Media en Cultuur
Theater ~ De kleinheid van de mens groots vertolkt ( * * * * )
Raymond Mallentjer ©
Met niets meer dan een boomstronk en een ontmantelde piano creëren Sofie Decleir, Jorgen Cassier en Koen Van Kaam in Opus XX machtig theater dat doet lachen en huilen met de onbeholpenheid van het meest bizarre dier op aarde: de mens.
Raymond Mallentjer ©
Van Zuidpool naar de sterren
De appel valt niet ver van de boom. Het is een platgetreden spreekwoord maar het vat als geen ander de prestaties van actrice Sofie Decleir samen die alleen op de scène staat. Haar expressieve en kleurrijke acteerstijl, haar virtuoos spelen met de stem, de kracht die uit haar grote ogen vonkt, de overgave waarmee ze op de scène staat en hoe ze met elke cel van haar lichaam een personage en tekst vertolkt, ... Ze evenaart er het talent van haar vader, Jan Decleir, mee.
Vader Decleir trekt momenteel, samen met Koen de Sutter, door Vlaanderen met een meesterlijke bewerking van Dylan Thomas' Onder het melkwoud , over een fictieve, moraalloze wereld aan de rand van de zee. Ondertussen overrompelt dochter Sofie Vlaanderen met een monoloog waarin ze de hedendaagse wereld (aan de rand van de afgrond?) bekijkt en becommentarieert.
Die maatschappelijke insteek is de kaart die Zuidpool consequent trekt nadat de voormalige artistiek leider Koen De Sutter in 2005 - na een forse subsidiemindering - de fakkel doorgaf aan een artistiek team bestaande uit Koen Van Kaam, Jorgen Cassier, Sofie Decleir en Jan Bijvoet. De twee voorstellingen waarmee het team startte, Siberië (2005-2006) en Oorlog (2005-2006), oogstten lovende reacties bij pers en publiek.
Het collectief houdt er een grondige en discrete methodiek op na: weken, soms maandenlang, duikt het onder om dan - plotsklaps - met een maatschappijkritisch theaterstatement van formaat op de proppen te komen. Dat speelt bij voorkeur in een zo sober mogelijk decor. Zuidpool benadrukt de confrontatie en communicatie tussen speler(s) en publiek. Zonder al te veel scenografische ruis.
Aan de basis van elk creatieproces liggen essentiële vragen die peilen naar de maatschappelijke relevantie van het tekstmateriaal waarmee men aan de slag wil. Dat materiaal moet niet alleen een maatschappelijke stelling innemen. Het moet ook een spiegel vormen van de theatercultuur, de manier van kijken en luisteren naar de voorbije, huidige en toekomstige wereld.
In juni 2009 verraste Zuidpool met kReon , een voorstelling over de Thebe cyclus in een bewerking van Jorgen Cassier. Nu verbaast het collectief met Opus XX , gebaseerd op het boekje Europeana: een zeer korte geschiedenis van de twintigste eeuw (2001) van de Tsjechische auteur Patrick Ourednik.
Raymond Mallentjer ©
Van de sterren naar de aardbodem
In niets meer dan een geel regenpak en groene gummilaarzen stapt Decleir de scène op. Enkel haar gezicht en haar handen zijn onbedekt. Toch speelt ze met haar hele lichaam. Elke beweging, elke draai van haar gezicht, tik van haar kin of blik van haar enorme ogen onderstrepen de woorden en geven er een extra dimensie aan.
Speelt Decleir een personage? Jawel, ze speelt het geweten van de mensheid. Eerder dan een snoeihard oordeel uit te spreken over de daden des mensen (van de concentratiekampen tot de kloontechnologie), rijgt ze de historische feiten op een lichtjes verbaasde, soms ietwat naïeve en zacht humoristische manier aan elkaar. Zonder ergens cynisch of vergoelijkend te worden. De stiltes tussen haar woorden zijn zorgvuldig gecomponeerd en vertolken de mening en de twijfel achter de woorden. Datzelfde doen ook de handen, de voeten en de ogen van Decleir.
Haar spel is als een choreografie die slechts eenmaal onderbroken wordt door een streepje Goldberg Variations van Bach. Hiermee wordt de overgang van de historische feitelijkheden naar de focus op opvoeding, sociale aspecten en wetenschap gemaakt. Zonder die historische feiten uit het oog te verliezen.
Van Kaam, Cassier en Decleir transformeerden Ouredniks boek tot een wervelende partituur die Decleir met een geniale mengeling van kinderlijkheid, wantrouwen, ongeloof en ernst brengt.
Zij speelt de ganse voorstelling onder een geluidloze mistregen die haar pak, haar gezicht en de vloer langzamerhand kletsnat maakt. Aan het einde snuit ze de neus. Waren die druppels dan tranen? Tranen van verdriet om hoe de mens uit alle macht tracht om goed te doen en zichzelf hier zodanig in verliest dat hij het onvoorwaardelijk verknalt en afglijdt tot moorden, liegen, bedriegen, vernederen, ...?
In de 20ste eeuw schakelde de mensheid naar een ongezien hoge versnelling. Decleir schakelt enkele versnellingen terug en bekijkt de ravage die de menselijke snelheidsduivels hebben aangericht. Ze doet dat nuchter. Speels. Historisch correct. Maar ook met ontzettend veel verbijstering. Letterlijk en figuurlijk: Opus XX is verbijsterend sterk theater over de verbijsterende onbeholpenheid van de mens.
Els Van Steenberghe
Opus XX , Zuidpool. Gezien op 10 maart 2010. Meer info: www.zuidpool.be
|
| |
Hans Op de Beeck en Malcolm Morley in galerie Xavier Hufkens in Elsene !
Galerie Xavier Hufkens in Elsene, gelegen in een zijstraat van de Louisalaan blijft een plek die meer doet denken aan een kleine kunsthalle waar met de meeste zorg de kunst wordt getoond in de context van de goede architectuur van Robbrecht/Daem.
Deze keer organiseert Xavier Hufkens twee tentoonstellingen die op het eerste gezicht formeel en inhoudelijk heel ver van elkaar zijn verwijderd.
Hans Op de Beeck (1969) wiens werk werkelijk overal ter wereld wordt getoond en geapprecieerd presenteert een mooie reeks nieuwe aquarellen op groot formaat: in een rustgevende muisgrijs geschilderde en quasi museaal aandoende (intieme) ruimte.
Deze indrukwekkende aquarellen zijn te beschouwen als een "flash black" op zijn vroegere sculpturen en videofilms. Ze fungeren als geheel als film-stills die het geheugen van de kunstenaar aan elkaar monteren tot wat men "een oeuvre" noemt.
De bezoeker die vertrouwd is met het werk van Hans Op de Beeck herkent in deze tekeningen detailopnames van zijn tuinen, "scènes" uit animatiefilms of "gedistilleerde" motieven uit andere realisaties zoals zijn overbekende en deels betreedbare semi-surreële installaties.
De monumentale tekeningen zijn in zwart-wit; het is alsof de kunstenaar zijn artistiek verleden als een "scan" aan het publiek wil visualiseren als en soort "tussenstand" - een moment van artistieke terugblik en reflectie. De aquarel-techniek in zwart-wit verleent de tekeningen ook een onzekere tijds-patine; de als het ware formeel "gemarmerde" tekeningen ontglippen de tijd van het "nu" en komen in deze verschijningsvorm dicht in de buurt van klassieke kunst.
De recente video "Staging Silence" die ook al prachtig dienst deed bij de choreografie "Staging Reality" van Michael Lazic waarin de dansers genavigeerd werden door de zichtbaar handmatige manipulaties op de gigantisch geprojecteerde videofilm.
In "Staging Silene" toont Hans Op de Beeck op een subtiel-handige en verbeeldingsrijke manier hoe hij meesterlijk in staat is architecturen en plaatsen te bedenken, in elkaar te laten glijden en prachtig in beeld te brengen begeleid met zalige elektronische muziek.
Het is trouwens een verademing te zien dat Hans Op de Beeck hier in Elsene teruggrijpt naar de eenvoud in beeld en kleur - even weg van een barokke beeldtaal die zijn oeuvre de laatste jaren belaadde met soms (al te) zware en tegelijkertijd snel verteerbare metaforiek.
De nog steeds kwieke Brit Malcolm Morley (1931) genoot in de jaren zestig veel bijval als een belangrijke vertegenwoordiger binnen de foto-realistische kunst en pop art. Zijn carrière startte in New York in 1957 en hij nam deel aan de belangrijke Documenta's 5 & 6 in Kassel.
De meesten onder ons kennen wel zijn fantastische schilderijen gebaseerd op cruise-schepen of zorgeloze strand-taferelen. Malcolm Morley schilderde met "brains" en zorgde ervoor dat zijn schilderijen bijvoorbeeld nooit werden waargenomen als motieven in smeuïge en hobbelige verf. Hij probeerde altijd het schilderij zo vlak mogelijk te houden vergelijkbaar met een glasplaat en om die reden werkte hij nat op nat, gebruikmakend van vederlichte penselen.
Hij ontweek zelfs nauwlettend elke afdruk of elk spoor van het penseel. Malcom Morley kijkt al heel zijn caarière op naar het werk van de Meester Paul Cézanne die beweerde dat het streven naar een "perfect proces" het ultieme doel is van de schilder.
Paul Cézanne wist dit "proces" een visuele vorm te geven door zijn typische diagonale penseelstreken die volgens Morley al op zichzelf een soort raster ("grid") vormden.
Malcolm Morley is één van de meest interessante schilders van onze tijd die werk produceert waarin de techniek en de erfenis van die schilderkunst garant staan voor inhoudelijk weinig relevante motieven waarin niet iedereen meteen de finesses van het picturaal proces wil/kan opmerken.
In Elsene schittert deze "éminence grise" met op het eerste gezicht een klein ensemble wervelend werk dat bij nader toezien (dus) geduldig en detailsgewijs is gemaakt op basis van het inschilderen van aparte vakjes die (eens) samen als één groot raster de motieven uitbeelden van bijvoorbeeld motorcrossers en naïef aandoende boten.
Heel mooi is bij dit alles dat de kunstenaar niet echt iets verbergt. Wie goed toekijkt kan aan de zijkant van het grondvlak de streepjes zien van het raster en wie héél goed kijkt ziet dat het motief van een motorcrosser is opgebouwd uit zeer vele kleine vierkante schilderijtjes die "apart" gezien een index/inventaris vormen van dé schilderkunst tout court. Dit is een krachttoer !
Malcolm Morley is dus een hele grote en toont "hoe" de schilderkunst vandaag nog het unieke, conceptuele verschil kan maken met de kunstige, soms stuntelige beeldvorming via de nieuwe media.
Malcolm Morley & Hans Op de Beeck nog tot 10 april in galerie Xavier Hufkens, Sint-Jorisstraat 6/8 in Elsene.
http://Www.xavierhufkens.com
Luk Lambrecht
|
| |
POËZIE: De industrie geneest alle leed - Gerrit Krol
recensent: Ronald Ohlsen
Dichters die poëzie schrijven die alleen door hen geschreven kan zijn: kom er maar om. Ze vormen een minderheidsgroep tussen de velen die hun dichterlijke zelf in hun eigen werk moedwillig hebben laten afsterven in hun fanatieke queeste naar ongekende woordcombinaties en vervreemdende beelden, paden banend die door iedere andere dichter gebaand hadden kunnen worden, dapper voortschuivend volgens de strenge regels der experimentele en vernieuwende kunstopvatting zoals die na de Tweede Wereldoorlog gemeengoed werd bij het grote publiek. Maar gelukkig zijn ze er nog: zij die vooral hun eigen kop volgen en de consensus van het culturele veld mijden als een vermoeidheidsziekte.
lees hier verder.
|
| |
THEATER ~ DE INDRINGER (*)
Koen Broos ©
De auteur Maurice Maeterlinck wordt volgend jaar in zijn geboortestad gevierd, naar aanleiding van het feit dat hij honderd jaar geleden de Nobelprijs heeft gekregen. Hij heeft die zelf niet in ontvangst genomen. Doktersbriefje. Intimi weten beter. Hij was van nature een schuchter man, en een hypochonder. Er was iets goed fout met zijn hart, beweerde hij, en al zeiden de dokters dat hij teveel at en zich daarom ongemakkelijk voelde, er was iets met zijn hart! Die obsessie, voor de dood, zit in de onderstroom van zijn gedichten, in het bijzonder in zijn eerste bundel Serres chaudes uit 1889, maar ook in zijn toneelstukken. Een andere oorzaak van die obsessie is het onderwijs. Specifiek, het Sint-Barbara-college in Gent, waar de leerlingen werden volgepompt met zwaarmoedige gedachten en tijdens de jaarlijkse retraites werden geconfronteerd met hun zondige levenswandel.
Maeterlinck werd op slag beroemd toen in de Figaro van 24 augustus 1890 de invloedrijke Octave Mirbeau een enthousiast artikel schreef over het toneelstuk La princesse Maleine . Hij verhief Maeterlinck daarin zelfs tot 'le nouveau Shakespeare'. De goeie recensie dankte de Gentenaar niet aan de opvoering van zijn eerste toneelstuk, maar aan de uitgave in boekvorm. Toen werden toneeluitgaven nog besproken in de kranten. Een opvoering heeft hij trouwens zelf niet meegemaakt. Het werd pas na zijn dood, in 1962, ter planke gevoerd.
Nog in 1890 en het daaropvolgende jaar, verschijnen drie eenakters: L'intruse, Les aveugles en Les sept princesses , in het theatermilieu bekend als 'la petite trilogie de la mort'. Zij worden wel meteen opgevoerd. L'intruse is tevens het eerste symbolische stuk uit de theatergeschiedenis. Het symbolisme was er al wel, in de beeldende kunsten en de literatuur, maar het was de Gentenaar die het introduceerde in het theater. De indringer , zoals de titel in onze schone taal luidt, staat vanaf zijn verschijning ook bekend als 'une drame d'attente', doordrenkt van zwartgalligheid en negatieve gevoelens.
Wie is de indringer, die 'ongenode gast' zoals de letterlijke interpretatie van L'intruse luidt? Goeie vraag. De indringer is geen persoon, maar een toestand. De dood. In een schaars verlichte kamer van een oud landhuis zitten drie zussen te wachten op het overlijden van een vrouw in een belendende kamer. In een andere belendende kamer ligt haar pas gebaarde kind. Dan zijn er nog een blinde grootvader en een wijze oom, en een huisslaaf. Aan het eind van het stuk is niet duidelijk of de dood de vrouw heeft geroofd, al mag dat wel verondersteld worden, door het kruis dat een van de personages maakt bij het binnentreden van de kamer.
Koen Broos ©
Wie wachten zegt of hoort, in de theaterwereld, denkt meteen aan En attendant Godot , van een andere Nobelprijswinnaar, Samuel Beckett. Terecht. Net als Eugène Ionesco is Beckett een groot bewonderaar van Maeterlinck. Ionesco heeft direct uiting gegeven van zijn achting in verschillende essays, Beckett indirect in zijn toneelstukken, want het thema in al zijn stukken is wachten. Is het niet in een lege kamer dan op een kale vlakte.
De indringer is door Peter Misotten, op zijn eentje een hele filmfabriek, bewerkt en opgezet tot er een voorstelling uit te voorschijn kwam, badend in een duister universum. De spelers bewegen zich traag, lijken wel mechanische poppen waarvan de veer een handomdraai van de totale ontspanning verwijderd is. De veer mag dan wel ontspannen zijn, de sfeer daarentegen is dat niet. Enfin, dat is wat Peter Misotten voor ogen stond toen hij L'intruse tegenkwam. Samen met een strakke sfeer in een haast stilstaande wereld wilde hij de toeschouwer angst inboezemen. Met plotse lichtbreuken gekoppeld aan bruuske geluidsschokken meende hij dat voor elkaar te krijgen. Het enige wat hij ermee bereikt heeft is dat enkele mensen bij de derde tsunami de zaal verlieten en Beckettkenner Walter Tillemans zich even verwijderde. Na de voorstelling vroeg hij me of ik angst heb gehad. Zonder op antwoord te wachten liet hij erop volgen: ik moest er alleen van plassen.
Het interieur van de kamer zoals Maeterlinck die zag heeft Misotten vervangen door een tuin, in de volle glorie van de herfst. Wanneer echter een acteur staande tussen de dode bladeren vraagt ' Zullen we naar buiten gaan?' is de slappe lach wel heel nabij. Misotten heeft ook de orkestbak opengegooid. Tussen spelers en publiek gaapt een kloof. Die kloof moest al te veel inleving bij het publiek counteren. Maar het slopen van de vierde wand opent in dit geval de sluizen van de verveling. Je kan met de beste wil van de wereld in het theater van één wereld geen twee maken. Klap op de vuurpijl is de rookmachine. Misotten leek wel het speelgoed een dag voordien voor het eerst gezien te hebben. De ene wolk is nog niet opgelost of een grotere wordt er achteraan geblazen.
Koen Broos ©
Iemand die niet vooraf wat speurwerk verricht, weet bij god niet waar de voorstelling over gaat en om draait. Zelfs al heeft hij alle voorpublicaties in de media driemaal gelezen of gehoord. En al heeft hij de daarin de gestopte stellingen 't hope gegooid die de verenigde breinen van Einstein en Wittgenstein in omvang overstijgen. Peter Misotten heeft het werk van Maeterlinck niet verkracht, maar het wel zwaar beschadigd. Deze voorstelling is t/m 27 maart enkel in de Bourla te zien en gaat nadien niet op reis. Oef!
Het enige lichtpunt van deze productie is de medewerking van actrice Abke Haring. Ze moet dan wel geen woord zeggen, maar het slot, wanneer zij vermoord wordt en een pracht van een aria kreunt, is zo aangrijpend, dat je als toeschouwer zin hebt om het podium op te springen en de onverlaat die haar strot dichtknijpt een mep van jewelste te geven. Maar ja, juist om dat te beletten heeft Misotten ongetwijfeld die ravijn bedacht.
guido lauwaert
DE INDRINGER van Maurice Maeterlinck - Regie en vormgeving Peter Misotten / De Filmfabriek - info: www.toneelhuis.be
|
| |
Theater ~ Theatre killed the radio star ( * * 1/2)
Phile Deprez ©
Dames en heren, jongens en meisjes, vanavond zal het gebeuren! Vanavond is dé avond! De avond waarop u terug gezellig dicht bij de radio kan kruipen om er te luisteren naarrrrrr .... Hessie en Dompi! Willkommen, bienvenue, welcome!
Phile Deprez ©
Wachttijd verstreken
Hessie (een ontwapenende Joris Hessels) heet het publiek welkom op een wel heel bijzondere avond. Na enkele pauzeweken is het befaamde radioduo Dompi (een guitige Dominique Van Malder) en Hessie herenigd en ze zijn ferm van plan om de toeschouwers - het 'live publiek' in de studio - de avond van hun leven te bezorgen. Met veel schone muziek, schone gesprekken en schone verrassingsgasten. Maar waar blijft Dompi toch?
Deze nieuwe theatervoorstelling van artistiek leider Johan De Smet draagt zijn wervelende en grappige handtekening maar mist hierdoor nog wat spankracht en doeltreffendheid. Dat de twee topacteurs de ziel uit hun lijf spelen, kan niet vermijden dat de voorstelling te veel alle kanten opgaat. Geef deze twee 'radiomakers' en hun 'radiomanager' De Smet nog even de tijd om in te spelen en er ontstaat schitterende radio op de scène.
Die scène is inventief en frivool vormgegeven door Giovanni Vanhoenacker. De scenografie gidst de spelers als het ware door de voorstelling. De acteurs gaan van rekwisiet naar rekwisiet en evolueren zo in het verhaal en hun onderlinge relatie. Dit associatieve voorstellingsritme verhoogt de speelsheid maar verzwakt de intensiteit en de diepgang van het spel. Jammer.
Phile Deprez ©
Te veel roze konijnen uit de hoed
Johan De Smet leidt niet alleen de KOPERGIETERY met veel openheid en zwier maar profileert zich ook als een regisseur die de associatieve structuur, muzikaliteit en het duo lach/traan een warm hart toedraagt. Dit resulteerde onder meer in machtige jongerenvoorstellingen zoals de dansvoorstelling Komosha (1997-1998). Of De Wraak van Tarzan (1999-2000) over de relatie tussen vader en kind. Maar ook: Calypso (2002-2003), een voorstelling vertrekkend van Weegee's foto's of De Legende van Woesterdam (2007-2008), een locatievoorstelling in samenwerking met Studio ORKA.
Het risico aan De Smets bevlogen manier van creëren en regisseren, is dat alles staat of valt met de verhelderende dynamiek die van de combinatie spel, scenografie en muzikale regiehand uitgaat (moet uitgaan). Wanneer die dynamiek te kolderiek is en eerder vertroebelt dan verheldert, dan schort er iets aan de combinatie.
De radioloog ontstond vanuit een gedeelde droom van De Smet, Hessels en Van Malder, aldus De Smet:
"Toen Joris en Dominique mij vertelden over hun voorliefde voor radio en de zin om hierrond (sic) iets te maken sloot dat perfect aan bij mijn verlangen om "Dagboek van een eilandbewoner" ooit als context te nemen voor een verhaal over ambitie versus onthaasting, over durven kiezen, ook al kan hierdoor een vriendschap barsten vertonen.
"Dagboek van een eilandbewoner" is het radio-experiment uit 1971 waarbij Godfried Bomans en Jan Wolkers ieder 7 dagen doorbrachten op een onbewoond Waddeneiland; hun enige verbinding met de buitenwereld bestond uit een kort dagelijks radiocontact met presentator Willem Ruis. Beide schrijvers ervaarden (sic) deze 'retraite' op een totaal verschillende manier."
Van hieruit ontstond de eerste scène en de ganse voorstelling. Hessels steelt in die beginscène de show maar Van Malder laat net iets te lang op zich wachten om die beginscène spannend te houden.
Wanneer het duo voltallig is, vonkt het spelplezier van de planken en gooien beide spelers zich in een heuse estafette van sketches, ludieke vraaggesprekjes (met dank aan de oren van het knalroze decorkonijn) en ... ontboezemingen. Dit alles wordt verluchtigd met snel gemonteerde filmpjes waarin beide heerschappen hun kindertijd (her)beleven.
Phile Deprez ©
Bloter beginnen
Het levert caleidoscopisch, vinnig en grappig theater op maar de weegschaal slaat teveel door naar de luchtige kant. De integere en onstuimige zoektocht van beide personages naar een vrouwtje, naar zichzelf, ... wordt iets te veel verdrukt door het grappend en grollend wervelen over de scène.
Dit maakt De radioloog momenteel te veel tot een theatrale replica van de typische commerciële radioprogramma's waar integriteit en breekbaarheid met de schreeuwerige mantel der muziek of flauwe grappenmakerij toegedekt worden. Van Ostaijen schreef: "Ik wil bloot zijn, en beginnen". Ontdoe de voorstelling van de (zwansende) ballast en (her)begin.
Els Van Steenberghe
De radioloog , KOPERGIETERY. Gezien op 7 maart 2010. Info: www.kopergietery.be
|
| |
EXPO: Michelangelo's Dream (*****)
The Dream, Black chalk, 39.4 x 27.7 cm, The Courtauld Gallery, London
De Courtauld Gallery presenteert uit de vaste collectie, en op uitmuntende wijze, de tekening "The dream" (ca. 1533) van Michelangelo Buonarroti (1475-1564). Men heeft een handvol meesterwerken van de tekenaar bij uitstek en van tijdgenoten bijeengebracht.
Presentatietekeningen
De Toscaan maakte in de jaren 1530 een klein aantal secuur afgewerkte presentatietekeningen, letterlijk bedoeld om als geschenk uit te delen. Ene Tomasso de' Cavalieri mocht zich gelukkig prijzen. In de melancholische teneur en de begeleidende poëzie ontplooien zich begeerlijke aspiraties. De ware toedracht blijft zeer complex, en niet in het minst door de neoplatoonse verpakking.
Men schat dat De' Cavalieri een jaar of 17 moet geweest zijn. Michelangelo's brieven en sonnetten aan de tiener - van die laatste bestaan er een veertigtal - liegen er niet om: hij had de Romeinse edelman hartstochtelijk lief. De' Cavalieri mocht zelfs zijn mening geven over de tekeningen. Indien hij ze minder geslaagd vond, dan had hij dat maar te melden, en de meester zou ze bijschaven tot hij tevreden was gesteld. Daarbij moet men in acht nemen dat nogal wat vermogende verzamelaars tevergeefs aasden op de kleinste krabbel van de man.
The Fall of Phaeton, Royal Collection © 2010 Her Majesty Queen Elizabeth II
In De val van Phaeton kunnen we de gang van zaken volgen. Drie exemplaren (British Museum, Gallerie dell' Accademia in Venetië, Windsor, Royal Collection) zijn aanwezig. Op de eerste staat in het handschrift van de meester dat hij bereid is om veranderingen aan te brengen, wat het geval moet geweest zijn, te oordelen aan het tweede en derde voorbeeld. Het derde, meest afgewerkte blad is een klein mirakel. Phaeton wordt door Jupiter van de van zijn vader Apollo geleende zonnewagen gebliksemd. Man en paarden storten in de Po te pletter bij het geweeklaag van zijn zussen, de Heliaden.
Mannelijk naakt
Het mannelijk naakt is de alfa en de omega van Michelangelo's kunst. Maar alles begon met tekenen en dat deed hij een leven lang. Disegno , of het ontwerp in het brein en de uitvoering zelf, was de hoeksteen. Tekeningen waren het kapitaal van de kunstenaar, in de zestiende eeuw werden ze zelfstandige kunstwerken. Zijn leerlingen kregen het als devies te horen: "Teken Antonio, teken Antonio, teken en verdoe je tijd niet." Men neemt aan dat ook De' Cavalieri aan de hand van de presentatietekeningen didactisch onderricht werd. Kijk naar en trek lering uit Tityus , nog een parel uit de collectie van koningin Elizabeth II.
The Punishment of Tityus, Royal Collection © 2010 Her Majesty Queen Elizabeth II
Voor het eerst confronteert men The dream met de bekende geschenken aan De' Cavalieri en oppert men dat ook dit stuk er weleens zou kunnen bij horen. Het was Giorgio Vasari die het in de zestiende eeuw tot Il sogno ( The dream ) omdoopte. Allerlei reproducties en kopieën circuleerden al kort na de creatie. De compositie bleef populair tot Giovanni Morelli laat in de negentiende eeuw zich boog over één van de mooiste tekeningen die ooit werden gemaakt. Morelli bekeek het en maakte in 1893 zijn volstrekt ridicule oordeel wereldkundig: "Nein; ohne Wert". Om correct te zijn moet vermeld worden dat hij zich baseerde op een fotografische reproductie, dat was ook het geval bij de meeste van zijn navolgers waaronder de grote Erwin Panofsky. Men was in twee kampen verdeeld, al is die twijfel fel afgezwakt. Thomas Pöpper herneemt niettemin de twijfel in het complete oeuvre, uitgegeven door Taschen.
Waar men zich echt het hoofd over breekt is de boodschap. Een Apollinische jongeling wordt gewekt uit een droom, of zelfs tot leven gewekt. De cirkel rond hem bestaat uit allerlei zondaars in een vage, maar enorm knappe tekenstijl. Een half uitgegomde fallus evoceert lust. In de droomwereld zwakt de controle van de wil af en is men vatbaar voor zonden, vandaar dat hij gewekt wordt om voor kuise liefde te kunnen kiezen. De neoplatoonse liefde van Michelangelo voor De' Cavalieri moet men vergelijken met een soort liefde voor god. Men denkt eveneens dat de neergevleide atleet symbool staat voor de melancholische ziel van Michelangelo zelf. Men geloofde dat ter hoogte van het voorhoofd, daar waar hij gewekt wordt, de melancholie huisde. Die aandoening stond gelijk met de goddelijke inspiratie van de kunstenaar.
Die verklaringen blijven iets van een kunstgreep hebben, maar als we het over Michelangelo hebben, dan kunnen we eenvoudigweg niet rond Plato. En als we aannemen dat het cerebrale neoplatonisme ons op zich niet echt kan verrukken, dan kunnen we ons wel laven aan het metier en aan de vormen als dusdanig. Onnavolgbaar knap is het feit dat de hand op vele plaatsen niet zichtbaar is, tenzij daar waar de contouren aangezet zijn. Bij het aanschouwen van zo veel metier is de esthetische ervaring diepgaand, zelfs emotioneel van aard. De neoplatonist Marsilio Ficino schreef: "Elk soort van liefde begint met een blik op iets of iemand."
Adem op papier
Zijn dit de mooiste tekeningen uit het lange leven van Michelangelo? Dat is goed mogelijk. Wat rest ons van de volledige productie? Veel ging verloren en vele exemplaren werden zelf door de man vernietigd. Niemand mocht zijn ideeën pikken én niemand mocht zijn probeersels zien. Alles wat niet getuigde van een soort goddelijke nonchalance achtte hij schadelijk voor zijn imago.
De liefdesgeschenken voor de tiener en de verhaalstof van Ovidius krijgen het gezelschap van enkele brieven en gedichten, verhelderende kopieën en nog enkele autografe tekeningen van hoog niveau. In een antichambre hangt onder andere de ets Melencolia I van Dürer (1471-1528). Knappe confrontatie: zowel technisch als iconografisch. Met slechts twee beperkte zaaltjes roept men in het Courtauld zeer veel op. Het tekenwerk is van een amper geëvenaarde genialiteit. Volgens Vasari verkreeg Michelangelo die onnavolgbare vormelijkheid door op het papier te ademen. Da Vinci had het over rook; adem en rook zijn beeldtaal om het clair-obscur van het modelé te beschrijven. Het is zo dicht geschakeerd als een schilderij én tegelijkertijd bijna sculpturaal.
Dat Michelangelo al tijdens zijn leven het epitheton ornans "Il divino" (de goddelijke) meekreeg, hoeft niemand te verbazen. Het begrip genie is niet zelden een al te gratuite lofbetuiging. Als men de inhoud ervan afweegt aan de verzamelde werken van Michelangelo Buonarroti, dan lijkt spaarzaam gebruik van de term het enige oorbare. Tijdelijk kan men zich over het Kanaal van zijn genie vergewissen. En dat is een zeldzaamheid, normaliter is men zowat verplicht om richting Italië te trekken.
Michelangelo's Dream
Tot 16 mei
The Courtauld Gallery
Somerset House
Strand, Londen
Website
Matthias Depoorter
|
| |
Dans, geluid en omgeving, de nieuwe film van Manon De Boer ***1/2
Galerie Jan Mot in Brussel biedt altijd dat ietsje meer dan vele andere galeries. Jan Mot is één van de weinige galeries in ons land met een goed omlijnde politiek met een duidelijke voorkeur voor kunst die zich conceptueel bezighoudt met het geheugen van de mens in de breedste zin van het begrip. Het menselijk geheugen dat a priori faalt en verhalen en geschiedenissen mogelijk maakt die een gekleurde kijk op de wereld open houden...
Jan Mot geeft zijn kunstenaars een genereus platform om te produceren en artistiek te evolueren en dat leidt soms tot pareltjes zoals nu met de nieuwe film "Dissonant" van Manon De Boer (1966).
Jan Mot zorgt ook voor tekstuele en theoretische begeleiding bij de tentoonstellingen van de kunstenaars die hij verdedigt en dat levert niet alleen goede kunst en tentoonstellingen op maar ook intense interesse van de betere binnen- en buitenlandse musea en van verzamelaars die het werk van deze kunstenaars opnemen in hun collecties.
Het filmisch werk van Manon De Boer wordt al een hele tijd gevolgd en getoond bij Jan Mot maar de kunstenares neemt nu wel met een bijzonder mooi, ontroerend en zelfs poëtisch werk de Brusselse galerieruimte in.
De filmvoorstelling is gemonteerd in één "loop" en zonder dat je het goed beseft herbekijk je dit fascinerend werk meerdere keren. Het begint allemaal met een close-up van een uiterst geconcentreerde danseres die als het ware de afgespeelde muziek memoriseert en tot zich neemt.
Na dit mentaal toeëigenen van de muziek slaat ze op een sierlijke manier het hoofd achteruit, valt en torst de zwaartekracht en schuift en beweegt met hoekige (levens)kracht en lust over de betonnen vloer.
Ze geeft een wondermooie en kwieke danssolo ten beste waaruit heel haar lijf voor zichzelf spreekt.
De film laat dus Rosas-danseres Cynthia Loemij dansen op de herinnering aan de muziek van Eugène Ysaye, de componist van de subtiele muziek die werd gebruikt voor de Rosas' voorstelling "Achterland" waarin Cynthia als deelnemende danseres een sterke herinnering aan over houdt.
Het geluid speelt in dit mooie werk een belangrijke rol want tijdens momenten waarop het beeld stopt - bij het wisselen van een nieuw filmrolletje en het beeld pikzwart wordt - blijft Cynthia Loemij verder dansen. De relatie met haar wordt levend gehouden via het "dansend" geluid dat ze produceert waarbij je als toeschouwer wordt uitgenodigd de danseres zelf in gedachten te herinneren en in visuele beweging te houden.
Manon De Boer: "Het geluid van het bewegend lichaam, als het beeld zwart is, creëert een fysieke ruimtelijke aanwezigheid".
De film is "real time" en in één ononderbroken "shoot" gefilmd zodat er hier geen sprake was van montage. Cynthia >Loemij blijft dansen op de muziek die de lengte bepaalt van de film.
"Dissonant" is een wondermooi kunstwerk dat in een betoverende "loop" blijft verder "draaien". Het is een film waarbij een mens sprakeloos oog in oog staat met de schoonheid in beweging en geluid.
De toeschouwer wordt de bevoorrechte getuige van als het ware een intieme en intense repetitie van een straffe dansers die met haar hele lijf een zinnelijke expressie ten beste geeft van een indringend muziekstuk dat ritmisch geheel en al de hare wordt.
Ach wat betekenen woorden... bij het privilege te kunnen genieten van dit soort schoonheid.
"Dissonant" van Manon De Boer nog tot 10 april bij galerie Jan Mot, Antoine Dansaertstraat 190 in Brussel
http://www.janmot.com
luk lambrecht
|
| |
Theater ~ Wie ruist daar over de plankenvloer? ( * * )
Koen Bruyneel ©
Je rijdt en rijdt en rijdt. Straatlantaarn na straatlantaarn zoeft voorbij. Af en toe een wegrestaurant. Een tegenligger. Of een rijdende werkplaats. Maar vooral nachtelijk zwart, het geluid van de draaiende automotor en de zoetgevooisde stem van de nachtradiopresentator die rustige muziekjes aan- en afkondigt. Je belandt haast in een trance. Je slaapt niet maar je gedachten gaan alle kanten uit terwijl je auto simpelweg rechtdoor rijdt.
Dat beeld van de eenzame, nachtelijke autosnelweg is het affichebeeld van Voix en lijkt de hierboven beschreven sfeer te vertolken die de voorstelling wil meegeven. Meer bepaald: een nachtelijk gesprek in de wagen met jezelf of tussen jezelf en jouw passagier. Bijvoorbeeld de schrijfster aan wiens biografie je werkt.
Biografisch genot
Die schrijfster wordt in Voix met verve vertolkt door actrice Katelijne Verbeke. Verbeke staat op de scène met de auteur van de tekst, de Nederlandse Bo Tarenskeen. Tarenskeen is van oorsprong filosoof en specialist internationale betrekkingen maar trok uiteindelijk naar het Brusselse RITS om er een regieopleiding te volgen. Daar kreeg hij ook les van Katelijne Verbeke. Vorig jaar studeerde hij af.
Voix is zijn eerste wapenfeit, als auteur, op Vlaamse bodem. Met de tekst stelt hij de adoratie van een man voor een vrouw in een scherper daglicht. Tevens plaatst hij enkele fijnzinnige kanttekeningen bij het 'heilige' schrijverschap en dito theatermakerschap.
De tekst meandert fluks tussen poëzie, ironie en filosofie en dit binnen de grenzen van een soms speelse dan weer treiterige of drammende dialoog tussen een jongeman en de oudere, ervaren schrijfster aan wiens biografie de jongeman werkt.
Om die reden is de man ook bij de vrouw ingetrokken. Het werken noch het samenleven met de vrouw zijn vanzelfsprekend. De vrouw blijkt een hoogst met zichzelf ingenomen dame die met een zekere minachting neerkijkt op de man die in haar huis kampeert. Ze weet nog steeds niet of ze zijn aanwezigheid nu aangenaam vindt of haar een afkeer bezorgt.
Ze is gewend geraakt aan de eenzaamheid en heeft het alleen zijn nodig om te kunnen schrijven. Dus werkt de aanwezigheid van een jongeman, een jonge schrijver dan nog wel, haar danig op de zenuwen. Sinds hij er is kan zij niet meer schrijven. Hij zuigt haar leeg met al zijn vragen en schrijft de woorden die zij had kunnen schrijven.
Bovendien is hij een slecht schrijver, dat heeft de dame geconstateerd na het lezen van zijn werk.
Sara Sampelayo ©
Te vlakke enscenering
Tarenskeen vertolkt de jonge biograaf en dat flatteert hem allerminst. Hij is absoluut een getalenteerd observator en schrijver waarvan de pen op een even grappige als accurate manier de gespannen verhouding tussen deze twee mensen schetst en zo ook die mensen zelf ten voeten uit portretteert.
Maar als acteur overtuigt hij niet. Ook al ademt zijn vertolking absoluut de onderdanigheid van zijn personage uit (de man verroert amper een vin en slaat zijn armen het liefst voor zijn borst). Toch overtuigt hij niet. De onderdanigheid en nederigheid van zijn personage slaan over op de acteur zelf. Hierdoor acteert hij op een te fletse manier en cijfert zichzelf compleet weg als tegenspeler van Verbeke.
Verbeke staat op de scène met de grandeur van een vrouw die het gemaakt heeft in het leven. Zij kijkt met een mengeling van leedvermaak en medelijden naar dat jonge, opkomende talent dat aan haar voeten scharrelt. Desondanks draagt die krachtige, mysterieuze vrouw iets broos en breekbaars in zich.
Beide personages meten zich aan elkaar in een schemerig speelvlak dat bestaat uit een rij bureaulampen. Die lampen strooien een feeëriek licht over de scène. De jongeman klampt zich zowat aan de tafel met bureaulampjes vast terwijl de oudere schrijfster de rest van de scène inneemt met haar statigheid. Er treedt amper variatie op in deze enscenering. Zo vertolkt de scenografie en de (wat stroeve) enscenering de verhouding tussen deze beide mensen: de schuchtere jonge biograaf enerzijds en de door het leven gesterkte oudere schrijfster anderzijds.
Voix zou een bedwelmend gevecht - maar evengoed een verleidingsdans - tussen twee stemmen kunnen zijn. Die confrontatie verliest in de huidige voorstelling te snel aan scherpte en spanning doordat de stem van de jonge schrijver te onzeker en te onvast vertolkt wordt. Hierdoor domineert de vrouwelijke stem niet alleen. Haar stem vindt ook geen urgente tegenspeler in de mannelijke stem.
Ondanks Verbekes glansrijke vertolking en de inventieve en uitgepuurde enscenering van Geert Vandewalle beklijft Voix (nog) niet. Daarvoor moet de vertolking van Tarenskeen uitgroeien van iel lichtje tot sterke lamp.
Els Van Steenberghe
Voix , De Werf. Gezien op 5 maart 2010. Meer info: www.dewerf.be
|
| |
Theater ~ U kakelt toch ook? ( * * 1/2)
Kurt Van der Elst ©
Jaarlijks pakt Theater Antigone uit met een zogeheten wijkproject. Het gezelschap is gehuisvest in een Kortrijkse wijk, bevolkt door een bonte mengeling van mensen met andere culturen en achtergronden. Om de buurtbewoners intrinsiek bij de werking van het theater te betrekken en hen tevens te laten proeven van het leven op de scène, organiseert het gezelschap jaarlijks een (fel gesmaakt) wijkproject.
De succesformule luidt als volgt: laat de enthousiastelingen samenwerken met een professionele kunstenaar. Dit leverde al enkele keren theatraal vuurwerk op, zoals met Overleie (2003-2004), begeleid door regisseur Raven Ruëll en Just of Faust (2005-2006) begeleid door regisseur Reinhilde Decleir en met een tekstbewerking van Tom Dupont.
Kurt Van der Elst ©
Dupont werkte al een aantal keren samen met de buurtbewoners en maakt langzaam maar zeker van de sociaalartistieke invalshoek zijn geprefereerde invalshoek als regisseur en auteur. Voor dit 11de wijkproject, waaruit er vertrokken werd van Eugène Ionesco's Rhinocéros (1959), levert dit jammer genoeg minder vuurwerk maar vooral gekakel op...
Kurt Van der Elst ©
Ionesco achterna
11 februari 2010. Er wordt reeds begonnen met eten om 17u45. Naast allerlei vleeswaren en kaas, zijn er omeletten, zwanworstjes en witte bonen in tomatensaus. De eigenlijke repetitie wordt aangevat met een opwarming waarbij naast stemoefeningen ook de rug gemasseerd wordt. Globaal gezien is het geleverde spel goed. Inge neemt naarstig foto's. Op het einde van de repetitie krijg ik wat kritiek van de regisseur die mij meldt dat ik de vorige repetitie beter speelde.
Dit citaatje uit het dagboek van een van de acteurs maakt duidelijk hoezeer deze wijkprojecten veel meer zijn dan het puur focussen op een onovertroffen eindproduct. Binnen deze projecten is ook het samenzijn en het samen ontdekken van cruciaal belang. Sommige spelers staan voor de eerste keer op een scène, anderen hebben al wat amateurervaring. Maar allen delen ze een ongemeen frisse blik op het theater(leven). Precies omdat het theater hoogstens deel uitmaakt van hun vrije tijd.
De uitdaging voor de professionele begeleiders - dit keer zijn dat auteur en regisseur Tom Dupont en actrice en regisseuse Chris Thys - is enorm. Het wijkproject moet zowel een sociaal als artistiek geslaagd project worden. Op sociaal vlak is Het einde van de wereld glansrijk geslaagd. Het speelgenot spat niet alleen van de scène. Het plezier om zoveel spelplezier spat evengoed van de tribune af die meer dan ooit een ' couleur locale ' uitstraalt.
De uitdaging echter om Ionesco's Rhinocéros te bewerken tot een hedendaagse, relevante theatertekst bleek ietwat te groot. Dupont levert een aardig bewerking af waarin het dorp Hemelrijk wordt opgevoerd als het paradijs op aarde waar alles rustig en veilig is.
Wat hoor je?
Het koppel luistert en kijkt verwonderd naar elkaar
José:
Niets
Frank:
Inderdaad
Niets
Geen vliegmachien
Geen autostrades
Geen fabrieken
Geen spelende kinderen
Geen muziek
Geen dieren
Geen cafés
Niets niets niets
(Uit "Het einde van de wereld", Tom Dupont)
Uit dat niets ontstaat echter iets heel vervelends: een mysterieuze ziekte die bewoner na bewoner langzaam transformeert tot kip...
Kurt Van der Elst ©
Te veel fictie
Ondanks de geformuleerde drijfveer om, vertrekkende vanuit Ionesco's stuk, een tekst en voorstelling te creëren die omgaat met de vraag "Waar komt onze angst vandaan en hoe gaan we daarmee om?", blijft de voorstelling iets te veel in een fictieve sfeer hangen met te weinig aansluiting bij de hedendaagse (leef)wereld.
Hierdoor ontstaat het gevoel te kijken naar een bevreemdende, onbestaande wereld. Ionesco's wereld in een actueel kleedje, als het ware. Dit is een beetje een gemiste kans, ondanks de inventieve vormgeving van huisscenograaf Giovanni Van Hoenacker samen met Nicolas Van Elslander en Tessa Goossens.
Het einde van de wereld is wat het beloofde te worden: een vermakelijke 'komische tragedie' die mensen met een ongewone angst voor de werkelijkheid portretteert. De angsthazen troepen samen in het haast surrealistische Hemelrijk om daar in alle veiligheid hun leven verder te zetten. Dit ontvluchten van de werkelijkheid en hun weigering de wereld in de ogen te zien, leidt tot hun transformatie tot kip.
Dupont en Thys regisseren de spelers gezwind door Duponts theatertekst die echter enige vormelijke en inhoudelijke scherpte mist om werkelijk tot een vlijmscherpe en ijzersterke stelling over de onveiligheid binnen onze samenleving te komen.
Els Van Steenberghe
Het einde van de wereld , Theater Antigone. Gezien op 26 februari 2010. Meer info: www.antigone.be
|
| |
KLASSIEK: Groots en bescheiden (* * * * *)
© juliafischer.com
Gehoord op 9 maart in het Conservatorium van Brussel: violiste Julia Fischer in de Sonates BWV 1001, 1003, 1005 voor viool-solo van Johann Sebastian Bach.
Bach is altijd een goede test. Laat iemand Bach spelen en je weet wat voor vlees je in de kuip hebt. Deze muziek stelt onomwonden iemands techniek, stijlgevoel en spiritualiteit in vraag. Heb je op één van die vlakken nog niet het licht gezien, dan val je door de mand. Niets op tegen, Bach is hoe dan ook complexe materie. Zo niet voor Julia Fischer, 26, hooggetalenteerde violiste, winnares van iedere wedstrijd waaraan ze deelnam, soliste bij de grootste orkesten, ster op de internationale podia, bovendien jongste prof viool in Duitsland ooit. Je zou voor minder barsten van hoogmoed. Maar zo is deze dame niet, en al zeker niet als ze Bach speelt. Haar integriteit in deze spiernaakte muziek is zeldzaam, haar bescheidenheid haast aandoenlijk.
Nu al is de naam Julia Fischer niet meer weg te branden uit het universum der grote Bach-vertolkers. Haar cd-opnames van de integrale muziek voor viool-solo (bij Pentatone) en die van de vioolconcerto's (bij Decca) kregen overal de hoogste onderscheidingen. Tussen haar optredens in Bozar als 'artist in residence' mochten bijgevolg haar vertolking van de integrale muziek voor viool-solo van Johann Sebastian Bach niet ontbreken. Wij maakten de eerste avond mee, die met de 3 Sonates, BWV 1001, 1003, 1005 . De zaal was te klein. Alle tickets waren verkocht, en het overtollige publiek, waaronder veel jongeren, zocht verwoed naar een staanplaats of een extra zitje op het podium. Studenten hingen spreekwoordelijk aan haar lippen. Fischer is dan ook een hit op Youtube waar ze haar onconventionele onderwijsmethode demonstreert en tevens laat zien hoe je de rugspieren oefent...
Behendigheid is slechts een van Fischers vele kwaliteiten. Haar virtuositeit stelt ze volledig ten dienste van Bach. Deze doorwrochte partituren lijkt zij op een natuurlijke manier te bevatten, te interpreteren en uit te voeren, al was het kinderspel. Niets lijkt haar te belemmeren of uit haar evenwicht te brengen. Boogvoering, vibrato, frasering, dynamiek, alles gedijt in een stralende, rustgevende balans. We noteerden ook haar inzicht in, en overzicht van de partituur, waardoor je zelf ook makkelijker meegaat in het muzikale discours. Wat vaak ervaren wordt als streng doorwrochte muziek, krijgt hier een logisch, hartverwarmend elan.
Ze slaagt er ook in om de gelaagdheid van het stemmenweefsel subtiel te ontrafelen, door iedere stem een andere sonoriteit of karakter mee te geven: hees, briljant, donker, speels. Dat vereist niet alleen Fingerspitzengefühl en behendigheid, maar ook intelligentie en verbeelding. Met de dynamiek hetzelfde. Ze laat de muziek open bloeien van een klein vlammetje tot een hoog oplaaiend vuur. In de fuga van Sonate nr.1 BWV 1001 leek ze wel de grootsheid van een orgel te evoceren. Wonderbaarlijk. Ook haar gevoel voor timing is geniaal. Er zit een cadans in haar spel die mogelijk iets gemeen heeft met de hartslag . Je geraakt niet, zoals bij testosteronhaantjes, buiten adem bij een Presto. Integendeel. Ze neemt een hoog tempo maar het blijft comfortabele baanligging en goed zitten.
Aan dit soort concerten kan je veel woorden slijten - ik kan hier nog lang doorgaan - of juist geen. Muziek heeft het voordeel dat ik kan besluiten met: ga zeker eens luisteren als Julia Fischer nog eens haar opwachting maakt. Je komt herboren uit de concertzaal.
Greet Van 't veld
www.juliafischer.com
|
| |