Fijnproeversbundels (slot): Elisabeth Tonnard
30/11/2009 15:00
Poëziekenner Bart Van der Straeten is zeer te spreken over 'de wereld zou meeuw', de nieuwste dichtbundel van Elisabeth Tonnard.
De Nederlandse literatuurwetenschapster en beeldend kunstenares Elisabeth Tonnard publiceerde in 2007 al de bundel 'De wereld is er' bij Druksel. Haar nieuwe bundel 'de wereld zou meeuw' bevat uitgesponnen observaties van (voornamelijk) het landschap in de 21ste eeuw. Er spreekt een verlangen uit naar een wereld die niet bedorven is door de vrijetijdsindustrie: 'kon men daar een tamtam doen met de primitieve geluiden/ ...dan zou het weerklinken in de heuvels en de hemels zouden blauw worden/ ... en niet meer zijn het rood van de tennisbaan het culturele centrum van het dorp/ en het grijs van de stoeptegels in het massagraf'.
Het eerste, meest opvallende gedicht bestaat uit een ellenlange opsomming van concrete dingen die er te zien zijn in de wereld die de spreker oproept. Er zijn velden, bomen, er zijn knotwilgen, er is een berg van autobanden en een hoop zand. De beschreven wereld lijkt, kortom, op een doorsnee dorp uit de Lage Landen. Of beter: op de gedachte aan zo'n dorp, de herinnering misschien - de spreker heeft het zelf over de gedachte aan Gellicum, een klein dorpje in Gelderland. In de latere gedichten komen nog andere Limburgse en Gelderse dorpen voor. Uit al die landschappen aan de uithoek van Nederland, rijst, volgens de spreekstem, 'de tussentijd' op.
Een beeld voor vergankelijkheid? Misschien. Maar wellicht wijzen al die landschappen de spreker op het aanbreken van een nieuw tijdperk: een posthumaan tijdperk, waarin onder meer het landschap herinnert aan de mens en zijn bedrijvigheid, maar waarin hijzelf niet meer aanwezig is. Dat is toch de suggestie die uit het slotgedicht spreekt: 'de tussentijd rijst uit de velden naar Acquoy/ en de mensen zijn verdwenen/ er zijn de hekken en de lijnen van het prikkeldraad/ het groen dat aan zichzelf gelijk blijft/ een schaap kijkt op/ de weg is moe/ dan de dorpsstraten de afgemeten tuintjes de stil verzonken/ maar de kat die je daar ziet is een fatsoenlijk wezen/ zwart en hij loopt de hoek om.'
In 'de wereld zou meeuw' is een spreker aan het woord die treurt om de teloorgang van het natuurlijke, en die somber wordt van het door mensen aangelegde landschap. Want dat laatste lijkt ook alle herinneringen weg te hebben genomen die met het natuurlijke landschap verbonden waren. Elisabeth Tonnard schrijft zich daarmee in in een kleine, maar interessante traditie van jonge dichters. Haar werk is verwant met dat van Els Moors, die met haar debuut 'er hangt een hoge lucht boven ons' de Herman de Coninck Debuutprijs won, en met dat van Tom Van de Voorde, die in 2008 debuteerde met 'Vliesgevels filter' (eerder dit jaar genomineerd voor de Cees Buddingh'prijs).. Maar 'de wereld zou meeuw' is ook zonder die adelbrieven een interessante en belangwekkende bundel. Het is een ontdekking. Hij doet verlangen naar meer.
Bart Van der Straeten
In het voorjaar van 2009 verschenen bij Druksel ook nog:
Addertje zonder kop, Jan Lauwereyns
Aygi Cycle, Michael Palmer
Meer artikels over:
reactie(s) op "Fijnproeversbundels (slot): Elisabeth Tonnard"





Reageer