Media en Cultuur

THEATER ~ GODSES (*****)

Tania Desmet ©

Sinds de universiteiten geen elitaire instellingen meer zijn heeft er zich iets merkwaardigs en toch niet onverwachts voorgedaan. Volksverhuizingen. De universiteitssteden zijn overspoeld met jong volk. Gent is daar het mooiste voorbeeld van. Door de rijkdom van West-Vlaanderen hebben bovendien ouders van studenten panden in de Arteveldestad gekocht en ze omgebouwd tot studentenflats. De gelijkvloerse etage werd, als het pand in schaduw van een faculteit lag, omgevormd tot een soep- of koffiehuis waar het lekker toeven is.

Veel meer dan in andere universiteitssteden zijn studenten na gedane studies in Gent blijven wonen. Door amoureuze relaties inderdaad, maar voornamelijk wegens een schrijnend gebrek aan culturele activiteiten in West-Vlaanderen. Er is cultureel vertier, maar zij haalt geen hoogte. Wie dat goed begrepen heeft is het kunstencentrum Vooruit, maar nog intenser het theatercollectief Campo. Minder bekend dan de Vooruit, omdat het in zijn beleid focust op sociaal geïnspireerde affaires uit de volksklasse. Campo tracht de actualiteit ervan zelfs te pousseren door na de integratie van het West-Vlaamse savoir-vivre ook de charme van de islamitische cultuur te promoveren.

Campo, Toneelgroep Ceremonia en Unie der Zorgelozen hebben een voorstelling opgezet waarvan het verhaal sterk aanleunt bij de geest die oprijst uit Hugo Claus' Het verdriet van België . Het gegeven van Godses situeert zich in Harelbeke. Al zwemt het verhaal van Godses in dezelfde vijver als Het verdriet, toch is het een familiedrama met een eigen smoel. En al is gekozen voor een monoloog, op de scène staan x-aantal personages met elk een eigen karakter, inclusief de gebruikelijke afwijkingen. De subtiele motorische changementen van stem en lichaam van acteur Geert Six sleuren de toeschouwer mee tot net over de rand van de emotionele inleving.

Tania Desmet ©

Het verhaal is het verhaal van de collaboratie op het platteland. Was zij in de stad vooral politiek getint, op het platteland had zij een meer economisch belang. Zeker in West-Vlaanderen, waar de Vlaamse Leeuw enkel gezongen werd om plaasteren Ijzertorens aan bedevaarders te verkopen. De details van het verhaal doen hier niet ter zake. Wat belangrijker is, is de structuur van het verhaal. Het is zo ingenieus opgezet dat de plattelandscollaboratie bloot komt te liggen. Terreur van het onderwijs, familievetes, verdraaide waarheden, weggemoffelde gebeurtenissen, zwartgeld, inteelt, met haast onzichtbare verbindingslijnen. Ze maken dat nijd, jaloersheid, afgunst en ergernis zich ballen tot obussen. De oorlog zorgde voor explosies waarbij de bezetter gebruikt werd om lafheid en verraad achter te verbergen.

Maar het einde van de oorlog betekende niet het einde van de slachting. De bevrijding zorgde voor nieuwe explosies die tot op de dag van vandaag voortduren. Want kinderen gaan vragen stellen, zodra ze voldoende afstand kunnen nemen van het eigen erf. De antwoorden worden verwerkt tot ze gaandeweg een verhaal vormen. Het ene al meer geschikt voor het podium dan het andere. Dat het verhaal van Godses zo beklijvend is, is te danken aan een goedaardige samenzwering in Campo. Geert Six zorgde voor het verhaal, Eric De Volder voor coherentie en Dirk Pauwels leverde geld, goed en liet zijn secondanten op de trommel roffelen en het lied van de promotie zingen.

Tania Desmet ©

De locatie is een klas. Er staan geen banken, er zijn geen leerlingen in levende lijve, er is geen bord, maar wel een onderwijzer die ronddoolt tussen krijtjes en een geschiedenisles geeft. De toeschouwers zijn stille getuigen, te vergelijken met de verwanten langs de wanden tijdens een modelles bij een openschooldag. Nu eens staat de onderwijzer ver achteraan, wanneer het verleden ingedoken wordt, om vooraan te komen om de angst van een verhoor op te roepen. Dit is eindelijk weer eens Erik De Volder op hoog niveau. De beklemming die de laatste jaren per productie aan belang won, heeft plaatsgemaakt voor een onbreekbare lichtheid.

De gehanteerde taal is West-Vlaams. Al te vaak leidt het gebruik van dialect tot verarming van de voorstelling. In dit geval is het tegendeel het geval. Het versterkt de inleving. En waar slaat de titel op, Godses? Het is van hetzelfde gehalte als wat merde betekent voor de Fransen en shit voor de Engelse Amerikanen en tegenwoordig ook de veramerikaniseerde Europese beroepszappers. Een krachtterm dus uit Harelbeke en omliggende weiden en velden.

guido lauwaert

GODSES - tekst en regie Eric De Volder - spel Geert Six - productie Campo, Toneelgroep Ceremonia & Unie der Zorgelozen - info: www.campo.nu

door Redactie Knack | | reacties | reageer hier

 

Art Dubai als gangmaker en inhaalbeweging voor de regio op het vlak van beeldende kunst.

Nog tot zaterdag 20 maart vindt in het waanzinnig volgebouwde Dubai een grote kunstbeurs plaats die van wezenlijk belang is voor de kunstenaars van het Midden-Oosten, het aanpalende Afrika en een stuk van Zuid Azië.

Het gebeuren is natuurlijk ook een mondaine zaak waar vooral de overgrote meerderheid van buitenlandse zakenmensen de "fair" aangrijpen om er een sprankelend... "social event" van te maken. Zelfs de Sjeik van Dubai en de Prinses van Abu Dhabi kwamen met fonkelend mooi gevolg een kijkje nemen van de manier waarop kunst het blazoen kan helpen oppoetsen van een bizarre samenleving die deint op een spectaculaire groei-economie die nu door de wereldwijde crisis ook wel een flinke tik kreeg.

Een kunstbeurs is een gewoonweg zoals overal een kunstbeurs waar de galeries hun kunstwaar moeten verkopen en op die manier ook deels instaan voor het levensonderhoud van hun kunstenaars.

Aan Art Dubai neemt één Belgische galerie deel; de Antwerpse Koraalberg presenteert niet alleen een stand maar bracht ook de kunstenaar Nick Ervinck mee die zijn werk vooral begeleid met het oog op het opvissen van toekomstige projecten in de openbare ruimte.

Deze beurs is natuurlijk anders gekleurd en gekruid dan pakweg Art Brussels - veel galeries uit die brede regio tonen werk dat niet altijd in de stijl en smaak past van ons denken over kunst.

Dat is vandaag problematisch omdat wereldkunst niet op de eerste plaats wordt getaxeerd op de inhoud maar op de vorm die in onze ogen toch (liefst) een stuk moet aanleunen bij onze "projectie" van hoe beeldende kunst er moet uitzien om eigentijds en relevant te blijven.

History of a Myth: The Small Dome of the Rock"

Toch zijn er kunstenaars in staat om straffe werken te maken door bijvoorbeeld zich de strategie van bekende referentiële kunstenaars over te nemen zoals dat gebeurt in een recent werk van de Palestijnse kunstenaar Taysir Bayniji. Hij toont in de goede stijl van de inmiddels als "historisch" bestempelde Duitse fotografen/kunstenaars Hilla & Bernd Becher een zelfde neutrale manier van "archiverend" fotograferen waarin weliswaar de onderwerpen niet ressorteren onder het industriële erfgoed maar hier bij nader toezien bewakingstorens zijn die hij fotografeerde de aan Israëlisch-Palestijnse grens. Hier is Taysir Batniji in staat om de bijna als "modern" bestempelde kunst van het duo Becher die als neutraal, formeel en waarderij wordt getypeerd te transformeren tot een stevig politiek statement over een al even stevig politiek probleem.

Een ander mooi werk is van de hand van de meer bekende Libanese Mona Hatoum; uit een eenvoudig tapijt plukte ze op een geduldige manier de contouren van een wereldkaart ... Het is een werk dat veel losmaakt en onderhuids de politiek en gender beroert zonder daartoe een groots artistiek gebaar te poneren.

Het randprogramma van Art Dubai is echt te beschouwen als een platform; als een spreekbuis van kunstenaars en collectieven die pakweg 20 jaar geleden niet eens zouden worden vernoemd, laat staan gehoord...

Het enthousiasme op Art Dubai was soms aandoenlijk van hoe deze kunstenaars en andere creatieve bezige bijen uit deze weinig of niet belichte regio's met passie en soms naïeve geestdrift "hun" verhaal uit de doeken deden. Het valt hierbij op welk een fantastisch efficiënt wapen het internet is geworden om de mondigheid aan te scherpen en perifere ideeën op een bescheiden manier te verplaatsen naar dé wereld.

Op Art Dubai is ook plaats voor heel wat film en video van kunstenaars die in onze contreien met moeite worden getoond. Opmerkelijk hierbij was de aanwezigheid van de Brugse curator Michel Dewilde die samen met een Iraanse kunstenaar een hele week Art Dubai op de voet volgt, er filmt en er getuigenissen en interviews uit de brand sleept met bekenden uit het internationale kunstcircuit. Michel Dewilde plant in het najaar een tentoonstelling in Brugge die alleen uit dit bewerkte filmische relaas zal bestaan.

En naast het in Dubai neerstrijken van het "Global Art Forum" dat als een ferm platform doorgaat voor mondiale discussies is de format van de "Abraaj Capital Art Prize" zeer vernoemenswaardig. Het is de grootste kunsrtprijs in de regio Midden Oosten, Noord-Afrika en Zuid-Azië.

Wat speciaal is aan deze prijs is de koppeling van een curator aan een kunstenaar die samen voorstellen konden insturen die door een vakkundige jury werden herleid tot drie winnaars.

Elk winnend "koppel" kreeg vervolgens maar liefst 200.000 dollars om het project te realiseren en voor het eerst te tonen in het kader van Art Dubai, later op het jaar wordt nog een catalogus gepubliceerd en blijven de werken eigendom van de sponsor.

De Egyptische Hala Elkoussy kwam samen met haar Nederlandse curator Jelle Bouwhuis op de proppen met een monumentaal werk waarin politieke realiteit en "staged" verbeelding één fotografisch fries opleverden. Het is een politiek patchwork dat sowieso kritiek levert op de officiële geschiedschrijvingen die "opgepoetst" goed en wel bewaard worden in de (kunst)historische musea.

Naast een indrukwekkend geschilderde installatie mét videobeelden van Marwan Sahmarani die zich duidelijk liet inspireren door de Sixtijnse Kapel zijn de meeste ogen gericht op de grandioze en eenvoudige installatie van de in Berlijn verblijvende Algerijnse kunstenaar Kader Attia.

"History of a Myth: The small Dome of the Rock" bestaat uit een piepkleine maquette met schroeven en noot van de fameuze Dom in Jeruzalem. Naast het onooglijk sculptuurtje is een "directe" projectie ervan te zien en wordt de installatie gelardeerd met het geluid van ter plekke opgenomen wind. Zonder veel poeha weet Kader Attia hier een hele wringende geschiedenis tussen Palestijnen en Joden voor de geest te halen waarin de kunst zich beperkt tot een "nietig" dingetje dat eens monumentaal geprojecteerd als in één installatie een wereld evoceert die de politieke gemoederen in het Midden Oosten al zo lang blijft beroeren... Het vrij harde en bepalende geluid van de wind als een metafoor voor "een nieuwe wind" is een positieve boodschap voor de opkomende golf aan emancipatie die nu stilaan opsteekt in deze streken "in expansie".

En in deze context hebben we het nog niet over de bijzonder interessante plaatsen "Sharjah Art Foundation" en de "Bareel Art Foudation" waar respectievelijk een retrospectieve plaats vindt van de Palestijnse fotograaf/kunstenaar Tarek Al-Ghoussein en een prachtige doorsnede is te bewonderen van kunst uit de brede Golf-regio.

Het zijn mooie, pretentieloze en sympathieke initiatieven die dankzij het bestaan van Art Dubai hun nut bewijzen door de kunst "van ter plaatse" een duidelijke plek te gunnen en die plek in verband te brengen met de opinies in de wereld.

Dubai heeft dus duidelijk meer te bieden dan megalomane en bijwijlen wansmakelijke architectuur; kunstenaars zijn tussen de oksels van de zogenaamde "nieuwe" stad volop bezig artistiek en creatief na te denken over hun positie in de regio en de wereld.

Luk Lambrecht

door Redactie Knack | | reacties | reageer hier

 

MUNDOS MEXICANOS, 25 hedendaagse fotografen

In de geschiedenis van de fotografie is Mexico geen terra incognito. Namen als Manuel en Lola Alvarez Bravo, Agustin Jiménez, Gabriel Figueroa staan op de lijst van bekende namen in die geschiedenis. Voegen we er ook Tina Modotti nog aan toe die, alhoewel ze er slechts drie jaar verbleef met Edward Weston, een invloed heeft gehad op de lokale beeldvorming. De laatste decennia is er een nieuwe generatie aangetreden die zich meer concentreert op universele thema's. Wat niet wil zeggen dat de complexiteit van het Mexicaanse volkskarakter er niet in doorwerkt. Het flirten met de dood bijvoorbeeld is op diverse manieren in haar werk aanwezig en de bezoeker ervaart die, met onze Westerse mentaliteit, als een bevreemdende sensatie.

De tentoonstelling in BOZAR heeft het overzicht in drie gemeenschappelijke noemers onderverdeeld. Gemeenschap, Plaats en Individu. In de eerste selectie zien we documentaire foto-essays die als metaforen werken over de situatie van Mexico in de wereld, zijn geschiedenis en zijn actualiteit, de volkscultuur en het leven van arbeiders en de middenklasse. De Plaats is de ruimte als een dilemma van het geheugen, fictie en ironie, van symbolen die nu voorwerp zijn geworden. Bij het Individu staat de collectieve verbeelding als persoonlijke poëzie, het beeld als ontdekking van het onderbewuste, van de droom en de dood.

Vrijwel alle foto's maken deel uit van projecten, zijn dus bedoeld als reeksen die op een of andere wijze een verhaal vertellen. Dat gaat over een weg die, eeuwen geleden, een pad was om van Noord naar Zuid plaatselijke koopwaar de vervoeren. Duizenden mijnwerkers, missionarissen en kooplui hebben het pad geëffend en nu is het een volwaardige route voor auto's en treinen. Het foto-essay van Eniac Martinez toont het leven op de voornaamste plekken langs deze Camino Real en laat zien hoe alles onvermijdelijk verandert tot in de 21e eeuw. Andere verhalen worden geprojecteerd in familieportretten, het spelen met de doodsgedachte of architectuur. Kortom de hele scala van menselijke situaties, geplogenheden of gebeurtenissen zijn onderwerpen om in beeld te brengen. Soms in zwat/wit, soms in felle, haast luidruchtige kleuren. Maar bijna altijd met die specifieke ondertoon van een soort onbehaaglijkheid voor Europese kijkers die gevoed wordt door paradoxen en metaforen die buiten onze leefwereld staan.

Technisch zijn alle foto's onberispelijk, ze behoren dan ook tot het Centro de la Imagines México, het nationale fotomuseum eigenlijk. Wat ook opvalt is de inventiviteit en het artistieke bewustzijn van al deze fotografen. Hoe fantasierijk hun bedoelingen ook moge geweest zijn, de vormgeving, de plasticiteit waarmee ze een onderwerp in beeld brengen staan op een bijzonder hoog niveau. Met reden is deze selectie opgenomen in het Mexico-festival. Alleen weer jammer dat er geen catalogus beschikbaar is om later van deze specifieke fotografie na te genieten.

Ludo Bekkers

Tentoonstelling "Mundos Mexicanos, 25 hedendaagse fotografen", Brussel BOZAR, nog tot 11 april. Deze tentoonstelling is gratis te bezoeken.

door Redactie Knack | | reacties | reageer hier

 

Theater ~ De kleinheid van de mens groots vertolkt ( * * * * )

Raymond Mallentjer ©

Met niets meer dan een boomstronk en een ontmantelde piano creëren Sofie Decleir, Jorgen Cassier en Koen Van Kaam in Opus XX machtig theater dat doet lachen en huilen met de onbeholpenheid van het meest bizarre dier op aarde: de mens.

Raymond Mallentjer ©

Van Zuidpool naar de sterren

De appel valt niet ver van de boom. Het is een platgetreden spreekwoord maar het vat als geen ander de prestaties van actrice Sofie Decleir samen die alleen op de scène staat. Haar expressieve en kleurrijke acteerstijl, haar virtuoos spelen met de stem, de kracht die uit haar grote ogen vonkt, de overgave waarmee ze op de scène staat en hoe ze met elke cel van haar lichaam een personage en tekst vertolkt, ... Ze evenaart er het talent van haar vader, Jan Decleir, mee.

Vader Decleir trekt momenteel, samen met Koen de Sutter, door Vlaanderen met een meesterlijke bewerking van Dylan Thomas' Onder het melkwoud , over een fictieve, moraalloze wereld aan de rand van de zee. Ondertussen overrompelt dochter Sofie Vlaanderen met een monoloog waarin ze de hedendaagse wereld (aan de rand van de afgrond?) bekijkt en becommentarieert.

Die maatschappelijke insteek is de kaart die Zuidpool consequent trekt nadat de voormalige artistiek leider Koen De Sutter in 2005 - na een forse subsidiemindering - de fakkel doorgaf aan een artistiek team bestaande uit Koen Van Kaam, Jorgen Cassier, Sofie Decleir en Jan Bijvoet. De twee voorstellingen waarmee het team startte, Siberië (2005-2006) en Oorlog (2005-2006), oogstten lovende reacties bij pers en publiek.
Het collectief houdt er een grondige en discrete methodiek op na: weken, soms maandenlang, duikt het onder om dan - plotsklaps - met een maatschappijkritisch theaterstatement van formaat op de proppen te komen. Dat speelt bij voorkeur in een zo sober mogelijk decor. Zuidpool benadrukt de confrontatie en communicatie tussen speler(s) en publiek. Zonder al te veel scenografische ruis.

Aan de basis van elk creatieproces liggen essentiële vragen die peilen naar de maatschappelijke relevantie van het tekstmateriaal waarmee men aan de slag wil. Dat materiaal moet niet alleen een maatschappelijke stelling innemen. Het moet ook een spiegel vormen van de theatercultuur, de manier van kijken en luisteren naar de voorbije, huidige en toekomstige wereld.

In juni 2009 verraste Zuidpool met kReon , een voorstelling over de Thebe cyclus in een bewerking van Jorgen Cassier. Nu verbaast het collectief met Opus XX , gebaseerd op het boekje Europeana: een zeer korte geschiedenis van de twintigste eeuw (2001) van de Tsjechische auteur Patrick Ourednik.

Raymond Mallentjer ©

Van de sterren naar de aardbodem

In niets meer dan een geel regenpak en groene gummilaarzen stapt Decleir de scène op. Enkel haar gezicht en haar handen zijn onbedekt. Toch speelt ze met haar hele lichaam. Elke beweging, elke draai van haar gezicht, tik van haar kin of blik van haar enorme ogen onderstrepen de woorden en geven er een extra dimensie aan.

Speelt Decleir een personage? Jawel, ze speelt het geweten van de mensheid. Eerder dan een snoeihard oordeel uit te spreken over de daden des mensen (van de concentratiekampen tot de kloontechnologie), rijgt ze de historische feiten op een lichtjes verbaasde, soms ietwat naïeve en zacht humoristische manier aan elkaar. Zonder ergens cynisch of vergoelijkend te worden. De stiltes tussen haar woorden zijn zorgvuldig gecomponeerd en vertolken de mening en de twijfel achter de woorden. Datzelfde doen ook de handen, de voeten en de ogen van Decleir.

Haar spel is als een choreografie die slechts eenmaal onderbroken wordt door een streepje Goldberg Variations van Bach. Hiermee wordt de overgang van de historische feitelijkheden naar de focus op opvoeding, sociale aspecten en wetenschap gemaakt. Zonder die historische feiten uit het oog te verliezen.
Van Kaam, Cassier en Decleir transformeerden Ouredniks boek tot een wervelende partituur die Decleir met een geniale mengeling van kinderlijkheid, wantrouwen, ongeloof en ernst brengt.

Zij speelt de ganse voorstelling onder een geluidloze mistregen die haar pak, haar gezicht en de vloer langzamerhand kletsnat maakt. Aan het einde snuit ze de neus. Waren die druppels dan tranen? Tranen van verdriet om hoe de mens uit alle macht tracht om goed te doen en zichzelf hier zodanig in verliest dat hij het onvoorwaardelijk verknalt en afglijdt tot moorden, liegen, bedriegen, vernederen, ...?

In de 20ste eeuw schakelde de mensheid naar een ongezien hoge versnelling. Decleir schakelt enkele versnellingen terug en bekijkt de ravage die de menselijke snelheidsduivels hebben aangericht. Ze doet dat nuchter. Speels. Historisch correct. Maar ook met ontzettend veel verbijstering. Letterlijk en figuurlijk: Opus XX is verbijsterend sterk theater over de verbijsterende onbeholpenheid van de mens.

Els Van Steenberghe

Opus XX , Zuidpool. Gezien op 10 maart 2010. Meer info: www.zuidpool.be

door Redactie Knack | | reacties | reageer hier

 

Hans Op de Beeck en Malcolm Morley in galerie Xavier Hufkens in Elsene !

Galerie Xavier Hufkens in Elsene, gelegen in een zijstraat van de Louisalaan blijft een plek die meer doet denken aan een kleine kunsthalle waar met de meeste zorg de kunst wordt getoond in de context van de goede architectuur van Robbrecht/Daem.
Deze keer organiseert Xavier Hufkens twee tentoonstellingen die op het eerste gezicht formeel en inhoudelijk heel ver van elkaar zijn verwijderd.

Hans Op de Beeck (1969) wiens werk werkelijk overal ter wereld wordt getoond en geapprecieerd presenteert een mooie reeks nieuwe aquarellen op groot formaat: in een rustgevende muisgrijs geschilderde en quasi museaal aandoende (intieme) ruimte.
Deze indrukwekkende aquarellen zijn te beschouwen als een "flash black" op zijn vroegere sculpturen en videofilms. Ze fungeren als geheel als film-stills die het geheugen van de kunstenaar aan elkaar monteren tot wat men "een oeuvre" noemt.

De bezoeker die vertrouwd is met het werk van Hans Op de Beeck herkent in deze tekeningen detailopnames van zijn tuinen, "scènes" uit animatiefilms of "gedistilleerde" motieven uit andere realisaties zoals zijn overbekende en deels betreedbare semi-surreële installaties.
De monumentale tekeningen zijn in zwart-wit; het is alsof de kunstenaar zijn artistiek verleden als een "scan" aan het publiek wil visualiseren als en soort "tussenstand" - een moment van artistieke terugblik en reflectie. De aquarel-techniek in zwart-wit verleent de tekeningen ook een onzekere tijds-patine; de als het ware formeel "gemarmerde" tekeningen ontglippen de tijd van het "nu" en komen in deze verschijningsvorm dicht in de buurt van klassieke kunst.

De recente video "Staging Silence" die ook al prachtig dienst deed bij de choreografie "Staging Reality" van Michael Lazic waarin de dansers genavigeerd werden door de zichtbaar handmatige manipulaties op de gigantisch geprojecteerde videofilm.
In "Staging Silene" toont Hans Op de Beeck op een subtiel-handige en verbeeldingsrijke manier hoe hij meesterlijk in staat is architecturen en plaatsen te bedenken, in elkaar te laten glijden en prachtig in beeld te brengen begeleid met zalige elektronische muziek.
Het is trouwens een verademing te zien dat Hans Op de Beeck hier in Elsene teruggrijpt naar de eenvoud in beeld en kleur - even weg van een barokke beeldtaal die zijn oeuvre de laatste jaren belaadde met soms (al te) zware en tegelijkertijd snel verteerbare metaforiek.

De nog steeds kwieke Brit Malcolm Morley (1931) genoot in de jaren zestig veel bijval als een belangrijke vertegenwoordiger binnen de foto-realistische kunst en pop art. Zijn carrière startte in New York in 1957 en hij nam deel aan de belangrijke Documenta's 5 & 6 in Kassel.
De meesten onder ons kennen wel zijn fantastische schilderijen gebaseerd op cruise-schepen of zorgeloze strand-taferelen. Malcolm Morley schilderde met "brains" en zorgde ervoor dat zijn schilderijen bijvoorbeeld nooit werden waargenomen als motieven in smeuïge en hobbelige verf. Hij probeerde altijd het schilderij zo vlak mogelijk te houden vergelijkbaar met een glasplaat en om die reden werkte hij nat op nat, gebruikmakend van vederlichte penselen.
Hij ontweek zelfs nauwlettend elke afdruk of elk spoor van het penseel. Malcom Morley kijkt al heel zijn caarière op naar het werk van de Meester Paul Cézanne die beweerde dat het streven naar een "perfect proces" het ultieme doel is van de schilder.
Paul Cézanne wist dit "proces" een visuele vorm te geven door zijn typische diagonale penseelstreken die volgens Morley al op zichzelf een soort raster ("grid") vormden.
Malcolm Morley is één van de meest interessante schilders van onze tijd die werk produceert waarin de techniek en de erfenis van die schilderkunst garant staan voor inhoudelijk weinig relevante motieven waarin niet iedereen meteen de finesses van het picturaal proces wil/kan opmerken.

In Elsene schittert deze "éminence grise" met op het eerste gezicht een klein ensemble wervelend werk dat bij nader toezien (dus) geduldig en detailsgewijs is gemaakt op basis van het inschilderen van aparte vakjes die (eens) samen als één groot raster de motieven uitbeelden van bijvoorbeeld motorcrossers en naïef aandoende boten.
Heel mooi is bij dit alles dat de kunstenaar niet echt iets verbergt. Wie goed toekijkt kan aan de zijkant van het grondvlak de streepjes zien van het raster en wie héél goed kijkt ziet dat het motief van een motorcrosser is opgebouwd uit zeer vele kleine vierkante schilderijtjes die "apart" gezien een index/inventaris vormen van dé schilderkunst tout court. Dit is een krachttoer !
Malcolm Morley is dus een hele grote en toont "hoe" de schilderkunst vandaag nog het unieke, conceptuele verschil kan maken met de kunstige, soms stuntelige beeldvorming via de nieuwe media.

Malcolm Morley & Hans Op de Beeck nog tot 10 april in galerie Xavier Hufkens, Sint-Jorisstraat 6/8 in Elsene.
http://Www.xavierhufkens.com



Luk Lambrecht


door Redactie Knack | | reacties | reageer hier

 

POËZIE: De industrie geneest alle leed - Gerrit Krol

recensent: Ronald Ohlsen

Dichters die poëzie schrijven die alleen door hen geschreven kan zijn: kom er maar om. Ze vormen een minderheidsgroep tussen de velen die hun dichterlijke zelf in hun eigen werk moedwillig hebben laten afsterven in hun fanatieke queeste naar ongekende woordcombinaties en vervreemdende beelden, paden banend die door iedere andere dichter gebaand hadden kunnen worden, dapper voortschuivend volgens de strenge regels der experimentele en vernieuwende kunstopvatting zoals die na de Tweede Wereldoorlog gemeengoed werd bij het grote publiek. Maar gelukkig zijn ze er nog: zij die vooral hun eigen kop volgen en de consensus van het culturele veld mijden als een vermoeidheidsziekte.

lees hier verder.

door Philip Hoorne | | reacties | reageer hier

 

THEATER ~ DE INDRINGER (*)

Koen Broos ©

De auteur Maurice Maeterlinck wordt volgend jaar in zijn geboortestad gevierd, naar aanleiding van het feit dat hij honderd jaar geleden de Nobelprijs heeft gekregen. Hij heeft die zelf niet in ontvangst genomen. Doktersbriefje. Intimi weten beter. Hij was van nature een schuchter man, en een hypochonder. Er was iets goed fout met zijn hart, beweerde hij, en al zeiden de dokters dat hij teveel at en zich daarom ongemakkelijk voelde, er was iets met zijn hart! Die obsessie, voor de dood, zit in de onderstroom van zijn gedichten, in het bijzonder in zijn eerste bundel Serres chaudes uit 1889, maar ook in zijn toneelstukken. Een andere oorzaak van die obsessie is het onderwijs. Specifiek, het Sint-Barbara-college in Gent, waar de leerlingen werden volgepompt met zwaarmoedige gedachten en tijdens de jaarlijkse retraites werden geconfronteerd met hun zondige levenswandel.

Maeterlinck werd op slag beroemd toen in de Figaro van 24 augustus 1890 de invloedrijke Octave Mirbeau een enthousiast artikel schreef over het toneelstuk La princesse Maleine . Hij verhief Maeterlinck daarin zelfs tot 'le nouveau Shakespeare'. De goeie recensie dankte de Gentenaar niet aan de opvoering van zijn eerste toneelstuk, maar aan de uitgave in boekvorm. Toen werden toneeluitgaven nog besproken in de kranten. Een opvoering heeft hij trouwens zelf niet meegemaakt. Het werd pas na zijn dood, in 1962, ter planke gevoerd.

Nog in 1890 en het daaropvolgende jaar, verschijnen drie eenakters: L'intruse, Les aveugles en Les sept princesses , in het theatermilieu bekend als 'la petite trilogie de la mort'. Zij worden wel meteen opgevoerd. L'intruse is tevens het eerste symbolische stuk uit de theatergeschiedenis. Het symbolisme was er al wel, in de beeldende kunsten en de literatuur, maar het was de Gentenaar die het introduceerde in het theater. De indringer , zoals de titel in onze schone taal luidt, staat vanaf zijn verschijning ook bekend als 'une drame d'attente', doordrenkt van zwartgalligheid en negatieve gevoelens.

Wie is de indringer, die 'ongenode gast' zoals de letterlijke interpretatie van L'intruse luidt? Goeie vraag. De indringer is geen persoon, maar een toestand. De dood. In een schaars verlichte kamer van een oud landhuis zitten drie zussen te wachten op het overlijden van een vrouw in een belendende kamer. In een andere belendende kamer ligt haar pas gebaarde kind. Dan zijn er nog een blinde grootvader en een wijze oom, en een huisslaaf. Aan het eind van het stuk is niet duidelijk of de dood de vrouw heeft geroofd, al mag dat wel verondersteld worden, door het kruis dat een van de personages maakt bij het binnentreden van de kamer.

Koen Broos ©

Wie wachten zegt of hoort, in de theaterwereld, denkt meteen aan En attendant Godot , van een andere Nobelprijswinnaar, Samuel Beckett. Terecht. Net als Eugène Ionesco is Beckett een groot bewonderaar van Maeterlinck. Ionesco heeft direct uiting gegeven van zijn achting in verschillende essays, Beckett indirect in zijn toneelstukken, want het thema in al zijn stukken is wachten. Is het niet in een lege kamer dan op een kale vlakte.

De indringer is door Peter Misotten, op zijn eentje een hele filmfabriek, bewerkt en opgezet tot er een voorstelling uit te voorschijn kwam, badend in een duister universum. De spelers bewegen zich traag, lijken wel mechanische poppen waarvan de veer een handomdraai van de totale ontspanning verwijderd is. De veer mag dan wel ontspannen zijn, de sfeer daarentegen is dat niet. Enfin, dat is wat Peter Misotten voor ogen stond toen hij L'intruse tegenkwam. Samen met een strakke sfeer in een haast stilstaande wereld wilde hij de toeschouwer angst inboezemen. Met plotse lichtbreuken gekoppeld aan bruuske geluidsschokken meende hij dat voor elkaar te krijgen. Het enige wat hij ermee bereikt heeft is dat enkele mensen bij de derde tsunami de zaal verlieten en Beckettkenner Walter Tillemans zich even verwijderde. Na de voorstelling vroeg hij me of ik angst heb gehad. Zonder op antwoord te wachten liet hij erop volgen: ik moest er alleen van plassen.

Het interieur van de kamer zoals Maeterlinck die zag heeft Misotten vervangen door een tuin, in de volle glorie van de herfst. Wanneer echter een acteur staande tussen de dode bladeren vraagt ' Zullen we naar buiten gaan?' is de slappe lach wel heel nabij. Misotten heeft ook de orkestbak opengegooid. Tussen spelers en publiek gaapt een kloof. Die kloof moest al te veel inleving bij het publiek counteren. Maar het slopen van de vierde wand opent in dit geval de sluizen van de verveling. Je kan met de beste wil van de wereld in het theater van één wereld geen twee maken. Klap op de vuurpijl is de rookmachine. Misotten leek wel het speelgoed een dag voordien voor het eerst gezien te hebben. De ene wolk is nog niet opgelost of een grotere wordt er achteraan geblazen.

Koen Broos ©

Iemand die niet vooraf wat speurwerk verricht, weet bij god niet waar de voorstelling over gaat en om draait. Zelfs al heeft hij alle voorpublicaties in de media driemaal gelezen of gehoord. En al heeft hij de daarin de gestopte stellingen 't hope gegooid die de verenigde breinen van Einstein en Wittgenstein in omvang overstijgen. Peter Misotten heeft het werk van Maeterlinck niet verkracht, maar het wel zwaar beschadigd. Deze voorstelling is t/m 27 maart enkel in de Bourla te zien en gaat nadien niet op reis. Oef!

Het enige lichtpunt van deze productie is de medewerking van actrice Abke Haring. Ze moet dan wel geen woord zeggen, maar het slot, wanneer zij vermoord wordt en een pracht van een aria kreunt, is zo aangrijpend, dat je als toeschouwer zin hebt om het podium op te springen en de onverlaat die haar strot dichtknijpt een mep van jewelste te geven. Maar ja, juist om dat te beletten heeft Misotten ongetwijfeld die ravijn bedacht.

guido lauwaert

DE INDRINGER van Maurice Maeterlinck - Regie en vormgeving Peter Misotten / De Filmfabriek - info: www.toneelhuis.be

door Redactie Knack | | reacties | reageer hier

 

Theater ~ Theatre killed the radio star ( * * 1/2)

Phile Deprez ©

Dames en heren, jongens en meisjes, vanavond zal het gebeuren! Vanavond is dé avond! De avond waarop u terug gezellig dicht bij de radio kan kruipen om er te luisteren naarrrrrr .... Hessie en Dompi! Willkommen, bienvenue, welcome!

Phile Deprez ©

Wachttijd verstreken

Hessie (een ontwapenende Joris Hessels) heet het publiek welkom op een wel heel bijzondere avond. Na enkele pauzeweken is het befaamde radioduo Dompi (een guitige Dominique Van Malder) en Hessie herenigd en ze zijn ferm van plan om de toeschouwers - het 'live publiek' in de studio - de avond van hun leven te bezorgen. Met veel schone muziek, schone gesprekken en schone verrassingsgasten. Maar waar blijft Dompi toch?

Deze nieuwe theatervoorstelling van artistiek leider Johan De Smet draagt zijn wervelende en grappige handtekening maar mist hierdoor nog wat spankracht en doeltreffendheid. Dat de twee topacteurs de ziel uit hun lijf spelen, kan niet vermijden dat de voorstelling te veel alle kanten opgaat. Geef deze twee 'radiomakers' en hun 'radiomanager' De Smet nog even de tijd om in te spelen en er ontstaat schitterende radio op de scène.

Die scène is inventief en frivool vormgegeven door Giovanni Vanhoenacker. De scenografie gidst de spelers als het ware door de voorstelling. De acteurs gaan van rekwisiet naar rekwisiet en evolueren zo in het verhaal en hun onderlinge relatie. Dit associatieve voorstellingsritme verhoogt de speelsheid maar verzwakt de intensiteit en de diepgang van het spel. Jammer.

Phile Deprez ©

Te veel roze konijnen uit de hoed

Johan De Smet leidt niet alleen de KOPERGIETERY met veel openheid en zwier maar profileert zich ook als een regisseur die de associatieve structuur, muzikaliteit en het duo lach/traan een warm hart toedraagt. Dit resulteerde onder meer in machtige jongerenvoorstellingen zoals de dansvoorstelling Komosha (1997-1998). Of De Wraak van Tarzan (1999-2000) over de relatie tussen vader en kind. Maar ook: Calypso (2002-2003), een voorstelling vertrekkend van Weegee's foto's of De Legende van Woesterdam (2007-2008), een locatievoorstelling in samenwerking met Studio ORKA.

Het risico aan De Smets bevlogen manier van creëren en regisseren, is dat alles staat of valt met de verhelderende dynamiek die van de combinatie spel, scenografie en muzikale regiehand uitgaat (moet uitgaan). Wanneer die dynamiek te kolderiek is en eerder vertroebelt dan verheldert, dan schort er iets aan de combinatie.

De radioloog ontstond vanuit een gedeelde droom van De Smet, Hessels en Van Malder, aldus De Smet:

"Toen Joris en Dominique mij vertelden over hun voorliefde voor radio en de zin om hierrond (sic) iets te maken sloot dat perfect aan bij mijn verlangen om "Dagboek van een eilandbewoner" ooit als context te nemen voor een verhaal over ambitie versus onthaasting, over durven kiezen, ook al kan hierdoor een vriendschap barsten vertonen.
"Dagboek van een eilandbewoner" is het radio-experiment uit 1971 waarbij Godfried Bomans en Jan Wolkers ieder 7 dagen doorbrachten op een onbewoond Waddeneiland; hun enige verbinding met de buitenwereld bestond uit een kort dagelijks radiocontact met presentator Willem Ruis. Beide schrijvers ervaarden (sic) deze 'retraite' op een totaal verschillende manier."

Van hieruit ontstond de eerste scène en de ganse voorstelling. Hessels steelt in die beginscène de show maar Van Malder laat net iets te lang op zich wachten om die beginscène spannend te houden.
Wanneer het duo voltallig is, vonkt het spelplezier van de planken en gooien beide spelers zich in een heuse estafette van sketches, ludieke vraaggesprekjes (met dank aan de oren van het knalroze decorkonijn) en ... ontboezemingen. Dit alles wordt verluchtigd met snel gemonteerde filmpjes waarin beide heerschappen hun kindertijd (her)beleven.

Phile Deprez ©

Bloter beginnen

Het levert caleidoscopisch, vinnig en grappig theater op maar de weegschaal slaat teveel door naar de luchtige kant. De integere en onstuimige zoektocht van beide personages naar een vrouwtje, naar zichzelf, ... wordt iets te veel verdrukt door het grappend en grollend wervelen over de scène.

Dit maakt De radioloog momenteel te veel tot een theatrale replica van de typische commerciële radioprogramma's waar integriteit en breekbaarheid met de schreeuwerige mantel der muziek of flauwe grappenmakerij toegedekt worden. Van Ostaijen schreef: "Ik wil bloot zijn, en beginnen". Ontdoe de voorstelling van de (zwansende) ballast en (her)begin.

Els Van Steenberghe

De radioloog , KOPERGIETERY. Gezien op 7 maart 2010. Info: www.kopergietery.be

door Redactie Knack | | reacties | reageer hier

 

EXPO: Michelangelo's Dream (*****)

The Dream, Black chalk, 39.4 x 27.7 cm, The Courtauld Gallery, London

De Courtauld Gallery presenteert uit de vaste collectie, en op uitmuntende wijze, de tekening "The dream" (ca. 1533) van Michelangelo Buonarroti (1475-1564). Men heeft een handvol meesterwerken van de tekenaar bij uitstek en van tijdgenoten bijeengebracht.

Presentatietekeningen

De Toscaan maakte in de jaren 1530 een klein aantal secuur afgewerkte presentatietekeningen, letterlijk bedoeld om als geschenk uit te delen. Ene Tomasso de' Cavalieri mocht zich gelukkig prijzen. In de melancholische teneur en de begeleidende poëzie ontplooien zich begeerlijke aspiraties. De ware toedracht blijft zeer complex, en niet in het minst door de neoplatoonse verpakking.

Men schat dat De' Cavalieri een jaar of 17 moet geweest zijn. Michelangelo's brieven en sonnetten aan de tiener - van die laatste bestaan er een veertigtal - liegen er niet om: hij had de Romeinse edelman hartstochtelijk lief. De' Cavalieri mocht zelfs zijn mening geven over de tekeningen. Indien hij ze minder geslaagd vond, dan had hij dat maar te melden, en de meester zou ze bijschaven tot hij tevreden was gesteld. Daarbij moet men in acht nemen dat nogal wat vermogende verzamelaars tevergeefs aasden op de kleinste krabbel van de man.

The Fall of Phaeton, Royal Collection © 2010 Her Majesty Queen Elizabeth II

In De val van Phaeton kunnen we de gang van zaken volgen. Drie exemplaren (British Museum, Gallerie dell' Accademia in Venetië, Windsor, Royal Collection) zijn aanwezig. Op de eerste staat in het handschrift van de meester dat hij bereid is om veranderingen aan te brengen, wat het geval moet geweest zijn, te oordelen aan het tweede en derde voorbeeld. Het derde, meest afgewerkte blad is een klein mirakel. Phaeton wordt door Jupiter van de van zijn vader Apollo geleende zonnewagen gebliksemd. Man en paarden storten in de Po te pletter bij het geweeklaag van zijn zussen, de Heliaden.

Mannelijk naakt

Het mannelijk naakt is de alfa en de omega van Michelangelo's kunst. Maar alles begon met tekenen en dat deed hij een leven lang. Disegno , of het ontwerp in het brein en de uitvoering zelf, was de hoeksteen. Tekeningen waren het kapitaal van de kunstenaar, in de zestiende eeuw werden ze zelfstandige kunstwerken. Zijn leerlingen kregen het als devies te horen: "Teken Antonio, teken Antonio, teken en verdoe je tijd niet." Men neemt aan dat ook De' Cavalieri aan de hand van de presentatietekeningen didactisch onderricht werd. Kijk naar en trek lering uit Tityus , nog een parel uit de collectie van koningin Elizabeth II.

The Punishment of Tityus, Royal Collection © 2010 Her Majesty Queen Elizabeth II

Voor het eerst confronteert men The dream met de bekende geschenken aan De' Cavalieri en oppert men dat ook dit stuk er weleens zou kunnen bij horen. Het was Giorgio Vasari die het in de zestiende eeuw tot Il sogno ( The dream ) omdoopte. Allerlei reproducties en kopieën circuleerden al kort na de creatie. De compositie bleef populair tot Giovanni Morelli laat in de negentiende eeuw zich boog over één van de mooiste tekeningen die ooit werden gemaakt. Morelli bekeek het en maakte in 1893 zijn volstrekt ridicule oordeel wereldkundig: "Nein; ohne Wert". Om correct te zijn moet vermeld worden dat hij zich baseerde op een fotografische reproductie, dat was ook het geval bij de meeste van zijn navolgers waaronder de grote Erwin Panofsky. Men was in twee kampen verdeeld, al is die twijfel fel afgezwakt. Thomas Pöpper herneemt niettemin de twijfel in het complete oeuvre, uitgegeven door Taschen.

Waar men zich echt het hoofd over breekt is de boodschap. Een Apollinische jongeling wordt gewekt uit een droom, of zelfs tot leven gewekt. De cirkel rond hem bestaat uit allerlei zondaars in een vage, maar enorm knappe tekenstijl. Een half uitgegomde fallus evoceert lust. In de droomwereld zwakt de controle van de wil af en is men vatbaar voor zonden, vandaar dat hij gewekt wordt om voor kuise liefde te kunnen kiezen. De neoplatoonse liefde van Michelangelo voor De' Cavalieri moet men vergelijken met een soort liefde voor god. Men denkt eveneens dat de neergevleide atleet symbool staat voor de melancholische ziel van Michelangelo zelf. Men geloofde dat ter hoogte van het voorhoofd, daar waar hij gewekt wordt, de melancholie huisde. Die aandoening stond gelijk met de goddelijke inspiratie van de kunstenaar.

Die verklaringen blijven iets van een kunstgreep hebben, maar als we het over Michelangelo hebben, dan kunnen we eenvoudigweg niet rond Plato. En als we aannemen dat het cerebrale neoplatonisme ons op zich niet echt kan verrukken, dan kunnen we ons wel laven aan het metier en aan de vormen als dusdanig. Onnavolgbaar knap is het feit dat de hand op vele plaatsen niet zichtbaar is, tenzij daar waar de contouren aangezet zijn. Bij het aanschouwen van zo veel metier is de esthetische ervaring diepgaand, zelfs emotioneel van aard. De neoplatonist Marsilio Ficino schreef: "Elk soort van liefde begint met een blik op iets of iemand."

Adem op papier

Zijn dit de mooiste tekeningen uit het lange leven van Michelangelo? Dat is goed mogelijk. Wat rest ons van de volledige productie? Veel ging verloren en vele exemplaren werden zelf door de man vernietigd. Niemand mocht zijn ideeën pikken én niemand mocht zijn probeersels zien. Alles wat niet getuigde van een soort goddelijke nonchalance achtte hij schadelijk voor zijn imago.

De liefdesgeschenken voor de tiener en de verhaalstof van Ovidius krijgen het gezelschap van enkele brieven en gedichten, verhelderende kopieën en nog enkele autografe tekeningen van hoog niveau. In een antichambre hangt onder andere de ets Melencolia I van Dürer (1471-1528). Knappe confrontatie: zowel technisch als iconografisch. Met slechts twee beperkte zaaltjes roept men in het Courtauld zeer veel op. Het tekenwerk is van een amper geëvenaarde genialiteit. Volgens Vasari verkreeg Michelangelo die onnavolgbare vormelijkheid door op het papier te ademen. Da Vinci had het over rook; adem en rook zijn beeldtaal om het clair-obscur van het modelé te beschrijven. Het is zo dicht geschakeerd als een schilderij én tegelijkertijd bijna sculpturaal.

Dat Michelangelo al tijdens zijn leven het epitheton ornans "Il divino" (de goddelijke) meekreeg, hoeft niemand te verbazen. Het begrip genie is niet zelden een al te gratuite lofbetuiging. Als men de inhoud ervan afweegt aan de verzamelde werken van Michelangelo Buonarroti, dan lijkt spaarzaam gebruik van de term het enige oorbare. Tijdelijk kan men zich over het Kanaal van zijn genie vergewissen. En dat is een zeldzaamheid, normaliter is men zowat verplicht om richting Italië te trekken.

Michelangelo's Dream
Tot 16 mei
The Courtauld Gallery
Somerset House
Strand, Londen
Website

Matthias Depoorter

door Redactie Knack | | reacties | reageer hier

 

Dans, geluid en omgeving, de nieuwe film van Manon De Boer ***1/2

Galerie Jan Mot in Brussel biedt altijd dat ietsje meer dan vele andere galeries. Jan Mot is één van de weinige galeries in ons land met een goed omlijnde politiek met een duidelijke voorkeur voor kunst die zich conceptueel bezighoudt met het geheugen van de mens in de breedste zin van het begrip. Het menselijk geheugen dat a priori faalt en verhalen en geschiedenissen mogelijk maakt die een gekleurde kijk op de wereld open houden...
Jan Mot geeft zijn kunstenaars een genereus platform om te produceren en artistiek te evolueren en dat leidt soms tot pareltjes zoals nu met de nieuwe film "Dissonant" van Manon De Boer (1966).
Jan Mot zorgt ook voor tekstuele en theoretische begeleiding bij de tentoonstellingen van de kunstenaars die hij verdedigt en dat levert niet alleen goede kunst en tentoonstellingen op maar ook intense interesse van de betere binnen- en buitenlandse musea en van verzamelaars die het werk van deze kunstenaars opnemen in hun collecties.
Het filmisch werk van Manon De Boer wordt al een hele tijd gevolgd en getoond bij Jan Mot maar de kunstenares neemt nu wel met een bijzonder mooi, ontroerend en zelfs poëtisch werk de Brusselse galerieruimte in.

De filmvoorstelling is gemonteerd in één "loop" en zonder dat je het goed beseft herbekijk je dit fascinerend werk meerdere keren. Het begint allemaal met een close-up van een uiterst geconcentreerde danseres die als het ware de afgespeelde muziek memoriseert en tot zich neemt.
Na dit mentaal toeëigenen van de muziek slaat ze op een sierlijke manier het hoofd achteruit, valt en torst de zwaartekracht en schuift en beweegt met hoekige (levens)kracht en lust over de betonnen vloer.
Ze geeft een wondermooie en kwieke danssolo ten beste waaruit heel haar lijf voor zichzelf spreekt.

De film laat dus Rosas-danseres Cynthia Loemij dansen op de herinnering aan de muziek van Eugène Ysaye, de componist van de subtiele muziek die werd gebruikt voor de Rosas' voorstelling "Achterland" waarin Cynthia als deelnemende danseres een sterke herinnering aan over houdt.
Het geluid speelt in dit mooie werk een belangrijke rol want tijdens momenten waarop het beeld stopt - bij het wisselen van een nieuw filmrolletje en het beeld pikzwart wordt - blijft Cynthia Loemij verder dansen. De relatie met haar wordt levend gehouden via het "dansend" geluid dat ze produceert waarbij je als toeschouwer wordt uitgenodigd de danseres zelf in gedachten te herinneren en in visuele beweging te houden.
Manon De Boer: "Het geluid van het bewegend lichaam, als het beeld zwart is, creëert een fysieke ruimtelijke aanwezigheid".

De film is "real time" en in één ononderbroken "shoot" gefilmd zodat er hier geen sprake was van montage. Cynthia >Loemij blijft dansen op de muziek die de lengte bepaalt van de film.
"Dissonant" is een wondermooi kunstwerk dat in een betoverende "loop" blijft verder "draaien". Het is een film waarbij een mens sprakeloos oog in oog staat met de schoonheid in beweging en geluid.
De toeschouwer wordt de bevoorrechte getuige van als het ware een intieme en intense repetitie van een straffe dansers die met haar hele lijf een zinnelijke expressie ten beste geeft van een indringend muziekstuk dat ritmisch geheel en al de hare wordt.

Ach wat betekenen woorden... bij het privilege te kunnen genieten van dit soort schoonheid.

"Dissonant" van Manon De Boer nog tot 10 april bij galerie Jan Mot, Antoine Dansaertstraat 190 in Brussel

http://www.janmot.com
luk lambrecht


door Redactie Knack | | reacties | reageer hier

 
Knack heeft een hart voor cultuur en volgt het reilen en zeilen binnen de media op de voet. Op deze blog worden recensies, commentaren en bespiegelingen verzameld over kunst & cultuur, radio & televisie en andere (nieuwe) media.