Sport
Lukaku wordt elke dag duurder
Niet eens tien maanden geleden verscheen Romelu Lukaku voor het eerst in de basisploeg van Anderlecht. In de beslissende wedstrijd voor de titel op Standard bracht Ariël Jacobs de aanvaller een klein kwartier voor het einde in. Als ultiem breekijzer. Lukaku kon het roer niet meer omgooien en in het begin van het seizoen nam de trainer het schoolgaande talent niet op in de A-kern. Dat veranderde toen hij op 22 augustus in Waregem inviel en een paar minuten later een voorzet van Mbark Boussoufa binnen duwde.
Intussen is de 16-jarige spits de nieuwe ster van het Belgisch voetbal en prijkt hij dit seizoen al voor de vierde keer prominent op de cover van Sport/Voetbalmagazine. Lukaku is hot. Nooit schoot een voetballer zo als een komeet naar de top. Woensdagavond debuteerde Romelu Lukaku in de nationale ploeg, nadat hij eerder de uitblinkersrol voor zich opeiste in de Europese galawedstrijd van Anderlecht tegen Athletic de Bilbao en zijn kracht, snelheid en dribbelvaardigheid nog eens liet opspatten. De waarde van het rastalent stijgt met de dag, maar het zou onverstandig zijn van Lukaku als hij nu al voor het grote geld kiest. Anderlecht bouwt zijn paradepaard met geduld op en liet hem dit seizoen in 22 competitiewedstrijden maar twee keer de volle 90 minuten op het veld staan. Wat dat betreft kan Lukaku zich geen betere trainer wensen dan de bezadigde Ariël Jacobs, die ook bij de eerste euforische storm die rond de spits opstak, zijn voeten op de grond hield. Dat deed ook Dick Advocaat , die de jonge god pas nu bij de nationale ploeg haalde omdat je hem niet kunt blijven intomen.
Romelu Lukaku laat alles rustig op zich afkomen. Hij heeft een kritische vader die zijn spel analyseert om de fouten eruit te halen en hij vindt zelf dat hij te weinig duels met het hoofd wint. En hij wil ook zijn middelbare school afmaken. Lukaku geeft Anderlecht toekomst. Zijn talent zal verder openbloeien en het valt te hopen dat managers, die nu al als aasgieren rond hem zwermen, hem niet gek maken. In de wedstrijd tegen Bilbao wemelde het van de scouts in de tribune. Dan wordt het heel moeilijk om aan de verleidingen en verlokkingen te weerstaan. Ook voor Anderlecht, dat waanzinnige bedragen hoort en er eigenlijk baat bij heeft Lukaku te verkopen voor zijn contract, medio 2012, afloopt. Een vreemd dilemma.
Veel kanttekeningen werden er geplaatst bij de hervorming van de competitie. Maar in de slotfase van het reguliere kampioenschap moet worden vastgesteld dat het op dit moment alleen voor Westerlo om niets meer gaat. Drie clubs zijn in een degradatiegevecht verwikkeld en op dit moment zijn er theoretisch nog altijd negen kandidaten voor vier plaatsen in play-off 1. Zelfs Cercle Brugge is nog niet uitgeschakeld, al is de kans al even klein als die van KV Mechelen, Germinal Beerschot of RC Genk. De Limburgers toonden afgelopen zaterdag in Brugge teleurstellend weinig. Nieuwe trainers zorgen vrijwel altijd voor een kortstondig effect en ook in Genk zal dat blijken. De club haalde in januari Samuel Yeboah en Orlando binnen, maar die zaten zaterdag op de bank. Het zijn vooral verkeerde inschattingen die daar tot een zeer matig seizoen hebben geleid.
Wat moet er in Stijn Stijnen omgaan om nog eens de behoefte te voelen om uit te halen naar Dick Advocaat? Ook als voetballers, al dan niet in een opwelling, besluiten zich niet meer beschikbaar te stellen voor de nationale ploeg plegen ze een deur open te houden. Stijnen staat al een heel seizoen sterk te keepen, verblufte vorige week in Valencia en dan zou het van klasse en stijl getuigen om in interviews niet meer op het hoofdstuk bij de Rode Duivels terug te keren. En verder te overtuigen met prestaties.
Maar diep in het binnenste van Stijnen woeden er oorlogen van frustraties en irritaties. Wat moet er gebeurd zijn om zich zo vernederd te voelen?
Jacques Sys
|
| |
Standard moet straks herbeginnen
Eigenlijk is het vreemd dat een vakman als Laszlo Bölöni er dit seizoen op geen enkel moment in slaagde een oplossing te vinden voor de problemen waarmee Standard worstelde. Natuurlijk ging hij gebukt onder de blessurelast en een falende transferpolitiek waarvoor het bestuur de verantwoordelijkheid draagt. Maar van een trainer die de indruk gaf zich boven alles en iedereen verheven te voelen, mag worden verwacht dat hij een sleutel vindt om uit de impasse te raken, om het nog altijd aanwezige talent te laten renderen. In plaats daarvan raakte Bölöni met de dag verbitterder omdat hij niet overweg kan met middelmaat en al helemaal niet met de gebreken van een aantal spelers. Het deed hem gruwen van ergernis en dreef hem uiteindelijk in een isolement. Bölöni greep naar een slecht verdedigingsmechanisme om zijn onmacht te maskeren: het wapen van de arrogantie. Hij reageerde extreem geprikkeld op kritiek, brak geïrriteerd persconferenties af en zorgde voor een klimaat waarin spelers niet langer vertelden wat ze dachten, maar wel wat hun trainer graag hoorde. Een teken van machteloosheid en radeloosheid en uiteindelijk ook van defaitisme. Zo maakte Bölöni zich op den duur ongeloofwaardig.
Toptrainers moeten ook in de meest moeilijke momenten in staat zijn hun emoties uit te schakelen. Maar Bölöni draagt de sporen van het verleden met zich mee: hij groeide op in een verstarrend regime, als gevangene van een systeem waarin je geen kritiek gaf en waarin er ook geen kritiek werd gegeven. Toch lonkte hij naar de absolute top, genoot hij als hij voor een wedstrijd tegen Liverpool in de gangen mocht lopen met Rafael Benítez . Maar hij leek het beneden zijn niveau te vinden als hij het daaropvolgende weekend weer naast een coach uit de Belgische competitie moest zitten. En dat terwijl hij als trainer ver onder de internationale top werkte.
Laszlo Bölöni gaf de voorbije achttien maanden de Belgische competitie kleur. Vorig seizoen verfijnde en moderniseerde hij het spel van Standard. Hij legde op een soms botte manier de pijnpunten van de ploeg bloot. Dat was even slikken voor de spelers, die een harde en meedogenloze aanpak niet gewend zijn en zich onaantastbaar waanden na het binnenhalen van de luid omjubelde titel. Het blijkt nu als je na het vertrek van Bölöni sommigen - vooral meelopers - hoort klagen over de trainer. Het zegt alles over hun beperkte incasseringsvermogen. Dezelfde Bölöni maakte aanvankelijk spelers wel beter. Tot een aantal wapens hem werd ontnomen en zijn bijtend cynisme voor niemand nog te harden was.
Veel meer had Laszlo Bölöni verwacht van zijn passage bij Standard. Hij verkeek zich op het niveau van het Belgisch voetbal, schrok bij het constateren van een aantal technische mankementen en was ontgoocheld toen dit seizoen de gewenste versterking uitbleef en een aantal sterkhouders niet werden vervangen. Die mislukte transferpolitiek moet Luciano D'Onofrio zichzelf aanrekenen. Nog niet zo lang geleden werd de sterke man van Standard geprezen omwille van zijn koopmanskunst en strategie. Niets dat in de voetballerij sneller wegwaait dan dat soort loftuitingen.
Met de tijdelijke aanstelling van Dominique D'Onofrio kiest Standard voor een radicale ommezwaai: een warme man die de spelers schouderklopjes geeft en bijna amicaal met de media omgaat. Sommige spelers zullen zich bevrijd voelen zonder de dwingende aanwezigheid van Bölöni, alsof ze zijn ontsnapt uit een dwangbuis. Afgelopen zondag viel daar tegen Westerlo niets van te zien. Op termijn is Standard al helemaal geen stap verder geraakt. Sterker zelfs: het moet volgend seizoen herbeginnen met het metselen van nieuwe fundamenten. Terwijl die er eind vorig seizoen stonden en hier en daar de cement alleen wat steviger gemaakt moest worden.
Dat dit niet gebeurde, is niet de schuld van Laszlo Bölöni. Het werpt Standard ver terug in de tijd: een club met een kronkelend en ondoorzichtig beleid, niet bij machte om een koers van continuïteit te voeren.
Jacques Sys
|
| |
Een festival van incompetentie
Er zijn al lang geen woorden meer voor het festival van incompetentie dat wekelijks in het bondsgebouw aan de Brusselse Houba De Strooperlaan wordt opgevoerd. Nergens anders kan het gebeuren dat een topman die zijn eigen reglementen verkracht, wordt teruggefloten en toch blijft zitten. Nu is de inmiddels ingetrokken belofte van François De Keersmaecker om Sporting Charleroi een aantal privileges te geven door de rechtbank ongedaan gemaakt. De voetbalbond staat weer in zijn hemd, maar iedereen blijft gewoon zitten. Niet het minste zelfrespect blijkt er daar te bestaan.
Verhalen over de voetbalbond klinken tegenwoordig als een refrein. In crisismomenten gaat het puur om zelfbescherming en kronkelt iedereen zich in allerhande bochten om toch maar het eigen gezicht te redden.
Nadat François De Keersmaecker een paar weken geleden zwaar in de fout was gegaan, bestond hij het om op televisie te praten over de goede ingrepen die hij had gedaan. De essentie, het eigen falen, probeerde hij op alle mogelijke manieren te omzeilen. Niet één teken van schaamte viel er bij hem of de in de luwte toevende vicevoorzitter Philippe Collin te ontwaren. Dat dreigt ook de volgende weken zo te zijn. Niemand die nog spreekt over een beleid. Tegen een achtergrond van stuitende onkunde gaat het alleen over de eigen positie.
De vraag is wat de mensen van het Uitvoerend Comité van de FIFA die in december over de toekenning van het WK 2018 moeten beslissen, over deze vertoning denken. Los van de nieuwe stadionprojecten die nog steeds lijken te verzanden in al dan niet door de politiek gestuurde vertragingsmanoeuvres.
Vrijwel onmogelijk is het om in de logge en door ouderwetse structuren geketende bond iets te veranderen. De democratie is er zover doorgevoerd dat er geen democratie meer is. Jan Peeters , de voorganger van François De Keersmaecker, riep vanaf de eerste dag dat hij een aantal zaken wilde veranderen maar hij koppelde er zijn positie niet aan vast. Waarmee hij iedereen een vrijgeleide gaf om alles bij het oude te laten. Ook toen bestond er hier en daar veel ergernis over de structuren en het gegeven dat mensen rechter en partij zijn. Omdat ze als lid van het Uitvoerend Comité bij een club aangesloten moeten zijn.
Het verhaal dat er nu een stap gezet zou worden naar een meer professionele en onafhankelijke voetbalbond moet dan ook behoorlijk genuanceerd worden. Daar is veel meer nodig dan een werkgroep die nu onder impuls van Pro Leaguevoorzitter Ivan De Witte opgericht zou worden. Al dat soort initiatieven stief in het verleden een stille dood.
Mooi klinkt het nu om erebondsvoorzitter Michel D'Hooghe te horen praten over een structuur waarin de leiding van de bond in handen komt van een op te richten groep onafhankelijke experts, maar de Brugse arts weet dat dit soort revolutionaire denkpistes onhaalbaar is. Het is dan ook nog maar de vraag of hij zal ingaan op een voorstel om crisismanager te worden van een federatie die al haar geloofwaardigheid kwijtraakte.
Intussen staat de deur open voor nog meer juridische procedures zoals maandag al bleek. Germinal Beerschot wil de match tegen KV Mechelen laten herspelen omdat het met Janczyk en François twee nieuwe spelers niet mocht opstellen terwijl Charleroi nieuwkomer Ederson wel in lijn mocht brengen. Er zullen de volgende maanden vooral juridische veldslagen uitgevochten worden. Want wat gaat er gebeuren als een club een proces gaat voeren tegen de schrapping van de punten van de wedstrijden die tegen Moeskroen werden gespeeld? Kunnen de play-offs dan nog beginnen? Niemand die het weet.
Bondscoach Dick Advocaat koppelt ondertussen ook zijn positie aan François De Keersmaecker en geeft de Nederlander de indruk naar alle mogelijke redenen te zoeken om onder zijn contract uit te komen. Met tegenzin ging Advocaat naar de EK-loting in Warschau nadat hij eerder had geroepen dat zijn duobaan bij AZ geen rem zou zijn op zijn functioneren als bondscoach.
Een paar maanden geleden leek de Nederlander de redder van ons voetbal en werd hij net niet heilig verklaard. Voetbalcommentatoren moeten tegenwoordig echt uitkijken om zelf niet terecht te komen in het drijfzand van de wanhoop.
Jacques Sys
|
| |
Terug naar vroeger
Heel lang is het geleden dat Anderlecht zijn huisstijl nog eens zo overvloedig demonstreerde als afgelopen vrijdag op Germinal Beerschot. Technische hoogstandjes, finesse en beweging, opportunisme en koelbloedigheid, creativiteit en inventiviteit, Anderlecht maakte nog eens duidelijk waarom het ooit de hoogburcht van het academisch voetbal werd genoemd. Paars-wit beschikt over een uitgebalanceerd geheel, gedragen door spelers die met flitsen het verschil kunnen maken en door een trainer die zeer nadrukkelijk de lijnen trekt. En mee bezield door een 16-jarige spits: de manier waarop Romelu Lukaku ontploft, doet ook al denken aan vroeger toen een even jonge Paul Van Himst steeds nadrukkelijker zijn stempel op het elftal drukte.
De dominantie van de Brusselaars kan in de met veel poeha aangekondigde eindronde tussen de eerste zes een probleem worden. Als Anderlecht woensdagavond de topper tegen achtervolger Club Brugge wint, slaat het een kloof van negen punten. De resterende zes wedstrijden ogen niet echt moeilijk zodat de voorsprong uitgediept kan worden en de competitie-epiloog dreigt uit te groeien tot een wrange anticlimax.
Ontluisterend voor de hervorming van het kampioenschap zou het pas zijn als de strijd tussen de nummers zeven en veertien een nog boeiender karakter krijgt. Als Standard en RC Genk elkaar in de groepsfase ontlopen en dan in een rechtstreekse confrontatie uitmaken wie om een Europees ticket mag knokken tegen het nummer vier uit play-off 1. Zover zal het wellicht niet komen nu Standard al zijn manschappen recupereert en RC Genk kennelijk in de juiste plooi is gelegd. Vooral ook omdat KV Mechelen en Germinal Beerschot al veel punten verloren.
Club Brugge behaalde tegen Westerlo zijn eerste overwinning in 2010 en dat bande de opdoemende crisis. Nog maar eens deed Adrie Koster een gouden vervanging toen hij Gertjan De Mets inwisselde voor Joseph Akpala . In een thuiswedstrijd tegen Westerlo mag je inderdaad best met twee aanvallers spelen want hoezeer Koster ook een adept van het avontuurlijke en aanvallende voetbal heet te zijn, hij kiest in wezen voor één spits, voor een soort 4-2-3-1-systeem, met zeer veel offensieve mensen in de rug van de diepe spits. Dat werkt, ook al scoorden die drie kunstenaars ( Dirar , Perisic en Vargas ) slechts 11 van de 40 doelpunten.
Bizar dat het hertimmerde Club Brugge wel met een probleem blijft worstelen en niet kan teruggrijpen naar die wapens waarop een deel van de successen uit het verleden werden gemetseld. Of het nu in de vergulde periode onder Ernst Happel was of in het memorabele tijdperk onder Trond Sollied , Club dreef op backs die als extra aanvallers fungeerden en het spel breed hielden. Nu werden er dit seizoen al negen verschillende flankverdedigers opgesteld. En zorgt niemand voor een meerwaarde. Het valt af te wachten of de teruggehaalde Peter Van der Heyden deze leemte opvult.
De krakers tussen Anderlecht en Club Brugge staan bol van de sterke verhalen. Het meest legendarische duel werd gespeeld in september 1977 toen Club als kampioen en onder Happel op de tweede speeldag met 6-1 verloor. De Oostenrijker zei achteraf tegen de spelers dat er voortaan niet meer in zone maar met mandekking zou worden verdedigd. De spelers protesteerden en Happel draaide bij. Club werd vervolgens weer kampioen. Soms moet je als trainer de verantwoordelijkheid bij de groep leggen.
Een paar weken geleden leek Glen De Boeck de regie uit handen te geven. Hij vroeg de spelers wat er volgens hen moest veranderen. Die pleitten ervoor het elftal niet meer constant door elkaar te gooien. Vervolgens won Cercle tegen Standard, plaatste zich voor de halve finale in de beker en won afgelopen zaterdag in Mechelen. Leiders, zo luidt de theorie, zijn sterk als ze in mindere momenten de indruk geven dat de oplossing vanuit de groep komt.
Benieuwd welke formule Emilio Ferrera bedenkt om het zwalpende Lokeren uit het moeras te sleuren. Zonder Dawid Janczyk, die negen van de zestien goals maakte. En met de derde stijlbreuk in goed zes maanden.
Jacques Sys
|
| |
Eeuwige amateurs
Vijftien jaar geleden, in 1995, vierde de Koninklijke Belgische Voetbalbond zijn honderdjarig bestaan. Naar aanleiding daarvan schreef collega François Colin het boek Eeuwige Amateurs , waarin hij op een vlijmscherpe manier de malaise in ons voetbal blootlegde. Het is een donkere tocht doorheen de voetbalwereld, een boek over gemiste kansen en uitzichtloze compromissen, over vergaderingen die verlamd worden door tegenstrijdige belangen, over een bedrijfstak waarin miljarden circuleren maar die geleid wordt door hobbyisten, over een gebrek aan voetbalvisie en strategie, over kortzichtigheid en amateurisme dat op alle niveaus woekert. Niettemin spreekt de auteur de hoop uit dat het EK van 2000 als katalysator kan werken om het Belgisch voetbal naar een nieuwe eeuw te leiden.
Een nobele gedachte, want sindsdien nemen het geklungel en de onkunde pas goed angstwekkende vormen aan. Emotionele oprispingen bepalen het beleid, telkens weer worden dezelfde fouten gemaakt, veel dirigenten zijn experts in het bedenken van excuses en steken nooit de hand in eigen boezem. Sterker zelfs: telkens weer worden externe factoren als alibi gebruikt om de terugval van ons voetbal te verklaren, in de bestuurskamer staat nauwelijks jong talent op, de structuren hebben geen eigentijds karakter, ze zijn vaak een afspiegeling van een verouderde mentaliteit.
En vooral bij de voetbalbond is de incompetentie zo schrijnend dat je je afvraagt of er daar echt niemand met gezond verstand is die dit festival van blunders kan stoppen.
Het treurspel dat vorige week rond de bekerwedstrijden werd opgevoerd, moet nog nooit zijn vertoond. Het gegeven dat je plots beslist een kwartfinale in één in plaats van twee wedstrijden af te werken (Anderlecht-SV Zulte Waregem/Cercle Brugge) en de reglementen verkracht, is zo verbijsterend dat het iedere rede overstijgt. Dat beide clubs zich daar aanvankelijk bij neerlegden, maar vervolgens met juridische stappen dreigden, zorgde bij de voetbalbond voor een nieuwe kronkel. Om de confrontatie tussen Anderlecht en Cercle alsnog in twee matchen te programmeren werd een bittere prijs betaald: een knieval voor Charleroi, dat de match tegen Cercle Brugge wilde verschuiven, maar daar schaamteloos voorwaarden aan koppelde. Onder meer een kwijtschelding van alle procedures tegen de Bayats .
Omwille van zijn verbale en fysieke geweld wordt manager Mogi Bayat nochtans door velen uitgespuwd.
De angst voor een gerechtelijke procedure bleek zo groot dat er geen normen meer bestaan, ook al had de voetbalbond het recht om die wedstrijd te verschuiven. Hoe geloofwaardig kan een federatie nog zijn als de eigen reglementen worden overtreden? En hoe kan voorzitter François De Keers-maecker , een man van wie werd beweerd dat hij over dossierkennis beschikt, gewoon blijven zitten?
Schaamte is een woord dat bij de KBVB niet bestaat. Zoals eerder al bleek bij het misverstand met bondscoach Dick Advocaat over de komende tegenstander van de Rode Duivels. Noord-Ierland of Ierland, het was kennelijk te moeilijk om het duidelijk te communiceren. Nu wordt het dus Kroatië en zei ceo Jean-Marie Philips lachend dat het om Midden-Kroatië ging. Je eigen blunder nog eens extra accentueren, het is tekenend voor het cynisme van een aantal mensen. En voor de tweespalt binnen de voetbalbond, waar een aantal mensen niet meer door dezelfde deur kunnen.
Juridische veldslagen worden er wellicht ook de volgende weken nog uitgevochten. Lokeren, dat afgelopen weekend na het pijnlijke 1-4-verlies tegen Roeselare naar de bodem van het klassement zakte, dreigt al langer het schrappen van de punten uit de wedstrijden tegen Moeskroen gerechtelijk aan te vechten. In de huidige situatie zal dat zeker gebeuren. Lokeren spartelt om te overleven, weet dat het bij een degradatie de weg opgaat van Beveren of Antwerp en kan de competitie gijzelen.
De vraag is dan alleen wanneer het tot zo'n procedure komt. Voor de start van de play-off zal er een uitspraak moeten vallen. Krijgt de Wase club gelijk, dan wordt alles weer herrekend. De chaos is dan helemaal niet meer te overzien.
Jacques Sys
|
| |
Standard permitteert zich alles
Sinds Standard in 2008 de titel pakte en afrekende met frustraties en trauma's uit het verleden glijdt het met een nog groter aura van arrogantie door de voetbalwereld als vroeger. Het is een vereniging die zichzelf overschat en steeds verder wegglijdt van de volkse eigenheid van de achterban. Standard permitteert zich alles, het zweeft op een wolk van hoogmoed en houdt met niets of niemand rekening. Vorige week werd de uitreiking van de Gouden Schoen geboycot, officieel omdat Axel Witsel in een op de website van de organiserende krant Het Laatste Nieuws doorgevoerde peiling naar de meest verwerpelijke figuur van 2009 op dezelfde lijst prijkte als kindermoordenaar Kim De Gelder . Een zeer ongelukkig gegeven dat terecht voor verontwaardiging en woede zorgt en kadert in een zorgwekkende evolutie van de journalistiek die al lang aan een systematische bezinning toe is.
Vreemd dat er niet eerder openlijk werd gereageerd op de bewuste rondvraag die al één maand geleden werd doorgevoerd en dat dit als drogreden werd gebruikt om niet naar de uitreiking van de Gouden Schoen te gaan. Over de echte motieven van de collectieve afwezigheid blijft het gissen. Was het Milan Jovanovic zelf die niet naar de uitreiking in Oostende wilde gaan? Vreesde de Serviër weer naast de Gouden Schoen te grijpen? Waren er andere incidenten uit het verleden? Wie rond dat soort zaken voor geen duidelijkheid zorgt, geeft voer voor de meest wilde speculaties en insinuaties. Zoals het verhaal dat Jovanovic, toen hij hoorde dat hij had gewonnen, alsnog graag naar Oostende wilde komen, maar het bestuur daar zijn veto tegenover zette. Een knieval was er door de organisatoren eerder al gedaan: de stembulletins werden die avond vroeger geteld dan andere jaren, in Luik stond er een helikopter klaar. Zo veel kronkels en zo veel eerbetoon voor een aantal van zelfgenoegzaamheid blinkende figuren: niet onlogisch dat je je onaantastbaar gaat wanen.
Eén dag na de Gouden Schoen verscheen Milan Jova-novic in Luik alsnog op een persconferentie. Hij kwam drie kwartier te laat. Het is tekenend voor de manier waarop Standard neerkijkt op de media, die dat vreemd genoeg braaf ondergaan.
Nog een dag later reageerde trainer Laszlo Bölöni , die al veel vaker uit de bocht ging met onbeschofte opmerkingen, zeer gepikeerd op vragen van journalisten voor de wedstrijd tegen Anderlecht. Hij duwde de microfoon weg toen even de ontluisterende heenwedstrijd ter sprake kwam. Later onderbrak hij zelf de persconferentie en stapte morrend op. Niemand bij de Luikse club nam er aanstoot aan. Ook de gloednieuwe perschef niet.
Op hetzelfde moment toonde Ariël Jacobs bij de persontmoeting op Anderlecht meer stijl en fatsoen. Hij had eerder na de overwinning van Jovanovic in de Gouden Schoen een sms gestuurd naar de topschutter. Een kwestie van beleefdheid, zei hij. Een gebrek aan klasse zul je de Brusselse club nooit kunnen aanwrijven. Veertien uur was Anderlecht vanuit het trainingskamp in het Spaanse La Manga onderweg geweest om met Mbark Boussoufa en Romelu Lukaku tijdig in Oostende te arriveren.
Standard vertoont op dit moment in vele geledingen een gebrek aan niveau. Het is ook op het veld de pedalen kwijt. Zoals de wedstrijd van zondag tegen Anderlecht aantoonde. De Rouches voetbalden zonder spirit en lagen al onder voor Axel Witsel terecht rood kreeg. De tweede helft groeide voor de Luikse club uit tot een treurmars. Het is de vraag hoe lang Standard in deze omstandigheden nog met Laszlo Bölöni kan doorgaan. Het lijkt er al langer op dat een deel van de groep uitgekeken is op de nukkige Roemeen, ook in de omgang met spelers niet altijd een man met tact en diplomatie. Zolang het goed gaat valt niemand daarover, anders wordt het in momenten van crisis.
Dit Standard is een flauw en lauw afkooksel van de kampioensploeg. Het is nu wachten op de terugkeer van Milan Jovanovic en Steven Defour om
in de resterende acht wedstrijden - met nog vijf verplaatsingen - op zijn minst play-off 1 te halen en het verval tijdelijk te stoppen.
Jacques Sys
|
| |
De stempel van de jeugd
Met de aanwerving van Maxime Lestienne en Daan Van Gijseghem zet Club Brugge zijn verjongingspolitiek op een rigoureuze manier verder. Veertien van de 27 spelers die de huidige kern telt, zijn jonger dan 24 jaar. De aanwerving van Adrie Koster als trainer was vorige zomer een duidelijke indicatie voor die koerswijziging: de Nederlander praatte zo geëngageerd over de manier waarop hij jonge spelers beter probeert te maken dat hij vooral op grond daarvan werd aangetrokken. Na vijf minuten, zo liet voorzitter Pol Jonckheere later verstaan, was Club ervan overtuigd met de juiste man te praten. Met Van Gijse-ghem en vooral Lestienne krijgt Koster nu weer twee diamanten die hij verder kan opblinken en oppoetsen.
Adrie Koster zal dat op de hem eigen wijze doen. In Nederland heette de Zeelander saai en kleurloos te zijn, hier blijft hij verbazen met een voetbalfilosofie die hij nooit verloochent. Koster is een verademing in een wereldje waarin nogal wat trainers blinken van eigenliefde en soms zelfs eigenwaan en zichzelf opblazen. Hij heeft geen behoefte aan bewieroking, praat zeer zakelijk, denkt en werkt onbevangen en past met zijn eenvoud perfect binnen het volkse karakter van Club Brugge. Blauw-zwart doet er goed aan het contract van zijn architect zo snel mogelijk te verlengen.
Het is de verwachting dat Club Brugge in de terugronde het combinatiespel verder verbetert, zoals dat al in de laatste match van 2009, op KV Kortrijk, te zien was. Het blijft vreemd dat Koster geregeld het elftal door elkaar gooit, zonder dat dit de patronen of automatismen schaadt. Het gaat bij hem ook om het herkennen van situaties op het veld. Waarbij de klemtoon altijd op de aanval ligt, ook al bouwt Koster voldoende zekerheden in. Dat hij niettemin op cruciale fases telkens weer verdedigers door aanvallers durft te vervangen, toont dat Koster uit een cultuur komt van wereldveroveraars. En dat Belgische trainers te conservatief blijven.
De jeugd kan ook vanavond het referendum om de Gouden Schoen domineren, het klaterende feest in het Casino van Oostende waar naast voetbalmensen vooral BV's paraderen. Het is niet de wereld van Romelu Lukaku , maar de spits heet een belangrijke kanshebber te zijn. Lukaku viel voor het eerst op toen hij in de beslissende testmatch tussen Standard en Anderlecht een paar minuten mocht invallen. Dit seizoen speelde hij zestien competitiematchen waarin hij negen goals maakte en twee assists gaf.
Romelu Lukaku wordt door Anderlecht goed afgeschermd en leeft thuis in een cocon van geborgenheid. Hij kan rekenen op een trainer, Ariël Jacobs , die (psychologisch) goed met hem omgaat. Maar een Gouden Schoen zou veel te vroeg komen voor de bonkige spits die dat ook zelf zo ervaart. Het tekent zijn nuchterheid.
Maar de alternatieven zijn schaars. Milan Jovanovic , de beste spits van het land die veel beslissende goals maakte, is een gegadigde. Of Mbark Boussoufa ,
die in het kalenderjaar 2009 in 35 officiële competitiewedstrijden 12 goals aantekende en 19 assists gaf en dat op een totaal van 72 doelpunten van zijn ploeg: in ruim 40 procent van de goals heeft de Profvoetballer van het Jaar dus een voet. Bij die kandidaten wordt er dan weer niet gesproken van Sinan Bolat terwijl de doelman met twee beslissende acties uitpakte: hij lag met een gestopte strafschop op AA Gent aan de basis van de testwedstrijden (en de latere titel) en zorgde er met zijn kopbalgoal tegen AZ voor dat Standard Europees overwintert.
Ooit was er een tijd dat de Gouden Schoen werd uitgereikt in de intimiteit van een restaurant in Sint-Agatha-Berchem.
Ooit was er ook een tijd dat de voetballers van Anderlecht en Standard na een match met elkaar op stap gingen.
Nu wordt de clash van zondag na de ontluisterende vertoning van eind augustus bang afgewacht. En lijkt de giftigheid hier en daar zo groot dat iedere rede verloren gaat. Knap daarom dat Milan Jovanovic na de heenwedstrijd scherpe kanttekeningen plaatste bij de grove overtreding van Axel Witsel. Ook dat verdient een Gouden Schoen.
Jacques Sys
|
| |
Trainers, de eeuwige verliezers
Weinig mensen in de voetballerij die menselijk zo worden beschadigd als trainers. Ze balanceren tussen verafgoding en verachting, het zijn wegwerpartikelen die ploegen moeten samenhouden, als een soort verbindingsstuk, maar zelf worden ze geregeld gescheurd en ondergraven. Ooit vergeleek Arie Haan een voetbalclub met een toneelstuk waarvan de trainer de regie in handen probeert te krijgen. Maar doorgaans weet de trainer nauwelijks waarover het stuk gaat. Omdat er zoveel interne en externe invloeden meespelen.
Neem nu Aleksandar Jankovic , de ex-trainer van Lokeren, een vereniging waar de bestuurlijke invloed nooit veraf is. Vorig seizoen nog geroemd om zijn verfrissende denkbeelden, vervolgens op de vuilnishoop gegooid na een 11 op 36. Onder zijn opvolger Jacky Mathijssen gaat het nog niet echt beter, maar de nieuwe trainer zegt dat het voetballend vermogen aanwezig is en dat de inschattingsfouten voor zijn aanstelling zijn gemaakt. Dat moet dan wel door het bestuur zijn dat niet echt een beleid van continuïteit voert: sinds Lokeren in 1996 naar eerste klasse promoveerde, werden er achttien trainerswissels doorgevoerd.
Het is maar hoe je het allemaal verpakt en verkoopt. Herbert Houben , de nieuwe voorzitter van RC Genk die zich een paar weken geleden geroepen voelde om in de media openlijk kritiek te spuien op Hein Vanhaezebrouck , zei vorige week in een interview dat de nieuwe trainer Frank Vercauteren goed werk levert en dat hij van de sportieve mensen hoort dat er qua spelbeeld beterschap is. Hoe moet de in zijn eer gekrenkte Vanhaezebrouck zich daarbij voelen? Achter zijn trotse imago schuilt uiteindelijk ook een mens. Ook onder Vercauteren zijn de resultaten er immers niet: twee op twaalf in de competitie en een wrange uitschakeling in de beker, thuis tegen Roeselare. Dan zwijg je beter.
Natuurlijk hebben trainerswissels soms effect. De meest spectaculaire moet zich hebben afgespeeld in de Duitse Bundesliga, meer dan veertig jaar geleden. Daar stond FC Nürnberg tijdens het seizoen 1966/67 na de heenronde afgezonderd laatste. Het haalde de legendarische en grootsprakerige Oostenrijker Max Merkel binnen die de ploeg naar de middenmoot leidde. Het seizoen daarop werd Nürnberg - met één enkele aankoop, de later naar Bayern München vertrokken Oostenrijkse middenvelder Gustl Starek - kampioen. Om zes maanden later weer laatste te staan en uiteindelijk te degraderen. Voordien mocht Merkel al opkrassen. Trainers als eeuwige verliezers.
Iedereen maakt dat wel eens mee. Aimé Anthuenis bijvoorbeeld. Vorig seizoen geprezen, zij het niet door iedereen, bij Germinal Beerschot dat hem tijdens deze voetbaljaargang al snel verving door Jos Daerden . Een voorlopig gouden wissel die haaks staat op het roerige en door emotie gekenmerkte beleid van de Antwerpse club die sinds de bekerwinst in 2005 liefst 147 (!) in- en uitgaande transfers realiseerde: Daerden haalde 32 punten op 45. Dat is iets meer dan 71 procent. Dat is nauwelijks minder dan de met zoveel lof overladen Adrie Koster: 42 op 57, of net geen 74 procent. Vroeg of laat zullen ook zij weer worden geconfronteerd met de rauwe keerzijde van de medaille. Zoals Daerden eerder al op het Kiel meemaakte.
Het is onwaarschijnlijk dat een nieuw jaar voor een nieuwe moraal zorgt. De voetbalsport heeft zijn eigen bizarre wetten, het geraakt niet bevrijd uit een cocon van besluiteloosheid. De soap rond Moeskroen was een zoveelste voorbeeld. Een club die al lang in coma lag maar de doodsstrijd onnodig lang mocht rekken. Nu ontstaat er een zeer pijnlijke situatie: pas op de laatste speeldag zullen alle clubs evenveel wedstrijden hebben gespeeld. Dat moet nog nooit zijn vertoond.
In dit land wordt er steeds weer naar compromissen gezocht. Zo kon Moeskroen blijven baggeren. Omdat de reglementen niet strikt genoeg zijn, omdat de moed ontbreekt om beslissingen te nemen. Er zijn te veel vluchtwegen. Die leiden telkens weer tot frustratie, tot irritatie, tot onbegrip. Het is een steeds weerkerend gegeven. Maar niemand die er iets aan doet.
Jacques Sys
|
| |
Pro League On Ice
De omstandigheden vallen een beetje tegen." Dat zei profligavoorzitter Ivan De Witte zondag. Zo, zo. De weersomstandigheden vielen vorig weekend inderdaad tegen, maar dat kan wel eens gebeuren tijdens de winter. Dat kan elk jaar gebeuren. Gelukkig brandden we onze lippen niet aan de dampende koffie, toen de voorzitter van de profliga ook de Europese kwalificatie van Anderlecht, Club Brugge en Standard vermeldde als "tegenvallende omstandigheden". Hun Europese matchen, alvast op 18 en 25 februari en hopelijk ook later, brachten zijn kalendermakers in een probleem-situatie.
Hoezo, probleem? Was het dan niet de bedoeling van de beperking van het aantal ploegen in eerste klasse om de kwaliteit van ons voetbal te bevorderen? En is het niet de bedoeling dat die toppers elk jaar streven naar Europees voetbal na de winterstop? Of vermijden ze beter die 'problemen', vanwege de overladen kalender?
De Witte pikt het niet dat de kritiek op de competitiehervorming door de moeilijkheden van vorig weekend - ook in de vorige formule nog een 'normaal' voetbalweekend - opnieuw oplaaide. Terwijl die kritiek terecht is, er is immers geen vrij weekend meer. Door de uitbreiding van de kalender heeft men zichzelf in een zéér lastig parket gewrongen. In grote toplanden met een betere infrastructuur (Engeland) of zachter weer (Spanje) speelt men 38 competitiewedstrijden. Wij breidden uit naar 40, terwijl onze infrastructuur daar niet op is voorzien en het weer 'wat kan tegenvallen'. De kalendercommissie allerlei verwijten naar het hoofd slingeren is dan ook onbetamelijk. Niet zij treft schuld, wel de beleidsbepalers die kozen voor de uitbreiding, op vraag van de televisiezender. Onder druk van de centen.
Het is absurd om absoluut te willen voetballen in winterse omstandigheden omdat de kalender overvol zit. Onverantwoord om al die fans voor wintervoetbal absoluut de weg op te willen jagen en vervolgens te jammeren over gederfde inkomsten als ze daarvoor bedanken. Inkomsten die ook al een argument waren om al niet eerder in juli met de competitie te beginnen.
Het is al helemaal absurd om eerst te kiezen voor een uitbreiding van de kalender in een competitiejaar voor een groot toernooi, zodat alle wedstrijden voor 16 mei moeten worden afgehandeld, en tegelijk van veldverwarming (nog) geen verplichting te maken. Met voetballen hadden de wedstrijden van zaterdagavond niks van doen. Het was schaatsen: Pro League On Ice. De doelpunten in Genk en op Roeselare kwamen in aanmerking voor een aflevering van sportbloopers. Gelukkig liep het donderdag voor Club Brugge Europees tegen Toulouse nog goed af of de vertragende discussie tussen stad en clubs over wie de kostprijs van de veldverwarming moest dragen, was wel heel zuur geweest.
Ze zijn prof, onze eersteklassers, maar slechts op papier. Ze spelen niet op verwarmde velden, ze trainen er evenmin op. En het gros heeft ook geen grote overdekte hal om naar uit te wijken. Ze zetten zichzelf met een overvolle kalender zo vast dat een trainingskamp in het zuiden, om toch een beetje fatsoenlijk te kunnen werken, niet meer tot de mogelijkheden behoort. Over twee jaar volgt de evaluatie. Afschaffen die boel.
De laatste doodsreutel van Moeskroen, de chaos van het winterweer, het zijn jammerlijke wanklanken net nu we voor het eerst sinds 1992 na Nieuwjaar weer drie ploegen Europees zien spelen. Na het Standard in volle crisis deden de andere twee het traditioneel op zijn Belgisch: één echte spits, een versterkt middenveld en dan razendsnel uitbreken. Anderlecht lijkt daarin iets verder te staan dan Club Brugge. Sinds de nederlaag in Jan Breydel op 4 oktober won het acht keer op rij en slikte het maar in twee matchen een tegengoal. Er staat wat in Brussel, waar de coach de volle steun krijgt: een fysiek sterk hecht blok met een jonge spits die ze vakkundig afschermen. Straks scoort Lukaku ongetwijfeld ook hoog in de Gouden Schoen. Chelsea, Milan, Real Madrid, ... volgens de Engelse media staan ze allemaal te dringen. Maar goed, die schieten wel eens meer volk snel hoog in de lucht en moet zo'n Lukaku daar nu al 23e man zijn? Dan kan hij beter bij ons verder groeien.
Peter t'kint
|
| |
Standard moet zich bezinnen
Precies één jaar geleden speelde RC Genk thuis tegen Sporting Charleroi. De Limburgers wonnen met 1-0, twee minuten voor tijd scoorde Jelle Vossen de bevrijdende treffer. Van de veertien spelers die toen in actie kwamen, zijn er acht die inmiddels niet meer in Genk voetballen. Ook de invallersdoelman die negentig minuten aan de bank gekluisterd bleef, mocht al een paar weken later andere oorden opzoeken. Het was Sinan Bolat .
Nu hangt er rond dezelfde Bolat een aureool van onsterfelijkheid nadat hij Standard ten koste van AZ naar de volgende ronde van de Europa League kopte. Vooral in de Waalse media swingden de superlatieven de pan uit en werd de 21-jarige doelman tot volksheld gekatapulteerd. Maar zaterdag, na de uitschuiver tegen Roeselare, was de euforie bij de Rouches alweer opgedroogd. En moest de nukkige trainer Laszlo Bölöni nog maar eens de vraag beantwoorden of hij voor zijn positie vreest.
Standard maakte tegen Roeselare zowel mentaal als fysiek een vermoeide indruk. Het verspeelde ook vorig seizoen na Europese wedstrijden te veel punten. Dat zet aan het denken. Standard is in de competitie nog maar een karikatuur van zichzelf. De kern is te beperkt, sleutelspelers kunnen niet worden vervangen. Er schort ook iets met de mentaliteit. Jonge spelers worden soms te snel opgeblazen en gaan zich een pedante houding aanmeten. En de aankopen brachten nauwelijks een meerwaarde.
Standard moet zich bezinnen over de toekomst en de financiële bonus gebruiken om zich straks op de transfermarkt te storten. De terugkeer van Steven Defour alleen zal niet volstaan om het schip weer recht te trekken.
Het is verbijsterend dat Standard in deze competitie achttien punten achterstand telt op Anderlecht, dat in dit kampioenschap niet echt swingt. Anderhalve week geleden, op Cercle Brugge, ergerde Ariël Jacobs zich mateloos omdat een aantal afspraken niet werden uitgevoerd. Dat was niet de eerste keer. Hij zat er op de persconferentie bij als een groggy gemepte bokser. Overschatting leidt bij vlagen tot solo-optredens en een afbrokkeling van het groepsgevoel. Welke trainer je voor de groep zet, het is verweven met de cultuur van dit bastion. En welke spelers er ook komen, ze laten zich op een gegeven moment meedrijven in de mallemolen van de arrogantie: net geen 40 transfers in goed drie jaar en toch steeds dezelfde kwalen.
Anderlecht laat zich niet verblinden door de successen in deze competitie, zoals blijkt uit een interview met een opmerkelijk open manager Herman Van Holsbeeck . Het wil en moet donderdag op Ajax Europees overwinteren. Er zal Anderlecht in de AmsterdamArena weinig anders overblijven dan massaal achter de bal te kruipen en te speculeren op de counter. Maar een garantie op succes is ook dat niet.
Precies één jaar geleden speelde Club Brugge Europees tegen Kopenhagen. Het had genoeg aan een gelijkspel. Trainer Jacky Mathijssen voedde zich aan de bron van de voorzichtigheid: hij begon met één enkele spits aan de match. Club werd door de beweeglijke en technisch knappe Denen overtroefd. Op de Europese uitschakeling volgde een 5-1-nederlaag op Moeskroen, het absolute dieptepunt van een zware decembermaand.
Ook Club staat voor een belangrijke periode. Europees en in de competitie. Het kan zondag op Anderlecht de achterstand zien groeien tot tien punten. Zelfs met een halvering van de punten dreigt paars-wit straks de play-offs overbodig te maken. En dat met efficiënt maar klinisch voetbal: slechts in vier van de achttien competitiewedstrijden scoorde het meer dan twee keer.
Jacques Sys
|
| |