Louis van Dievel - De Pruimelaarstraat
KNACK 1 november 2006
'Normaal kunnen wij hier wel iets van mekaar verdragen. We moeten wel.' 'Allez, zulke dingen doet een normale mens toch niet.' Tussen die twee polen speelt Louis van Dievels roman De Pruimelaarstraat zich af.
De mens, ge kunt daar niet aan uit : 't is een even eenvoudige als onomstotelijke waarheid die Gerard Walschap aldus onder woorden bracht. Er zijn er zo wel meer: Een kwalijke grap kan men niet genoeg herhalen , zoals Claus' Jan de Lichte zei. Er moet iets gebeurd zijn, want er wordt gebeld: deze moet u zelf maar zoeken, ergens in Turnhout, waar ooit een Brief aan Boudewijn is verstuurd. Samen geven deze citaten aan waar de nieuwe roman van Louis van Dievel, De Pruimelaarstraat , zo ongeveer gesitueerd kan worden.
Van Dievel vertelt daarin over Vlaamse kleine luiden, de bewoners van de Pruimelaarstraat en de wijk eromheen, in het vlek Bonheiden, onder de rook van Mechelen, aan het begin van de jaren zeventig. Dat was de tijd dat de verkrachter en vrouwenmoordenaar Staf Van Eyken, alias 'de Vampier van Muizen', die in de genoemde straat was opgegroeid, de omgeving van Mechelen onveilig maakte.
Dat is ook het uitgangspunt van het boek, dat verhaalt hoe die kleine gemeenschap deels door, deels onafhankelijk van Staf Van Eykens misdaden uit elkaar valt, maar zich ook weer herstelt, zij het slechts ten dele: het klassieke verhaal van de onschuld die verloren gaat, van de onbevangenheid die door de klappen van het leven verdwijnt en plaatsmaakt voor een soort berusting - waarbij tegelijk ook blijkt dat de gewoonheid van deze gewone werkmensen niet overhoudt, en dat van meet af aan al niet gedaan heeft ook.
Neem nu alleen dit ene groepje uit de wijk nog maar: de kleine aannemer Jean en zijn 'gasten' Berre en Marcel. Jean en zijn vrouw Regine mogen niet mopperen: hij heeft zich opgewerkt van metselaar in loondienst tot eigen baas, en de zaken gaan niet slecht, hij en zijn gezin (vier kinderen) komen niet te kort.
Met Berre en zijn Simone gaat het ook voorspoedig - hoewel, kinderen hebben ze nooit kunnen krijgen, terwijl Simone qua voortplantingsbelustheid toch van wanten weet (en aan Berre alleen dan ook niet genoeg heeft, zoals na verloop van tijd blijkt - 'Daar komen nog vodden van, let op mijn woorden').
Bij Marcel en Francine is het een beetje andersom: zij hebben evenmin kinderen, maar Francine loopt ook allesbehalve warm voor de huwelijksplicht. Ze wordt ook geteisterd door migraine en - iets wat daar wel vaker mee samengaat - godsdienstwaanzin. Hoeft het te verbazen dat Marcel zich laat verleiden om in huize Van Eyken te gaan kijken naar de seksfilms die Pierre, de tweede man van Marie, moeder van moordenaar Staf, er weleens vertoont?
Als Staf weinig later gearresteerd wordt en er bekend wordt waarom, stort Pierre, die nochtans niet met de jongen kon opschieten en vrijwel alleen via zijn harde handen met hem praatte, helemaal in. Hij gaat kopje onder in de drank, bezondigt zich aan exhibitionisme bij de buurvrouwen - mede daardoor, en door de verhalen over Stafs wandaden in 'de gazetten', ontstaat er een psychose in de wijk.
Van Dievel laat de verschillende straatbewoners om en om enkele bladzijden lang aan het woord, een stroom verhalen die nu en dan wordt onderbroken door de tekstuele weergave van krantenartikels die destijds aan de zaak-Van Eyken werden gewijd. Hij doet dat vaardig en met schwung, al maakt hij wel een paar technische foutjes.
(Bijvoorbeeld tegen het register, om er één te noemen: gegarandeerd niemand in een Vlaams arbeidersmilieu beëindigde, begin jaren zeventig, een vraag met 'ja toch?', gebruikte woorden als 'frunniken' of merkte op 'het was doorgestoken kaart'. 't Is toch waar, zeker? Foefelen en prutsen, ja, en dat het opgezet spel was, dát is wat Germaine van de Kerselaarstraat zonder een zweem van twijfel zal hebben gezegd - net zoals mensen toen niet 'ervoor kozen' iets te doen, maar het gewoon déden.)
Ook is het misschien wel zo dat al de stemmen die in deze polyfone roman opklinken vormelijk wat veel op elkaar lijken. Maar Van Dievel slaagt er wel in, ondanks het net opgemerkte, zijn personages tot leven te wekken. De Pruimelaarstraat is een mooi boek, dat aansluit bij de beproefde Vlaamse traditie van de min of meer naturalistische dorpsvertelling zonder in het slop van het miserabilisme, de bizarrerie of de clichématigheid te belanden.
Het verhaal eindigt, niet ongeraffineerd, met een daad waarvan je niet meteen weet of die nu op de een of andere manier toch niet de louter op eigenbelang gerichte wreedheid van Staf Van Eyken weerspiegelt, dan wel als een werk van barmhartigheid moet worden opgevat. Beide, vermoedelijk. Want traditioneel hoeft namelijk daarom nog niet 'oninteressant' of 'dom' te betekenen - lang niet.
Louis van Dievel (1953)
Louis van Dievel is journalist bij de VRT-televisieredactie, waar hij momenteel werkt voor het actualiteitsdiscussieprogramma Morgen beter . Eerder publiceerde hij de thriller Happy Days (2002), waarin hij de alcoholverslaving die hem tien jaar in de greep had verwerkte, Ik ben de vuilnisman (2003), een roman noir (de genreaanduiding die de auteur zelf verkiest) met als uitgangspunt de 'vuilniszakmoorden' die in 1997 Bergen en omgeving teisterden, en De man die naast zijn schoenen liep (2004), een grimmig boek over een man met een seksuele obsessie.
Louis van Dievel - De Pruimelaarstraat
Uitgeverij: Houtekiet
Aantal pagina's: 375
Prijs:: 17,50 euro
Herman Jacobs
