Gesprek met Guy Peellaert (Focus Knack, 30/11/08)
'Goeie rock heeft iets ranzigs'
Hij maakte platenhoezen voor David Bowie en de Rolling Stones. En filmaffiches voor Martin Scorsese, Robert Altman, en Wim Wenders. Graficus Guy Peellaert was een halve eeuw lang het best bewaarde geheim van de Belgische kunstwereld. Gesprek met een goudmijn.
'Zal ik je eens iets vertellen over de affiche die ik maakte voor Taxi Driver ? Iets wat maar weinig mensen weten? De man die je daar voor zijn taxi ziet staan, dat is Robert De Niro niet. Of toch niet helemaal. Het is zijn hoofd wel, maar op mijn lijf gemonteerd. Een ideetje van mijn vrouw, die toen nog gek was van ons allebei.'
Guy Peellaert (74) schenkt zichzelf met een grote grijns een glas rum in, terwijl hij dat wrange laatste zinnetje uitspreekt. En hij toast er meteen mee op zijn homecoming expo, op de rock- en kunsttentoonstelling PopEye in Hasselt.
'Op België', zegt hij. 'Op mijn grote terugkeer.'
Een mens zou op minder het glas heffen.
Als iemand zichzelf ooit met recht en reden geen sant in eigen land mocht noemen, dan was het de Brusselse graficus Guy Peellaert wel. Om niet te zeggen dat het gebrek aan erkenning hier bij momentenzo flagrant was, dat het een beetje tragikomisch werd. Een Belgenmop. Maar dan een echte.
Met zijn erotische strip Pravda - geïnspireerd door Françoise Hardy-was de jonge Guy Peellaert in de sixties één van de grote wegbereiders van de pop art in Europa. In Tokio herdachten ze de 40e verjaardag van de strip met een gigantische tentoonstelling, compleet met een levensgroot Pravda-standbeeld. Bij ons kon er niet eens een receptie in het Stripmuseum af.
Van Peellaerts magnum opus Rock Dreams uit 1973 - vijf jaar geleden heruitgegeven bij Taschen - gingen wereldwijd meer dan een miljoen exemplaren over de toonbank. In België hoop en al een paar duizend, de meeste bij De Slegte .
David Bowie en Mick Jagger krabden elkaar de ogen uit om Guy Peellaert als eerste te kunnen inhuren ( Diamond Dogs , It's Only Rock 'N' Roll ). Martin Scorsese, Robert Altman en Wim Wenders lieten hem de affiches van hun grootste films ontwerpen. ( Taxi Driver , Short Cuts , Wings Of Desire, Paris-Texas ). Bestsellerauteurs Nik Cohn ( Saturday Night Fever ) en Michael Herr ( ApocalypseNow , Full Metal Jacket ) schreven scenario's voor zijn boeken. Net als Tom Waits, op een blauwe maandag. Serge Gainsbourg polste hem voor een musical. De Franse modereus Jean-Charles de Castelbajac droeg één van zijn collecties aan hem op. Federico Fellini was een grote fan van zijn werk en zijn Franse collega Alain Resnais vergeleek zijn fresco's met de Sixtijnse kapel. Maar onze eigenste Arno belde nooit terug toen Guy Peellaert zélf voorstelde om een hoes voor hem te ontwerpen.
Belgische tentoonstellingen waren er niet.
In boeken over Belgische kunst of grafiek haalde Guy Peellaert met moeite de voetnoten.
En als ik hem op zijn woord mag geloven, ben ik de eerste Vlaamse journalist die bij hem aanbelt in zijn atelier in de schaduw van La Bastille in Parijs.
'Kom binnen,' zegt hij. 'Sorry voor de puinhoop. Ik had een heel krappe deadline voor (de Franse krant) La Libération . Een speciale bijlage over mode en rockmuziek. Ik heb de voorbije weken dag en nacht gewerkt.'
Bovenop een gigantische hoop papieren zie ik een foto van Mick Jagger bij een groot schilderij van Pravda. En een portret dat mijn gastheer onlangs van Hedi Slimane maakte, de huiskleermaker van Pete Doherty, AmyWinehouse en Kanye West. ('Die kwam hier een paar dagen geleden plots binnenwaaien.') En verder: duizenden, zoniet tienduizenden boeken, magazines en kranten, waaruit Guy Peellaert de voorbije jaren foto's knipte, plakte en bewerkte. Of zoals we vandaag zouden zeggen: remixte .
U werd wereldberoemd met uw airbrushes. Maar daarvoor vertrok u altijd van bestaande foto's, die u in absurde nieuwe contexten zette. Hoe kwam u eind jaren 60 op dat idee? Toen er nog geen pc's waren, laat staan 'Photoshop'?
Guy Peellaert: Ik begon die collages te maken uit frustratie. Omdat ik mijn grote droom niet kon waarmaken. Na mijn studies aan Sint-Lucas in Brussel wilde ik naar de Verenigde Staten. Om daar een kortfilm over Johnny Cash te gaan draaien, mijn grote god in die dagen. Mijn idee was om een scenario te schrijven voor de duur van één van zijn songs. Een videoclip, eigenlijk, maar dat moest toen nog uitgevonden worden. Alleen: ik vond geen sponsors. Hoe hard ik ook mijn best deed. Het dichtste dat ik in de buurt kwam, was een aanbod om (schlagerzanger) Udo Jürgens te gaan filmen in Duitsland. Toen besefte ik: 'Dit wordt niks.'
In plaats van tevergeefs over Nashville te dromen, ben ik toen hier komen wonen. In Parijs. Hier gebeurde ook één en ander, eind jaren '60. (lachje)
Meteen na uw aankomst in Parijs begon u aan 'Rock Dreams', een boek over de Amerikaanse rockcultuur. Een afscheid van uw jeugd?
Peellaert: In zekere zin wel, ja. Ik was al een flink stuk in de dertig toen ik hier aankwam. Ik had het gevoel dat pop en rock steeds minder belangrijk zouden worden in mijn leven. Ook omdat ze hier in Frankrijk veel minder een rockcultuur hadden. Dus dacht ik: het zou mooi zijn om een ode te maken aan de rock. Een hommageboek.
Ik had kort daarvoor een geweldig boek van (de Britse auteur; nvdr. ) Nik Cohn gelezen: Awopbopalobo Alopbamboom . Ik vroeg hem om de teksten te schrijven. Hij stemde toe. En een paar jaren zonder slaap later was er: Rock Dreams .
Klopt het dat Nik Cohn helemaal geen brood zag in 'Rock Dreams' toen het klaar was?
Peellaert: Niemand zag daar brood in, vrees ik. Maar Nik wellicht nog het minst van al. Toen zijn teksten klaar waren, wilde hij meteen geld. 'Ik ga hier nooit een cent royalties van zien', zei hij. 'Geef me al wat je kunt missen, in ruil voor mijn auteursrechten.' Ik heb hem toen 250 euro gegeven. Mijn allerlaatste geld. Maar ik heb hem - tot zijn grote woede - wél aan zijn woord gehouden nadien. Ook toen het een miljoen exemplaren verkocht.
Toen ik Nik belde om de teksten voor Rock Dreams te schrijven, ergens begin jaren '70, dacht hij dat ik een rijke Fransman was die zijn boek wou verfilmen. Mijn Engels was niet zo goed in die tijd, blijkbaar. (lachje) 'Reserveer een kamer in Het Hilton , ik kom af', zei hij. Terwijl ik geen nagel had om aan mijn gat te krabben. Toen ik hem met mijn zevendehandswagen ging ophalen aan het vliegveld, snapte hij gelukkig meteen in dat hij zich vergist had. 'Een zetel bij je thuis is ook goed', zei hij, met een klein stemmetje.
Later, in 1999, hebben we samen nog een vervolg op Rock Dreams gemaakt: 20th CenturyDreams . Maar er was geen vriendschap meer tussen ons, toen. C'était plus du tout la même ambiance.
Rolling Nazis'Rock Dreams' was bedoeld als hommage, zei u. Maar werd het dat uiteindelijk ook? Veel beelden hadden iets zwaar pornografisch. Ik denk bijvoorbeeld aan de Rolling Stones in Nazi- en SM-outfits, omringd door naakte kinderen.
Peellaert: Die afbeelding heeft me vijf jaar van mijn leven gekost. Minstens. Voor één van die naakte kinderen had ik een foto gebruikt van een van de dochtertjes van de toenmalige directrice van Vogue . Zonder toestemming, évidemment . Als die daar ooit op uitgekomen was... Daar heb ik jaren slecht van geslapen.
Maar wat was uw vraag?
Was 'Rock Dreams' niet eerder een afrekening dan een hommage?
Peellaert: Een afre...!? Helemaal niet! In een afrekening stop je toch niet zoveel tijd en energie en geld? Voor een afrekening word je toch geen hongerlijder? Nee. Ik heb juist met heel veel liefde aan Rock Dreams gewerkt. C'était un clin d'oeil amoureux . En dat meen ik.
De nadruk ligt heel zwaar op seks en dood, dat geef ik toe. Op eros en thanatos . Maar dat zijn nu eenmaal twee essentiële bestanddelen van de rock. Aan goeie rock heeft altijd een ranzig kantje gezeten. Toch?
Toen u jong was, was rock nog heel erg anti. Anti-gezag. Anti-moraal. Anti-establishment. Maakte dat voor jou deel uit van de aantrekkingskracht?
Peellaert: Dat was de aantrekkingskracht voor mij.
Het milieu waarin ik opgroeide was zo burgerlijk als de pest. Mijn grootvader langs vaders kant - een Vlaming uit de buurt van Veurne - was iets belangrijks geweest bij een steenkoolbedrijf. Hij had een procent op alle steenkool die hier in- en uitgevoerd werd. Een beetje zoals de oliesjeiks nu. Op die manier was hij in geen tijd absurd rijk geworden. En wat deed hij, en bon bourgeois flamand ? Hij kocht een gigantisch herenhuis in Brussel, en hij begon zijn familie stelselmatig te verfransen. Mijn vader kwam er slecht uit. Zo slecht dat hij voor de Duitsers supporterde in de Tweede Wereldoorlog. En dat hij meer met zijn paarden praatte dan met z'n kinderen. En zijn zoon...
... ging aan de rock-'n-roll.
Peellaert: Vous avez tout compris. (glimlacht) Elvis, en later Jerry Lee Lewis en Johnny Cash, deden een compleet nieuwe wereld voor me opengaan. Een wereld die niks van doen had met dat amechtige, burgerlijke, katholieke en Spartaanse milieu waarin ik opgegroeid was.
Ik ga nooit de eerste keer vergeten dat ik een rock-'n-roll café op de Vismarkt in Brussel binnenstapte. De vrouwen die ik daar zag, en de bijna vulgaire wulpsheid die ze uitstraalden... Die kwamen precies van een andere planeet. Zeker in vergelijking met de muffe nonnetjes die bij ons thuis over de vloer kwamen.
't Zal wel geen toeval zijn dat ik zo gefascineerd ben door de seksuele kant van de rock, zeker?
'Rock Dreams' ging behoorlijk ver. Zelfs voor de libertijnse seventies. Heeft u nooit moeilijkheden gekregen met de muzikanten die u afbeeldde?
Peellaert: Absoluut niet. Of toch. Een keer. Met Paul Anka. Maar dat werd in der minne geregeld. Ik liet hem weten dat ik hem best nog minder flatterend kon portretteren. En toen zag hij plots af van verdere klachten. (lacht)
Ceci dit . Vandaag zou het onmogelijk zijn om nog iets als Rock Dreams te maken. Sowieso zou geen enkele uitgever zo'n boek nog durven uit te geven. En als je iemand zou vinden die daar wél gek genoeg voor zou zijn, zou het miljoenenclaims regenen . Alle celebrities hebben een heel leger advocaten in dienst tegenwoordig. Die moeten zichzelf terug verdienen, natuurlijk. En fotografen doen je tegenwoordig ook al voor het minste een proces aan. Wist je dat het tegenwoordig zelfs bij wet verboden is om iets aan een foto te veranderen?
Voor Rock Dreams had ik voor niet één foto de copyrights . Niet één. Ik zette de mensen van wie ik foto's pikte gewoon in mijn dankwoord. Zo ging dat toen.
Ter vergelijking: onlangs heb ik 10.000 euro mogen dokken omdat ik een paar vierkante centimeterfoto niet had geclear e d . Een stukje lip , begot. Dat ik dan nog een keer door een paar filters had gehaald, zodat zeker niemand erover zou vallen. Tarara! Nog geen week later stond hier al een deurwaarder met een dagvaarding.
Uit 'Rock Dreams' werd anders ook gejat als de raven. De pedofiele Nazi's waren 'Salo' van Pasolini avant-le-film. En Keith Richards als piraat...
Peellaert: Dat was een voorafspiegeling van Pirates of the Carribean , ja . Had ik op dat beeld maar een patent genomen! (lacht)
Heeft de realiteit de fictie ooit overtroffen? Heeft u ooit dingen gezien waarvan u dacht: dit had niemand ooit geloofd als we het in 'Rock Dreams' hadden verzonnen?
Peellaert: (Denkt lang na) Het avondje dat ik met Lou Reed ging stappen in New York, misschien. Toen ik daar in een klein galerietje een tentoonstelling had met Rock Dreams . Eerst gingen we samen eten. Bij zijn dokter. Daarna nam hij me mee naar een travestietenbar. Vandaar ging het naar een streng bewaakte drugstent, waar hij een shot heroïne zette. En uiteindelijk bracht hij me acht uur later terug naar mijn hotel. In een gestolen auto die we waren gaan ophalen in een grote loods vol televisies. (droog) Hij is wel gekalmeerd, geloof ik, sindsdien.
Schlong goneMisschien moeten we maar eens een rondje namen noemen. Ik drop een vijftal namen uit uw curriculum, u vertelt wat u te binnen schiet.
Peellaert: Avec plaisir .
Een. Mick Jagger.
Peellaert: Mick heb ik leren kennen via een gemeenschappelijke vriendin in München, een wereldberoemde mannequin. Een meisje dat nogal 'fan' was van schilders en muzikanten, als je begrijpt wat ik bedoel.
Op een dag gaf ik haar een cadeautje. Een origineel uit Rock Dreams - de piratenprent, geloof ik. Op de één of andere manier kreeg Mick die proef onder ogen, et apparemment , il a flashé dessus . Een paar weken later belde hij me om de hoes voor de volgende plaat van de Stones te maken.
'It's only Rock'n'Roll'.
Peellaert: (knikt) De eerste opnames gebeurden in een studio in München, werd me verteld. Dat bracht me op het idee om de nazipropaganda van (fotografe en cineaste) Leni Riefenstahl te parodiëren. Met de Rolling Stones als nieuwe goden, toegejuicht door honderden schonen. Later vlogen ze met de groep nog naar Londen en Jamaica voor extra opnames. Waardoor die knipoog naar Riefenstahl wat verloren ging. Maar toch bleven ze de hoes behouden.
Op de oorspronkelijke hoes had ik een slipje op de trappen gelegd. Een vette knipoog naar het imago van de Stones. Maar toen de plaat later in de winkel lag, was dat op mysterieuze wijze verdwenen. Zo rebels waren ze dus, als het er écht op aankwam. (lacht)
Naam twee. David Bowie.
Peellaert: David ontmoette ik een paar maanden nadat ik Mick had leren kennen. Ik had een heel fancy expo van Rock Dreams geopend in Londen. En de ochtend na de vernissage kreeg ik telefoon. David Bowie. Of ik geen zin had om te gaan ontbijten met hem. Hij kwam me oppikken in mijn hotel. En al na drie minuten begon hij te vertellen over een hoes waarmee hij bezig was. 'Ik moet straks foto's laten nemen', zei hij. 'Jij hebt toevallig niet wat tijd? Ik zou graag hebben dat je erbij bent.'
Geen uur later zaten we al in een fotostudio. Hij deed alsof hij zomaar on the spot beslist had om me mee te nemen. Maar alles was duidelijk vooraf gepland en in scene gezet. Heel zijn entourage wist heel goed wie ik was. Niets was aan het toeval overgelaten. 'Ik wil dat jij hiervan een cover maakt', zei hij na de shoot . 'Ik wil dat je me afbeeldt als een man/hond. Maar voor de rest krijg je carte blanche .'Ik beeldde hem af zoals hij gevraagd had. En ik zette er een oude flyer bij van een freak show die ik ergens gevonden had - dat bord met ' S trangest living curiosities '.
Later is er nog een rel ontstaan over de hoes. Maar daar had je wellicht al wel van gehoord. Amerikaanse winkels weigerden de plaat te verkopen omdat de penis van de hond te goed zichtbaar was. Dus maakte ik een tweede, gekuiste versie. Sans zizi .
Schlong gone , schreven ze later in een boekje. (lacht)
Even tussen haakjes: 'Diamond Dogs' veroorzaakte ook een relletje tussen Mick Jagger en David Bowie. Jagger verweet Bowie dat hij met zijn idee en hoesontwerper gaan lopen was. Heeft hij u nooit kwaad gebeld?
Peellaert: Gebéld? Straffer nog! Op een dag stond hij gewoon voor mijn deur! Ik ga het nooit vergeten. Ik was met mijn latere vrouw in Londen, en voyage d'amoureux . We lagen in bed, en plots werd er op de deur geklopt. 'MisterPeellaert? Hotel management. There's a gentleman - a Mick Jagger, I believe - who would like to have a word with you.' Het gezicht van mijn vrouw toen ze dat hoorde, dat was gewoon... onbetaalbaar . (lacht)
Ik had met Mick afgesproken dat ik het eerste jaar geen andere hoezen zou maken. Maar nadat ik mijn hoes opgestuurd had, negen maanden eerder of zo, had ik niets meer van hem gehoord. 'Ze gaan mijn hoes niet gebruiken', dacht ik. 'Het was gewoon een grilletje.' Niét dus. Maar intussen had ik wel mijn woord gebroken. En lag Diamond Dogs eerder in de winkel dan It ' s only Rock'n'Roll .
Mick was enorm ontgoocheld, daar in het hotel. Eerder dan kwaad. 'You made me a promise' , bleef hij maar herhalen. 'This is so unfair.' Ik probeerde hem met handen en voeten uit te leggen wat er gebeurd was. Maar tevergeefs, natuurlijk. Ik heb nadien nooit meer iets van hem gehoord.
Nog altijd tussen haakjes. Om inspiratie op te doen voor 'It's only Rock'n'Roll' reisde u de Stones naar verluidt achterna naar München. Hoe was dat?
Peellaert: Eerlijk? Strontvervelend. 23 uur per dag rondlummelen, 1 uur werken. Helemaal volgens het cliché. De Stones waren al multimiljonairs in die tijd. Rock royalty . We sliepen in één of ander poepsjiek jacht resort midden de bossen. Tussen de zwaarlijvige bankdirecteurs en hun maîtresses. Niet mijn idee van fun .
Eigenlijk was er maar een echtmemorabele scène. De gitaartechnicus van Keith (Richards) - een lieve jongen, nochtans - die zijn mes naar de maître d'hôtel gooide, omdat hij hem als stront behandelde. De maître d'hôtel die ziedend naar de flikken belde. En iedereen die in paniek de bossen in rende om zijn drugs verstoppen. (lacht)
MaffiamagneetTerug naar de namen. Naam drie. Martin Scorsese.
Peellaert: Voor Scorsese ging ik oorspronkelijk Mean Streets doen, één van zijn eerste films. Maar om de één of andere reden kwam dat er niet van.
Voor de affiche van Taxi Driver vloog ik naar Los Angeles, waar Scorsese aan het monteren was. Ik herinner me nog dat hij zo speedy was, dat ik bij één van zijn assistenten informeerde of hij niet wat te veel coke snoof. 'Coke?', zei die, stomverbaasd. 'Niks coke. Marty probeert gewoon te stoppen met paffen. Hij komt van drie pakjes per dag.' (lacht)
Wat me ook altijd zal bijblijven, is het gevoel van opluchting toen ik de film in de cinema gezien had. Voor mijn affiche had ik me moeten baseren op ongeveer een ruwe montage. Van niet eens een derde van de film. 'Wat als er ergens een UFO in het verhaal zat waar ik niks van afwist?', zat ik de hele tijd te denken. (lacht)
Nog een naam. Robert Altman.
Peellaert: Vreselijke man! Echt: één van de hatelijkste mensen die ik ooit heb ontmoet. Ik maakte de affiche voor Short Cuts , omdat ik het boek van Raymond Carver zo geweldig vond. Maar: voor mij was Tom Waits het enige goeie aan die film. De rest vond ik waardeloos.
Wat me zo ergerde aan Altman, was dat hij duidelijk niet van mensen hield. En dat hij daar zijn hele entourage mee terroriseerde.
Een paar jaar geleden kwam ik hem nog tegen op een feestje in Venetië. 'Foert', dacht ik. 'Ik bijt nu al zo lang op m'n tanden, je vais lui dire ses quatre vérités .' En dat heb ik gedaan. 'Ik weet niet wat er met u is gebeurd, maar u bent een slecht mens', zei ik hem.
Een paar jaar later was hij dood.
Naam vijf, tot slot: Tom Waits. Zijn naam staat niet in uw curriculum, maar hij liet uw naam een paar keer vallen in interviews.
Peellaert: (verbaasd) Is dat zo?
Eind jaren 70 zei hij in 'Melody Maker': 'Ik ben teksten aan het schrijven voor een boek van een ongelooflijke kunstenaar. A gentleman named Guy Peellaert.'
Peellaert: Dat klopt, ja.
Tom en ik hebben nog een paar maanden samen aan The Big Room gewerkt, mijn boek over Las Vegas. We konden heel goed met elkaar opschieten. Te goed, eigenlijk. Dat was het probleem. In plaats van te schrijven zaten we godganse dagen en nachten samen te zuipen in Molly Malones. (De roemruchte Irish Pub op Fairfax Avenue in LA, vlakbij Sunset Boulevard; nvdr.) Ik weet nog dat er een keer een heel mooie vrouw naar hem zat te lonken. En dat we daar bijna ruzie over kregen, omdat ik het gevoel had dat ik in zijn weg zat. 'Je blijft', zei hij streng. 'Samen uit, samen thuis.' 'Oké', antwoordde ik. 'Maar we maken een duidelijke afspraak. Als je met haar wil praten, draai je je luciferdoosje om. Dan ben ik weg.' ' Brilliant! ', zei hij. 'Daar moet ik ooit een song over schrijven.' (lacht)
Hoe leerde u hem kennen?
Peellaert: Via zijn toenmalige manager, Herbie Cohen.
Herbie, dat was echt een coup de foudre . Die ontmoette ik op een tentoonstelling van Rock Dreams in de Roxy in Los Angeles. Lou (Adler, de eigenaar van de Roxy) had heel Hollywood uitgenodigd op de vernissage. Iedereen die iemand was, en die me verder kon helpen. Onder andere zijn goede vriend Jack Nicholson was daar. En toch slaagde ik erin om een hele nacht lang alleen maar met Herbie te staan praten. (lacht)
Was hij niet ook de manager van Frank Zappa?
Peellaert: Absolument! Zappa was de eerste tekstschrijver aan wie hij me wilde 'koppelen'. Nog altijd ten tijde van The Big Room , waar ik bijna tien jaar aan werkte. Maar het enige waar Zappa in geïnteresseerd was, was geld. Vijf minuten duurde mijn ontmoeting met hem. Welgeteld. Ik had de indruk dat niet hij de artiest was, en Herbie de manager, maar omgekeerd. Zappa! Meneer Excentriek! Hét icoon van de tegencultuur! Zelden zo'n koude zakenman tegengekomen.
Heeft u eigenlijk veel vrienden overgehouden aan uw boeken?
Peellaert: Mensen met wie ik samenwerkte, bedoel je? Bedroevend weinig. Om de één of andere reden ben ik altijd een maffiamagneet geweest. Ik heb altijd de meest louche types aangetrokken. Des grands bandits sympathiques , maar evengoed: bandieten.
Om je een idee te geven. Op een bepaald moment, midden jaren 70, informeert mijn uitgever naar mijn galerie. 'Galerie?', vraag ik, stomverbaasd. 'Wie galerie? Waar galerie? Hoe galerie?' Bleek dat een vriend van een vriend in Los Angeles een galerie had geopend op mijn naam. Met een vervalste handtekening. Domenico Sicilia, heette die gast - de naam alleen al!
Grappig wel. Toen Scorsese me vroeg voor Taxi Driver , ben ik daar nog gaan slapen. 'Domenico!', belde ik. 'Zorg dat je volgende week weg bent. En dat er een bed voor me klaarstaat in mijn galerie. Ik kom slapen.' (lacht)
Tom (Waits) is eigenlijk de enige met wie ik lang een goed contact heb gehad. Tot hij zijn nieuwe vrouw leerde kennen. Elle, elle a tout vidé autour de lui.
TussentitelNa 42 jaar Parijs lijkt iedereen vergeten dat u Belg bent. Op internet wordt u ergens omschreven als 'de Franse Warhol'.
Peellaert: 't Is grappig. In de Verenigde Staten denken veel mensen dat ik een Fransman ben. In Parijs zien velen me als een Amerikaan. En in Groot-Brittannië denkt blijkbaar iedereen dat ik een Nederlander ben. (In een paar slordige Stones-biografieën is er inderdaad sprake van 'the dutch painter Guy Peellaert'; nvdr.)
Betekent België eigenlijk nog iets voor u, na al die jaren?
Peellaert: Natuurlijk wel. Je kan een Belg wel uit België halen, maar België niet uit een Belg. Ik ben altijd ontzettend graag naar Brussel en Oostende terug gekeerd. De laatste tijd komt het er wat minder van, moet ik eerlijk zeggen. Het is alweer een jaar of twee, drie geleden. Er is niemand meer om naar terug te keren, dat is het grote probleem. Al mijn vrienden van vroeger zijn dood.
U voelt zich nog altijd geen Fransman?
Peellaert: Integendeel. Hoe langer, hoe minder zelfs. Als ik in Parijs was opgegroeid, had ik ook nooit iets als Rock Dreams kunnen maken. Jamais . Dan was ik nooit zo doordrongen geraakt door de Angelsaksische pop- en rockcultuur. Want dat kennen ze hier nog altijd, niet, hein .
De Franse cultuur is altijd heel erg op zichzelf gericht geweest. Om niet te zeggen: hautain . Narcistisch. Navelstaarderig. Invloeden van elders waren uit den boze. En zeker van Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.
Andere Europese landen hebben dat nooit zo erg gehad, dat zelfgenoegzame. Uit armoede, wellicht. Of uit realiteitszin. Maar hier... Time mag de Franse cultuur nog honderd keer dood verklaren,dan nog zullen ze zich op de borst kloppen met Voltaire, Rimbaud en hun andere grands classiques . Dat er buiten Parijs nog andere vormen zijn van beschaving, dat blijven ze hier een vreemd idee vinden.
Het magisch realisme van uw werk,en de surrealistische inslag ervan: maakt dat u ook niet typisch Belgisch?
Peellaert: Evidemment! Als er iets ons van de rest van de wereld onderscheid, dan is het dat wel. La folie surréaliste . Maar dan vermengd met een zwaar katholicisme. Soms denk ik dat dat een restant is van de Spaanse overheersing, de mix tussen die twee uitersten. In Spanje zie je soms dingen die daar een beetje aan doen denken. Denk maar aan Dali en Gaudi. De Sagrada Familia van Barcelona, die had toch evengoed in Brussel kunnen staan?
Wij Belgen hebben niet die nuchtere Germaanse zakelijkheid van - pakweg - de Duitsers of de Nederlanders. Wij zijn anders, ons bloed is warmer. Maar tegelijk hebben we niet dat zuiderse temperament van de Fransen of de Italianen. On est des passionnés interieurs , dat is het. Koel aan de buitenkant, kokend aan de binnenkant. En daar hou ik steeds meer van.
Trevor Jackson, een hipcat uit de entourage van Stephen en David Dewaele, gebruikte onlangs een tekening uit 'Rock Dreams' voor Playgroup. Hebben Belgische artiesten u nooit benaderd voor hoezen?
Peellaert: Voor (het Waalse zangeresje) Lio heb ik een paar hoezen gemaakt. In ruil voor die prehistorische fax die je daar in de hoek ziet staan. Ze was blut, ze had niets anders om te betalen. (lacht) Maar voor de rest... Voor Arno had ik nog graag een hoes gemaakt. Uit nostalgie. Omdat mijn vader een huis had op de dijk van Oostende. Via-via heb ik hem dat een paar keer laten weten. Maar hij is daar nooit op ingegaan.
BastaardkunstU heeft bijnaeen halve eeuw moeten wachten op uw eerste Belgische tentoonstelling. Enig idee hoe dat komt?
Peellaert: (Blaast) Een mens is nooit sant in eigen land, zeker? Plus: ik heb ook heel lang op tentoonstellingen gespuwd. Het is pas een jaar of tien dat ik daar wat meegaander in ben geworden. De ouderdom, ongetwijfeld.
Public relations zijn nooit echt mijn fort geweest, moet ik eerlijk zeggen. Ik heb mezelf nooit goed weten te verkopen. En van galeries en uitgevers, die dat in mijn plaats konden doen, heb ik me altijd heel ver weg gehouden.
Waarom?
Peellaert: 't Zijn allemaal knoeiers, voilà pourquoi . Hier in Parijs, toch.
Een paar jaar geleden, kort na de heruitgave van Rock Dreams bij Taschen , stond hier plots zo'n jong, hip ding voor de deur uit Le Marais ( een trendy wijk i n Parijs; nvdr.) . 'Ik ga van u een rijk man maken, Monsieur Peellaert ', zegt ze. 'Le champagne va couler à flots.' 'Ik moet het er misschien maar eens op wagen', denk ik. 'Je weet nooit waar het toe leidt.'
Wíl ik wel weten hoe dat afliep?
Peellaert: Ik heb alles zelf betaald. Ook de champagne op de vernissage. Vooral de champagne op de vernissage. Een fortuin heeft me dat gekost. En toen er afgerekend moest worden, kreeg ik een ongedekte cheque.'Nooit meer', heb ik toen gezworen.
Ik heb er lang naar gezocht, hoor. Naar een galeriehouder die zijn werk verstond, en om de juiste redenen deed. Maar ik heb er nooit gevonden. Mijn adresboekje, ja. Daar waren ze allemaal geweldig in geïnteresseerd. Mijn contacten met Bowie, de Stones, Scorsese et les autres . Maar serieus samenwerken op lange termijn: vergeet het.
Mag ik dat vreemd vinden? 'Rock Dreams', 'The Big Room' en '20th Century Dreams' gingen wereldwijd meer dan een miljoen keer over de toonbank.
Peellaert: Ja, maar het waren geen zuivere kunstboeken, hé. Dat is altijd mijngrote probleem geweest. Ik maakte bastaardkunst. Was het fotografie? Schilderkunst? Collagekunst? Pop art?Een beetje van dat alles?
Het liet zich niet zomaar voor één gat vangen. Et ça m'a toujours beaucoup emmerdé . 't Is een raar ras, hoor, dat van de'kunstkenners'. Als je niet consequent genoeg één ding doet, kunnen ze je niet plaatsen. En daar worden ze zenuwachtig van. Maar als je te consequent hetzelfde ding blijft doen, vinden ze er ook niets aan. Dan ben je een one trick pony .
Dit gezegd: het moet ook niet makkelijk zijn voor een galeriehouder, mijn soort werken verkopen. De laatste jaren werkte ik vooral met Photoshop . Om daar iets van te slijten, moet je al limited editions maken - een heel gedoe. En de dingen die ik in het precomputertijdperk maakte, die zijn dan weer ontzettend kwetsbaar.
Een paar jaar geleden zag ik bij Lou Adler een paar originelen uit Rock Dreams . De kleuren waren al bijna volledig vergaan. 'Lou!', zeg ik. 'Wat heb je daarmee gedaan? Alles is zwart-wit geworden!' 'Hoezo?', antwoordde hij. 'Hier staan toch kleuren?' Na al die jaren fantaseerde hij er die blijkbaar gewoon bij. (lacht)
De originele hoes van Diamond Dogs zag ik onlangs ook terug. En ik moet zeggen: David Bowie heeft er meer verstand van dan Lou Adler. Die kleuren, daar zat na 35 jaar nog geen beetje sleet op.
Tot slot. U wordt wel eens een B-kunstenaar genoemd. Belediging, geuzennaam of eretitel?
Peellaert: Eretitel, absoluut. Ik ken mensen die in de Académie Française zitten, en die door alle grote cultuurpausen bejubeld worden. Maar als ik dan bedenk hoeveel toegevingen ze daarvoor hebben moeten doen, en hoeveel konten ze onderweg hebben moeten likken... Dat heeft niks meer met kunst of schoonheid te maken, dat is gewoon prostitutie.
Ik weet wat ik had moeten doen om in het Louvre te geraken. Of om geridderd te worden. Ik heb het altijd geweten. Maar ik heb dat nooit nagestreefd - integendeel zelfs - en daar heb ik nog geen seconde spijt van gehad. De goede kunst, de ware kunst, en de oprechte kunst, die is altijd in de underground gemaakt.
Door Wouter Van Driessche

