Media en Cultuur
FOTOGRAFIE ALS HAIKUS; Werk van Rinko Kawauchi.
.
FOTOGRAFISCHE HAIKUS.
Werk van Rinko Kawauchi.
De wereld staat nooit stil maar voor de Japanse fotografe Rinko Kawauchi (°1972) wel.Er zijn veel stille foto's te zien op haar tentoonstelling in Brussel, er is een video en een diamontage maar de bezoeker krijgt nooit de indruk van overdaad. De beelden zijn aan de muur in groepen gecomponeerd zoals de onderdelen van een muziekwerk. Ze vormen inhoudelijk één geheel maar verschillen van thematische keuzes. Of toch ook weer niet want het gaat vrijwel altijd om de simpele dingen van het leven. Eigenlijk zou men de rondgang moeten aanvangen bij de diareeks omdat daarin het opzet van de fotografe het duidelijkst is te onderkennen. Ze kiest voor doodgewone dagelijkse dingen in huis en in de natuur en laat die zogenaamd achteloos elkaar opvolgen. Maar dan blijkt, gaandeweg, dat haar grootouders en vooral haar opa een bindende rol spelen in haar concept. De oudjes verschijnen achteloos, nu en dan, afgewisseld met natuurbeelden, close-ups van dagelijkse voorwerpen, details van een gebouw of kamer. Wanneer de voorstelling is afgelopen wordt duidelijk dat de aanwezigheid en het overlijden van de grootvader, discreet en liefdevol in beeld gebracht, het geheel van de compositie optilt tot een metafoor voor de gang van het leven. Alle details van wat er rond ons leeft hebben nu een nieuwe betekenis gekregen.
Haar foto's zijn teder van kleur, soms grenzend aan de kitsch, maar dat heeft Kawauchi zorgvuldig vermeden. Het is vrouwelijke fotografie en dat is niet discriminerend bedoeld, eerder positief. Ze worden er alleen maar tederder door, fragieler en subjectiever. Ze opposeert op een intelligente manier soms contrasterende fotobeelden naast en onder elkaar en zo steunen ze zich, dwingen de toeschouwer tot nadenken en tot verbanden leggen. Het is heel subtiel, impliciet eerder dan expliciet en vergt een aandachtige lezing. Groepen foto's lezen als haikus waar in enkele zinnen een deel van haar wereld wordt geopenbaard. Een wereld die droom en realiteit, zingeving en banaliteit tot één geheel vormt.
Op de tentoonstelling is werk van tien jaar geopenbaard. Ze bewijst daarmee hoe continu haar fotografische betrachtingen zijn. Er is geen discrepantie, ook geen manifeste evolutie. Ze heeft haar weg gevonden en bewandelt die consequent en volgehouden. Het is niet verwonderlijk dat ze al in vele landen tentoonstelde, belangrijke prijzen won en verschillende publicaties over haat werk mocht zien verschijnen.
Een vers van William Blake vertaalt perfect wat we in deze foto's moeten ervaren : "To see the world in a grain of sand / And a heaven in a wild flower / Hold infinity in the palm of your hand / And eternity in an hour."
Ludo Bekkers.
Tentoonstelling : "Rinko Kawauchi, Transient wonders, every bliss". Brussel, Argos Centre for Art and Media, Werfstraat 13. nog tot 27 maart.
|
| |
Rondom gruwel in een huis "ergens" in Brussel
Het kleine en fijne Brusselse kunstenaarsinitiatief "Etablissement d'en face" produceerde een werk van de Franse kunstenaar François Curlet (1967) die al geruime tijd in onze hoofdstad verblijft.
"Chanter l'Enfer" is een ferm tot de verbeelding sprekende concept dat teruggrijpt naar onuitgesproken familiale gruwel die Brussel en de rest van ons land jarenlang in de ban hield.
Een verlaten en helemaal door politiediensten doorzocht en gestript huis werd het uitgangspunt waarmee Curlet een poging tot reconstructie waagde van de indringende sfeer die er (nu) nog hing.
Een stukje ingelijst gordijn, een metalen kleerhangertje afgegoten van originele kleerhangers van het huis, een mee te nemen drukwerk met foto's van het interieur en zes sculpturen die het midden houden tussen postbussen en vogelkastjes - gemaakt met aldaar ter plekke gevonden hout - veroorzaken een indrukwekkende installatie.
Vragen over fictie, realiteit, macht, gruwel en dood gaan in dialoog met kunstwerken die op zichzelf staan en helemaal niet teren op de anekdotes van de gruwel. Dat is een straf verhaal maar leidt ook tot discussies over kantelmomenten waarin de anonieme sfeer van de tentoonstelling kan omslaan in één groot anekdotisch verhaal als wanneer de kunstenaar maar een glimp van zijn bronnen zou prijsgeven.
Van kunst waarin toedracht en verhaal volledig aan de openbaarheid wordt overgelaten wordt en blijft in vele gevallen niet veel meer over dan bevallige "plaatjeskunst".
Zelfs een babbelzieke en beroemde kunstenaar zoals Luc Tuymans versast de verhalen "achter" zijn schilderijen niet zelden en maar al te graag via spitant geformuleerde uitleg aan een breed publiek dat dit alles gretig consumeert als "de kunst zelve". Tijdens zijn recente expo in Wiels met de beeldvorming van het internet als thema wist Luc Tuymans bij alle werken een beschrijving te geven van de bronnen die aan de basis liggen van zijn werken. De verhouding tussen mediërende taal en autonoom beeld/kunstwerk is en blijft een problematische aangelegenheid, een zaak die andere belangrijke kunstenaars ontwijken in perspectief van het voordeel van de inhoudelijke twijfel.
Ook deze nieuwe installatie van François Curlet hangt in deze eerder geschetste logica aan een zijden draadje. Het is om die reden ontzettend intelligent dat de losse tekst gevoegd bij het mooie magazine fictief blijft maar tegelijk een algemene psychologische "problematiek" schetst van buurtbewoners die liever niet (meer) wensen te worden geconfronteerd met de gruweltoestanden die jarenlang gebeurden pal naast hun deur.
De straffe tekst op het losse witte blaadje is van de bekende kunstbemiddelaar Joel Benzakin die in Brussel nu actief is met de uitgave van edities en vele tentoonstellingen maakt in het Spaanse Castellon.
Het titelloze "magazine" met foto's van "het oord van verderf" is luxueus en glanzend uitgegeven en toont vooral in de middelste double-page een aangrijpend beeld. Een zolder is afgeboord met onderdelen van bedden. De ruimte gelijkt op een verlaten doksaal waarop een aantal duiven hebben "post" gevat. Het is meer dan een straf beeld - een haast surreëel tafereel of tenminste een beeld waarin op elk moment een suspense-moment zich voor de ogen van het publiek kan ontrollen zoals we die kennen van de cineast Alfred Hitchcock...
Het tekstloze magazine (mét losse fictie-tekst) hangt ook "uitgespreid" tegen een witte muur van de huiskamer-ruimte van Etablissement d'en Face waardoor deze publicatie tegelijkertijd een inherent onderdeel wordt van de expo die de bezoeker ook thuis kan reconstrueren...
Het opgevouwen magazine kijkt (letterlijk) uit over de zes houten sculpturen waarin de alerte bezoeker materiaal kan "lokaliseren" dat subtiel te zien is op de foto's... Op die manier wordt deze installatie interactief en blijft de ware toedracht van de feiten goed en wel geheim.
François Curlet slaagde erin om een collectief onaanvaardbaar feit van familiale gruwel in Brussel uit te drukken in een pakkend kunstwerk dat inhoudelijk blijft hangen in een exemplarische insinuatie !
Bij deze gelegenheid publiceerde "MOREpublishers" een prachtige print gebaseerd op een beeld dat deze tentoonstelling van François Curlet in de greep houdt...
"Chanter l' enfer" van François Curlet nog tot 6 maart
http://www.etablissementdenfaceprojects.com
http://www.morepublishers.com
Luk Lambrecht
|
| |
EXPO: El Greco. Domenikos Theotokopoulos. 1900 (*** 1/2)
© Toledo, Museo de Santa Cruz (depsito del la JCCM)
El Greco, voluit Domenikos Theotokopoulos (1541-1614), wordt algemeen beschouwd als één van de groten uit de schildergeschiedenis. Maar dat was niet altijd zo. BOZAR brengt een eigenzinnig portret van de Griek, zijn atelier en de grillige receptie van zijn oeuvre.
Hoe El Greco sinds 1900 uit de vergetelheid werd gerecupereerd, is één van de thema's van de BOZAR-expo. Het is op papier een interessante insteek, maar visueel moeilijk te brengen zonder aan spanning te moeten inboeten. Rond 1900 was de rehabilitatie hangende, maar het zal bijvoorbeeld nog tot 1920 duren vooraleer het Prado een zaal aan de kunstenaar wijdt. De moderne staat Spanje spiegelde zich graag aan haar grootse culturele verleden. Die zogenaamde cultuurnationalisatie zag het triumviraat El Greco, Velázquez, en Goya als de verpersoonlijking van de geniale Spaanse schilderkunst.
Het is een aarzelend en documentair begin in Brussel, een soort situatieschets. De stemmige belichting is weliswaar perfect gekozen. Voor het begrip van de receptie van El Greco's werk en voor de kunsthistorische annalen is het heropvissen van de eigenzinnige Griek uiterst interessant. Dat onderwerp gebruiken als deel van een expo, is eigenzinnig. Het vermijden van platgetreden paden verdient voor de durf en het inzicht lof, maar het levert niet noodzakelijkerwijs een puntgaaf parcours op. Het vraagt een volgehouden denkoefening met als doel: visualiseren en prikkelen. De prima catalogus slaagt veel beter in het informatieve opzet.
© Toledo, Museo de Santa Cruz (Depósito de la Parroquia de San Nicolas de Bari, Toledo)
El Greco is een vreemd en eerder slecht gekend personage. Hij werd geboren op Kreta waar hij iconenschilder was; trok naar Italië om er van Michelangelo en Titiaan te leren en belandde daarna pas in het Spaanse Toledo. Hij was er overigens van overtuigd dat de schilderwerken van Michelangelo voor verbetering vatbaar waren; de koppige Griek provoceerde graag. In Spanje gingen de zaken betrekkelijk goed en kon hij een atelier uitbouwen. Atelierwerken in de expo tonen het bedrijf achter de meesterhand. De kruisiging uit het Museo de Santa Cruz in Toledo is zo'n voorbeeld. (Zie afbeelding)
Men spreekt over een prestigieuze tentoonstelling - begrijpelijk -, maar wat maakt van El Greco een uitzonderlijk schilder? Naast zijn opmerkelijke leergang, is het vooral de onmiddellijk herkenbare stijl die treft: marktstrategisch een uitstekende positie. Die herkenbaarheid heeft met kleur, een ongewoon gevoel voor perspectief en de psychologie en de gemaniëreerde monumentaliteit van de personages te maken.
© Toledo, Museo del Greco
Negenentwintig eigenhandige stukken van de meester en vijf atelierproducten telden we in de gangen van Horta: een mooi aantal, en toch schittert het vuurwerk van zijn penseel net iets te weinig. Men eindigt evenwel in gewijde stilte. Een onafgewerkte apostelenreeks uit het einde van zijn carrière, streng en sober, maakt indruk. Slechts 3 complete reeksen zijn bewaard, dit is naar verluidt de sterkste.
Zijn geestverroerende kunst is in dit testamentair schilderwerk ingetogen en spiritueel. Pezige vingers, glimmende kleuren en personages wier innerlijk aan de oppervlakte broeit. Het campagnebeeld De heilige Johannes de Evangelist is zo'n overtuigend werk. (Zie afbeelding) Domenikos Theotokopoulos eindigde zoals hij ooit in Kreta begonnen was: met een zegenende Christus, als een icoon van de pantokrator , aan het hoofd van de twaalf apostelen.
El Greco. Domenikos Theotokopoulos. 1900
Tot 9/05
Paleis voor Schone Kunsten
Brussel
www.bozar.be
Matthias Depoorter
|
| |
THEATER ~ Het eeuwig brandend vuur der liefde (***)
Kurt Van der Elst ©
De voor muf versleten pruikentijd is duidelijk Opstaele zijn ding. Een tiental jaar geleden waagde hij zich al aan Marivaux's Et Vogue! ( Vaarwel !) en Des Fausses Confidences ( Onbetrouwbaar vertrouwelijk ). Met Minnevozen belandt hij voor de derde keer bij de auteur wiens naam een lemma in het literaire lexicon scoort. Marivaudage is het watermerk voor schrijven in uiterst gekunstelde stijl en gelardeerd met fijnzinnige dialogen, die bol staan van esprit.
L'union fait la force
Minnevozen is het eindproduct van een geslaagde samenwerking tussen het Brusselse Ensemble Leporello, Angers Nantes Opéra en Stradivaria. Leporello wordt gevormd door een keur aan Vlaamse, Waalse en buitenlandse podiumkunstenaars. Dit Brusselse gezelschap brengt totaaltheater waarin muziek-, tekst- en danstheater met elkaar verweven zijn.
Minnevozen draagt die huissignatuur uit en put zijn inspiratie dan ook uit verschillende bronnen.
Kurt Van der Elst ©
Vooreerst is het gebaseerd op Arlequin poli par l'amour , een stuk uit 1720, waarvan de plot de stereotiepen herhaalt zoals we die kennen van de andere liefdeskomedies van Marivaux. Ook hier gaat het om een verstoorde relatie tussen jonge geliefden die aan allerlei onheil, grilligheden en intriges het hoofd moeten bieden alvorens een lang en gelukkig leven hen toelacht.
Tegelijkertijd is Minnevozen muziektheater dat schatplichtig is aan La serva padrona ( De meid de baas ) van Pergolesi- ja, die van het Stabat Mater. Zijn opera buffa ofte komische opera zet commedia dell'arte figuren neer die uit het alledaagse leven gegrepen zijn.
Er zit muziek in
Kurt Van der Elst ©
Minnevozen is een en al vrolijk gekwetter. De begeleiding door Barokensemble Stradivaria volgt het spel van de acteurs op de voet en soms gaan de violen met hen badinerend in dialoog. Of sopraan Julie Mossay en bariton Yu-Hsiang Hsieh wandelen doodgemoederd doorheen het spel van de acteurs en zingen hun aria's als overgang tussen de scènes.
Een enkele keer zorgen de muzikanten voor een knipoog door plagerig een herkenbaar modern melodietje in hun muzikaal discours te laten binnensluipen.
Lief, geestig en goed gemaakt
Het duurt niet lang voor je als toeschouwer valt voor de uitvergrote speelstijl en binnengetrokken wordt in een sprookjeswereld van keukenmeidenromantiek, gespeelde naïviteit en clownerie. Sul-met-schapenkop van dienst is Danny Ronaldo (no offence intended). Ook zonder broer David in de buurt is hij genietbaar als schlemielige nitwit met het taalvermogen van een eendagskuiken. Annelore Stubbe speelt haar rol van verliefde meid Sylvina innemend en met flair. Mieke Laureys doet het goed als boze fee die een tweelingzuster lijkt van de Queen of Hearts ("Off with his head!") uit Alice in Wonderland .
De acteurs spelen in epoquekleren en dat geeft deze voorstelling een uitstraling waarvoor kostuumontwerpster Véronique Seymat een pluim verdient. Doordat Arlequin met voorgewende stunteligheid nogal wat uitkleedwerk verricht en maar al te graag onder de rokken van de dames duikt, is er heel wat technisch vernuft met wikkels en klittenband aan te pas gekomen om dit soort interactie zwierig te laten verlopen.
Straffe Madam
Minnevozen zou ongetwijfeld beter tot zijn recht komen op een grotere scène. Waar de acteurs noodgedwongen hun speelruimte met het orkest moeten delen, snoert dat hun spel in. Dat is zonde voor een stuk dat uitnodigt om breed in de bewegingspartituur te gaan .
Pet af voor sopraan Julie Mossay, die twee dagen voor de première moest inspringen om de zieke Ann De Prest te vervangen. Behalve dat ze met de partituur in de hand zingt, is het niet te merken dat ze op zo korte tijd de meubelen voor deze productie moest redden.
Kurt Van der Elst ©
De voorstelling kreeg haar vuurdoop in Leuven waar een schoolvoorstelling voor 400 leerlingen gespeeld werd. Naar verluidt met succes, al deemsterde de aandacht een beetje weg bij de aria's. Anderzijds was iedereen op het einde weer helemaal bij de les, maar daar zit ongetwijfeld de gesmaakte finale voor veel tussen, als op een wel heel aantrekkelijke manier blijkt dat de fee niets meer te verbergen heeft.
Jan De Smet
Gezien op vrijdag 5 februari 2010 in CC De Woeker, Oudenaarde
Speellijst zie www.ensembleleporello.be
|
| |
THEATER ~ We zullen durven ( * * * 1/2 )
Robert Benschop ©
"Doe er wat aan, dame." Mia Dolores leest het in zijn ogen. De scherpe ogen van Fernandes kijken haar hard en een beetje laagdunkend aan. Hij is de sterkste en de knapste meeuw uit gans Amsterdam en heeft een oogje op haar, het mooiste meeuwenwijfje van Amsterdam. Maar Mia Dolores blijft talmen. Ze houdt zielsveel van die prachtige, stoere en brutale meeuw maar ze durft zich niet aan hem te geven. Nog liever vliegt ze weg dan in zijn vleugels te verdwijnen. Dat pikt Fernandes niet langer. Dus gaat hij op zoek naar een welwillender en wulpser wijfje. Tot groot verdriet van Mia Dolores...
Zeg het met muziek
Dit gevleugelde liefdesverhaal wordt dezer dagen op de planken gebracht door jeugdtheaterhuis Stella Den Haag in Shaffy voor kinderen . Artistiek leider Hans van den Boom droomde er al een hele poos van om een ode te brengen aan de "koning van het Amsterdamse lied" die onlangs, op 1 december 2009, overleed.
Het Haagse gezelschap, opgericht in 1990, is hiermee allerminst aan zijn muziektheaterproefstuk toe. Hans van den Boom is een muzikant in hart en nieren. Vanuit die muzikaliteit creëert hij (zowel al schrijvend als al regisserend) theater. Liefst zit hij tijdens de repetities met de ogen dicht te luisteren naar het ritme van de woorden en de dialogen. Die regiemethodiek tekent ook de scènebeelden van zijn voorstellingen. Die decors zijn vaak abstracte verbeeldingen van locaties. In die abstracties schuilt de expressiviteit en muzikaliteit die ook het spel typeert.
Opmerkelijke creaties van zijn hand zijn o.m. Het Jaar van de Haas uit 2002 (een aandoenlijke, muzikale voorstelling over afscheid nemen van een moeder. Tijdens het creatieproces ontstond de goesting om ooit met Shaffy's werk aan de slag te gaan). Ook de sprookjesbewerking Geitenjong (1998), het intimistische Kind noch Kraai (2004) of het innemende Marie-L (2005), een verhaal over een doodziek meisje en haar liefde voor de frisdrankautomaat, zijn voorbeelden van zijn melodische en poëtische theatertaal.
De laatstgenoemde voorstelling, Marie-L , speelde meer dan tevoren met de attributen van het musicalgenre zonder er zich daadwerkelijk aan over te geven. Een belangrijke stem in deze voorstelling was zanger en acteur Marc Tielemans. In Shaffy voor kinderen verwondert diezelfde Tielemans door zijn weergaloos mooie vertolking van Shaffy's nummers. In zijn stem weergalmt de stem van Shaffy.
Robert Benschop ©
Zing, vecht, bid, ...
Samen met Ilse Warringa vertolkt en zingt Tielemans het verhaal van twee meeuwen op zoek naar liefde. De meeuwen wonen in een kolonie aan de Citroën garage en het sportstadium in Amsterdam. Niet ver daar vandaan wonen ook Sammy en zijn depressieve moeder. Sammy is een stil kind en wordt gepest. Wanneer moeder op zekere dag de meeuw Fernandes vangt als cadeau voor haar bedroefde Sammy, breekt er iets los. In Sammy, in de meeuwenkolonie én in de pestkoppen...
Dit eenvoudige, warmhartige verhaal wordt op precies de juiste momenten verluchtigd, aangezet of gerelativeerd door de (bekendste) liederen van Shaffy. Hierdoor krijgen deze muzikale kleinoden ook voor de kinderen een bijzondere betekenis. In tegenstelling tot de volwassenen, herkennen zij de golvende melodielijnen niet. Daarom is het jonge publiek zeer gebaat bij de inbedding van de songs in het verhaal. De makers hebben zich er duidelijk voor gehoed om de liederen niet al te strak in het verhaal te verweven. Dat geeft de voorstelling een openheid maar zorgt er ook voor dat er soms iets te weinig vaart in zit.
Die fijnbesnaarde benadering van Shaffy's liederen wordt scenografisch perfect ondersteund door eenvoudige neonlichtbakken (een subtiele verwijzing naar de uitverkoren rustplekjes van meeuwen: de straatlantaren). Hun kleurengloed verandert samen met de emotie in het verhaal en met de muziek, geraffineerd uitgevoerd door jazzpianiste (en tevens componist van de muziek) Laetitia van Krieken, bassist Arwen Linnemann en drummer Bert Kamsteeg.
Even subtiel spelen Tielemans en Warringa. De kracht en de heftigheid waarmee Warringa als zangeres op de scène staat, botst soms met de teerheid van haar personage. Toch doet dit amper afbreuk aan haar overtuigende vertolking.
Robert Benschop ©
Jong versus oud
Tijdens het buitengaan vroeg het ene Amsterdammertje aan het andere Amsterdammertje of hij "weet welk bier de gevangen Fernandes te drinken kreeg van Sammy's moeder? Heineken, denk ik. Of Turks bier?" Ondertussen pinkten vele ouders een traantje weg bij de slottonen van "We zullen doorgaan".
Dit typeert de beleving van deze voorstelling. De kinderen zweven mee op de rug van de verliefde meeuwen die elkaar uiteindelijk dan toch vinden (een fijn maar wat overbodig happy end). De volwassenen ervaren het meeuwenverhaal als een mooie metafoor voor Shaffy's en hun bestaan. Zo levert Stella Den Haag een ideale familievoorstelling af met heuse musicalallures zonder de bombastische grootsheid ervan.
Neuriënd, We zullen doorgaan... , liepen we na afloop door Amsterdam. De kwieke meeuwen bleken plots veel meer te vertellen dan voorheen. Ze hadden het over jezelf in volle vlucht naar beneden durven te gooien. Om er te vechten voor het lekkerste hapje. En over durven in de vleugels van een geliefde te verdwijnen. Indrukwekkende vogels zijn het. Op en boven de planken.
Els Van Steenberghe
Shaffy voor kinderen , Stella Den Haag. Gezien op 31 januari 2010. Info en speellijst: www.stella.nl
Voor iedereen vanaf 9 jaar.
|
| |
POËZIE: Reconstructie - Yerna Van Den Driessche
recensent: Yves Joris
De aanleiding voor de debuutbundel Reconstructie tart alle verbeelding: Alice, de zus van de dichter, wordt in augustus 2007 dood aangetroffen in haar woning. Zonder gezicht. Naast haar zat de hond. Dit is niet het begin van de nieuwe Aspe of Deflo, dit is het voorwoord van een bundel die een kroniek van een aangekondigde dood in zich meedraagt. Yerna Van den Driessche publiceerde eerder al werk in o.a. Het Liegend Konijn en de Poëziekrant. Met deze bundel zet ze een ijzersterk debuut neer.
lees hier verder
|
| |
KLASSIEK: Consequent vervelend (* * 1/2)
©Mario Del Curto
Gezien op 30/1 in Antwerpen, deSingel: I went to the house but did not enter van Heiner Goebbels met het Hilliard Ensemble
De vier heren van het Engelse Hilliard Ensemble zingen meestal middeleeuwse muziek. In I went to the house but did not enter , speciaal voor Hilliard geschreven, zitten ze echter in een hedendaagse muziektheatervoorstelling van de Duitse componist/regisseur Heiner Goebbels. De samenwerking is nochtans niet zo verwonderlijk aangezien beide zijn gehuisvest bij het platenlabel ECM. Hilliards typische a capella manier van zingen, zonder enige instrumentele begeleiding dus, gecombineerd met hun ietwat kleurloze voorkomen past bovendien wonderwel bij de teksten die Goebbels voor deze voorstelling koos. Teksten rond monotonie, trivialiteit en de nutteloosheid van het bestaan. Maar of het ook boeiend theater opleverde, of boeiende muziek, is een andere zaak.
I Went to the House bestaat uit drie tableaus, verpakt in verleidelijke decors en een meesterlijke belichting. De teksten, met de vertaling boven het toneel geprojecteerd, zijn: The Love Song of J.Alfred Prufrock van T.S.Eliot (1917), La folie du jour (1973) van Maurice Blanchot, Der Ausflug ins Gebirge (1913) van Franz Kafka en Worstward Ho (1983) van Samuel Beckett. Betekenis is in deze teksten vaak moeilijk te achterhalen, de samenhang tussen de zinnen is onduidelijk. Deze schrijvers/poëten deelden een afkeer voor romantische bespiegelingen en zochten naar een symbolische, suggestieve taal. Daarnaast lieten zij liefst de uitgebluste, verveelde mens aan het woord, of lieten hem vastlopen in nutteloze handelingen. Heiner Goebbels koos ervoor het tekstgeheel te vergezellen van een soort mantra, een litanieachtige, monotone samenzang, die amper als muziek ervaren wordt. De in grijze tweed , bretellen en hoeden gehulde mannen van Hilliard reciteerden 2 uur lang, vaak minutieus gelijktijdig, hun tekst. Een loodzware opdracht om die uit het hoofd te leren! Ze speelden hun rol als grijze muis overtuigend en deden hun uiterste best om zo verveeld mogelijk over te komen. Heel af en toe mocht er gelachen worden. Scenografie en lichtontwerp, beide van Klaus Grünberg, waren, het moet gezegd, subliem: een burgerlijk salon in grijstinten, een rijtjeshuis met drie ramen en een openstaande garagepoort bij het ochtendgloren, een statige hotelkamer uit de jaren '30.
Maar je mocht naar deze voorstelling niet gaan met in je hoofd de boeiende, overrompelende, subtiele mix van klanken die Goebbels eerder creëerde voor pakweg Surrogate Cities of Schwarz auf Weiss . Met electronica deed hij daarin waanzinnig mooie dingen. Deze voorstelling was anders. Dit was kurkdroog. Dit was in feite anti-muziek en vrij onaangenaam om uit te zitten. Goebbels is erg consequent geweest in het uitwerken van de muzikale verpakking bij de tekst, maar dat de drie tableaus alle even veel inspanning tot genieten vergden, was te veel van hetzelfde. Al vrij vlug trouwens, na het eerste tableau, verliet een handvol toeschouwers de zaal. Dit soort theater, dit soort muziek roept, jawel, wrevel op.
Greet Van 't veld
www.desingel.be
www.heinergoebbels.com
|
| |
Felix Gonzalez-Torres in Wiels radicaal en diep humaan ****
Het kunstencentrum Wiels in Brussel blijft een noodzakelijke speler in het drukbezette veld van de beeldende kunst in ons land. De urgente reden schuilt in een gebrek aan internationalisering van onze grote musea en instituten waarin Wiels zich positioneert als een plaats die echt als een kruispunt kan worden beschouwd van internationale contacten en uitzonderlijke overnames/ carrousels van tentoonstellingen. Het blijft blijkbaar bijzonder moeilijk voor onze instellingen om mee te draaien met de internationale fora - toch wel een sine qua non opdat kunstenaars van bij ons onder een niet-commercieel "gesternte" bij de juiste aandacht terecht komen die ze verdienen.
Zou een mens niet een beetje moedeloos worden bij het internationaal onbekend blijven van kunstenaars zoals Walter Swennen, Philippe Van Snick, Lili Dujourie, Koen Theys en zo vele anderen die al decennialang bewijzen dat ze de evenknie waard zijn van heel wat van hun met grote trom "verdedigde" buitenlandse collega-kunstenaars.
Het is tijd de vele redenen te analyseren die aan de grondslag liggen van het niet bij machte kunnen zijn tentoonstellingen van onze kunstenaars te co-produceren in de context van buitenlandse sanemwerkingsverbanden.
Na de schitterende tentoonstelling van Ann Veronica Janssens die binnenkort deels doorreist naar Hellerau in Dresden, steelt Wiels opnieuw de volle aandacht met een internationaal opgezette expo van de Cubaans-Amerikaanse kunstenaar Felix Gonzalez-Torres (1957-1996).
Deze kunstenaar die in 1991 exposeerde in de galerie van Xavier Hufkens in Sint-Gillis speelde een sleutelrol in het opnieuw opladen van concept en minimal met emotionele, politiek-activistische en zinvolle esthetische inhoud.
De expo in Wiels toont de "oneindige" inzetbaarheid van zijn kunst die bestaat uit lampions, puzzels, gordijnen van gouden parels en "minimaal" gestapelde vrij mee te nemen koekjes, snoepjes, paspoorten en posters.
Felix Gonzalez-Torres leed aan aids en wist dat uitzichtloos lijden in kunstwerken te converteren waarin de vorm los bleef zoals bij al zijn werken waar je de materie zelf kon en kan meenemen of ter plekke consumeren zoals de snoepjes of koekjes.
Kunst en zijn broos leven bereikten een punt waar alles letterlijk en figuurlijk uit elkaar kon vallen.
De puzzels met straffe politieke beelden - zoals de omstreden Oostenrijkse president Kurt Waldheim die de communie ontvangt van de Paus - steken los in de plastieken verpakking of de vele snoepjes in glinsterende papiertjes die de kunstenaar als "waardeloos" placebo beschouwde tegen de toen nog weinig of niet te bestrijden ziekte aids - zijn puntige voorbeelden van zijn "kunstwerken als oneindig qua betekenis".
De tentoonstelling in Brussel is samengesteld door curator Elena Filipovic die vooral op de eerste verdieping het werk van Felix Gonzalez-Torres op een al te schoolse en "dode" manier presenteert. Ze toont de werken te strak volgens genre en thema en zelfs de bleekblauwe gordijnen hangen er zielloos bij. Wellicht zijn de koele, naakte industriële ruimten van Wiels niet meteen geschikt voor het presenteren van al te intieme kunst.
Het zichtbaar moeizame presenteren van kunstwerken van Felix Gonzalez-Torres maakt ook duidelijk waarom deze tentoonstelling vanaf 5 maart wordt herschikt door de jonge kunstenaar Danh Vo. Net zoals bij andere kunstenaars die er niet meer zijn zoals Marcel Broodthaers of Joseph Beuys wiens bio's een aanzienlijke stempel drukten op hun oeuvre is ook het werk van Gonzalez-Torres waarin leven en kunst erg in elkaar opgaan absoluut niet gemakkelijk te "tonen".
Tijdens de halte van deze expo in het Museum van Frankfurt valt de eer van interpretatie toe aan Tino Sehgal, dé meest radicale kunstenaar van onze tijd.
Het is een bijzonder mooie gedachte van de organisatoren om een breed publiek te laten zien dat ook een tentoonstelling maar één van de vele mogelijkheden en zienswijzen is die steeds kan worden ingeruild voor andere inhoudelijke invalshoeken en interpretaties.
De tweede verdieping is ronduit schitterend geïnstalleerd met het fonkelend goud-parelende gordijn als centraal ruimtebepalend werk dat de ruimte oplaadt met ongeziene energie.
De dubbele ring, de tweeling-spiegel en een "hoop" koekjes (met binnenin op papier gedrukte statements) genereren gedachten waarin de suggestie aan liefdesrelaties gelinkt wordt aan afscheid en verlies. De vele posters die de bezoekers kunnen meenemen zijn losse stapel-sculpturen; de inhoud verdwijnt langzaam en genereus van de publieke expo-zaal naar de privé en anonieme context van de toeschouwer. Natuurlijk ligt in de strategie van deze op participatie verdwijnende kunst ook een zachte kritiek ten grondslag. Dit soort kunst is er voor iedereen en blijft (be)grijpbaar en deelachtig voor diegene die dat wil....
De vele lampions die heel knap hier en daar het Brusselse Wiels "brandend" houden hebben iets feestelijks maar tegelijk ook iets wrang alsof een verre echo zich meester maakt van de gedachte aan een feest dat (nog) moet komen of pas is geweest.
Deze expo mag en moet gezien worden; je komt er één en al ontroering, inhoud en poëzie tegen!
Specific Objects without Specific Form nog tot 25 april in Wiels
http://www.wiels.org
Luk Lambrecht
|
| |
THEATER ~ Een streep liefde en een worst muziek ( * * * )
Raymond Mallentjer ©
Wilt u soms ook zo graag weten hoe het er achter de gordijnen van de buren aan toe gaat? Of welk gezicht er schuilgaat achter een naam op de deurbel, zoals "Polluc De Boer"? Vanuit die tintelende nieuwsgierigheid creëerde de EiBakkerij, samen met Het Gevolg, een voorstelling voor iedereen vanaf 5 jaar. Eigen aan dit jonge collectief is dat muziek en vormgeving een hoofdrol spelen.
Kleurige melodietjes
De EiBakkerij is een gezelschap dat in 2007 werd opgericht door muzikant Antoon Officiers, illustrator Tom Schoonooghe en actrice Britt Van Marsenille.
Met dit gezelschap wil het trio multimediale en muzikale voorstellingen maken die bruisen van levenslust, humor en verrassingen. Na hun eerste voorstelling Prinses zkt ridder (2007), die het theatercollectief eveneens onder de vleugels van Het Gevolg kon maken, pakt het gezelschap nu uit met een tweede beeldende voorstelling voor jonge ogen en oren.
Voor deze tweede worp nam de EiBakkerij theatermaker, acteur en auteur Dimitri Leue - met wie Offeciers geregeld samenwerkt - onder de arm als auteur en coach. Leue schreef een - hem eigen - olijk verhaal waarin tussen de subtiele taalgrapjes mooie beelden bloeien over mensen die verlangen, elkaar graag zien of trachten om zichzelf terug een beetje liever te zien.
Net als bij Prinses zkt ridder werd ook van dit verhaal een puik vormgegeven prentenboek gemaakt. Daarin kunnen de toeschouwers het ganse verhaal herbeleven én herbeluisteren want er wordt ook een luisterspel CD bij het boek geleverd. Dat het luisterboek almaar aan populariteit wint, is een feit. Dat dit genre hierdoor een extra meerwaarde geeft aan een theaterbelevenis, is een bijzonder mooi toemaatje.
Het accent op het vormelijke aspect blijkt ook uit de ups én downs van de voorstelling...
Raymond Mallentjer ©
Appartement met kinderziektes
De gehele voorstelling ontplooit zich letterlijk en figuurlijk voor de ogen van het gretige publiek, met de dartelende pianoklanken van Offeciers als motor.
Schoonooghe, die zowel de tekeningen in het decor als de vormgeving van de maskers en kostuums voor zijn rekening neemt, en Offeciers spelen ook als acteurs mee met vertelster Britt Van Marsenille. Beide brengen het er behoorlijk goed van af.
Auteur en coach Leue ontwikkelde een eenvoudig gestructureerd verhaal waarin het meisje Bonnie wil kennismaken met haar appartementburen. Ze besluit op onderzoek uit te trekken. Dit resulteert in een fijn estafetteverhaal waarin de inhoudelijke aanzetten die in de verschillende scènes worden gegeven soms net iets te kort en iets te weinig uitgewerkt aandoen. Dergelijke vluchtigheid mag dan wel kenmerkend zijn voor korte bezoekjes maar een iets steviger rode (narratieve) draad had de voorstelling meer stuwkracht en betekenis verleend.
Het boek mist die inhoudelijke samenhang niet. Daar is de vormgeving, in de hoedanigheid van Schoonooghes wervelende tekeningen, veel prominenter en uitbundiger aanwezig. Ook Leue krijgt er meer ruimte om zijn verhaal in geuren en kleuren te vertellen en met speelse voetnoten te becommentariëren.
De makers trachtten om die wervelende bladspiegel naar de planken over te hevelen door het decor tot blanco tekenblad te maken. Het decor bestaat uit een inkijkappartement waarvan het raam en de muren als tekenbord voor Schoonooghe dienstdoen. De uiterst beweeglijke vloer en even beweeglijke wanden maken het mogelijk dat er per bewoner een ander appartement kan gecreëerd worden. De piano staat aan de zijkant van dit 'appartement' en kijkt uit op de taferelen die zich op de vloer afspelen.
Op een zitje naast de piano van Offeciers (in de voorstelling heet hij Stijn Worst), vertelt Bonnie over haar plannen. Eens ze op de vloer terechtkomt, zet ze haar masker op zodat ze in dezelfde getekende wereld vertoeft als de andere figuren, die allen door een gemaskerde Officiers of Schoonooghe gespeeld worden. Behalve wanneer Bonnie een bezoek brengt aan het appartement van de pianist, Stijn Worst, of de tekenaar, L.D.V.D. (u mag hier het woord "liefdesverdriet in herkennen, jawel). Dan worden de maskers achterwege gelaten. Beide heren hebben overigens een boon voor Bonnie. Maar het is de schilder die haar hart weet te veroveren. Met een eerste verfstreep liefde.
Appartemensen is een uiterst heldere en inventieve productie. Toen wij de voorstelling bijwoonden, liep nog niet alles even gesmeerd waardoor het voorstellingsritme al eens stokte en de aandacht van de jonge toeschouwers al eens verdween. Gelukkig maakt de spelgoesting van het trio veel goed.
Appartemensen trakteren jong en oud op een fijn, onbezorgd verblijf in een hartverwarmend appartement waar de komst van Bonnie zichtbaar voor meer samenleven en gezelligheid zorgt.
Els Van Steenberghe
Appartemensen , Het Gevolg / De EiBakkerij. Gezien op 24 januari 2010. Info: www.hetgevolg.be en www.eibakkerij.be
|
| |
DE CONGO VAN MAGNUMFOTOGRAAF CARL DE KEYZER
Het jongste project van fotograaf Carl De Keyzer (Kortrijk, 1958) gaat over Belgisch Congo. Het is te bekijken in het Fotomuseum in Antwerpen en in een lijvig boek met bijeengesprokkelde citaten gemonteerd door David Van Reybrouck (die andere Congokenner}. Na zijn indrukwekkende vorige documentaire reportages in India, de Verenigde Staten, Rusland en China en zijn omzwervingen door Europa kreeg hij wel eens de kritiek zijn eigen land te verwaarlozen. De Magnumfotograaf zegde dan wel eens cynisch dat men in de wereld echt niet zat te wachten op foto's van België. Maar de kritiek bleef knagen en toen kwam Belgisch Congo in het vizier. Hij kwam er voor het eerst in opdracht van Artsen zonder Grenzen. Toen was het nog oorlog en dus geen ideale situatie om, los van een ngo-organisatie, door het land te reizen met alle problemen van dien.
© Carl De Keyzer
Het was pas na 2006, toen de democratische verkiezingen achter de rug waren, dat hij de mogelijkheid zag om er vrijer te kunnen fotograferen. Vrij bleek al met al toch een illusie want de verhalen die we van hem hoorden tarten alle verbeelding. Tientallen papieren, toelatingen, bureaucratie, smeergeld, onbegrip of afwijzingen maakten hem soms moedeloos en toch trok hij er vijf keren opnieuw naar toe, opgeteld voor meer dan acht maanden. Zo kon hij een (onvolledige) inventaris maken van wat er overbleef uit het koloniale tijdperk en hoe het vandaag geïntegreerd wordt in het dagelijks leven van de Congolezen. "Inventaris" is niet het goede woord want er zijn uiteraard veel plaatsen waar De Keyzer niet kwam. Congo is immens groot en de transportmogelijkheden zijn nog niet wat ze zouden moeten zijn. Bovendien zijn fotografen niet zo welstellend dat ze zich veel uitgaven kunnen permitteren en toerisme is een begrip dat men tot op vandaag in het land niet kent. Er zijn andere zorgen dan hotels en restaurants uitbaten. en er is soms nog wat te merken van een zekere agressie tegenover blanken. Kortom dit project was niet het eenvoudigste uit zijn carrière.
© Carl De Keyzer
© Carl De Keyzer
Maar dit allemaal terzijde, wat is het resultaat van die grote inspanningen. Indrukwekkend zonder meer. Niet uitsluitend omwille van de grote formaten van de foto's, om hun technische kwaliteit of het grote aantal maar door de manier van kijken en reproduceren van de realiteit. Het moet niet eenvoudig zijn om als Belg de voormalige kolonie te ervaren zonder nostalgie of zonder expliciete kritiek op het kolonialisme. Trouwens daar is Carl De Keyzer te jong voor, hij heeft misschien nog wel een pater-missionaris verhalen horen vertellen of, in zijn puberjaren, een missietentoonstelling bezocht. Maar er blijven zoveel relicten over uit het koloniale tijdperk dat een fotograaf er niet naast kan kijken. Verleden en heden zijn zo met elkaar verweven via gebouwen, monumenten, ruïnes en religieuze rites dat de authenticiteit van het land weliswaar onbetwistbaar blijft na vijftig jaar onafhankelijkheid en waar de positieve invloed van de blanken zijn sporen heeft nagelaten. Men kan bij deze tentoonstelling en zeker bij het boek ("Congo (Belge") vele maatschappelijke en sociologische bedenkingen maken en dat is er geen kleine verdienste van. Wat de fotograaf hier heeft gerealiseerd gaat veel veder dan het vastleggen van situaties die hem op een of andere manier bekoorden of shockeerden. Hij heeft gekeken maar ook zin gegeven aan een onderwerp, een situatie die tot nadenken stemmen. Wanneer een foto dat als resultaat heeft is de fotograaf heel wat meer dan een mannetje dat rondloopt met een camera op zijn buik. Ik heb de indruk dat hier iemand rondreisde met een grote nieuwsgierigheid, met een positieve ingesteldheid en met de bedoeling om de ziel van een volk (niet een natie) te ontdekken. Veel van deze foto's lezen als een verhaal dat boeiend wordt door de beeldtaal en soms ook door de impliciete humor die er in verborgen zit. Ze zijn complex omdat De Keyzer voor-, achter- en zijkanten laat zien, hij verheerlijkt niet maar weet ook schoonheid te puren uit mensen en zelfs materiële destructie. Langs zijn neus weg is hij kritisch en toch mild. Hij ziet ook wel dat de materiele restanten van de koloniale periode, gebouwen, infrastructuur, ontginningen nu verwaarloosd zijn, dat er op z'n Afrikaans geïmproviseerd wordt, dat de mensen overleven maar dat ze ook leven (zij die overbleven tenminste). Het is allemaal hallucinant en soms surrealistisch. Maar naast die schrijnende situaties wordt hij ook getroffen door de ontembare wil tot overleven en er het beste van te maken. In veel van zijn foto's is er altijd wel een glimp van menselijkheid terug te vinden, een sprankel levens-lust en -vreugde. Dergelijke synthese maken is alleen de beste fotografen gegeven.
Aan deze expositie hangt een tweede luik met ongeziene archiefbeelden, zwart/wit foto's, uit de verzameling van het Koninklijk Museum voor Midden)-Afrika in Tervuren. Samen met prof. Johan La gae koos De Keyzer zowat 80 beelden uit de periode van de Onafhankelijke Congostaat (1885-1908). Het is de reflectie van goede amateur fotografen op hun leven en arbeid in de kolonie. Ze zijn soms idyllisch, soms erg realistisch en documentair. Carl De Keyzer heeft die foto's digitaal gescand van de originele glasplaten en ze opgewerkt al waren het zijn eigen foto's. Het resultaat is verbluffend en het lijkt alsof ze ongeschonden de jaren hebben getrotseerd. Bovendien is de relatie tussen toen en nu van een onvermoede contrast en vult het ene luik het andere perfect aan.
Ludo Bekkers
Tentoonstellingen : Carl De Keyzer "Congo (België") en "Congo Belge en images",
Antwerpen, Fotomuseum nog tot 16 mei. Bijbehorende boeken werden uitgegeven door Lannoo en kosten 49,90 euro
|
| |