Maak van Knack je homepage

RSS
Tekstgrootte: A A A

'Ook in België zijn CIA-vluchten geland'

29/05/2007 13:00

'Ook in België zijn er CIA-vliegtuigen geland', dat zegt onderzoeksjournalist Stephen Grey in een ophefmakend boek. Een vertrouwelijk rapport van het Comité I uit mei 2006 lijkt die stelling te bevestigen. Knack kon het rapport inkijken.

Zaterdag, 15 december 2001. In Zaventem stijgt een C130 met registratienummer N2189M op, om een uur later te landen op de luchthaven van Frankfurt. De C130 is eigendom van Tepper Aviation, een Amerikaanse luchtvaartmaatschappij met sterke banden met de CIA. In de jaren tachtig verzorgde Tepper exclusief de wapentransporten voor de Angolese UNITA-rebellen. Na de aanslagen van 11 september 2001 specialiseerde de N2189M zich in het transport van gevangengenomen vermeende moslimterroristen naar geheime gevangenissen en 'ondervragingscentra'. Na te veel aandacht in de media liet Tepper in december 2006 de C130 opnieuw registreren onder het nummer N2731G.

Maandag, 15 juli 2002. Op de luchthaven van Deurne landt een Gulfstream III met registratienummer N829MG van de Amerikaanse privéjetoperator Presidential Aviation. Aan boord bevinden zich vier passagiers, die hun intrek nemen in het Antwerpse Hilton. Twee dagen later vertrekken ze met dezelfde Gulfstream van Deurne naar Nottingham.

Dinsdag, 8 oktober 2002. Om twintig voor zes 's ochtends stijgt van de luchthaven van Teterboro, New York, dezelfde Gulfstream III met registratienummer N829MG op, met als bestemming Dulles International Airport, Washington DC. Daar wisselt het toestel van bemanning. Het zet om kwart voor acht koers naar de luchthaven van Bangor in de staat Maine, waar het bijtankt om vervolgens full speed door te vliegen naar Rome. Aan boord zit de Canadese computerspecialist met Syrische roots Maher Arar. Twee weken eerder was Arar tijdens een zakenreis op JFK Airport door de FBI gearresteerd. Op basis van informatie van de Canadese inlichtingendiensten werd hij beschuldigd van banden met Al-Qaeda, en opgesloten in een gevangenis in Brooklyn.

Die achtste oktober wordt Arar door een gemaskerd team van de CIA met de gecharterde Gulfstream van Presidential Aviation van Rome naar Jordanië gevlogen. Van daaruit wordt hij met een auto naar Syrië gevoerd, waar hij meer dan een jaar lang zonder aanklacht gevangen zal zitten in de beruchte foltergevangenis Palestine Branch in Damascus. De eerste maand van zijn gevangenschap wordt hij fysiek mishandeld, daarna volgen er maanden van psychologische terreur. Arar heeft geluk dat zijn vrouw in Canada actie voert om hem vrij te krijgen. Een jaar later wordt hij zonder uitleg op een vliegtuig naar huis gezet. In september 2006 wordt Arar door de Canadese autoriteiten officieel vrijgepleit van alle banden met terroristen.

Was de Belgische Staatsveiligheid op voorhand op de hoogte van de vlucht van de C130 van de CIA, of van andere geheime CIA-vluchten? Volgens de Britse onderzoeksjournalist Stephen Grey zou het verwonderlijk zijn als dat niet zo was. Grey: 'Sommige CIA-vliegtuigen zijn over België gevlogen, en nog andere, zoals de C130, zijn ook op Belgische luchthavens geland. Dat is honderd procent zeker. Het probleem met het toestel van Arar is dat het door de CIA gecharterd werd, waardoor je nooit helemaal kunt weten of die vlucht in België ook in opdracht van de CIA was. De gegevens die ik over geheime CIA-vluchten in België verzameld heb, zijn wel zonder enige twijfel pure CIA-vluchten, omdat ze voor rekening vlogen van hun eigen spookfirma's. De meeste Europese inlichtingendiensten - en daardoor ook de regeringen - kenden de details van het CIA rendition programme. Als jullie Staatsveiligheid goed werkt, zal die dus zeker op de hoogte geweest zijn. Of ze dan ook de Belgische regering ingelicht heeft, weet ik niet. Veel CIA-agenten die betrokken waren bij de ontvoering en uitlevering van Abu Omar maakten dankbaar gebruik van België. Brussel is een belangrijk CIA-centrum; de 'firm' is er erg actief.'

Gealarmeerd door de berichten in de pers over geheime CIA-vluchten boven België (onder andere in Knack), vroeg de begeleidingscommissie van het Comité I die de veiligheidsdiensten controleert, in december 2005 meer uitleg aan de Staatsveiligheid. Het schriftelijke antwoord van toenmalig administrateur-generaal Koen Dassen van 23 december 2005 was kort en bondig: '...de Veiligheid van de Staat (dient) te herhalen dat zij tot op vandaag geen kennis heeft van vluchten en gevangenissen, op het Belgische grondgebied georganiseerd door de CIA. De Veiligheid van de Staat bekwam ook geen inlichtingen van andere zusterdiensten of andere Belgische administraties dat het Belgische grondgebied of het Belgische luchtruim in dergelijke operaties zou zijn betrokken.'

In een verhoor dat plaatsvond op 31 maart 2006 in de kantoren van de Staatsveiligheid gaf Dassen expliciet toe dat hij in zijn brief gelogen had en dat hij op 25 november 2005 contact gehad had met de CIA over de geheime vluchten. ('De administrateur-generaal van de Veiligheid van de Staat herinnert zich dat het initiatief van 25 november 2005 om de CIA uit te nodigen, gedaan werd na verklaringen in het Oostenrijkse parlement.') Dassen verklaarde ook dat hij de CIA in België haar gang liet gaan omdat 'De politieke overheden (...) de Verenigde Staten niet als een directe bedreiging zien.' Hij preciseerde dat als CIA-vluchten 'zouden plaatsgevonden hebben in België, zij niet konden gebeuren zonder medeweten van de Veiligheid van de Staat.' Dassen stond erop dat het verhoor als 'vertrouwelijk' geklasseerd werd en niet openbaar gemaakt mocht worden.

Officieel werd via minister van Verkeer Renaat Landuyt (SP.A) gecommuniceerd dat de Staatsveiligheid de zaak onderzocht had en tot het besluit gekomen was dat de vlucht in Deurne niet van 'CIA-signatuur' was, ook al ging het dan om een vliegtuig van Presidential Aviation, een chartermaatschappij die regelmatig jets verhuurde aan de CIA. Volgens de Staatsveiligheid was het een zakenvlucht van een rijke zakenfamilie. Het officiële besluit luidde: bij al de 'verdachte vluchten' ging het om zakenreizen.

Na de verhoren van Koen Dassen en van vicevoorzitter admiraal Hellemans van de militaire inlichtingendienst bleef het Comité I duidelijk op zijn honger zitten. In een vertrouwelijk rapport dat dateert van mei 2006 concludeerde het Comité: 'Tijdens het eerste deel van het toezichtsonderzoek werd het Comité I niet ingelicht door de twee diensten van de stappen (die zij hadden) ondernomen." En: "Als registratienummers van vliegtuigen die in België geland zijn of het Belgisch luchtruim gebruikt hebben wel degelijk gekoppeld werden met toestellen (...) van de CIA, leidt geen enkel element uit het onderzoek (...) door de Veiligheid van de Staat tot de thesis dat deze toestellen bij hun doortocht (...) inderdaad door de CIA gecharterd werden of betrokken waren bij activiteiten in tegenspraak met het humanitaire recht. Het geval van de Gulfstream III met nummer B829MG, op grondige wijze onderzocht door de Veiligheid van de Staat, neigt naar het bewijs van het tegendeel.'

En nog: 'Aangaande twee andere toestellen die werden vernoemd als verdacht bij het gebruik van de omstreden vluchten, zijn de informaties hierover in het bezit van de Veiligheid van de Staat geclassificeerd als zijnde 'vertrouwelijk'.'

Jan Stevens

Een interview met Stephen Grey leest u op 6 juni in Knack

Ghost Plane: The Inside Story of the CIA's Secret Rendition Programme, Uitgeverij Hurst en Co, Londen.

Bookmark and Share Print deze pagina

Meer artikels over:

 

© EP/GF

Partner-informatie

Copyright © 2006 Roularta Media Group N.V. Alle rechten voorbehouden. Deze informatie mag op geen enkele manier gepubliceerd, herschreven of heruitgegeven worden in eender welke vorm. Klik hier voor de gebruiksvoorwaarden van toepassing op deze site. Het gebruik van deze site betekent dat u akkoord gaat met deze gebruiksvoorwaarden.

Deze website is auteursrechtelijk beschermd. Wenst u artikels te scannen, digitaal op te slaan, te drukken, meermaals te kopiëren of commercieel te gebruiken ? Contacteer Ann Soete, 051-266 570, soete.ann@roularta.be . Meer info over uw rechten: www.presscopyrights.be.