Opinie
De taal van de vrienden
We zoeken onze vrienden vooral bij mensen die spreken zoals wij. Een intrigerende bevinding.
Het bericht werd vorige week door de Amerikaanse media verspreid. Vorsers aan de Harvard-universiteit hadden vastgesteld dat 'spraakpatronen een kritische marker kunnen zijn van sociale identiteit en groepslidmaatschap'. In mensentaal: al op heel jonge leeftijd verkiezen kinderen het gezelschap van andere kinderen die spreken zoals zij boven kinderen die eruitzien zoals zij. Dat staat haaks op eerdere opvattingen in de sociale psychologie die volhielden dat kinderen en volwassenen netwerken van vriendschapsrelaties opbouwen op basis van etniciteit, gender en leeftijd.
Katherine Kinzler, ontwikkelingspsychologe aan Harvard en in Chicago (in het vakblad Social Cognition ), liet kinderen van vijf jaar oud de keuze om vriendjes te worden met een blank of een zwart kind dat Engels, Engels met een Frans accent of Frans sprak. De overweldigende meerderheid van de kinderen koos voor een vriendschap met een Engelssprekend kameraadje, ongeacht zijn of haar huidskleur. Kinzler vond zelfs aanwijzingen dat dit mechanisme al speelt bij kinderen die vijf maanden oud zijn.
Het is die aangeboren voorkeur voor vertrouwde accenten, denkt Kinzler, die de vroege mens in staat stelde om sociale groepen uit elkaar te houden voor ze door migratie over lange afstanden interraciale contacten gingen leggen. Toen konden ze gewoon aan de huidskleur of de klederdracht zien wie tot hun 'soort' behoorde en wie niet.
In de moderne multiculturele samenleving veroorzaakt dit grote problemen. Wie vloeiend een taal spreekt, maar geen native speaker is, krijgt vaak af te rekenen met discriminatie in de huisvesting, de rechtbank of het zoeken naar werk. Dat blijkt dan weer uit de studie van Agata Gluszek (Yale-universiteit). Zij toont aan dat vreemdelingen die perfect Engels spreken toch nog gestigmatiseerd en verkeerd begrepen worden door veel Amerikanen, omdat ze het lokale accent niet onder de knie hebben.
Wat moet een mens met zo'n studie? Betekent dit dat Europa maar één zal worden als we allemaal dezelfde taal spreken? Dat racisme verdwijnt als alle allochtonen plat Antwerps kunnen spreken? Of moeten we leren leven met die verschillen? Moeten we in het jaar van de biodiversiteit precies de taaldiversiteit koesteren?
Onze grootouders moeten dit fenomeen herkennen: hoe de Franstalige bourgeoisie samenkliekte en neerkeek op het Vlaamse patois .
Eén conclusie stemt ons gelukkig: racisme kan overstegen worden door elkaars taal te leren. Een vreemdeling die zich vestigt in onze contreien zal - of hij nu blank of zwart is - altijd een vreemdeling blijven. Maar zijn kinderen zullen - wanneer ze leren vloeken als een Vlaming op de speelplaats of in de jeugdbeweging - snel 'van ons' worden.
Omgekeerd zijn de Vlamingen die destijds naar Wallonië verhuisden ook alleen nog maar herkenbaar aan hun achternaam.
Hoe diepgeworteld het mechanisme is dat Katherine Kinzler beschrijft, kan ook blijken uit een anekdote die aan Hugo Claus wordt toegeschreven (de Clauskenners moeten maar uitmaken of ze authentiek is. Ze werd mij ooit 'voor waar' verteld). Hij stapte ooit een frituur binnen in Antwerpen. In de zaak staat ook een groepje allochtonen. 'Prettige dag, jongens', zegt hij joviaal. Het antwoord dat erop volgde, luidde: 'Voilen Ollààànder'.
Karl van den Broeck
|
| |
Een bedelaarsbanket
Volgens een stelling van de satiricus Karl Kraus verschuiven psychiaters voortdurend de grenzen van de normaliteit opdat ze er zelf in zouden passen. Belgische politici doen iets soortgelijks. Zij beweren bijvoorbeeld met veel aplomb dat wij met een tekort van 100 procent nagenoeg op één lijn zitten met de andere EU-landen, of dat onze werkloosheidscijfers onder het Europese gemiddelde liggen. De misère begint als politici die praatjes aan journalisten gaan slijten en hun eigen leugens gaan geloven wanneer ze die teruglezen in de krant.
Aangestoken door wat tegenwoordig 'samenwerkingsfederalisme' heet, wil federaal premier Yves Leterme op vrijdag 19 maart een soortement van superministerraad samenroepen in het Brusselse Egmontpaleis - eerder al het toneel van geflopte politieke voorstellingen. In het bekende stadspaleis zullen de federale regering en de ministers van de verschillende deelregeringen trachten hun leugens gelijk te stemmen.
De ministers beginnen aan die onderneming onder de banier van Strategie Europa 2020, die begin maart door Europees Commissievoorzitter José Manuel Barroso werd ontplooid. De Belgische invulling van dit Europese tienjarenplan komt neer op het krachtig opvijzelen van de werkgelegenheidsgraad, het investeren in onderzoek en ontwikkeling, het drastisch verminderen van het aantal ongediplomeerde schoolverlaters, het bestrijden van de toenemende armoede, en het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Toch dreigt de superministerraad in het Egmontpaleis, de goede intenties ten spijt, een bedelaarsbanket te worden. Geen van de regeringen rond de tafel heeft immers de middelen om die ambities uit te voeren.
Zelfs de Vlaamse regering zit op droog zaad. Ze weet vandaag al niet waar ze al het geld moet halen om het kapotgereden wegennet te onderhouden. Laat staan dat ze de middelen zou hebben om de scholen te bouwen die nodig zijn om de nieuwe babyboom op te vangen - alle waarschuwende rapporten daarover bleven kennelijk ongelezen.
De federale regering weet eigenlijk niet meer hoe ze binnen afzienbare tijd de pensioenen en de gezondheidszorg betaald krijgt. In afwachting van de grote staatshervorming die er maar niet komt, slaat de federale verkrotting overal tegelijk toe.
Het recentste pijnlijke nieuws is het virtuele failliet van het overheidsbedrijf Belgocontrol, dat bevoegd is voor de veiligheid in het Belgische luchtruim. Om de salarissen te kunnen betalen, werd een lening van 20 miljoen euro afgesloten. Belgocontrol, dat aankijkt tegen een verlies van bijna 40 miljoen euro, wordt geleid door PS'er Jean-Claude Tintin. Hij werd daar gedropt op aandringen van Michel Daerden toen die minister van Verkeer was in de laatste regering van Jean-Luc Dehaene. Tintin werkte voordien voor het revisorkantoor van Daerden - een bepalende factor bij zijn benoeming aan het hoofd van Belgocontrol.
Verderop in dit blad vertelt rechter Henri Heimans het schrijnende verhaal van de ruim duizend geïnterneerden die in gevangenissen letterlijk wegkwijnen. Door de falende federale overheid blijven ze verstoken van de meest elementaire psychiatrische behandeling. Als gerechtspsychiaters al bereid zijn om op te treden, moeten ze jarenlang op betaling wachten.
Dat is het probleem met deze regering: ze blijft onmachtig en slaagt er niet in een begin van vertrouwen te wekken. Dat laatste heeft alles te maken met de oude Belgische ziekten die blijven voortwoekeren. En Michel Daerden is heus niet de enige ziekteverspreider. Vorige week nog legde de meerderheid in de Kamer van Volksvertegenwoordigers zich gedwee neer bij een oekaze van vicepremier Joëlle Milquet. Milquet, ook CDH-voorzitter, heeft met de hulp van de slaafse Kamerleden haar goede vriend en beschermeling Pierre Nihoul voorgedragen als voorzitter van de Franse taalgroep bij het Grondwettelijk Hof. Tegenstand werd niet geduld, ook al was de stemming geheim. Sommige volksvertegenwoordigers gaven nadien toe dat ze niet eens wisten voor wie ze net hadden gestemd.
De arbitraire keuze van Milquet is opmerkelijk, want Nihoul is een specialist administratief recht. Twee andere kandidaten, Bernadette Renauld en Marie-France Rigaux, referendarissen bij het Grondwettelijk Hof en de auteurs van het nu al klassieke La Cour Constitutionelle (Bruylant, 2009), kregen zelfs geen schijn van kans.
De brutale politieke verkaveling van België gaat gewoon door. Tot er niets meer te verkavelen valt.
Rik Van Cauwelaert
|
| |
Gelijke kansen op... geen school
Pascal Smet zal op 2 september moeten aftreden, maar de problemen in het onderwijs zullen nu wel aangepakt worden.
Meer dan vierduizend Antwerpse kinderen uit het basisonderwijs weten op dit moment nog niet waar ze op 1 september naar school zullen kunnen gaan. Ook in Brussel en Gent zijn er problemen gemeld. De storm van protest is zo groot dat Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) niet anders kon dan zijn volledige politieke gewicht in de schaal werpen. Hij beloofde vorige week 'dat elk kind op 1 september plaats heeft op school'. Daarmee tekende hij waarschijnlijk al zijn ontslagbrief voor 2 september, want niemand gelooft dat hij die belofte ook zal kunnen nakomen.
Hoeveel plaatsen er precies te kort zijn, is nog onduidelijk. Het getal 4233 in Antwerpen slaat alleen op kinderen die nog niet zijn ingeschreven in de school van hun keuze. De minder gegeerde of verafgelegen scholen hebben dus vaak nog wel plaatsen. Bovendien vertoont het systeem van aanmelden via internet ernstige kinderziektes. Toen op 6 januari om 14.05 uur stipt de inschrijvingen begonnen, ging er veel mis. Marc Lacquière, pedagogisch raadgever van de Federatie van Marokkaanse Verenigingen in Antwerpen, beschrijft in een nog te publiceren artikel in Samenleving en politiek de hectische taferelen bij organisaties die allochtone ouders hielpen bij de procedure: ouders die niet ingelogd raakten, vragen die niet begrepen werden, straatnamen die niet herkend werden, vergissingen die niet gecorrigeerd konden worden. 'De gevolgen van dit alles laten zich raden', schrijft hij. 'Onmacht, frustratie, woede, schelden op het inschrijvingssysteem. Onzekerheid of hun kind nu wel is aangemeld.' Ook veel autochtone Antwerpenaars hadden, thuis achter hun computer, vaak grote problemen om correct in te schrijven.
Pas volgende maand zal duidelijk worden in hoeveel scholen er nog plaatsen zijn. Waarnemers schatten dat er in de Scheldestad uiteindelijk een tekort zal zijn van zo'n 600 plaatsen. Zeshonderd extra plaatsen creëren in een half jaar tijd, vergt een operatie van militaire envergure en is volgens diezelfde waarnemers onmogelijk voor 1 september.
En toch is deze crisis zeer goed nieuws voor de gelijke kansen in het Vlaamse onderwijs. Voor het eerst is duidelijk geworden dat zowel autochtonen als allochtonen evenveel kans hebben op... geen school. Vroeger waren er elk jaar in elke grootstad tientallen allochtonen die nergens konden worden ingeschreven. Geen haan die ernaar kraaide. Nu blijkt uit de eerste tellingen dat er procentueel evenveel allochtone als autochtone leerlingen hebben aangemeld. Een pluim voor het allochtone middenveld dat wonderen verrichtte om de digitale kloof te dichten. Iedereen - blank of zwart - vertrekt dus voortaan met dezelfde kansen op (niet)inschrijving.
Nu de blanke middenklasse ook geconfronteerd wordt met het flagrante falen van het beleid, is er hoop op beterschap. Een minister kan het zich permitteren kritiek uit allochtone hoek te negeren. Dat levert hem in sommige kringen zelfs stemmen op. Maar de woede van de blanke middenklasse negeren, betekent zoveel als politieke zelfmoord. Vandaar de blinde paniek bij Pascal Smet.
Eén man glundert: Frank Vandenbroucke. Zijn beleid moest de gelijke kansen in het onderwijs vergroten en het onzalige spreidingsbeleid doen vergeten. Wat er de laatste weken gebeurt, bewijst zijn gelijk. Zijn peperdure gelijk, evenwel.
Karl van den Broeck
|
| |
Dossier nr. 27082
Ook tegen tiener Hugo Claus bestond er dus een collaboratiedossier. Wat is de relevantie van de vondst ervan?
Eigenlijk is het voluit dossier nr. 27082 (46). Zesenveertig tussen haakjes, allicht omdat het dossier tegen de toen 17-jarige Hugo Claus in 1946 werd aangelegd wegens feiten gepleegd op 15-jarige leeftijd of jonger (!). Misschien dat de Belgische Veiligheidsdienst - 'of zoiets', zoals de laatste overlevende broer Odo het in dit nummer formuleert - daarom in Astene een bezoek bracht aan de familie Claus? Even checken of de oudste zoon iets had mispeuterd. Papa was immers al twee jaar daarvoor geïnterneerd voor inciviek gedrag.
Literatuurwetenschapper Kevin Absillis vertelt hoe hij tijdens zijn wetenschappelijk onderzoek naar het collaboratiedossier van Angèle Manteau ook een 'miniem' dossier Hugo Claus aantrof. Maar het fragment uit een nooit eerder gepubliceerde brief van de 15-jarige Hugo, die in november 1944 smeekt om zijn papa alstublieft vrij te laten want dat hij alleen instaat voor een zieke mama en drie jongere broers, spreekt alleszins boekdelen. Zou deze brief het beeld van Claus kunnen bijstellen?
Alleen al dit uittreksel bewijst immers op het eerste gezicht welke verpletterende verantwoordelijkheid de opsluiting van zijn vader voor de jonge Claus heeft betekend. Of werd hem die frase alleen maar ingefluisterd door zijn grootvader Maurice, de schoolinspecteur, die ook Hugo Claus' jongere broers Odo en Johan uit voorzorg voor de repressieonlusten op een pensionaat heeft geplaatst om hen op die manier uit de wind te zetten? De twee oudsten, Hugo en Guido, konden wel voor zichzelf zorgen. Hoe dan ook, het zou best kunnen dat Claus' levenslange dandyeske pose - overcompensatie voor zijn zelf geuite gevoelsarmoede: 'ik heb geen echte vrienden' - minstens evenveel met dit repressietrauma te maken had als met de van kindsbeen af opgelegde verbanning in nonnenpensionaten. Zou best kunnen. Want niemand mag immers zomaar documenten uit de repressiedossiers inkijken, laat staan publiceren of levende getuigen uit dossier nr. 27082 (46) aan de tand voelen om te achterhalen hoe de vork precies in de steel zat.
Zou het kunnen dat de repressie 65 jaar na dato nog altijd het verdriet van België is? Zelfs het Vaticaan gaat de oorlogsarchieven van Paus Pius de Twaalfde openstellen voor onderzoek. Om nog maar te zwijgen van de Stasi-archieven in de voormalige DDR, waar de betrokkenen en hun familie inkijk kunnen krijgen in de destijds door de veiligheidsdienst aangelegde onderzoeksdossiers. In België blijft het voorlopig bij de officiële procedure - een verzoek richten aan het College van procureurs - in afwachting dat binnenkort de nieuwe archiefwet van kracht wordt. Die stipuleert immers dat gerechtelijke archieven na dertig jaar moeten worden overgedragen aan het Algemeen Rijksarchief. Momenteel wordt er echter nog gewerkt aan de uitvoeringsbesluiten van die vernieuwde archiefwet. Ondertussen sterven de laatste getuigen van de repressie uit. Zo zullen we binnenkort nooit meer het fijne kunnen weten van de culturele en literaire collaboratie én repressie. Is dat misschien de bedoeling?
Frank Hellemans
|
| |
Het koldermodel
De Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders haalde bij de gemeenteraadsverkiezingen in Almere 21,6 procent. Is dat wel zo spectaculair als we denken?
'Nederland', mopperde de nestor van de Nederlandse journalistiek H.J.A. Hofland een paar maanden geleden in het kerstnummer van Knack, 'is een verontwaardigd, nijdig, in redelijke mate van welvaart verkerend land. Vol verwende mensen die niet beseffen hoe goed ze het hebben en zich tot in het diepst van hun hart verongelijkt voelen.'
De overwinning van de populistische Partij van de Vrijheid van Geert Wilders bij de gemeenteraadsverkiezingen in Almere kwam niet echt onverwacht. De peilingen voorspelden 30 procent - het werden er uiteindelijk 21,6. Iedereen had de bui kunnen zien hangen. En toch heerste er paniek in de polder.
'De Nederlanders worden wakker in een ander land', concludeerde De Standaard donderdagochtend. Zou het? In een aantal commentaren in de Vlaamse pers klonk iets door van leedvermaak. Geheel onbegrijpelijk is dat niet: gidsland Nederland heeft het er in het verleden een beetje naar gemaakt en kreeg nu een koekje van eigen deeg gepresenteerd. Het is dat Steve Stevaert er niet meer is om een bus met Belgische ramptoeristen naar de boorden van het IJsselmeer te sturen.
Populisme is natuurlijk geen exclusief Nederlands verschijnsel. En al zijn er wel een paar wezenlijke verschillen tussen Wilders' PVV en het Vlaams Belang, als het over het Eigen Volk en de Verderfelijke Muzelman gaat, ontlopen ze elkaar niet veel. Niet voor niets was Filip Dewinter een van de eersten om Wilders te feliciteren. Maar vooraleer we 21,6 procent een monsterscore noemen: bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in Antwerpen, in 2006, haalde het Vlaams Belang nog altijd 33,5 procent. Omdat het daarmee niet langer de grootste partij was, werd dat toen uitgelegd als een schamel resultaat en werd er gezongen en gedanst rond het standbeeld van Brabo.
De kans dat de PVV als grootste partij in Almere mee gaat besturen, is intussen vrijwel nihil. Dat ligt niet aan een cordon sanitaire (zo mag het in Nederland niet heten), maar aan het feit dat Wilders een hoofddoekverbod voor gemeenteambtenaren eist en daar een breekpunt van maakt. Voor alle andere partijen is zo'n verbod onbespreekbaar. In Antwerpen zou Wilders daar makkelijker mee wegkomen.
Volgens de jongste peilingen - die zijn in Nederland doorgaans toch iets betrouwbaarder dan in België - haalt Wilders bij de parlementsverkiezingen op 9 juni om en nabij 15 procent. Evenveel dus als het Vlaams Belang bij de verkiezingen voor het Vlaams Parlement in 2009 en als de Deense Volkspartij van Pia Kjaersgaard. Het koldermodel - de verongelijktheid, waar Hofland het over had - is niet typisch Nederlands. Maar het is niet uitgesloten dat de PVV met een score van 15 procent in Nederland de grootste partij wordt. De kracht van Wilders ligt vooral in de zwakte van zijn tegenstanders. Door de extreme versnippering van het Nederlandse politieke landschap zullen er straks minimaal 4 partijen en een zakjapanner aan te pas moeten komen om een regering te vormen die een meerderheid heeft in de Tweede Kamer. Dat wordt lastig, maar er zijn landen waar zoiets eerder is vertoond.
Piet Piryns
|
| |
Er is hoop voor Gennez
Stop de persen: de SP.A neemt bocht naar links.
Tot dusver heeft Caroline Gennez bij de SP.A vooral gedaan wat Bruno Valkeniers al even gepassioneerd doet bij het Vlaams Belang: kiezers wegjagen. Door een zichtbaar gebrek aan authenticiteit en te veel verkeerde mediatraining zien beide voorzitters hun achterban krimpen na elk televisieoptreden. Grote problemen in hun partij proberen ze weg te moffelen onder krampachtig geglimlach en leugentjes om bestwil - iets wat alle partijvoorzitters doen, maar Gennez en Valkeniers hebben van ongeloofwaardigheid hun handelsmerk gemaakt.
Zo zal Gennez vermoedelijk tot het einde van haar dagen blijven ontkennen dat ze bij de intrede van Bert Anciaux niet alleen de baseline maar wel degelijk de naam van haar partij wilde veranderen - terwijl iedereen weet dat het zo was.
Tevens zal ze de stuitende vervanging van Frank Vandenbroucke door Ingrid Lieten in de Vlaamse regering vurig blijven verdedigen - terwijl iedereen weet dat Vandenbroucke met kop en schouders boven zijn partijgenoten uitsteekt, en ziet dat Lieten zich véél te gretig bezighoudt met frivoliteiten zoals De laatste show of haar gastpresentatie van het Radio 1-programma Mezzo .
Onder het bewind van Gennez leek de SP.A tot dusver goed op weg om de politieke vleugel van Woestijnvis te worden. Ook inhoudelijk profileerde de partij zich de afgelopen tijd vooral met pappenheimersocialisme: iedereen te vriend houden, niemand voor het hoofd stoten. Alleen de bijbehorende kijkcijfers volgden niet. Wie vond dat de SP.A weer links moest worden om te kunnen groeien, werd weggelachen of belachelijk gemaakt. Zie onder meer: Erik De Bruyn van SP.A Rood.
Maar ziet, er is hoop. Het mag niet langer volledig worden uitgesloten dat de SP.A-voorzitster haar partij ideologisch weer op de sporen wil krijgen. Vorige week lanceerde ze in De Morgen een plan voor een radicale hervorming van onze fiscaliteit. 'Werkende mensen betalen veel te veel', zei ze. 'Wij willen inkomsten halen uit groot vermogen dat vandaag niet belast wordt. Of bijna niet. Wij willen niet het vermogen belasten, maar de winst op dat vermogen. Wie een inkomen genereert zonder te werken - en het is hen van harte gegund - zal daar ook iets voor moeten teruggeven aan de gemeenschap.'
Een nieuw idee is dat natuurlijk niet. SP.A-ondervoorzitter Dirk Van der Maelen denkt al jaren zeer actief na over fiscale rechtvaardigheid, en dus ook over meer belasting op vermogens. Maar zijn partij heeft er nooit een punt van gemaakt. Kennelijk heeft iemand in haar entourage Gennez ingefluisterd dat de tijd rijp is om dat wél te doen - in navolging van onder meer de Partij van de Arbeid, Groen!, het ABVV en het ACW.
Zo'n vermogens- of vermogenswinstbelasting zal uiteraard de schatkist niet redden, en het is nog maar de vraag of de belasting op arbeid wel tegelijk naar beneden kan, zoals Gennez ons voorspiegelt. Maar één ding is zeker, dat gaf zelfs de immer realistische Frank Vandenbroucke onlangs in Ter Zake toe: ook de hoge inkomens en vermogens móéten over de brug komen, anders blijft het maatschappelijke draagvlak voor onze fiscaliteit niet lang meer overeind.
Joël De Ceulaer
|
| |
Grondig doorpraten
De VRT ligt steeds meer onder vuur. Hopelijk wordt het een heilzaam debat.
Villa Politica zou niet de plenaire zittingen van het Vlaams Parlement moeten uitzenden, maar wel de zittingen van de commissie Media. Week na week ligt de openbare omroep daar nu al onder vuur. En het is niet alleen de oppositie die, vooral bij monde van Jurgen Verstrepen, de forcing voert. Ook de eeuwige dwarsligger Carl Decaluwé (CD&V) en af en toe ook Bart Caron (Groen!) - die de VRT nochtans een warm hart toedraagt - schieten met scherp.
Op 24 februari moest minister van Media Ingrid Lieten (SP.A) zich verdedigen tegen Open VLD-fractieleider Bart Tommelein. Die had veel bezwaren bij de manier waarop de VRT gemeenten en provincies afschuimt op zoek naar extra financiering. Limburg betaalde 500.000 euro voor Katarakt en 1 miljoen voor De smaak van De Keyser , Villa Vanthilt kostte Gent 50.000 euro en 1000 zonnen vraagt telkens 10.000 euro. Zijn collega van het Vlaams Belang, Wim Wienen, voegde eraan toe dat het bezoek van Sinterklaas Antwerpen 114.000 euro kostte.
Lieten antwoordde dat de beheersovereenkomst dergelijke externe financiering toelaat. Ze verwees wel naar een programmacharter dat zegt dat de VRT zijn aanbod onafhankelijk en autonoom bepaalt. Externe financiers mogen de inhoud van programma's niet bepalen. Aangezien dat volgens Lieten niet gebeurt, is er ook geen probleem.
Carl Decaluwé gooide nog wat meer olie op het vuur door aan te kondigen dat hij een klacht zal indienen bij Europa om na te gaan of de VRT zijn reclamespotjes op de radio niet onder de prijs verkoopt. Hij kreeg daarbij ook steun van Bart Caron die zich ergerde aan het feit dat het Rekenhof dat niet mocht controleren.
Vorige week was het opnieuw goed raak. Verschillende parlementsleden, opnieuw van meerderheid en oppositie, wilden nu wel eens weten hoe het zat met MNM, de opvolger van Radio Donna. Toen Lieten niet kon of wilde vertellen hoeveel de restyling van de populaire, maar steeds minder beluisterde radiozender had gekost, kreeg ze bakken kritiek.
Voor Decaluwé was de maat vol: hij wil de begroting van de VRT niet goedkeuren, als er over MNM geen duidelijkheid komt.
Deze hele discussie, die stilaan uit de hand dreigt te lopen, is een symptoom van een lang aanslepende malaise. Het feit dat de VRT zowel met belastingsgeld als met private middelen (reclame) wordt gefinancierd, zorgt voor problemen. Enerzijds moet de VRT sexy genoeg zijn om sponsors en adverteerders te lokken, wat druk zet op de volksopvoedende functie van de omroep. Anderzijds ondervinden de commerciële spelers veel concurrentie omdat de VRT als dominante speler erg veel reclamegeld uit de markt haalt. In deze tijden van economische crisis is dat een argument dat veel bijval krijgt in politieke kringen.
Uitgerekend nu beslist de regering in Engeland om de BBC drastisch in te krimpen, precies om de concurrentie meer ademruimte te geven. Dit voorbeeld werkt inspirerend, want ook Carl Decaluwé had er wel oren naar. Bart Caron zette echter de puntjes op de i. Hij berekende dat de VRT de Vlaming 48 euro per jaar (per inwoner) kost. De BBC kost de Brit 82 euro per jaar en in Zwitserland, Duitsland en Denemarken ligt dat cijfer nog hoger.
Van twee dingen een. Ofwel krijgt de VRT voldoende overheidsgeld om zijn taak naar behoren te kunnen vervullen en dan moet er minstens 30 procent meer geld vrijgemaakt worden. Ofwel mag de VRT op verschillende manieren geld uit de markt halen: bij lokale besturen en bij bedrijven.
De politiek in Vlaanderen sleept dit dilemma al bijna 15 jaar mee. Voor er een nieuwe baas van de VRT komt, wordt deze kwestie het best grondig doorgepraat. En worden er het best ook knopen doorgehakt.
Karl van den Broeck
|
| |
Houdt Jezus van homo's?
Ja. Jezus houdt van homo's. Uit medelijden.
Sinds zijn benoeming tot aartsbisschop moet André-Joseph Léonard in elk interview uitleggen waarom hij problemen heeft met homoseksualiteit. In Knack formuleerde hij dat ooit als volgt: 'Seksualiteit komt van het Latijnse secare, snijden. Het seksuele heeft te maken met het onderscheid tussen man en vrouw. Als iemand zo is geëvolueerd dat hij geen normale aantrekking voelt tot het andere geslacht, dan klopt er toch iets niet?' Lees: homoseksualiteit is tegennatuurlijk, abnormaal. Woorden die Léonard uiteraard liever niet gebruikt.
Gek genoeg werd diezelfde vraag zelden gesteld aan Godfried Danneels, die zaterdag de fakkel doorgaf aan zijn opvolger. Danneels stond bekend als een progressieve kerkleider, een man van de wereld die er - behalve misschien over abortus en euthanasie - niet zulke verouderde denkbeelden meer op na houdt.
Nochtans bevestigde Danneels onlangs in Knack dat homoseksualiteit volgens de Kerk indruist tegen de natuurlijke orde der dingen - luidens de officiële leer is homoseksualiteit 'intrinsiek ongeordend'. In mensentaal: tegennatuurlijk, abnormaal. Woorden die ook Danneels natuurlijk niet gebruikt.
Vertegenwoordigers van de holebibeweging die bij de aanstelling van Léonard betoogden, hebben de nieuwe aartsbisschop een informatiepakket bezorgd, zodat hij zich kan 'bijscholen'. Eerlijkheidshalve had ook Danneels dat pakket moeten krijgen, want men gelieve zich niet te vergissen: ten gronde denken Danneels en Léonard, en alle andere rechtgelovige christenen, moslims en joden met hen, over homoseksualiteit precies hetzelfde. Alleen formuleert de eerste het wat diplomatischer dan de tweede. Zij denken het volgende: God heeft de mens geschapen als man en vrouw, met het oog op vruchtbaarheid. Als twee mannen of twee vrouwen seks hebben met elkaar, klopt er dus iets niet. Dat is niet wat God voor ogen stond.
Houdt Jezus dan niet van homo's? Die vraag werd zondag gesteld aan de kathedraal in het Nederlandse Den Bosch, waar de pastoor alleen nog mensen 'met de juiste beleving van seksualiteit' een hostie wil geven. Het antwoord is: Jezus houdt wel degelijk van homo's. Uit medelijden, omdat zij iets doen wat niet goed voor hen is. Een beetje zoals rokers, zei Stefaan Seminckx, woordvoerder van het Opus Dei in België, ooit in Knack: 'Stel dat ik als arts een roker op consultatie zou krijgen. Dan is het mijn plicht om te zeggen: uw rookgedrag is schadelijk voor u. Wat nog niet wil zeggen, heel belangrijk, dat ik dan die roker discrimineer. Als arts ga ik ook niet spuwen op die roker. Ik ga niet zeggen: kom nooit meer terug! Nee, ik ga zeggen: kom nog meer, want u hebt het meer nodig dan iemand anders.'
Wie gelooft dat God de mens geschapen heeft als man en vrouw, ontkomt blijkbaar niet aan deze conclusie. Alleen hééft God de mens niet geschapen. De mens is een geëvolueerde diersoort, en homoseksualiteit is een normaal, volstrekt natuurlijk verschijnsel. Dat de Kerk homoseksualiteit veroordeelt, wijst erop dat zij, in tegenstelling tot wat soms wordt beweerd, de evolutietheorie nog niet heeft aanvaard.
Joël De Ceulaer
|
| |
Red de infrastructuur!
Antwerpen is dezer dagen te klein voor de verwijten die heen en weer slingeren tussen Theater aan de Stroom (TAS) en de Onze-Lieve-Vrouwvereniging. Wat is er aan de hand?
Het Antwerpse theatergezelschap huurt zijn theatergebouw van de OLV-vereniging. Deze dekenale vereniging vertegenwoordigt dertig Antwerpse parochies en beheert hun onroerend goed. Het pand dat TAS betrekt, heeft een grondige renovatiebeurt nodig. De OLV-vereniging heeft hier het geld niet voor en besloot in juli 2009 om het pand te verkopen. Bij voorkeur aan TAS.
De onderhandelingen tussen beide partijen verliepen voorspoedig tot januari 2010. Dan, daags voor de aankoop/verkoopovereenkomst ondertekend zou worden, krabbelt TAS terug en vraagt uitstel. Het gezelschap kreeg een verontrustend telefoontje van de bank: 'Jullie weten toch dat jullie 20 procent van het te betalen bedrag persoonlijk moeten voorleggen bij aankoop van het pand?' Bij TAS vielen ze uit de lucht. Gevolg: de OLV-vereniging wil het pand verkopen aan een (kapitaalkrachtigere) projectontwikkelaar. Horreur!
TAS zette meteen een grote, emotionele 'Red Theater aan de Stroom!'-campagne op. En de OLV-vereniging, bij monde van bestuurder Henri van Lier, tracht ondertussen haar jammerlijk besluit te verdedigen.
De eigenaardige houding van TAS enkele dagen voor de ondertekening van het compromis schond het vertrouwen van de OLV-vereniging. Maar dat is toch geen reden om afscheid te nemen van een waardevol stukje theatererfgoed, dat bovendien een belangrijke maarschappelijke rol vervult?
Vlaanderen bezit prachtige historische theatergebouwen, denk aan de Brusselse KVS, de schouwburg van NTGent of de Antwerpse Bourlaschouwburg. Daarnaast is er jarenlang geïnvesteerd in een fijnmazig netwerk van kwaliteitsvolle cultuurcentra met goed uitgeruste theaterzalen.
Deze gebouwen zijn 'bakens van culturele identificatie met een hoog symbolisch gehalte', aldus voormalig minister van Cultuur Bert Anciaux (SP.A) in zijn 'Beleidsnota culturele infrastructuur 2002 - 2004' waarmee hij de eerste stappen zette in de richting van een goed uitgebalanceerd beleid.
De huidige minister van Cultuur, Joke Schauvliege (CD&V), stelt in haar beleidsnota Cultuur 2009 - 2014 onder meer dat zij wil 'zoeken naar de ontwikkeling van nieuwe financieringsvormen, zodat investeren in de verdere uitbouw, het onderhoud en de renovatie van infrastructuur aantrekkelijk wordt voor de diverse actoren'.
Kunnen TAS en de OLV-vereniging deze redenering in praktijk brengen alsjeblieft? Bovendien delen beide partijen een bekommernis voor hun buurt. TAS als producent van toegankelijk repertoiretoneel en als levendige buurtplek waar amateurkringen, scouts en de plaatselijke schooltjes kind aan huis zijn. De OLV-vereniging is als parochiale vereniging belast met de zorg voor haar parochianen, en dus ook de culturele ontspanning van die parochianen.
Met de televisiereeks Oud België kreeg Vlaanderen al een pakkend verhaal over de verkoop van een theatergebouw aan een projectontwikkelaar. Laten we de theatergebouwen die ons resten als goede huisvaders bewaren en beheren.
Els van Steenberghe
|
| |
Weg uit Uruzgan
De politieke crisis in Nederland stelt de vraag naar de goede zin van wat wij in Afghanistan doen .
Jan Peter Balkenende stond een kleine maand geleden al aan de rand van het ravijn. Een streng rapport van een onderzoekscommissie maakte duidelijk dat zijn regering in 2003 het parlement onvoldoende had geïnformeerd, toen werd beslist dat Nederland de Amerikaanse coalition of the willing zou steunen in haar oorlog tegen Irak.
Dezelfde week verscheen Tony Blair in Londen voor een soortgelijke commissie, die de Britse betrokkenheid bij de oorlog in Irak onderzocht. Blair en Balkenende kunnen er niet onderuit dat ze meeverantwoordelijk zijn voor de ramp die de onbezonnen Amerikaanse actie in het oude Tweestromenland heeft aangericht. Politiek is geen waardevrije bezigheid. De roep dat Balkenende ontslag moet nemen, klinkt daarom al langer dan vorige week.
Een maand geleden kwam hij nog weg met een halfslachtig excuus. Dit keer kwamen de coalitiepartners er niet uit. Nederlandse troepen hebben in Afghanistan een gevechtsmissie in de gevaarlijke provincie Uruzgan. Ze verloren er tot nog toe 21 soldaten. Bij de regeringsvorming twee jaar geleden was beslist dat de missie eind 2010 zou aflopen. De sociaaldemocratische vicepremier Wouter Bos wou zich aan die afspraak houden. De christendemocraten van Jan Peter Balkenende en minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen hadden wél oren naar de vraag van de Amerikanen om een jaartje langer te blijven. Indien niet als een gevechtseenheid, dan toch zeker met een trainingsopdracht.
Het heeft er alle schijn van dat Verhagen de Amerikanen beloofde dat Den Haag wel zou bijdraaien. Een beetje zoals onze minister van Defensie Pieter De Crem in Washington ook graag meer belooft dan Brussel kan geven. De vergelijking is dan snel gemaakt met de gewillige Jaap de Hoop Scheffer, een voorganger van Verhagen die buitenlandminister was toen Nederland besliste om George W. Bush in Irak te volgen. Hij werd niet lang daarna gevraagd om secretaris-generaal van de NAVO te worden. Een baan waarvoor alleen mensen in aanmerking komen die hun trouw aan Washington hebben bewezen.
De Nederlandse houding paste dan ook volkomen in de Atlantische koers die het land traditioneel vaart. De val van het kabinet over Uruzgan wordt daarom ook met bijzondere aandacht gevolgd. In Duitsland, bijvoorbeeld, waar het verzet tegen de aanwezigheid van Duitse troepen in Afghanistan groot is. In Washington schuiven rechtse Republikeinen de schuld voor de Nederlandse debacle in de schoenen van Barack Obama. Ze vinden dat de in Europa zo populaire president te weinig druk zet op de bondgenoten.
De beslissing komt ook heel ongelegen, op het moment dat de NAVO probeert om de taliban met een groot offensief uit de stad Marjah te verdrijven. Maar bijna negen jaar na het begin van de oorlog is de situatie in Afghanistan nauwelijks veranderd. Uitgerekend in Uruzgan kwamen zondag wellicht dertig burgers bij een NAVO-bombardement om het leven. Ervaren politici zoals Henry Kissinger en Mikhaïl Gorbatsjov blijven herhalen dat er voor deze oorlog alleen een politieke oplossing bestaat. Als deze crisis in Nederland voor een moment van reflectie zorgt, had zij alleen daarom al betekenis.
Hubert Van Humbeeck
|
| |