmeren wel de wind, en zorgen dus voor een beklemmende sfeer, en muggen zijn in de tuin talrijker dan elders.
Toch wordt Oceania nog altijd beschouwd als het kasteel van de koning van Cocos-Keeling. Door het glas in de voordeur zie je letterlijk een troon staan, de troon van de pater familias van de Clunies-Ross', de van oorsprong Schotse clan die anderhalve eeuw lang op de eilanden een grote kokospalmplantage runde.
'Als je iets had uitgespookt dat niet naar de zin was van de koning, werd je tot de orde geroepen', vertelde Wahin Bynie, een stokoude en tandenloze moslim die zijn leven lang, vanaf zijn twaalf jaar, voor de familie had gewerkt. 'Als je hem daar zag zitten op zijn troon, kon je niet anders dan bang worden. En dan was je al langs de voormannen gepasseerd, harde blanke mannen met wie je niet kon discussiëren. Als er toch eens iemand protesteerde tegen de voormannen, werd er een duivelsuitdrijving op hem toegepast, om te illustreren dat hij gek geworden was.'
Met Wahin (en de Malay-tolk)
Wahin was vijftig jaar geleden een voortrekker, een vakbondsman avant la lettre (er is nooit een echte vakbond gekomen in de plantages van Clunies-Ross), die het zijn vroegere koning niet vergeeft dat hij van de 6,5 miljoen Australische dollars die hij in de jaren tachtig voor zijn eilanden van de Australische overheid kreeg, geen dollar veil had voor de mensen die hij achterliet. 'Hij verkocht ons gewoon met zijn eilanden', schamperde de man. 'Daar heeft hij alle krediet verloren dat hij bij zijn arbeiders had opgebouwd. Hij zei altijd wel dat hij het beste voor ons wilde, maar toen het er echt op aan kwam, liet hij ons gewoon in de steek.'
De zoon van de laatste koning van Cocos Keeling, Johnny Clunies-Ross, is niet lang na het vertrek van zijn vader teruggekeerd. Hij woont nu op West Island, aan de andere kant van de atol, tussen een honderdtal overwegend blanke Australiërs van het bierzuipende en brallende type, met een totaal verbitterde vrouw die geen goed woord over heeft voor de moslims. Er is weinig mengeling tussen de blanke en de bruine gemeenschappen van de atol. Er is één moslim die tussen de blanken woont, een succesvolle bouwondernemer, en één blanke vestigde zich tussen de moslims, een tot de islam bekeerde Australiër die ondertussen de meest fanatieke van het lot is.
De blanken op Cocos Keeling zijn verslaafd aan alcohol, de bruinen aan het gebed. Wat de moskee op het ene eiland is, is de bar op het andere. Iedereen zorgt op zijn manier voor uitwegen in zijn hoofd.
Met Johnny en Catherine Clunies-Ross
Johnny is een joviale man van twaalf stielen en dertien ongelukken, die momenteel een inkomen heeft door mooie grote schelpen te kweken voor de aquariummarkt. Hij doet ook een poging om een woonboot te bouwen waarvan hij een drijvend hotel wil maken. Een project dat bij voorbaat gedoemd is, omdat de Australische autoriteiten nu al zeggen dat ze nooit een vergunning zullen geven om het uit te baten, want het voldoet niet aan de normen.
Johnny heeft ook gepoogd om van Oceania een hotel te maken, had overal in het huis en in de tuin ijskasten gevuld met drank staan, maar het bouwwerk heeft zo erg te lijden van de tropische omstandigheden dat het alleen onderhouden kan worden als je permanent zo goed als gratis werkkrachten ter beschikking hebt. Vroeger kon dat, toen de familie Clunies-Ross nog als verlichte despoten over de eilanden heersten, nu kost het teveel en is de weg naar het verval ingezet.
Sinds de overname van de eilanden door de Australiërs in de jaren tachtig leven de meeste moslims van een uitkering. Een gegeven dat de Australische overheid veel geld kost.
'Het is een deel van de prijs die we betaalden voor de overname', zegt Mick Simms, de man die Cocos Keeling voor Australië bestuurt. 'Er wordt soms gezegd dat we de kraan beter dicht zouden draaien, en alle mensen naar het vasteland transfereren, maar met het groeiende belang van de islam in de geglobaliseerde wereld ligt dat moeilijk.'
Volgens Simms zal het probleem zich echter vanzelf oplossen: 'Wetenschappers hebben berekend dat als gevolg van het broeikaseffect de zeespiegel zo sterk zal stijgen dat Cocos Keeling binnen zeventig jaar helemaal onder water is verdwenen. Dan hoeft niemand zich nog druk te maken over wat er met de eilanden moet gebeuren.'
Met ons bezoek aan Cocos Keeling zijn we het programma ver vooruit gereisd. De uitzendingen in de Beagle-context zijn gepland voor eind april. Momenteel draaien we in Australië.
|
| |
Een eenzame sirene
De Cocos Keeling Eilanden in de Indische Oceaan zijn piepklein, twee atols waarvan het grootste een diameter van nergens meer dan tien kilometer heeft. Robert Fitzroy miste ze bijna toen hij de Beagle er naartoe loodste. Had hij niet regelmatig een groepje genten (witte zeevogels) doelgericht in westelijke richting zien vliegen, was hij mogelijk langs de eilanden gevaren zonder ze te zien.
Cocos Keeling is cruciaal geweest in de ontwikkeling van Charles Darwin als wetenschapper. Hij ontwikkelde er zijn eerste theorie. Niet de evolutietheorie, want die moest nog lang gisten in zijn hoofd, wel een theorie over het ontstaan van koraaleilanden.
Darwin, die koraalriffen in Frans Polynesië en Australië had gezien, zag op Cocos Keeling zijn eerste atol. Hij zag het verband tussen beide types rif, en leidde eruit af dat koraalriffen ontstaan op de flanken van vulkanen die uit de zee oprijzen. Als die vulkanen véél later onder druk van hun eigen gewicht weer wegzinken, blijven de koralen groeien, op hun afgestorven voorouders, om voldoende licht te kunnen blijven vangen. Zo ontstaat er eerst een rif met een lagune rond een stuk vasteland (het type dat ook wij in Frans Polynesië zagen), en vervolgens, als het vasteland helemaal is weggezakt, een atol, met alleen nog een lagune.
Het eerste type rif, dat van koraal dat gewoon op de wand van de vulkaan groeit, zou Darwin later in Mauritius te zien krijgen. Ook ons Beagle-project zal Mauritius nog aandoen.
Als goede wetenschapper verzamelde Darwin door middel van dieptepeilingen wat aanwijzingen voor zijn idee. Maar pas honderd jaar later slaagden wetenschappers erin voldoende diep in een koraalrif te boren om effectief op de weggezakte vulkaan terecht te komen. Zoals zo dikwijls bleek Darwin het bij het rechte eind te hebben gehad.
Een heremietkreeft op zijn Darwins
De Beagle bleef amper tien dagen in Cocos Keeling, maar voor Darwin was het voldoende om ook op een andere schaal waarnemingen te doen die zijn scherpe observatiegeest illustreerden. Hij was gecharmeerd door de massa heremietkreeften die hij zag, en beschreef hoe de scharen van de beestjes zo zijn gevormd dat ze een perfecte afsluiting vormen voor de schelp die ze als een mobilhome meezeulen. Hij beschreef ook de speciale scharen van de kokosnootkrab, een gigantisch beest dat erin slaagt kokosnoten te openen om aan hun vlees te kunnen (in een moderne versie van dit verhaal is aangetoond dat het ook colablikjes kan opensnijden).
De heremietkreeften waren tijdens ons bezoek nog altijd talrijk op Cocos Keeling, maar de reuzenlandkrab is zo goed als volledig verdwenen. Opgegeten door de mens.
Het zuidelijke atol is ook zo goed als vogelloos. Een bevreemdende ervaring, veel zee, veel groen, veel bomen, maar geen vogels. Het enige dierlijke geluid dat te horen viel, kwam van gekko's. In Darwins dagen zat de atol keivol zeevogels, vooral fregatvogels en de lieflijke witte bruidjes, de sterntjes met hun aandoenlijke ogen die Darwin in een zeldzame romantische bui had vergeleken met elfjes. Alle vogels van Cocos Keeling Zuid zijn opgegeten - inwoners vertelden dat de fregatvogel een delicatesse is.
De vogels zijn nu wel beschermd, maar omdat de originele vegetatie van de zuidelijke atol in de loop der jaren is opgeofferd aan een niet langer commercieel exploiteerbare kokospalmplantage, vinden ze geen plaats om te broeden.
Langs de lagune van Cocos Keeling
De druk van de moderne mens op zijn omgeving blijft groot. Sommige vissoorten van het eiland zijn zo zwaar overbevist dat ze op het punt staan te verdwijnen. De Australische autoriteiten hebben het moeilijk om het concept van duurzaamheid in de hoofden te hameren van de van oorsprong Maleisische eilandbewoners. Die begrijpen niet waarom er zoveel drukte wordt gemaakt om het verdwijnen van wat vissoorten als er nog honderden andere overblijven.
Toch hadden wij het geluk één soort te zien die er niet was in Darwins tijd, die slechts recent tot de fauna van Cocos Keeling is gaan behoren zonder dat hij als een met de mens meegereisde soort moet worden beschouwd. Tijdens een duik hadden we een ontmoeting met een dugong, de lelijke zeekoe die model heeft gestaan voor de mooie maar gevaarlijke sirenen uit oude verhalen. Een tam beest dat zich kwam schuren tegen de kabel van het anker van onze boot.
Een eenzaam mannetje dat er niet in slaagt om tijdens zijn zwerftochten over de oceaan vrouwtjes mee te lokken. Zolang dat niet gebeurt, zal er zich op Cocos Keeling geen nieuwe populatie van deze met uitsterven bedreigde soort vestigen.
Hopelijk lukt het ooit. Er is zo weinig goed nieuws voor de zeekoe in onze wereld.
|
| |
Naar de haaien
Het was opvallend hoe weinig vogels er op Tahiti te zien zijn. Of hoe ontgoochelend arm de sterrenhemel er is. In het paradijs moet je echter niet in de lucht kijken, wel onderwater. Het onderwaterleven is overweldigend. Soms had je het gevoel dat elke vis die je zag een nieuwe soort was, zoveel kleurenpracht was er vertegenwoordigd.
Queen B en ik maakten een geslaagde excursie naar het rif van Bora Bora, met een vader en zijn twee knettergekke zonen, die hun publiek eerst vermaakten met meestal onverstaanbare grappen en grollen, tussendoor harmonieus gezongen liedjes te berde gaven, begeleid op ukelele en tamtam (met als hoogtepunt een Tahitiaanse versie van La Bamba en de Macarena), en vervolgens ervaren duikers bleken te zijn.
Vlak voor we het water ingingen, knielde de oudste van de broers in de boot en vroeg hij een minuut van stilte voor de cliënten die eerder door haaien waren opgegeten. Ze namen ons namelijk mee op een haaienavontuur. Ik was er aanvankelijk sceptisch over geweest, want op Fernando de Noronha en de Galapagos Eilanden waren de grote haaienbeloftes niet ingelost, maar nog voor we het water insprongen zag ik al de eerste rifhaaien langs de boot zwemmen. Zwarttiprifhaaien.
Zwemmen met zwarttiprifhaaien
Onderwater was het een haaienfestijn. We zwommen letterlijk tussen tientallen haaien, beesten van anderhalve meter die soms op minder dan tien centimeter van je gezicht passeerden. Zelfs Queen B, die op de Galapagos nog eerder in de mast zou zijn geklommen dan in water met zelfs maar het kleinste haaitje gedoken, zwom na verloop van tijd als ware het de normaalste zaak van de wereld mee tussen de haaienmassa. Op de bodem zwommen daarenboven nog citroenhaaien, bruine beesten van meer dan 3 meter lang die ook al vriendelijk bleken te zijn, want onze gastheren gingen gewoon aan hun rugvin hangen en lieten zich meeslepen.
Een week later trokken we weer de zee op, op zoek naar zwarttiprifhaaien, met wetenschappers op het eiland Moorea, in een gammel bootje met een kleine motor die om de haverklap uitviel. We vaarden mee met de Belgische bioloog Martin Romain en de Franse haaienexpert Johann Mourier die onder meer voor het biocodeproject werkt: een project dat alle soorten dieren en planten van Moorea met een DNA-code wil labelen, om een sluitende inventaris van alle leven in een afgelijnd ecosysteem te maken. Een wereldprimeur.
Johann en Martin togen aan het werk met bakken vol dode vis en visafval, en met een zware vislijn waaraan beurtelings een flink stuk rode tonijn of een dikke makreel gehangen werd. Het visafval is nodig om de chemische stoffen te laten circuleren die haaien oppikken in hun speurtocht naar eten. Hoe meer chemische stoffen, hoe meer haaien opgewonden raken, en hoe gekker ze worden, hoe makkelijker ze in het aas bijten.
Het orgaan waarmee haaien chemische prikkels analyseren, is zo verfijnd dat ze het onderscheid kunnen maken tussen een stuk vis en een stuk vis dat aan een metalen haak hangt. Maar als ze te opgewonden zijn geraakt, verliezen ze een deel van hun controle en worden ze kwetsbaar. 'Haaien zijn veel verstandiger dan men doorgaans denkt', vertelde Johann, 'en omdat we voor ons onderzoek dikwijls op dezelfde plaatsen vissen, worden de dieren steeds meer op hun hoede. Je moet ze echt buiten zichzelf van opwinding krijgen voor ze toehappen.' We hadden geluk, en we vingen twee grote haaien, waarvan een stukje vin verzameld werd voor DNA-onderzoek.
Haaien vangen op Moorea
De combinatie van DNA-analyse van individuele dieren met een foto van de zwarte tip vormt de basis van Johanns onderzoek. De zwarte tip is uniek voor elk dier, zoals onze vingerafdruk maar véél zichtbaarder. Als hij tussen de haaien in zijn studiegebied duikt, kan hij op zicht bepalen welke individuen hij ziet. Daarna kan hij van die individuen de DNA-code vergelijken. Zo kan hij verwantschappen nagaan, welke kinderen van welke ouders zijn, welke haaien graag in elkaars gezelschap vertoeven, dat soort dingen, om te onderzoeken of haaien in familieverband leven, of in een soort dorpsgemeenschap met weinig onderlinge verwantschap.
De eerste resultaten wijzen uit dat de zestig haaien in zijn studiegebied virtueel in een viertal kleine gemeenschappen van grotendeels onverwante dieren zijn opgesplitst, en dat er relatief weinig contact is tussen de gemeenschappen.
Hoe die gemeenschappen tot stand komen, dus wie naar waar vertrekt, heeft hij nog niet opgehelderd. Voor ons niet gelaten, wij brachten een geweldige namiddag door op het blauwe water voor een koraalrif in het gezelschap van twee gedreven mannen die spectaculair onderzoek deden. En we voelden aan den lijve dat het toch een verschil maakt of je als toerist dan wel als wetenschapper naar haaien kijkt. De toegevoegde waarde van kennis is niet te onderschatten.
Het verslag van de haaienvangst en van het biocodeproject voor Beagle wordt op 21 februari uitgezonden op Nederland 2 en op 24 februari op Canvas.
|
| |
Schonen met vetlagen
Charles Darwin was met de Beagle slechts een week op Tahiti. Hij beschreef het eiland wel als een plaats die 'voor altijd een klassieker zou zijn voor reizigers', omwille van zijn overweldigend mooie tropische vegetatie, met de exquise bloemenparfums als uitschieter, en zijn mooie en gastvrije mensen.
Dat van die overweldigende vegetatie en exquise parfums is nog altijd aan de orde. Zelfs een wandeling in de weinig opwindende hoofdstad Papeete leidt de bezoeker langs bomen en struiken met geparfumeerde bloemen. Ze geuren zo krachtig dat je ze soms door de uitlaatgassen van het verkeer kunt ruiken.
Maar het verhaal over de schoonheid van de mensen lijkt achterhaald door de universele vreetcultuur. Coca Cola en McDonalds, alomtegenwoordig langs de wegen van het eiland, hebben hun werk gedaan. De Tahitianen zijn vandaag vooral dikke mensen die vele vetlagen meezeulen. Ze hebben vrolijke open gezichten met bolle wangen en een natuurlijke glimlach, vooral als er toeristen in de buurt zijn, maar schoonheidswedstrijden zijn te hoog gemikt.
Een Tahitiaanse schone uit Thailand
De dikheid was vooral duidelijk op de pleintjes waar elke avond de roulottes samenkomen, tot rijdende snackbar omgevormde camionettes waar je voor weinig geld veel kunt eten. Op de pleintjes werd ook duidelijk dat geneticus Spencer Wells op de goede weg is met zijn verhaal over de universeel wordende mens, over het feit dat wij binnen afzienbare tijd veel meer op elkaar zullen lijken dan nu, dat de grenzen tussen de rassen weggevaagd zullen worden door de globalisering en de vele verplaatsingen. Er liepen allerhande combinaties van koppeltjes rond, wit met bruin, geel met bruin, geel met zwart, dikwijls met kinderen, talloze mensen waarin je vele roots kon zien.
Darwin brak zich in zijn tijd lang het hoofd over hybridisatie bij mensen, omdat het cruciaal was voor zijn evolutietheorie, en voor zijn wetenschappelijke bijdrage tot de strijd tegen slavernij. Als het mogelijk was vruchtbare hybriden te hebben tussen diverse mensenrassen, behoorden die rassen ongetwijfeld tot dezelfde soort. Het is vandaag moeilijk te geloven dat daar minder dan tweehonderd jaar geleden wetenschappelijke twijfel over bestond. Vooroordelen kunnen uiterst hardnekkig zijn.
Mooie mensen zagen we niet op de pleintjes met de roulottes. Er wordt nochtans geen moeite gespaard om de bezoekers van Tahiti met beauties met naakte borsten te imponeren. Op postkaarten en in allerhande publicaties prijken exotische vrouwen met borsten van de stevigste soort, maar insiders wisten te melden dat de meeste van die dames overgevlogen worden uit Thaïland of Colombia. Ik zag amper een vrouw waarvan ik vond dat ze op een postkaart had gekund.
Zelfs de kerstman ontsnapt niet aan een attentie van een langbenige schone met bloot bovenlijf en strooien rokje. In het meest bescheiden krantenstalletje liggen documenten opgevrolijkt door in niets dan bloemen gehulde dames. Soms wordt er een ernstig sausje overgegoten, vind je een document dat kort de geschiedenis beschrijft van de belangrijkste figuren in de historiek van Tahiti, James Cook, Louis-Antoine de Bougainville, William Bligh en de Bounty, telkens vergezeld van een paginagrote en niet relevante afbeelding van een tropische schone.
Gauguin en de mythevorming
Ook Paul Gauguin kwam in het werkje aan bod, de rusteloze Franse schilder die géén succes kende en daar mateloos door gefrustreerd was, en die in Frans-Polynesië twee keer zijn geluk kwam zoeken - tevergeefs, want ook hier was hij niet tevreden, hoewel hij zich omringde met lokale jonge vrouwen en veel blote borsten schilderde. Gauguin bekloeg zich bijna honderd jaar geleden al over de snelheid waarmee Tahiti verwesterde, over de elektriciteit die de weg naar het eiland had gevonden, zodat er straatverlichting kwam, over de reusachtige draaimolen die het plein voor het koninklijk paleis ontsierde.
Ook hij was ontgoocheld in de vrouwen, en had het over de mythevorming, over reizigersverhalen die sterk overdreven waren, over de legende van de Bounty, de meest illustere muiterij uit de wereldgeschiedenis, uitgevoerd door matrozen die de tropische eilanden met hun wellustige vrouwen niet wilden verlaten. Die wellustige mooie vrouwen zijn ongetwijfeld vooral een natte droom van gefrustreerde reizigers geweest, nu op handige wijze omgetoverd tot een toeristische attractie. De vele bloemen- en schelpenkransen moeten de aandacht afleiden van de vetlagen.
Darwin stond gelukkig niet in dat boek met blote borsten. Darwin leeft niet op Tahiti. Als toeristische attractie schiet hij er tekort.
|
| |
Interludium: de mooiste sterrenhemel
Halverwege Chili, in de heuvels aan de voet van de Andes, ligt het dorp Pisco Elqui: een plaatsje dat niet alleen bekend is voor de whisky die de basis vormt van de bekendste Chileense cocktail, maar vooral omdat het ermee pocht onder de mooiste sterrenhemels ter wereld te liggen.
En het moet gezegd: ze waren fantastisch. Ik denk niet dat ik ooit méér sterren aan het firmament heb gezien dan daar, dat ik de Melkweg ooit als een duidelijker afgetekende nevel tegen de hemel heb zien hangen, dat ik ooit meer sterren heb zien vallen dan met Queen B naast me onder de Chileense hemel.
Het verbaasde me dat Darwin, die maandenlang in de regio reisde en meestal onder de blote hemel sliep, nergens iets schrijft over de sterrenpracht. Misschien was hij te gewoon aan een mooie sterrenhemel om er iets speciaals in te zien. Lichtvervuiling was iets dat men destijds zelfs in Engeland amper zal hebben gekend - lichtvervuiling die maakt dat het nooit meer echt donker is, zodat je, bijvoorbeeld bij ons in de Benelux, nooit meer een sterrenhemel in volle pracht en praal kunt bewonderen.
Ik bleef uren naar de sterren kijken, tot ik er nekpijn van kreeg. Maar ik betrapte me op geen enkel moment op bespiegelingen over een God die daar ergens zou vertoeven, over ander leven dat daar ergens zou huizen, wachtend op tekenen van volk zoals wij om het geruststellende gevoel te krijgen dat het niet alleen was. Ik kon me alleen verbazen over de enorme afstanden, de enorme aantallen sterren, aantallen waar wij alleen maar van duizelen. Ik bezondigde me niet aan hersenspinsels over waar dat alles vandaan zou zijn gekomen, over wat er voor de Grote Oerknal zou zijn geweest, waar alles voor de meeste natuurkundigen mee begon. Het heelal is er gewoon, en voor de rest denk ik niet dat onze hersenen voldoende gesofisticeerd zullen blijken te zijn om te vatten wat er in de hemel aan de hand is, en geweest is.
Een visie die uiteraard niet door alle wetenschappers gedeeld wordt. Tussen Callao en de Galapagos Eilanden was de van oorsprong Britse astronoom Paul Davies aan boord van de Stad Amsterdam, een man die poogde God te vinden in de fysica, en die er nu vanuit gaat dat er wel iets speciaals met het ontstaan van het heelal aan de hand moet zijn geweest, omdat alles zo georganiseerd zou zijn geweest dat er intelligent leven uit voort móést vloeien. Een man die een vorm van Darwiniaanse selectie transplanteert naar de kosmologie, die stelt dat er heel veel (multipele) universa waren of zijn, maar dat slechts één daarvan geschikt is gebleken om leven mogelijk te maken - en dat is het onze. Een man die een blind geloof heeft in zelfs de absurdste kronkels van de wereldvreemde genieën die kosmologen dikwijls zijn, en die zijn heil zoekt in wiskunde om het bestaan van bijna esoterische concepten niet alleen te voorspellen, maar ook als gebruikselement te catalogiseren.
Wormgaten zijn een mooi voorbeeld van zijn denkpatroon, binnenstebuiten geklapte zwarte gaten waardoor je snel in de tijd zult kunnen reizen, de ideale tijdmachines. Helaas is een niet weg te denken aspect van tijdmachines van zo goed als alle sciencefiction dat de personen die ze gebruiken, ook terug willen, en die mogelijkheid lijkt met wormgaten niet gegarandeerd. Hoewel, vond Davies, er is niets in de moderne fysica dat voorkomt dat de poort naar een wormgat lang genoeg in een stabiele positie blijft om een terugkeer naar de oorsprong, de plaats van vertrek, mogelijk te maken. Ik weet niet of ik dat voldoende zou vinden als argument om in zo'n gat te duiken als de kans zich zou voordoen. Maar anderen, echte explorers, zouden er ongetwijfeld wel voor te vinden zijn, mensen op zoek naar nieuwe werelden en vooral naar roem en eer voor zichzelf. Er zijn genoeg waaghalzen in de wereld om zich in een wormgat te begeven.
Het was niet oninteressant, wat Davies vertelde, maar het was zo onwetenschappelijk, zo onverifieerbaar (tenzij met hogere wiskunde), en de man bracht het zo droog, zonder humor, zo rigide, dat ik hem finaal als de typische karikatuur van de wetenschapper beschouwde die wetenschap zo onaantrekkelijk maakt voor vele mensen. Géén wandelend reclamebord voor het boeiende van wetenschap, in tegenstelling tot vele wetenschappers die ik eerder tijdens het Beagle-project had ontmoet.
Ik genoot in Pisco Elqui van de prachtigste sterrenhemel die ik ooit zag, en was blij een bioloog te zijn met interesse in vogels en de evolutietheorie, en geen astronoom die meende dat, als er ergens in het heelal nóg leven zou zijn, het ongetwijfeld ook aan de Darwiniaanse principes van natuurlijke en seksuele selectie zou beantwoorden. Alsof alle leven zich per definitie zou moeten gedragen of laten omschrijven als het onze.
|
| |
De schoonheid van seksuele selectie
Het eiland North Seymour van de Galapagos-archipel is een van de vreemdste, maar tegelijk mooiste plekken die ik ooit bezocht. Een dor, Tim Burton-achtig landschap met bodem en bomen zonder bladeren beschilderd in tinten variërend van wit tot lichtgrijs, doorspekt met metershoge cactussen geplooid in de bizarste vormen. Een plaats gemaakt voor monsterachtige dieren. Tussen de knokerige bomen kruipen bruingele landleguanen, lelijke beesten. Een leguaan worstelt onhandig met een vissenmummie die hij waarschijnlijk te pakken kreeg omdat een fregatvogel, een draak van de zee, hem liet vallen.
Er broeden vele fregatvogels op het eiland. De jongen met hun grote bek zitten onhandig op een tak te wiebelen in de wind, hun lange vleugels afhangend als waren ze pterosaurussen die willen gaan wandelen. Ze wachten tot een van de ouders terugkeert om hen te voeden, waarbij ze hun kop volledig in de ouderbek steken om wat halfverteerde vis op te slokken.
Maar er zit ook kleur op het eiland. De landleguanen hebben mooie gele stekeltjes als een kam op hun rug, en mannelijke fregatvogels pogen indruk te maken op vrouwtjes door een knalrode keelzak op te blazen tot de proporties van een kermisballon. Ze gebruiken de keelzak om vrouwtjes naar hun nestplaats te lokken. De vogel met de mooiste zak krijgt het beste vrouwtje.
Op bezoek bij baltsende fregatvogels
Als het paren gedaan is, verschrompelt de zak, hangt hij een tijdje als de restanten van een gesprongen ballon te schommelen, voor hij weer volledig in de keel is opgenomen.
De opvallendste inspanningen om indruk te maken op de vrouwen worden geleverd door de blauwvoetjan-van-genten. De mannetjes doen prachtige dansjes voor de vrouwtjes, waarbij ze vooral het mooie blauw van hun poten etaleren. De blauwe kleur is een structuureffect, en geen pigment, een spel van lichtbreking op een gekartelde poothuid. Hoe blauwer de poten, hoe beter. Een vogel in de kolonie die, waarschijnlijk als gevolg van een genetische afwijking, groene poten heeft, raakt al jarenlang niet aan een vrouwtje.
Vrouwtjes evalueren verschillende mannetjes voor ze een keuze maken. Ze kiezen uiteindelijk het mannetje van wie ze denken dat hij haar het beste zal helpen in het grootbrengen van een kleine jan-van-gent. De pootkleur moet de aandacht trekken op de kwaliteit van de man als vader. De eieren worden op de poten gelegd bij het broeden, zodat pootstructuur een belangrijk kenmerk is, en er zijn aanwijzingen dat de blauwe kleur een indicatie geeft van de mate waarin een mannetje een goede visser is, al is niet duidelijk hoe.
Bij de flamingo's, van wie er op de Galapagos Eilanden ook een mooie populatie leeft, is dat wel het geval: de meest roze flamingo's zijn de vogels die het meeste kreeftjes uit het water filteren, want de pigmenten van de kreeftjes komen in de veren van de vogels terecht. Flamingo's zijn nergens ter wereld rozer dan op de Galapagos.
Charles Darwin heeft er na zijn thuiskomst van de Beagle-reis niet lang over gedaan om uit de schoonheid die hij overal zag, een concept te puren dat een noodzakelijke aanvulling zou worden op zijn natuurlijke selectie: seksuele selectie. Dat omhelst het etaleren en evalueren van kwaliteit. Hij zag dat sommige kenmerken niet in het plaatje van natuurlijke selectie pasten, en hij begreep dat schoonheid niet iets was dat God had gemaakt om de mensen te plezieren, zoals in zijn tijd de gangbare gedachte was.
Een lelijk beest met mooie stekeltjes
Schoonheid is een gevolg van de noodzaak om geschikte partners aan te trekken. Het is uiteraard een rekbaar begrip. Voor ons is een landleguaan geen aantrekkelijk beest, maar een vrouwtje zal een mannetje met mooie gele stekeltjes ongetwijfeld uiterst sexy vinden.
Het prachtige aan seksuele (en natuurlijke) selectie is dat ze overal geldt. Na het landbezoek aan North Seymour gingen we onderwater, onder dezelfde klif waarbovenop we de fregatvogels, jan-van-genten en landleguanen hadden gefilmd. We zagen er nog meer kleuren en vormen, van vissen vooral, ook monsters soms, maar soms ook beschilderd met esthetisch meer dan verantwoorde schakeringen van vooral groen en rood en blauw.
De evolutietheorie geldt overal, in de hemel, op de aarde en op alle plaatsen.
Een gelukkig nieuwjaar voor iedereen die het Beagle-programma volgt (en uiteraard ook voor de rest). De uitzendingen hernemen op 10 januari op Nederland 2 en op 13 januari op Canvas. Wij zijn ondertussen op weg van de Galapagos Eilanden naar Tahiti.
|
| |
Darwin de Geldmachine
Grote verwachtingen kunnen hand in hand gaan met grote ontgoochelingen.
Ik weet niet wat Charles Darwin verwacht had te zien toen hij op 17 september 1835 voor het eerst voet aan wal zette op de sinds zijn doortocht legendarisch geworden Galapagos Eilanden, maar hij zette bij zijn eerste beschrijvingen vooral het onherbergzame karakter van de archipel in de verf: zo goed als ontoegankelijk en zo heet als een stoof.
Het eerste wat ik zag toen ik op 13 december 2009 voet aan wal zette op de Galapagos Eilanden was een luchthaven die tot acht vluchten per dag verwerkt, een hygiënische dienst die moet vermijden dat de schoenen van toeristen potentieel kwalijke microben en schimmels en andere biologische rotzooi binnen brengen, en een immigratiekantoor dat je 100 dollar uit je zakken klopt, als een entreeticket.
Je kunt op de Galapagos niet anders dan in een toeristische mallemolen meedraaien.
De eerste Darwin-vink die ik zag gedroeg zich als een opportunistische mus, en kwam koekjes bedelen bij toeristen. De eerste lavameeuw had een kleurring om een poot, in het kader van wetenschappelijk onderzoek. Over de eerste zeeleguaan struikelde ik bijna, want hij lag plompverloren op wat voor de promenade moet doorgaan van het dorpje Puerto Ayora op het eiland Santa Cruz, de uitvalsbasis voor de meeste cruises.
Zelden ben ik ergens geweest waar je zoveel vergunningen nodig hebt om iets te kunnen doen, en waar je bijna per definitie een gids meekrijgt als je een vergunning hebt om iets te doen. Als je dan nog het gevoel zou hebben dat die inspanningen nuttig zouden zijn in het stimuleren van het behoud van het authentieke karakter van deze toch wel speciale archipel, zou je dat kunnen verkroppen. Maar nee, zowel in Puerto Ayora als in het dorp San Cristobal op het gelijknamige eiland wordt vooral gebouwd: een nieuwe havenpier, nieuwe hotels, nieuwe straten, zelfs nieuwe wandelpaden door de ten tijde van Darwin zo ondoordringbare begroeiing.
De Galapagos worden met dank aan het toerisme steeds toegankelijker gemaakt. Meer zelfs. De meer dan 120.000 toeristen die er dit jaar zullen landen, vormen een permanente luchtbrug met het continent. De eilanden worden niet alleen steeds meer door mensen overwoekerd, maar ook door alles wat mensen mee brengen, zoals geiten, bramen, vuurmieren en muggen die ziektes dragen waar zelfs Darwin-vinken last van hebben.
De Darwin-vink heeft ook het concept 'verkeersslachtoffer' leren kennen. De Belgische biologe Bieke Van Hooydonck ontdekte dat er op de verbindingsweg tussen de luchthaven van Santa Cruz en Puerto Ayora grote aantallen van Darwins legendarische vinken in het moordende verkeer sneuvelen.
Het is de ultieme degradatie van een ongerepte status: verkeersslachtoffer worden.
Darwin als een revolutionair op de Galapagos
Op San Cristobal werd het contrast tussen wat de Galapagos hadden kunnen zijn, en wat ze aan het worden zijn, nog duidelijker. We filmden er op de plaats waar Darwin voor het eerst voet aan wal zette, een prachtige baai met fregatvogels in de bomen op de klif en zeeleeuwen spelend in het blauwe water of zonnend met baby's op het strand. Het was een spectaculair mooi landschap met dorre bomen vol droge haarmossen en sneeuwwitte korstmossen, een spookbos op een lavaveld vol scherpe rotsen.
Maar het plaatje werd grondig verpest door een foeilelijk 5 meter hoog beeld van een onherkenbare Darwin. Er stond nog een beeld van hem in het dorp, er is een reisbureau naar hem genoemd, een luchttransportmaatschappij, de hoofdstraat draagt zijn naam, en er zijn bekers en t-shirts met zijn kop op te koop. Eentje presenteert Darwin vermomd als revolutionair, een Che Guevara van de wetenschap, met de slogan: Evolution Revolution.
Het was om misselijk van te worden: de grote Charles Darwin is op de Galapagos een merchandising-product geworden, net als de zeeleguanen en de landschildpadden die hij er ontdekte. Hij is een lokmiddel voor massatoerisme van mensen waarvan de meesten amper weten waar hij voor staat. Ze stippen de Galapagos gewoon aan als het volgende exotische oord waar ze thuis mee kunnen uitpakken.
De reuzenlandschildpad als toeristische attractie
Om het nog erger te maken, bleek een deel van de gidsen op de Galapagos echte intelligent-designers te zijn: mensen die wel in de evolutie geloven als het om zeeleguanen en landschildpadden gaat, maar niet als het de eigen soort betreft, die is een creatie van God.
Het was de ultieme ontgoocheling, te merken dat de lokroep van de Galapagos gebruikt wordt om een boodschap te verspreiden die Darwin verachtte.
Je zou voor minder blij zijn dat Darwins bezoek aan de Galapagos een stuk minder indrukwekkend en mentaal doortastend was als wij geneigd zijn te denken. Maar ik had op de eilanden wel meer dan ooit het onhebbelijke gevoel dat ik een plaats liever in Darwins tijd had bezocht dan vandaag. De Galapagos zijn teveel een Bobbejaanland geworden!
Omdat het Beagle-programma in de kerstvakantie twee weken stil ligt, wordt de tijd tussen opnames en uitzending langer. Voor de reportages op Canvas en Nederland 2 over de Galapagos Eilanden is het wachten tot in februari!
|
| |